Zoekresultaat: 115 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Viermaal auteursrecht in de digitale eengemaakte markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Digitale eengemaakte markt, Auteursrecht, Digitaal en grensoverschrijdend gebruik, Online-uitzendingen van omroeporganisaties, Visueel gehandicapten
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Als onderdeel van haar strategie voor een ‘digitale eengemaakte markt’ (Digital Single Market, afgekort DSM) heeft de Europese Commissie op 14 september 2016 voorstellen gedaan voor maar liefst vier verschillende instrumenten op het gebied van het auteursrecht: een richtlijn en een verordening over digitaal en grensoverschrijdend gebruik én een richtlijn en een verordening over gebruik voor visueel gehandicapten. Deze voorstellen worden in deze bijdrage besproken.

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt- COM(2016)593. (‘DSM-richtlijn’)

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s - COM(2016)594. (‘Online Omroep verordening’, (OOV))

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde door het auteursrecht en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben - COM(2016)595 (‘Marrakesh’-verordening).

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij - COM(2016)596. (‘Marrakesh’-richtlijn)


Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is hoogleraar Intellectuele Eigendom in Leiden en advocaat in Amsterdam.
Artikel

Het meten van effecten van de handhaving door de Belastingdienst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden effectmeting, handhaving, toezicht, Belastingdienst, compliance
Auteurs Dr. Sjoerd Goslinga, Drs. Maarten Siglé en Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
SamenvattingAuteursinformatie

    De maatschappij verwacht in toenemende mate dat toezichthouders de effecten van hun toezicht inzichtelijk maken. Dat geldt ook voor de Belastingdienst. Dit artikel bespreekt de theorie en de praktijk van effectmeting in het fiscale domein en levert zo een bijdrage aan de ontwikkeling van effectmeting van het (overheids)toezicht. Vastgesteld wordt dat in de praktijk een aantal uitdagingen het hoofd moet worden geboden wil de Belastingdienst daadwerkelijk tot een integrale effectmeting van het toezicht komen. Dit zijn: het expliciteren van de beleidstheorie, het vinden van de juiste determinanten van compliance, het meten van effecten van preventieve activiteiten, het opzetten van methodologisch verantwoord onderzoek en de organisatorische inbedding van effectmeting.


Dr. Sjoerd Goslinga
S. Goslinga is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.

Drs. Maarten Siglé
M.A. Siglé is werkzaam bij de Belastingdienst en is daarnaast als PhD-student en docent verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.

Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
E.C.J.M. van der Hel is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.
Artikel

Loyaliteitsdividend, bijzondere stemrechtaandelen en de positie van minderheidsaandeelhouders

Midstream or IPO introduction, that’s the question

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden bijzondere stemrechtaandelen, loyaliteitsaandelen, corporate governance, enquêterecht, minderheidsaandeelhouders
Auteurs Mr. drs. A.A. Bootsma
SamenvattingAuteursinformatie

    De recentelijke invoering van bijzondere stemrechtaandelen wordt vergeleken met het bij DSM voorgestelde loyaliteitsdividend. Het loyaliteitsdividend werd midstream – door statutenwijziging bij een bestaande beurs-NV met zittende publieke aandeelhouders – voorgesteld. De bijzondere stemrechtaandelen zijn voorafgaand aan een beursgang (IPO) van een nieuwe (holding)vennootschap ingevoerd. Dit verschil werkt door in de positie van minderheidsaandeelhouders. Tegen deze achtergrond wordt ingegaan op de Eumedion-voorstellen voor regulering van bijzondere stemrechtaandelen.


Mr. drs. A.A. Bootsma
Mr. drs. A.A. Bootsma is werkzaam als promovendus bij Erasmus School of Law en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Praktijk

Eigendomsvoorbehoud: de inwerking van een contract op goederenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Eigendomsvoorbehoud, Opschortende voorwaarde, Verpanding, Sale of Goods Act, Weens Koopverdrag
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Eigendomsvoorbehoud is volgens artikel 3:92 BW levering van een zaak onder opschortende voorwaarde van betaling van de koopsom. De Hoge Raad oordeelde in zijn arrest van 3 juni 2016 in de zaak Rabobank/Reuser dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud de zaak rechtsgeldig kan verpanden voordat de opschortende voorwaarde is vervuld. De pandhouder verkrijgt dan een pandrecht onder opschortende voorwaarde van eigendomsverkrijging door de pandgever. In Engeland stond eigendomsvoorbehoud in the picture in het arrest van het UKSC van 11 mei 2016 in de zaak Res Cogitans. Op een overeenkomst die een eigendomsvoorbehoud bevat en bepaalt dat de gekochte zaak mag worden verbruikt voordat betaling van de koopsom heeft plaatsgevonden, is de Sale of Goods Act niet van toepassing. Beide arresten en hun gevolgen voor de rechtspraktijk worden besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Praktijk

