Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 724 artikelen

x
Artikel

Access_open Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden disproportionate minority contact, DMC, juvenile justice, ethnicity, adolescents
Auteurs Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In the United States, the term disproportionate minority contact (DMC) is used to refer to the disproportionate number of minority youth who come into contact with the juvenile justice system. Statistics on DMC in the United States put the issue on the political agenda and measures have been taken to reduce the inequality. In the Netherlands, there are some studies on the representation of ethnic minority groups in suspect statistics, but data regarding all ethnic groups at various stages of the juvenile justice chain are lacking. Due to this lack of information, DMC is not mentioned in Dutch research literature and is not a political issue. Therefore, the purpose of this article was to explore whether DMC existed in the Netherlands and whether elements of the US policy could be applied to the Dutch situation. To investigate this, the likelihood (odds ratio (OR)) was calculated for young people with a migration background to be registered and held as a suspect, to participate in an alternative punishment program (Halt) and their likelihood of incarceration. It turned out that the OR for young people with a non-Western migration background to be registered as a suspect was more than three times as high, with an OR of 5 or higher for some ethnic groups. The chances of a Halt-settlement were much lower for young people with a non-Western background. The odds of ending up in a youth prison was over six times higher for youngsters with a non-Western background compared to their Dutch native peers. For young people of Caribbean and Moroccan origin the likelihood was more than ten times higher. These results showed that DMC is present at all examined stages in the Dutch juvenile justice chain. The large overrepresentation of young people with a migration background (especially of Moroccan and Caribbean origin) shows that further research is needed in order to develop programs to reduce DMC. To establish this, it is important to register the ethnic origin of the individuals at all stages of the juvenile justice chain.


Dr. Albert Boon
Dr. A.E. Boon is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij Curium-LUMC, de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Universiteit Leiden.

Melissa van Dorp MSc
M. van Dorp, MSc is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij de Academische Werkplaats Risicojeugd.

Drs. Sjouk de Boer
Drs. S.B.B. de Boer is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep).
Onderzoeksnotities

Verschillen in steekproeven verkregen via offline en online afnamemodi binnen de context van zelfrapportageonderzoek naar jeugddelinquentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden juvenile delinquency, mode, CAWI, CAPI/CASI, self-report
Auteurs Dr. Marinus Beerthuizen, Prof. dr. Barry Schouten, Dr. Josja Rokven e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines whether samples obtained through offline and online modes, within the context of juvenile delinquency research, differ from one another, when in principle the same population of youths could be reached. Youths participating through a computer-assisted web interviewing mode (CAWI) report less delinquent behaviour, fewer risk factors for delinquency, and exhibit a lower prevalence in police registration, compared to youths participating through a mixed computer-assisted personal interviewing and computer-assisted self-interviewing mode (CAPI/CASI).


Dr. Marinus Beerthuizen
Dr. M.G.C.J. Beerthuizen is onderzoeker bij het WODC.

Prof. dr. Barry Schouten
Prof. dr. J.G. Schouten is methodoloog bij het CBS en hoogleraar bij de Universiteit Utrecht.

Dr. Josja Rokven
Dr. J.J. Rokven is onderzoeker bij het WODC.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G. Weijters is senior onderzoeker bij het WODC.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senior onderzoeker bij het WODC.
Artikel

God migreert in Nederland

Maatschappelijke trends met betrekking tot religie en de gevolgen voor (rooms-katholieke) migrantengemeenschappen

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden migrantenkerken, secularisatie, Rooms-Katholieke Kerk
Auteurs Dr. Erik Sengers
SamenvattingAuteursinformatie

    The future of catholic migrant communities in the Netherlands depends on the broader social trends and their impact on religious communities. Four trends are discussed in this paper: general secularization that affects especially the mainline churches, enlargement of scale of organization that diminishes the parish commitment of members, the bricolage of religious behavior that implies that believers make choices about their commitment to one or more religious traditions, and finally the general debates about religion in post-secular society. These trends provide threats and opportunities to migrant communities, but also pose these for dilemmas.


