Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 475 artikelen

x
Jaar 2016 x

    The comparative discussions held during this seminar show that the different jurisdictions make use of – approximately – the same ingredients for their legislation on adult guardianship measures and continuing powers of attorney. Given the common international framework (for example the UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities) and given the common societal context (cfr. the strong increase of the ageing population) this may not come as a surprise. Despite these common ingredients, the different jurisdictions have managed to arrive at different dishes spiced with specific local flavours. Given that each jurisdiction bears its own history and specific policy plans, this may not come as a surprise either. The adage ‘same same but different’ is in this respect a suitable bromide.
    For my own research, the several invitations – that implicitly or explicitly arose from the different discussions – to rethink important concepts or assumptions were of most relevance and importance. A particular example that comes to mind is the suggestion to ‘reverse the jurisprudence’ and to take persons with disabilities instead of healthy adult persons as a point of reference. Also, the invitation to rethink the relationship between the limitation of capacity and the attribution of a guard comes to mind as the juxtaposition of the different jurisdictions showed that these two aspects don’t need to be automatically combined. Also the discussion on the interference between the continuing powers of attorney and the supervision by the court, provoked further reflection on hybrid forms of protection on my part. Finally, the ethical and medical-legal approaches may lead to a reconsideration of the traditional underlying concepts of autonomy and the assessment of capacity.


Veerle Vanderhulst Ph.D.
Veerle Vanderhulst works at the Faculty of Law and Criminology, Vrije Universiteit Brussel
Artikel

Eigen schuld in beleggingsadviesrelaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2016
Trefwoorden beleggingsadvies, eigen schuld, schadebeperking, zorgplicht
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    In beleggingsadviesrelaties geeft de belegger zelf opdracht voor de koop en verkoop van effecten. Hij doet dat op advies van de beleggingsonderneming. In hoeverre is er nog ruimte voor eigen schuld van de belegger als de beleggingsonderneming bij het geven van een advies haar zorgplicht schendt?


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als gerechtsauditeur verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Diversen: Buitenlands nieuws

Nel nome del padre e della madre

Het Italiaanse Grondwettelijk Hof en naamgevingswetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Gelijkheidsbeginsel, Naamrecht, Naamsgevingswetgeving
Auteurs Dr. S.H. Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Italiaanse Gondwettelijk Hof heeft in zijn arrest van 8 november 2016 geoordeeld dat de Italiaanse naamgevingswetgeving ongrondwettig is. De regels schrijven nu voor dat als de ouders getrouwd zijn kinderen alleen de naam van hun vader kunnen krijgen. In de zaak Cusan en Fazzo tegen Italië heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg al uitgesproken dat deze wetgeving zich niet verdraagt met de artikelen 8 en 14 EVRM. Eerdere pogingen om deze wetgeving te wijzigen waren tot nog toe niet succesvol. Het is te verwachten dat dit opvallende arrest van het Italiaanse Grondwettelijk Hof van grote invloed zal zijn op het debat.


Dr. S.H. Ranchordás
Dr. S.H. (Sofia) Ranchordás is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Regulering door middel van het privaatrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden regulering, privaatrecht, Airbnb, effectiviteit
Auteurs prof.mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering door middel van het privaatrecht is tot op heden in beperkte mate onderzocht. Het gaat om het stellen van regels die bedoeld zijn om in meerdere gevallen te worden gebruikt en die bindend worden gemaakt door middel van het privaatrecht, zoals in contracten of op grond van eigendomsbevoegdheden. Deze vorm van reguleren heeft een aantal voordelen en kan soms de enige manier zijn om in de internationale context te reguleren. Dat neemt niet weg dat er ook evidente nadelen aan kleven, zoals op het terrein van legitimiteit en rechtsbescherming. Deze vorm van reguleren moet daarmee niet principieel worden uitgesloten, maar het is wel belangrijk om randvoorwaarden te stellen die deze nadelen zo veel mogelijk wegnemen.


prof.mr. M.W. Scheltema
Prof.mr. M.W. (Martijn) Scheltema is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law en advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Praktijk