Corporate Governance in Nederland: lange termijn waardecreatie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, cultuur, Lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof.mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Voorstel voor herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code d.d. 11 februari 2016 wordt de nadruk gelegd op de focus op lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming. Het huidige richtsnoer: “het creëren van aandeelhouderswaarde op lange termijn” zou dan uit de Code verdwijnen. Het is kennelijk de bedoeling dat de lange termijn waardecreatie ten bate van alle stakeholders geschiedt. Onder het door de Commissie gehanteerde begrip “stakeholders” vallen ook maatschappelijke groeperingen. De auteur beantwoordt de vraag wat het richtsnoer en de reikwijdte van het begrip stakeholders in de nieuwe Code zouden moeten zijn.


Prof.mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen (www.meerkennis.nl) te Hoofddorp.
Praktijk

Uitoefening aandeelhoudersrechten, in de Code en de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, aandeelhoudersrechten, herziening, responstijd
Auteurs Mr.dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Anatoli van der Krans gaat in zijn artikel in op de wijzigingen die de Monitoring Commissie Corporate Governance voorstelt rondom het thema ‘relatie met aandeelhouders’. Dit betreffen achtereenvolgens (i) de aanwezigheid van voorgedragen bestuurders en commissarissen; (ii) de responstijd; (iii) certificering; en (iv) taal. Verder signaleert hij een aantal belangrijke punten die momenteel schuren en bij een meer fundamentele discussie kunnen worden meegenomen. Met name de vrijwel totale scheiding tussen dialoog en het maken van een stembeslissing enerzijds en de formele besluitvorming op de AVA anderzijds bij grote beursvennootschappen is zorgwekkend en onderstreept de noodzaak tot verdere gedachtenvorming over de rol van de AVA


Mr.dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is als advocaat bij Corona Legal (Amsterdam) gespecialiseerd in het bijstaan van institutionele beleggers in het uitoefenen van hun aandeelhoudersrechten en het vorderen van beleggingsverliezen via rechtszaken. Hij is tevens redacteur van dit blad.
Artikel

Het verbod op geoblocking en geodiscriminatie

Het voorstel voor een verordening betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie nader bezien

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden geoblocking, geodiscriminatie, mededinging, e-commerce, COM(2016)289
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 mei 2016 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een voorstel gepubliceerd voor een verordening waarin geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie (dat wil zeggen discriminatie op grond van nationaliteit, woon- of vestigingsplaats) worden verboden. De conceptverordening kent een ruim toepassingsbereik. Het voorstel beoogt met het verbod op geoblocking zowel discriminatie ten aanzien van de leveringsbereidheid en verkoopprijzen als discriminatie in de wijze van verkoop of betalingsmethoden bij online verkoop uit te bannen. Naast een bespreking van dit toepassingsgebied wordt aandacht besteed aan de wisselwerking met het mededingingsrecht, waaronder de e-commerce sector inquiry die de Europese Commissie (DG Concurrentie) momenteel ook uitvoert en ten slotte de gevolgen van de conceptverordening voor de praktijk.
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging binnen de eengemaakte markt en wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, COM(2016) 289.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en M.A.M.L. (Mariska) van de Sanden zijn beiden werkzaam als advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
Artikel

A Distorted Mediation Landscape: Judicial Mediation in the Chinese Civil Courts

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Chinese civil justice, Mediating civil and commercial disputes in China, Comparative civil procedure, Judicial behaviour in Chinese civil courts
Auteurs Peter Chan
SamenvattingAuteursinformatie

    Mediation plays a critical role in the development of any civil justice system. The positive effects of mediation could only manifest if the process is protected in ways that allow parties to truly be able to choose what is best in their interests and explore options free from interference from anyone else. The Chinese legal culture, coupled with a systemic distortion of the function of mediation during the period between March 2008 and March 2013, made it very difficult to develop an authentic mediation system that places party autonomy and other core principles at the heart of the process. As much as the leaders of the Supreme People’s Court today are aware of the need to strengthen the courts role in declaring legal norms and enforcing rights, it is argued that courts (especially lower courts) are likely to continue to use judicial mediation for institutional or strategic purposes.


