In het arrest Doka/Kalmijn q.q. heeft de Hoge Raad de vraag of art. 39 lid 1 Fw ook van toepassing is op de huur van roerende zaken bevestigend beantwoord. In hun bijdrage onderzoeken de auteurs de praktische consequenties van het arrest voor de verhuur van roerende zaken in geval van faillissement van de huurder. |
Zoekresultaat: 68 artikelen
Jaar 2015 xArtikel |
De reikwijdte van art. 39 FwEen analyse van HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:42, NJ 2015/43 (Doka/Kalmijn q.q.) |
Tijdschrift | Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2015 |
Trefwoorden | art. 39 Fw, faillissement huurder, huur van roerende zaken, huur van vermogensrechten, leegstandschade |
Auteurs | Mr. H.V. Schulte en Mr. D.J.M. Kulk |
SamenvattingAuteursinformatie |
Artikel |
De nieuwe arbitragewet en de beoordeling van exhibitieverzoeken |
Tijdschrift | Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2015 |
Trefwoorden | arbitrage, exhibitieverzoeken, IBA Rules, art. 1040 lid 2 Rv, art. 162a Rv |
Auteurs | Mr. T. Stouten |
SamenvattingAuteursinformatie |
Het nieuwe art. 1040 lid 2 Rv voorziet in een regeling voor exhibitieverzoeken in arbitrage. De uitleg van dit nieuwe artikel wordt mede beïnvloed door het toekomstige art. 162a Rv (de opvolger van art. 843a Rv). Tussen beide artikelen bestaan verschillen. In tegenstelling tot art. 162a Rv stelt art. 1040 lid 2 Rv niet het rechtmatig-belangvereiste, terwijl dit onnodig gebruik van het exhibitieverzoek kan voorkomen. In internationale arbitrageprocedures zullen partijen moeten bekijken of het liberalere art. 1040 lid 2 Rv niet voordeliger kan uitpakken dan de IBA Rules. |
Artikel |
Overzicht herschikking EEX-Verordening (Brussel I) |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015 |
Auteurs | Mr. M. Zilinsky |
Jurisprudentie |
Familieprocesrecht |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015 |
Auteurs | Mr. E.L. Schaafsma-Beversluis |
Jurisprudentie |
Hoger beroep |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015 |
Auteurs | Mr. drs. F.J.P. Lock |
Artikel |
Het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht: kanttekeningen vanuit de procespraktijk |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015 |
Trefwoorden | wetsvoorstel KEI, procesinleiding, mondelinge behandeling, afschaffing rol, mondelinge uitspraak |
Auteurs | Mr. K. Teuben en Mr. K.J.O. Jansen |
SamenvattingAuteursinformatie |
Deze bijdrage behelst een – deels kritische – analyse van het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, vanuit het perspectief van de procespraktijk. Centraal staan de procedurele wijzigingen die het wetsvoorstel (naast digitalisering) teweegbrengt. De auteurs concluderen dat het wetsvoorstel enkele belangrijke praktijkvragen onbeantwoord laat en op verschillende punten niet leidt tot een vereenvoudiging, maar eerder tot (onnodige) complicatie van het civiele proces. Zij doen enkele suggesties ter verduidelijking en verbetering van het voorstel. |
Artikel |
Wwz in praktijk, een voorspelling in open debat tussen rechterlijke macht en advocatuur |
Tijdschrift | Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | Wwz, Ontslagrecht, Debat, Procesrecht, VRAA |
Artikel |
Praktijkervaring met een cao-commissie |
Tijdschrift | Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | ABN AMRO, afwijking cao, Ontslagcommissie, Geschillenregeling, sociaal plan |
Auteurs | Mr. A.H. Van Empel en Mr. R. Hansma |
Auteursinformatie |
Artikel |
De onwenselijkheid van de toepassing van de klachtplicht uit art. 6:89 BW op vorderingen ex art. 2:9 BW: een dogmatisch en praktisch perspectief |
Tijdschrift | Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015 |
Trefwoorden | Klachtplicht, bestuurdersaansprakelijkheidsvordering, art. 6:89 BW, art. 2:9 BW, art. 2:8 BW |
Auteurs | Mr. A.J. Rijsterborgh en Mr. Z.D. Veldhoen |
SamenvattingAuteursinformatie |
De auteurs betogen dat de klachtplicht van art. 6:89 BW niet dient te worden toegepast op vorderingen ex art. 2:9 BW. Zij menen dat dogmatische én praktische bezwaren hieraan in de weg staan. De rechter dient zich bij interne bestuurdersaansprakelijkheidsvorderingen te beperken tot de toepassing van art. 2:8 BW. |
Artikel |
Lang verwacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen: de definitieve richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken |
Tijdschrift | Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015 |
Trefwoorden | kartelschade, inbreuk op mededingingsrecht, aansprakelijkheid, richtlijn betreffende schadevorderingen, schadevergoeding |
Auteurs | Mr. dr. E.-J. Zippro en Mr. dr. R. Meijer |
SamenvattingAuteursinformatie |