Dr. Erik Sengers
Dr. E. Sengers S.T.D. promoveerde in de sociale wetenschappen en theologie. Hij is werkzaam als postdoc aan de Tilburg School of Theology en als docent in het hoger onderwijs. Van 2003-2017 was hij werkzaam als stafmedewerker Dienst Caritas van het bisdom Haarlem-Amsterdam.
Artikel

God blijft in Nederland

Kerkgemeenschappen van rooms-katholieke migranten in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden migrantenparochie, rooms-katholieke migranten, Rooms-Katholieke Kerk, Poolse parochies
Auteurs Dr. Jorge E. Castillo Guerra
SamenvattingAuteursinformatie

    The first national research into church formation among Roman Catholic migrants in the Netherlands dates from the year 2006. Since then many changes took place within these communities. However, there is not a single institution that collects their addresses and data. Policymakers, scholars or journalists do not have access to recent information. Based on questions about their development and composition, this article updates information about these church communities and places them in a broader historical context. One of the most significant findings in this article concerns the stability of their regular parishioners, that contrasts with the national trend in Roman Catholic Church, which is constantly dealing with a declining amount of members.


Dr. Jorge E. Castillo Guerra
Dr. J.E. Castillo Guerra is universitair docent aan de masterspecialisatie Religie en Beleid van de faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen. Hij promoveerde aan de RU Nijmegen op een proefschrift over Jon Sobrino’s ecclesiologie van de bevrijding in El Salvador (2001). Zijn onderzoek richt zich op migrantenchristenen in Nederland en op theologie van de migratie.

Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Impressies

Eenzijdig gerichte rechtshandeling of overeenkomst? Dat verdient uitleg!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Uitleg, Eenzijdige rechtshandeling, Parkking, Kwalificatie, Wilsverklaring.
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de uitleg van een eenzijdige rechtshandeling, neergelegd in een brief tussen zakelijke partijen (het ‘Parkking-arrest’). Deze bijdrage behandelt de vraag of de Hoge Raad met het Parkking-arrest een ‘nieuwe uitlegmaatstaf’ heeft ontwikkeld voor de uitleg van eenzijdige rechtshandelingen.
    In het vervolg van deze bijdrage wordt toegelicht hoe de kwalificatie van een eenzijdig opgesteld document (als eenzijdige rechtshandeling of als onderdeel van een meerzijdige rechtshandeling) een uitlegdiscussie zou kunnen beïnvloeden. Een juiste kwalificatie is van belang voor het vertrekpunt van de uitleg, de relevante gezichtspunten bij de uitleg, toepasselijke rechtsregels, rechtsgevolgen en het gewicht dat aan de ene of de andere omstandigheid wordt toegekend. Dat antwoord kan dan weer van belangrijke invloed zijn op een (voorlopig) bewijsoordeel en – bij gevolg – tot een andere uitkomst leiden in een procedure.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij HVG Law LLP.
Uit het veld

De algoritmische waakhond

Datagedreven mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden algoritme, detectie, mededinging, datagedreven, toezicht
Auteurs Jan Sviták en Erik Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op de vraag hoe een mededingingsautoriteit datagedreven technieken kan inzetten om effectiever te worden. Machine learning is in de laatste jaren enorm populair geworden, levert vaak snel goede resultaten op en vormt de basis voor succes van vele e-commerce-bedrijven die (bijna) dagelijks machine learning-algoritmes toepassen om de optimale prijzen te bepalen van al hun producten, gegeven historische transacties die concurrenten aanbieden en gelet op de omvang van de eigen voorraad. Machine learning is echter alleen geschikt voor specifieke vraagstukken. Het verschil tussen causaliteit en voorspelkracht speelt daarbij een belangrijke rol. Vaak past een ‘ouderwetse’ statistische analyse beter bij de onderzoeksvraag over oorzaak en gevolg. Voorbeelden van nuttige toepassingen van machine learning-technieken zijn voorspellingsmodellen en verkennende data-analyse, die op nieuwe inzichten kan wijzen of bepaalde gebeurtenissen kan signaleren. Wij bespreken een simpel algoritme toegepast op detectie van veranderingen in prijsdata en laten zien hoe dit tijdrovende handmatige analyses kan vervangen. Een mededingingsautoriteit kan soortgelijke algoritmes als een belangrijke en noodzakelijke aanvulling gebruiken op de ‘ouderwetse’ maar eveneens nuttige statistische analyses voor o.a. opsporing van kartels. De methode is flexibel qua inzet in verschillende markten en toepassingen van diverse aannames over het gedrag van ondernemingen.


