Zoekresultaat: 135 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Kartelhandhaving door de Europese Commissie in crisistijd: business as usual?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Kartelhandhaving, Crisiskartel, Boetevermindering, betalingsmodaliteit
Auteurs Mr. drs H.C.L. Hobbelen en Mr. V. Mussche
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een analyse van het kartelbeleid van de Commissie en arresten van het Gerecht van Eerste Aanleg en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen ten tijde van eerdere economische crisissituaties. In het bijzonder de volgende aspecten komen aan bod: (1) recente uitspraken van mededingingsautoriteiten over het kartelbeleid in de economische crisis; (2) hoe werden crisiskartels eerder beoordeeld onder artikel 81 van het EG-Verdrag; (3) werden in het verleden, en zo ja, onder welke omstandigheden, ‘crisiskortingen’ op kartelboetes toegestaan?; en (4) biedt het beleid van de Commissie met betrekking tot betalingsmodaliteiten van de boete ademruimte voor ondernemingen in moeilijkheden?


Mr. drs H.C.L. Hobbelen
Mr. drs. H.C.L. Hobbelen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Mr. V. Mussche
Mr. V. Mussche is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Jurisprudentie

T-Mobile e.a./NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden onderling afgestemde feitelijke gedraging, mededingingsbeperkende strekking, informatie-uitwisseling tussen concurrenten, bewijsvermoeden causaal verband
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juni 2009 beantwoordde het Hof van Justitie prejudiciële vragen in de zaak van de mobiele operators (zaak C-8/08, T-Mobile e.a./NMa). De eerste vraag van het CBb had betrekking op de uitleg van het begrip onderling afgestemde feitelijke gedraging (oafg) met mededingingsbeperkende strekking. Volgens het Hof heeft een oafg een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij concreet de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt concreet kan beperken. Uitwisseling van informatie tussen concurrenten heeft een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij onzekerheden over voorgenomen gedrag kan wegnemen. De tweede en derde vraag van het CBb betroffen de toepassing van het zogenoemde Anic-bewijsvermoeden met betrekking tot het causaal verband tussen afstemming en daaropvolgend marktgedrag. Volgens het Hof is dit bewijsvermoeden een regel van materieel recht. Het bewijsvermoeden mag bij elke oafg worden toegepast.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Artikel

De beleidsregels combinatieovereenkomsten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden combinatieovereenkomsten, Besluit Vrijstellings Combincatieovereenkomsten (BVC), combinatievorming, beleidsregels
Auteurs Mr. M.A. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 oktober 2009 zijn de beleidsregels van de minister van Economische Zaken (EZ) inzake combinatieovereenkomsten in werking getreden.1x Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009. Deze beleidsregels zijn tot stand gekomen na een jarenlange discussie welke regels het oude Besluit Vrijstelling Combinatieovereenkomsten (BVC) zouden moeten vervangen. Bovendien zijn de beleidsregels bedoeld om de scheiding tussen de vorming van het mededingingsbeleid door EZ en de uitvoering door de NMa aan te scherpen. Positief is dat de minister is afgestapt van de wantrouwige en restrictieve benadering van combinatievorming die het beleid jarenlang heeft gekenmerkt. Op grond van de beleidsregels zullen combinatieovereenkomsten alleen in uitzonderlijke gevallen niet zijn toegestaan. Minder positief is dat de beleidsregels weinig toevoegen aan de Europese richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten en nauwelijks concrete handvatten bieden.

Noten

  • 1 Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009.


Mr. M.A. de Jong
Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy.

    Hoogspanningsleidingen nabij scholen. Begrip ‘bestaande situatie’.

Artikel

Driekwart van de heersende leer over vervaltermijnen is onjuist

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden verval, verjaring, ambtshalve toepassing, stuiting
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat betreft vermogensrechtelijke vervaltermijnen zijn drie van de vier traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring onhoudbaar: (1) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (2) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (3a) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten.Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet; (3b) voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
Mr. dr. J.L. Smeehuijzen is universitair docent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 28 van zijn dissertatie De bevrijdende verjaring (VU 2008).
Artikel

Beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg en relatieve nietigheid als mogelijke rechtsgevolgen van beslag

Blijven wij na HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 (Forward/Huber) en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376 (Ontvanger/mr. De Jong q.q.) gevangen in het denkkader van het burgerlijk recht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg, relatieve nietigheid, rechtsgevolg beslag
Auteurs Mr. D.J. van der Kwaak
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag wat het rechtsgevolg van een beslag inhoudt, zijn de afgelopen decennia veel opvattingen naar voren gebracht. In twee recente arresten (HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376) lijkt de Hoge Raad uitdrukkelijk afstand te nemen van de opvatting dat beslag tot (relatieve) beschikkingsonbevoegdheid leidt. Maar hoe is het rechtsgevolg van een beslag dan wel te begrijpen? Met name wordt bezien of sprake is van zaaksgevolg of van relatieve nietigheid, waarbij aandacht wordt besteed aan de verhouding tussen het burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht.