Peter Chan
Peter Chan is Assistant Professor, School of Law, City University of Hong Kong. He received his PhD in June 2016 from Maastricht University under the supervision of Prof. dr. C.H. van Rhee.
Artikel

40 jaar Europa en mediation

Beschouwing naar aanleiding van het eindverslag van de Europese Commissie inzake toepassing van de Mediationrichtlijn in de lidstaten

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Mediation Directive, Geschiedenis ADR, Verslag Europese Commissie, Mediationrichtlijn
Auteurs Annie de Roo en Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Taking the recent European Commission’s Report on the application of Mediation Directive 2008/52/EC as a starting point, the authors set out to reconstruct the pattern of ADR/mediation activities undertaken by the EU and the Council of Europe over the past 40 years. The authors conclude that the European initiatives have been conducive to a broadening and deepening of the ADR debate. Remarkable shifts can be observed in the emphasis placed by the European agencies during this period, notably a shift from emancipatory to efficiency-based arguments. The inherent coupling of private mediation and public adjudication entails risks however for each of these distinct conflict resolution strategies. The authors call for advanced research designs to generate the data needed for a genuine evidence-based policy in this domain.


Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, hoofddocent aan de Erasmus Universiteit en vicevoorzitter van de examencommissie Stichting Kwaliteit Mediators. Zij heeft diverse malen als key expert voor de Europese Commissie meegewerkt aan projecten,met name op het gebied van arbeidsrechtelijke mediation.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is onder andere verbonden aan de Erasmus Universiteit en is TMD redactielid. Hij trad enkele malen op als rapporteur-generaal voor de Raad van Europa op het gebied van ADR/mediation.
Boekbespreking

Soft-drugs, morality and law in Late Modernity

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden review-essay, proefschrift Chevallier, blow-verbod, symbolic crusade, culture of control
Auteurs Thaddeus Müller
Auteursinformatie

Thaddeus Müller
Thaddeus Müller is senior onderzoeker bij de Law School, Lancaster University (criminology). Hij is gespecialiseerd in kwalitatieve methoden en zijn belangstelling gaat uit naar de sociale constructie van perspectieven op veiligheid in publieke ruimten, in het bijzonder in multi-culturele buurten. Een ander thema dat zijn belangstelling heeft is de constructie en ontwikkeling van het softdrugs-beleid in Nederland en over de grenzen. Thaddeus Müller heeft ook gepubliceerd over andere thema’s, met name over de marginalisering van etnische jongeren in de laat-moderniteit, vooral in de context van het strafrechtstelsel, academische fraude (gerelateerd aan de organisatie van academische instellingen), met name de Diederik Stapel-zaak en over Rock en Roll, in het bijzonder Lou Reed.
Discussie

KEI en ODR: hand in hand vooruit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden ODR, online courts, access to justice, ADR
Auteurs Mr. dr. Jin Ho Verdonschot
SamenvattingAuteursinformatie

    Is online dispute resolution (ODR) the way to organise 100% access to justice? Or is it more of a bubble-solution looking for a problem? Experiences are mixed but there are reasons to be optimistic. A Dutch example of an online divorce platform show how technology can better serve the justice needs of citizens. But for that we need to stop thinking in terms of ADR, ODR and court litigation but rather design more hybrid processes.


Mr. dr. Jin Ho Verdonschot
Jin Ho Verdonschot is directeur HiiL Rechtwijzer Technology en een van de grondleggers van het Rechtwijzer platform.