Jan Sviták
Dhr. J. Sviták is econometrist bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt en extern PhD student aan Tilburg University.

Erik Brouwer
Prof. Dr. E. Brouwer is clusterhoofd big data bij SEO Economisch Onderzoek en bijzondere hoogleraar mededinging en innovatie aan Tilburg University.
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek in Nederland

Bespiegelingen over de stand van zaken in de rechtswetenschap, het juridisch onderwijs en de rechtspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Empirical methods, Legal research, Legal education, Legal practice, Legislation
Auteurs Dr. Nieke Elbers, Mr. dr. Marijke Malsch, Dr. Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) is research in which legal questions are answered using empirical research methods. Traditionally, lawyers conduct normative, non-empirical research. Lately the legal discipline is increasingly interested in ELS. It is argued that we need more ELS. This raises the question to what extent Dutch researchers and practitioners conduct and apply ELS. In this article, we investigate the state of affairs of ELS in the Netherlands. We look at three different areas: legal research, legal education and legal practice. The data we use are legal PhD theses, legal course material, legislative proposals, and questionnaire data from legal practitioners. The methods are a systematic review, a quantitative content analysis, and a questionnaire research. Our study on legal research shows that researchers do apply empirical methods, but mainly the researchers with an education in social science. Our study on legal education shows that lawyers receive hardly any training on empirical research methods. Finally, our research on legal practice shows that practitioners and legislators struggle to apply empirical legal research. We plead for investments to enhance the production and usage of ELS, to prevent wrongful judicial decision-making, to generate effective legislation, and to create scientific innovation.


Dr. Nieke Elbers
Nieke Elbers is als postdoc onderzoeker verbonden aan het NSCR als projectleider Empirical Legal Studies (ELS).

Mr. dr. Marijke Malsch
Marijke Malsch werkt als senior onderzoeker bij het NSCR.

Dr. Peter van der Laan
Peter van der Laan werkt als senior onderzoeker bij het NSCR. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar sociaal pedagogische hulpverlening aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Prof. dr. Arno Akkermans
Arno Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en directeur van het NSCR.
Wetenschap en praktijk

Verbetering van de positie van werknemers in faillissement

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden DA Retailgroep, Smallsteps, adviesrecht ondernemingsraad, medezeggenschap in faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. L. Ecker
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van werknemers in faillissement is recentelijk verbeterd. Dit blijkt onder andere uit de zaken van DA Retailgroep en Smallsteps. In de eerste zaak kende de Hoge Raad een adviesrecht toe aan de ondernemingsraad in faillissement. In de tweede zaak nam het Europees Hof van Justitie aan dat de regels voor overgang van onderneming van toepassing zijn bij een overname na faillissement in een prepacksituatie. In dit artikel worden onder meer beide zaken besproken en ook de mogelijke impact die zij zullen hebben op de positie van werknemers in faillissement.


Mr. drs. L. Ecker
Mr. drs. L.J.H. (Leopold) Ecker is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Artikel

Naar een blauwe criminologie?