Mr. D.J. van der Kwaak
Mr. D.J. van der Kwaak is raadsheer in het Hof Amsterdam.
Artikel

De aansprakelijkheid van de werkgever voor personeelsactiviteiten en een verkenning van de grenzen van de aansprakelijkheid van de werkgever op grond van art. 7:611 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden aansprakelijkheid, werkgeversaansprakelijkheid, art. 7:611 BW, bedrijfsuitje, goed werkgeverschap
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. A.E. Krispijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het gebied van werkgeversaansprakelijkheid was 2008 zonder twijfel het jaar van de aansprakelijkheid voor verkeersongevallen op grond van art. 7:611 BW. De verkeersongevallenjurisprudentie maakt niet duidelijk of en, zo ja, onder welke voorwaarden art. 7:611 BW ook in andere situaties tot een vergoedingsplicht zou kunnen leiden. In het te bespreken arrest van 17 april 2009 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over een ongeval tijdens een personeelsactiviteit. ‘Goed werkgeverschap’ blijkt niet alleen tot een verzekeringsplicht te kunnen leiden, maar ook tot een zorg- en preventieplicht. Het arrest geeft aanleiding voor een algemene verkenning van (de grenzen van) de rol van art. 7:611 BW.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. A.E. Krispijn
Mr. A.E. Krispijn is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Mediation: de omvang van de getuigplicht van de mediator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden mediation, verschoningsrecht, geheimhouding, waarheidsplicht, bewijsovereenkomst
Auteurs Mr. I. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad een voor de mediationpraktijk belangrijk arrest gewezen door zich uit te spreken over de omvang van de getuigplicht van de mediator. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de methoden die in de mediationpraktijk zijn ontwikkeld om het vertrouwelijke karakter van een mediation te beschermen. Vervolgens wordt het arrest van de Hoge Raad besproken, waarin deze zich uitlaat over de wijze waarop deze methoden moeten worden gehanteerd. Tot slot wordt ingegaan op de vraag wanneer het vertrouwelijke karakter van de mediation lijkt te kunnen worden doorbroken.


Mr. I. Brand
Mr. I. Brand is werkzaam als rechter-in-opleiding bij de Rechtbank Den Haag.

    In this article the author summarizes the main arguments for and notions of a maximalist conception of restorative justice, as developed in his latest book: Restorative Justice, Self-interest and Responsible Citizenship.While using a rather limited, goal-oriented definition of RJ as ‘an option for doing justice after the occurrence of an offence that is primarily oriented towards repairing the individual, relational and social harm caused by that offence’, Walgrave aims at developing a full blown alternative for penal justice. In the restorative system it should also be possible to impose sanctions, when deliberative processes of mediation and conferencing are not feasible, although the latter have, of course, the greatest chance of achieving restoration.The sanctions of restorative justice are not punishments, because any intention to impose suffering is lacking at the side of the sentencing authorities. But RJ can be seen as a form of inverted retributivism, in the sense that the offender pays his dues back to the victim and the society, to a degree that has to be acceptable to all involved, and seeking a fair amount of proportionality that does not impose unrealistic or unfair obligations. Principles of due process of law should be adapted to fit the restorative process. The high degree of participation in restorative justice serves democracy and so should criminology, by studying the ways in which social capital can be increased.The concept of ‘common self-interest’ is explained as the fundamental understanding that self-interests are best served by serving the common self-interest in as far as that provides full possibilities of deployment to everyone.


Lode Walgrave
Lode Walgrave is emeritus hoogleraar (jeugd)criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven en redactielid van dit tijdschrift.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Prof. mr. T.R. Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat en compagnon by Allen & Overy LLP en deeltijd hoogleraar Europees recht en mededingingsrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Artikel

De WOB en de Eurowob in het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Wob, Eurowob, Verordening (EG) nr. 1049/2001, toegang tot documenten, civiele handhaving
Auteurs Mr. L. Haasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot documenten op grond van de Wob en de Eurowob kan een belangrijke rol gaan spelen in mededingingsprocedures, bijvoorbeeld bij de bewijsvergaring in civiele procedures gebaseerd op het mededingingsrecht. Het daadwerkelijke belang van de openbaarheidsregimes zal afhangen van de interpretatie van de uitzonderingsgronden, op basis waarvan toegang tot documenten mag worden geweigerd. Dit artikel bespreekt de interpretatie van deze uitzonderingsgronden uit de jurisprudentie en beschikkingenpraktijk in voor het mededingingsrecht belangrijke potentiële toepassingen van de openbaarheidsregimes. Aan de hand hiervan zal een inschatting worden gegeven van de mogelijkheden en risico’s van toepassing van de openbaarheidsregimes in het mededingingsrecht