Drs. Bert Berghuis
Drs. A.C. Berghuis was raadadviseur op het beleidsterrein van criminaliteit en rechtshandhaving bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Diversen: Artikelen

Drie drugsnetwerken in een kleine stad

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden drug trafficking networks, criminal networks, social opportunities
Auteurs Dr. Eric Bervoets en Dr. mr. Anton Van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, we conducted a study on drug trafficking criminal networks in a Dutch town. In this article, we examine the results of this study by assessing the development of criminal networks and the way in which individuals get involved with these networks. Our analysis of the qualitative data focuses on three central empirical findings derived from earlier (mainly Dutch) research on criminal networks. A first outcome of earlier studies was that criminal networks are not based on a specific kind of crime and therefore do not resemble goal driven companies. Our fieldwork suggests, however, that the networks seemed less ‘flat’ and more goal driven than previously assumed. Second, earlier studies conclude that the structure of social opportunities facilitates a subjects’ inclination towards committing crime. Our study seems to confirm this finding: social pressure from peers and family is strong and encourages involvement in drug trafficking networks. Finally, earlier research pointed out that involvement in criminal networks was not a result of intentional recruitment. In our study we found – anecdotic – evidence of the opposite. We found evidence that suggests that most youth criminals are not ‘persisters’, however, mobs may serve as gateways to organised crime.


Dr. Eric Bervoets
Dr. E.J.A. Bervoets is zelfstandig onderzoeker bij Bureau Bervoets.

Dr. mr. Anton Van Wijk
Dr. mr. A.Ph. van Wijk is directeur van Bureau Beke.
Discussie

Het episodisch geheugen en getuigenverhoor: wat moeten politieverhoorders hiervan weten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Episodic memory, Interviewing witnesses, Quality interviews, Police practice
Auteurs Drs. Imke Rispens en Adri van Amelsvoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Last year the article ‘Episodic memory and interviewing witnesses. What do police interviewers know about this topic?’ (Odinot, Boon & Wolters, 2015, TvC, 57(3), 279-299) was published in this journal. The article describes a study that explored the knowledge of police interviewers about episodic memory. The researchers concluded that police interviewers had insufficient knowledge of episodic memory and that this was related to the lack of psychological terms in the manual of the curriculum of police training. In this article we describe the lack of scientific consensus about episodic memory and the consequences of this for doing research with lists with theses about this subject. Differences between interviewing witnesses and suspects will be discussed. We also question whether it is necessary that police interviewers have thorough knowledge of episodic memory. More important is what knowledge does police need when doing interviews and how are these conducted? Some factors have a negative impact on the quality of those interviews, so we end up with some recommendations for improving the quality of interviews in police practice.


Drs. Imke Rispens
Drs. I.W. Rispens is recherchepsycholoog en als docent en gedragswetenschapper werkzaam bij de Politieacademie.

Adri van Amelsvoort
A.G. van Amelsvoort is freelance senior adviseur en docent. Hij was daarvoor hoofdinspecteur van politie in de functie van teamleider en kennismakelaar bij de Politieacademie. Hij is redacteur van de recherche-onderwerpen in de digitale kennisbank van Stapel & De Koning.

Dr. Geralda Odinot
Dr. G. Odinot is wetenschappelijk onderzoeker en interviewtrainer bij How2Ask.

Drs. Roel Boon
Drs. R. Boon MCI is verhoorspecialist bij de Nationale Politie en wetenschappelijk onderzoeker bij de Politieacademie.
Article

Access_open Harmony, Law and Criminal Reconciliation in China: A Historical Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Criminal reconciliation, Confucianism, decentralisation, centralisation
Auteurs Wei Pei
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2012, China revised its Criminal Procedure Law (2012 CPL). One of the major changes is its official approval of the use of victim-offender reconciliation, or ‘criminal reconciliation’ in certain public prosecution cases. This change, on the one hand, echoes the Confucian doctrine that favours harmonious inter-personal relationships and mediation, while, on the other hand, it deviates from the direction of legal reforms dating from the 1970s through the late 1990s. Questions have emerged concerning not only the cause of this change in legal norms but also the proper position of criminal reconciliation in the current criminal justice system in China. The answers to these questions largely rely on understanding the role of traditional informal dispute resolution as well as its interaction with legal norms. Criminal reconciliation in ancient China functioned as a means to centralise imperial power by decentralizing decentralising its administration. Abolishing or enabling such a mechanism in law is merely a small part of the government’s strategy to react to political or social crises and to maintain social stability. However, its actual effect depends on the vitality of Confucianism, which in turn relies on the economic foundation and corresponding structure of society.


Wei Pei
Wei Pei, Ph.D., is an Associate Professor at the Beihang School of Law in the Beihang University.