Op 26 november 2014 is de Europese richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. In deze bijdrage geven de auteurs een overzicht van de richtlijn en wordt de richtlijn vergeleken met het huidige Nederlandse recht, waarbij de auteurs aangeven of het Nederlandse recht naar hun mening dient te worden aangepast om de richtlijn te implementeren. |
Jurisprudentie |
De zaak Robert M. in cassatie. De ouders van de slachtoffers als benadeelde partij in het strafproces: hun verplaatste schade en proceskostenHR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2668, in cassatie op Hof Amsterdam 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885 |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | Robert M., benadeelde partij, art. 592a Sv, verplaatste schade, slachtoffers |
Auteurs | Mr. A.H. Sas |
Auteursinformatie |
Praktijk |
Private enforcement van het mededingingsrecht: de toekomst van schadevergoedingsprocedures voor kartelschade in Nederland |
Tijdschrift | Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | private enforcement, private handhaving van het mededingingsrecht, civiele schadevergoedingsacties wegens kartelschade |
Auteurs | J. Houdijk en T. Schäfers |
SamenvattingAuteursinformatie |
De handhaving c.q. afdwinging van (de normen van) het mededingingsrecht kent een duale uitwerking. Deze kenmerkt zich namelijk door een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke dimensie. De publiekrechtelijke handhaving is in handen van de nationale mededingingsautoriteiten, zoals de Autoriteit Consument & Markt in Nederland, en van de Europese Commissie binnen de Europese Unie. Publiekrechtelijke interventie heeft tot dusver steeds voorop gelopen binnen de Europese Unie en binnen de EU-lidstaten. Privaatrechtelijke handhaving, dan wel private enforcement, is echter aan een opkomst bezig: het betreft hier de toepassing van mededingingsrechtelijke normen in geschillen tussen private partijen, in het bijzonder in procedures die draaien om schadeverhaal ten aanzien van schade die een onderneming heeft geleden door de kartelgedragingen van andere marktpartijen. De opkomst van het fenomeen van private enforcement van het mededingingsrecht is recent kracht bij gezet door nieuwe regelgevingsinitiatieven van de Europese Commissie. In de Nederlandse rechtspraak zijn inmiddels de eerste schadevergoedingszaken vanwege (gestelde) kartelschade aanhangig. Ondanks deze initiatieven staat private enforcement van het mededingingsrecht in Nederland nog in de kinderschoenen: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog vele stappen te zetten alvorens het is uitgegroeid tot een volwassen rechtsgebied. Denk hierbij aan de vaststelling c.q. berekening van geleden schade. Ook op het vlak van de organisatie en financiering van claim(procedure)s zijn interessante ontwikkelingen gaande in de vorm van voorstellen tot nieuwe Nederlandse wetgeving op het gebied van de ‘class action’. |
Artikel |
Tenietgaan van pandrecht na verjaring gezekerde vordering verhinderd door de redelijkheid en billijkheid?HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3463 |
Tijdschrift | Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2015 |
Trefwoorden | pand/pandrecht, hypotheek/hypotheekrecht, verjaring, redelijkheid en billijkheid, tenietgaan van beperkte rechten |
Auteurs | Mr. H.M. van Kessel |
SamenvattingAuteursinformatie |
Art. 3:323 lid 1 BW schrijft voor dat een pand- of hypotheekrecht tenietgaat door verjaring van de gezekerde vordering. In de hier besproken zaak oordeelde de Hoge Raad dat de redelijkheid en billijkheid in de verhouding tussen de derdenpandgever en de schuldeiser-pandhouder aan het rechtsgevolg van art. 3:323 lid 1 BW in de weg stond. In zijn analyse van het arrest bespreekt de auteur of ook onaanvaardbaarheid van het beroep op verjaring in de verhouding schuldenaar-schuldeiser het rechtsgevolg van tenietgaan van het pandrecht zou moeten kunnen verhinderen. |
Artikel |
When it takes thousands to tangoOver de buitengerechtelijke collectieve afwikkeling van massaschade in Nederland en België |
Tijdschrift | Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | mass damage claims, collective settlement, high profile mediation, shadow of the settlement, 2013 European Commission Recommendation on settling mass damage claims (informal mechanisms) |
Auteurs | Rob Jagtenberg en Stefaan Voet |
SamenvattingAuteursinformatie |