Mr. L. Haasbeek
Mr. L. Haasbeek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

De ‘gereglementeerde markt’ en het toepassingsbereik van de verplicht bod-regeling

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2009
Trefwoorden gereglementeerde markt, verplicht bod, MiFID, overnamerichtlijn, toepassingsbereik
Auteurs Mr. drs. H.J. Teerink en mr. drs. G. Koeman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de rechtsonzekerheid die bestaat ten aanzien van het toepassingsbereik van de verplicht bod-regeling. Zij behandelen daarbij de achtergrond en geschiedenis van de relevante wet- en regelgeving en doen een aanbeveling aan de wetgever om de wettekst aan te passen.


Mr. drs. H.J. Teerink
Mr. drs. H.J. Teerink is advocaat bij Clifford Chance te Londen.

mr. drs. G. Koeman
Mr. drs. G. Koeman is advocaat bij Clifford Chance te Londen.
Artikel

De Eerste Kamer en wetgeving: geen hoofdrolspeler, maar wel de belangrijkste bijrol

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Eerste Kamer, directe beïnvloedingsmogelijkheden, indirecte beïnvloedingsmogelijkheden, wetgevingsproces
Auteurs Mr. R.H. van de Beeten
SamenvattingAuteursinformatie

    De Senaat concentreert zich meer op zijn kerntaak en dat brengt als vanzelf een grote aandacht mee voor aspecten van wetgeving vanuit een meer op metaniveau geformuleerde visie op wetgeving. Dat raakt het rechtssysteem als zodanig, de rechtsstatelijkheid, maar ook de uitvoerbaarheid van en het draagvlak voor wetgeving. Er liggen verschillende lijnen vanuit het verleden die de Eerste Kamer ook de komende jaren kan doortrekken, terwijl nieuwe onderwerpen zich aandienen. Gevraagd is niet louter ad-hocbeoordeling van concrete wetsvoorstellen, maar juist een samenhangende aanpak. De uitvoering van zo’n samenhangende aanpak vereist een strategische rol van de Eerste Kamer, die daarbij eerder bondgenoot van de minister van Justitie en wetgevingsdirecties kan zijn dan tegenspeler. De Senaat zal op welgekozen momenten ertoe over moeten gaan om ook de directe beïnvloedingsmiddelen van verwerping en novelle aan te wenden ter realisering van de meer strategische doelen. Op deze wijze kan van de belangrijkste bijrol in het wetgevingsproces tevens een aanzienlijke regie uitgaan.


Mr. R.H. van de Beeten
Mr. R.H. van de Beeten is sinds 2000 lid van de CDA-fractie in de Eerste Kamer. Hij is tevens lid van een advocatenmaatschap in Zevenaar. RM.AERDT@wxs.nl
Artikel

Bejaarde gedetineerden in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2009
Trefwoorden bejaarde gedetineerden, gevangeniswezen, strafbeleving
Auteurs Andries Zoutendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het aantal bejaarde gedetineerden is de laatste jaren sterk toegenomen en vanwege de vergrijzing zal dit aantal de komende jaren verder stijgen. Het detineren van bejaarden vormt voor het gevangeniswezen een uitdaging. In dit artikel wordt beschreven hoe het gevangeniswezen met deze populatie omgaat en hoe de bejaarde gedetineerden hun straf ervaren, met onder andere aandacht voor de veiligheidsbeleving, dagbesteding, contacten met medegedetineerden en PIW’ers, gezondheid en medicijngebruik.


Andries Zoutendijk
Andries Zoutendijk is bijzonder wetenschappelijk medewerker bij het Leuvens Instituut voor Criminologie, Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

Slavernijachtige uitbuiting in Nederland en de rol van cultuur

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2009
Trefwoorden cultureel verweer, uitbuiting, mensenhandel
Auteurs Anne Bogaerts, Heleen de Jonge van Ellemeet en Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de toenemende culturele diversiteit in Nederland is te verwachten dat steeds meer niet-westerse verdachten zich in een strafzaak beroepen op hun cultuur. Op basis van dossieronderzoek en interviews is onderzocht in hoeverre overige uitbuitingszaken (een vorm van mensenhandel ex art. 273s Sr) culturele strafzaken zijn en hoe rechters hiermee omgaan. De resultaten laten zien dat rechters worstelen met culturele verweren bij overige uitbuitingszaken: enerzijds willen zij rekening houden met de culturele achtergrond van de dader, maar anderzijds dient aan de hand van Nederlandse normen te worden vastgesteld of er sprake is van mensenhandel.