Jing Hiah
Jing Hiah is PhD candidate at the Department of Criminology, Erasmus University Rotterdam (hiah@law.eur.nl).

Thomas Riesthuis
Thomas Riesthuis is PhD candidate at the Department of Sociology, Theory and Methodology, Erasmus University Rotterdam (riesthuis@law.eur.nl).
Article

Access_open A Law and Economics Approach to Norms in Transnational Commercial Transactions: Incorporation and Internalisation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Incorporation and internalisation, transnational commercial transactions, transnational commercial norms
Auteurs Bo Yuan
SamenvattingAuteursinformatie

    In today’s global economy, a noticeable trend is that the traditional state-law-centred legal framework is increasingly challenged by self-regulatory private orders. Commercial norms, commercial arbitration and social sanctions at the international level have become important alternatives to national laws, national courts and legal sanctions at the national level. Consisting of transnational commercial norms, both codified and uncodified, and legal norms, both national and international, a plural regime for the governance of transnational commercial transactions has emerged and developed in the past few decades. This article explores the interaction between various kinds of norms in this regime, identifies the effects of this interaction on the governance of transnational commercial transactions and shows the challenges to this interaction at the current stage. The central argument of this article is that the interaction between social and legal norms, namely incorporation and internalisation, and the three effects derived from incorporation and internalisation, namely systematisation, harmonisation and compliance enhancement, are evident at both the national and international levels. In particular, the emergence of codified transnational commercial norms that are positioned in the middle of the continuum between national legal norms and uncodified transnational commercial norms has brought changes to the interaction within the international dimension. Although the development of codified transnational commercial norms faces several challenges at the moment, it can be expected that these norms will play an increasingly important role in the future governance of transnational commercial transactions.


Bo Yuan
Bo Yuan is a Ph.D. candidate at the Erasmus University Rotterdam, Department of Law and Economics.
Artikel

Better Regulation 2.0 in de Europese Unie: het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord en de nieuwe Better Regulation-richtlijnen voor de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Better Regulation, Interinstitutioneel Akkoord, legislative cyclus, Europees wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het begin van het nieuwe millennium is er sprake van wetgevingsbeleid in de Europese Unie. Dit wordt met name vormgegeven door de Europese Commissie die verschillende agenda’s heeft vastgesteld om aan dit beleid vorm te geven. Sinds de komst van de commissie-Juncker is er weer een nieuwe agenda gekomen in mei 2015, echter met de oude naam Better Regulation. Twee speerpunten uit deze nieuwe agenda worden in dit artikel besproken. Het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord voor beter wetgeven ziet op de samenwerking tussen de drie wetgevende instellingen van de Europese Unie, en heeft een aantal vernieuwingen opgeleverd. Daarnaast wordt de bundeling van de richtlijnen voor de wetgevingsinstrumenten van de Europese Commissie zoals impact assessments en ex-post evaluaties besproken. Van belang is het idee van een ‘legislative cyclus’ dat de Europese Commissie nastreeft: het constant kunnen aanpassen van wetgeving op basis van informatie die verzameld wordt. Hierbij is van belang dat alle instrumenten goed op elkaar aansluiten. Dit artikel beziet of dat gelukt is met de nieuwe Better Regulation-agenda en de instrumenten die daarmee zijn verbonden.


Mr. T.J.A. van Golen MA
Mr. T.J.A. (Thomas) van Golen MA is PhD Candidate aan de Tilburg Law School, Department of Private Law
Artikel

Waarom er fiscaal nog iets zou moeten worden geregeld

‘Ways to tackle inheritance cross-border tax obstacles facing individuals within the EU’

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Grensoverschrijdende nalatenschappen / Successions in Europe, Inheritance crossborder tax obstacles, Habitual residence, Aanknopingspunten voor heffing, Situsland
Auteurs Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op het rapport van de EU Expert Group: ‘Ways to tackle inheritance crossborder tax obstacles facing individual within the EU.’ Zij is van mening dat om de vraag te kunnen beantwoorden of de in het rapport gegeven weg naar een oplossing de juiste is, nog het nodige moet worden onderzocht. Gebruikmaking van het netwerk van de CNUe kan daarbij nuttig zijn.


Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam bij Athena Advies en Praktijk te Maastricht.
Toont 41 - 60 van 115 gevonden teksten
1 3 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.