In this article the authors compare Belgian and Dutch (draft) regulation of mass damage claims, and notably the prominent place reserved for the collective amicable settlement of such claims. Though collective action for the recovery of damage is still not possible in the Netherlands, Dutch law does provide for the possibility of the court endorsing collectively agreed settlements, since 2005. One of most notorious settlements, i.e. the Dexia case, is discussed, illustrating how individual victims may retain their standing to sue in court, although in such cases the courts show a tendency to cling to the terms of the collective settlement just the same (‘reflex effect or shadow of the settlement’). Mediation in brokering such high profile settlements does not necessarily follow the vested principles of mediation in ‘regular’ one to one disputes. |
Casus |
De mediationovereenkomst: recente rechtspraak vs. wetsvoorstel mediation |
Tijdschrift | Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2015 |
Auteurs | Thabiso van den Bosch |
Auteursinformatie |
Artikel |
Modernisering van de arbitragewetgeving |
Tijdschrift | Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | Arbitrage, Scheidsgerecht, Uncitral, Modernisering Arbitragewetgeving |
Auteurs | Thabiso van den Bosch |
SamenvattingAuteursinformatie |
On 1 January 2015 a new arbitration act entered into force in the Netherlands. This article discusses the main amendments to the old legislation. The purpose of this new act is to improve the efficiency and flexibility of the arbitration process. Partially, the changes consist of codification of existing case law. However, also new elements are introduced such as for example the possibility of remission. Another reason for this revision of the arbitration legislation is to make the Netherlands internationally more attractive as an arbitration venue. |
Jurisprudentie |
Civiele jurisprudentie van GEA en GHvJ |
Tijdschrift | Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2015 |
Auteurs | Mr. Jan de Boer |
Auteursinformatie |
Artikel |
Autonomie: geen recht zonder verantwoordelijkheid |
Tijdschrift | Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | Koninkrijksrecht, staatsstructuur, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, Koninkrijksaangelegenheden, autonomie |
Auteurs | Mr. R.R. Santos do Nascimento |
SamenvattingAuteursinformatie |
In de 21ste eeuw blijkt meer dan ooit dat verzorging van het algemeen welzijn een verantwoordelijkheid is die staten niet onafhankelijk kunnen dragen. Dit brengt de noodzaak van steeds meer onderlinge afstemming en samenwerking met zich. Tegen deze achtergrond onderzoekt de auteur hoe de autonomie van de Caribische Landen binnen het Koninkrijk moet worden opgevat, waarbij hij tot de conclusie komt dat de belangen van burger en Koninkrijk met zich brengen dat autonomie begrepen moet worden als meer dan enkel een recht dat Nederland dient te eerbiedigen: autonomie is ook en vooral een plicht met de daaraan noodzakelijk gekoppelde verantwoordelijkheden. |
Artikel |
Uitkeringen door BV’s na 1 oktober 2012. Verouderde statuten in het licht van vernieuwde wetsartikelen |
Tijdschrift | Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | uitkering, statuten, overgangswet, wijziging, artikel 2:216 BW |
Auteurs | K. Althaus LL.M. Mr. |
SamenvattingAuteursinformatie |
Deze bijdrage gaat over de vraag welke uitkeringsregels gelden voor een BV met statuten waarin de uitkeringsregels van artikel 2:216 BW (oud) staan, terwijl de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht en de Overgangswet NBW van kracht zijn. Zijn dat de oude uitkeringsregels zoals opgenomen in de statuten, of de nieuwe wettelijke regels? |
Artikel |
Digitalisering van de civiele procedure: gevolgen voor de procespraktijk |
Tijdschrift | Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015 |
Trefwoorden | digitaal procederen, kostenbesparing, termijnen, vereenvoudigde indiening processtukken, verzending en ontvangst |
Auteurs | Mr. H.W. Wefers Bettink |
SamenvattingAuteursinformatie |
Het wetsontwerp Vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht, dat op 20 oktober 2014 bij de Tweede Kamer is ingediend, introduceert onder meer een nieuwe basisprocedure in eerste instantie voor het civiele recht en maakt digitalisering van de procedure mogelijk. (Kamerstukken II 2014/15, 34059, 2 (wetsvoorstel) en 3 (MvT). Het wetsvoorstel bevat ook bepalingen om volledig digitaal procederen in het bestuursrecht mogelijk te maken. Deze blijven in deze bijdrage buiten beschouwing.) In 2013 is een voorontwerp als consultatiedocument gepubliceerd. Blijkens de memorie van toelichting heeft de consultatie geleid tot een groot aantal aanpassingen zonder dat overigens het wezen van de voorstellen is aangetast. In deze bijdrage wordt ingegaan op enkele gevolgen van de voorgestelde digitalisering van de civiele procedure voor de procespraktijk. |