Initiatiefnovelles

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Novelle, Initiatiefvoorstel, Indienen, Aanhangig maken
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de bijzondere figuur van de novelle besproken, in het bijzonder de novelle die het karakter heeft van ene initiatiefvoorstel. Tegenwoordig wordt onder novelle verstaan een wetsvoorstel tot wijziging van een ander, nog niet bekrachtigd, wetsvoorstel. Het blijkt dat het gebruik is dat novelles bij initiatiefvoorstellen worden ingediend door de initiatiefnemers van het oorspronkelijke voorstel en novelles bij regeringsvoorstellen worden ingediend door de regering. Hierop zijn in de loop der tijd echter een aantal uitzonderingen geweest. Deze worden in de bijdrage, alsmede de wetstechnische en procedurele bijzonderheden die dat met zich meebracht, besproken.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van veiligheid en Justitie.
Artikel

De discretionaire ruimte bij het gebruik van geweld: hoe kleiner, hoe beter?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden discretionary space, use of force, Training, Survey, hypothetical cases
Auteurs Jannie Noppe
SamenvattingAuteursinformatie

    First line police officers need a certain amount of discretion as they have to deal with various and complex situations on a daily basis. In this article the author examines the extent to which police officers have room for discretion in their use of force. We start from Mastrofski’s proposition that in case of decisions to use deadly force (use of firearm) police officers’ discretionary space must be restricted as much as possible. In case of less intrusive use of force, police officers may have more room for discretion. We used data from a small survey in three local police forces in Belgium to examine whether police officers have similar opinions on the decision to use their firearm – in comparison with the decision to use lower levels of force (non-firearm/non-lethal). Furthermore, we compare police officers who are highly trained in the use of force, with less trained police officers. Our results indicate that police officers are indeed more univocal when it comes to decisions to use their firearm, especially in case of more trained police officers.


Jannie Noppe
J. Noppe is doctoraatstudente bij de onderzoeksgroep IRCP, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent.
Artikel

Street-level bureaucrats in de justitiële jeugdinrichting?

Hoe groepsleiders hun discretionaire ruimte benutten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden street-level bureaucracy, juvenile correctional facility, group workers, discretion
Auteurs Dr. Marie-José Geenen, Prof. dr. Emile Kolthoff, Drs. Robin Christiaan van Halderen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Although group workers in juvenile correctional facilities (JCFs) are restricted in their actions by many rules and regulations, they still have the opportunity for tailor-made actions. Based on Lipsky’s (2010) theory of ‘street-level bureaucracy’ this article explains what this discretion means for group workers in JCFs and how they deal with it. Based on 24 interviews with group workers, this article outlines how they exercise discretion in a context where group dynamics and dealing with emotions affect their actions to an important degree. In addition, this article describes how group workers deal with dilemmas they encounter.


Dr. Marie-José Geenen
Dr. M.-J. Geenen is docent en supervisor bij het Instituut voor Social Work en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van de Hogeschool Utrecht.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, openbare orde en recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Drs. Robin Christiaan van Halderen
Drs. R.C. van Halderen is onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Drs. Jeanet de Jong
Drs. J. de Jong is docent bij de Academie Sociale Studies in Breda en onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is wetenschappelijk directeur van het Innovations in Government Program op Harvard University’s John F. Kennedy School of Government en Faculty Director van het Bloomberg Harvard City Leadership Initiative.
Artikel

Herstelrecht bij partnergeweld

Resultaten van een Europees onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2016
Auteurs Annemieke Wolthuis en Katinka Lünnemann
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative Justice is not evident in cases of intimate partner violence, but it can take and does take place under certain conditions. Wolthuis and Lünnemann explain about the European research they coordinated in six European countries (Austria, Denmark, Finland, Greece, the Netherlands and the UK) on context and practicalities of the use of victim-offender mediation in such complex cases. Cases dealing with violence of mainly men against women and where power imbalances often play a role. That means that mediators, referrers and others involved should know about this complexity and the needs of participants. Austria and Finland turned out to have the most experienced working methods. Their models, good practices and challenges are presented as well as the main outcomes of the research. Interviews and focus groups in the countries gave additional insights. It resulted in a guide with minimum standards addressing the different stages of a mediation process with extra attention for safety and empowerment.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is zelfstandig onderzoeker, trainer en mediator. Zij is tevens redactielid van het Tijdschrift voor Herstelrecht.