Anne Bogaerts
Anne Bogaerts studeerde criminologie aan de Universiteit Leiden en werkt nu bij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD).

Heleen de Jonge van Ellemeet
Heleen de Jonge van Ellemeet was onderzoeker bij Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel (BNRM) en is nu werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad.

Joanne van der Leun
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden.
Artikel

Vijf keer televisie, films en boeken – het cultuurbelang in het Gemeenschapsrecht anno 2009

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8-9 2009
Trefwoorden cultuurbelang, must-carry, pluriformiteit, prejudiciële uitspraken
Auteurs Mr. H.S.J. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden vijf arresten uit de periode van december 2007 tot april 2009 besproken. Deze vijf arresten hebben gemeen dat zij alle betrekking hebben op het nationale cultuurbeleid en de bescherming van de taal en de pluriformiteit. Uit de analyse van de vijf besproken arresten blijkt dat het inroepen van het cultuurbelang in het Gemeenschaprecht anno 2008/2009 in principe niet leidt tot een alternatieve toepassing van het Gemeenschapsrecht. Slechts met betrekking tot gerechtvaardigde culturele, taal- of pluriformiteitsgerelateerde eisen die een ‘inherent’ bevoordelend effect hebben, zoals een taaleis ter bescherming van de nationale of officiële taal, of de plicht lokaal nieuws te brengen ter bescherming van de pluriformiteit, wordt een bijzondere positie geaccepteerd. In dergelijke gevallen is immers onvermijdelijk dat marktdeelnemers die in de betreffende lidstaat zijn gevestigd gemakkelijker aan de gestelde eisen kunnen voldoen dan marktdeelnemers die daarbuiten zijn gevestigd.


Mr. H.S.J. Albers
Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma, Brussel.
Artikel

Eurojust en het Europees Justitieel Netwerk, ‘makelaars’ in (straf)zaken betreffende opsporing en vervolging van ernstige, georganiseerde, grensoverschrijdende criminaliteit binnen de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8-9 2009
Trefwoorden Eurojust, internationale rechtshulp, Europees Justitieel Netwerk, Europees Openbaar Ministerie, Europees strafrecht
Auteurs Mr. A.B. Vast en Mr. J.C.J.G.B. Kuitert
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zal, na een opmaat vanuit enkele Europese beleidskaders, worden ingegaan op de organisatie en het werk van het Europees Justitieel Netwerk (EJN), en van Eurojust (EJ), het orgaan voor strafrechtelijke justitiële samenwerking van de Europese Unie.<http//:www.eurojust.europa.eu><http://www.ejn-crimjust.europa.eu>


Mr. A.B. Vast
Mr. A.B. Vast is Nationaal Vertegenwoordiger voor Nederland bij Eurojust.

Mr. J.C.J.G.B. Kuitert
Mr. J.C.J.G.B. Kuitert is plv. Nationaal Vertegenwoordiger voor Nederland bij Eurojust.
Artikel

Het Wetsvoorstel Markt & Overheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2009
Trefwoorden mededingingswet, overheid, gedragsregels, concurrentie, staatssteun
Auteurs Mr. R.W. de Vlam
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel tot aanpassing van de Mededingingswet ter invoering van gedragsregels voor overheden wanneer deze zich op de markt begeven (Wetsvoorstel Markt & Overheid). De auteur staat stil bij de voorgeschiedenis en de inhoud van het wetsvoorstel en plaatst daarbij enkele kanttekeningen.


Mr. R.W. de Vlam
Mr. R.W. de Vlam is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Governance in de gezondheidszorg

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2009
Trefwoorden governance-mechanismen, intramurale sector, maatschappelijke onderneming, Wet cliëntenrechten zorg
Auteurs Mr. drs. D.F.A. Mollema
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage besteedt de auteur aandacht aan governance-mechanismen binnen de gezondheidszorg en de invoering van de nieuwe Wet cliëntenrechten zorg.


Mr. drs. D.F.A. Mollema
Mr. D.F.A. Mollema is werkzaam als kandidaat-notaris bij Stibbe.

    Advies van welstandscommissie. In beginsel doorslaggevende betekenis tenzij aanvrager een tegenadvies overlegt dan wel gemotiveerd heeft aangevoerd dat het advies in strijd met de welstandsnota is.

Toont 41 - 60 van 135 gevonden teksten
1 3 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.