Katinka Lünnemann
Katinka Lünnemann is als senior-onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut.

Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is als hoogleraar werkzaam aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leuven en het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Lundbeck – uitstel van executie

Gerecht 8 september 2016, zaak T-472/13, H. Lundbeck A/S en Lundbeck Ltd./Europese Commissie, ECLI:EU:T:2016:449

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden pay-for-delay, Lundbeck, IE en mededinging, strekkingsbeperking, beschermingsomvang octrooi
Auteurs Elske Raedts
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2002 sloot Lundbeck overeenkomsten met een aantal generieke producenten op grond waarvan zij de marktintroductie van generieke varianten van Lundbeck’s antidepressivum Citalopram zouden uitstellen in ruil voor een betaling. Op 8 september 2016 oordeelde het Gerecht dat deze zogenoemde Pay-for-Delay overeenkomsten tot doel hadden de mededinging te beperken. Het Gerecht laat zich in deze uitspraak onder meer uit over de werkingssfeer van het mededingingsrecht in octrooizaken, over het concept van potentiële concurrentie en over de vraag wanneer schikkingsovereenkomsten als strekkingsbeperking kunnen kwalificeren. Lundbeck heeft op 18 november 2016 tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij het Hof van Justitie.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Berend Jan Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

‘Elk nadeel heb z’n voordeel’: (bewijslast)problematiek rondom het passing-on verweer in kartelschadezaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden bewijslast, passing-on verweer, kartelschadezaken, schadeverweer, voordeelstoerekening
Auteurs Rogier Meijer en Erik-Jan Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest TenneT/ABB, de Richtlijn en de Implementatiewet ingegaan op de manier waarop wordt omgegaan met het bewijs in kartelschadezaken, in het bijzonder bij het passing-on verweer.


Rogier Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.

Erik-Jan Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

    Voorafgaand aan de benoeming van ministers (en staatssecretarissen in Nederland) van de landen in het Koninkrijk der Nederlanden vindt er een toetsing van de benoembaarheid plaats. Deze toetsing, ook wel aangeduid als screening, is in de afzonderlijke landen verschillend geregeld. De auteur bespreekt de overeenkomsten en verschillen van de screening die allen als doel hebben de integriteit van het bestuur in het Koninkrijk te waarborgen. De revue passeren aldus de wijze van benoeming van ministers, de vastlegging van de toetsing (variërend van een schrijven van de minister-president aan de Tweede Kamer tot een wet in formele zin in Curacao en Sint Maarten), de legaliteit van de verschillende regelingen maar ook de feitelijk uit te voeren onderzoeken en daaraan te verbinden conclusies. Afgesloten wordt met een aanbeveling tot uniformering van de screening in het Koninkrijk.


Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat/vennoot bij SMS Attorneys at Law te Curaçao en voorzitter van de redactie van het Caribisch Juristenblad (CJB).
Artikel

Ministeriabel – ministersbenoeming als een voor beroep vatbare beschikking

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2016
Trefwoorden ministeriabiliteit, screening, toetsing, ministers, integriteit
Auteurs Dr. R.S.J. Martha LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De Landsverordening integriteit (kandidaat-)ministers heeft de pennen aan het schrijven gekregen. Want levert de in de landsverordening bedoelde schriftelijke mededeling van het niet voordragen voor benoeming een beschikking op in de zin van de Lar? Kan een minister inzake een dergelijke medeling bij de burgerlijke of bestuursrechtelijke rechter terecht? En zo ja, hoe zal deze rechter daarmee om moeten gaan? In deze bijdrage en de drie daaropvolgende bijdragen zijn dr. Martha LLM, prof. mr. Rogier en dr. mr. Sybesma hierover in discussie.


Dr. R.S.J. Martha LLM
Dr. R.S.J. Martha LLM is oud-minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (1998-2002). Martha voert thans de leiding over Lindeborg Counsellors at Law te Londen (VK).

Prof. mr. J.M. Reijntjes
Prof. mr. J. Reijntjes is emiritus hoogleraar Strafrecht van de Universiteit van Curaçao.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is rechter in opleiding bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, standplaats Aruba.
Toont 41 - 60 van 475 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 23 24
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.