Over illegale visserij, visfraude en criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2018
Trefwoorden illegal fishing, fish fraud, organization crime, green criminology, blue criminology
Auteurs Prof.dr.mr. Wim Huisman, Kees Camphuysen en Prof.dr.mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal (IUU) fishing is a relatively understudied area within criminology. In this article the authors briefly describe what IUU fishing entails, what is known about the consequences of such fishing, and will list law enforcement issues. They illustrate how illegal fishing can be organized in different ways, and will give some examples of fish fraud. The authors also discuss the (massive) measurement issues. The ecological impact of IUU fishing constitutes an important reason for more research into this phenomenon.


Prof.dr.mr. Wim Huisman
Prof.dr.mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit.

Kees Camphuysen
K. Camphuysen is senior onderzoeker aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ).

Prof.dr.mr. Catrien Bijleveld
Prof.dr.mr. C. Bijleveld is hoogleraar Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Wildlife crime als een complex systeem: hoe agent-gebaseerde modellen gebruikt kunnen worden om stroperij te bestuderen en bestrijden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2018
Trefwoorden wildlife crime, agent-based modeling, law enforcement, poaching, complex systems
Auteurs Jacob van der Ploeg MSc., Nick van Doormaal MSc., Dr. Michael Mäs e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Developing effective anti-poaching strategies is difficult because of complex interactions between animals, poachers, and rangers. This study shows the utility of agent-based models (ABM) for unraveling these interactions, and their underlying mechanisms, to identify relevant components for planning ranger operations. Here, two patrol strategies were simulated using an ABM for wildlife crime to quantify their effectiveness under different circumstances. The model showed border patrols to be more effective than search patrols in protecting both solitary and herd animals. Furthermore, the model suggests that rangers catch fewer poachers when patrols are overly focused on locations where poaching was detected previously. The study illustrates that disciplined model development and testing is required for useful conclusions to be drawn, from a fully understood ABM.


Jacob van der Ploeg MSc.
J.A. van der Ploeg, MSc. is onderzoekmedewerker aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Nick van Doormaal MSc.
N. van Doormaal, MSc. is promovendus bij het NSCR in Amsterdam.

Dr. Michael Mäs
Dr. M. Mäs is assistant professor aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. Andrew M. Lemieux
Dr. A.M. Lemieux is onderzoeker bij het NSCR in Amsterdam.
Artikel

Zorgbehoefte als schade

Civiele aansprakelijkheid voor zorgschade in relatie tot het publieke zorgaanbod

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Auteurs Mr. M. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. M. de Groot
Mr. M. (Melissa) de Groot is als wetenschappelijk docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht (Erasmus School of Law). Zij dankt prof. mr. S.D. Lindenbergh voor waardevolle suggesties bij eerdere versies.

Prof. dr. Joke Harte
Prof. dr. Joke Harte is hoogleraar bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.
Artikel

Access_open Neurowetenschappelijke kennis en de jeugdstrafrechtsketen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Neurowetenschappen, jeugdstrafrechtketen, interventie, meetmethoden
Auteurs Liza Cornet MSc en Dr. Katy de Kogel
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2017, the Research and Documentation Centre of the Ministry of Justice & Security (WODC) published the report ‘Neuroscientific application in the juvenile criminal justice system’. This report concerns an inventory of possible neuroscientific applications in the juvenile criminal justice system. The release of the report attracted attention from well-recognized national media. The positive media attention was striking for several reasons. It indicated that –in contrast to a few decades ago – it has become more accepted to study neurobiological correlates of antisocial behavior. On the other hand, the overwhelming news value indicated that the idea that antisocial behavior is also associated with neurobiological deficts has not become common knowledge yet. Based on the WODC report, in the current article the authors summarize how neuroscientific knowledge and methods could be applied in the juvenile criminal justice system.


Liza Cornet MSc
L.J.M. Cornet MSc is postdoc onderzoeker aan de Universiteit Twente. Zij was ten tijde van het schrijven van dit artikel nog werkzaam als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is senior wetenschappelijk medewerker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, ministerie van Justitie en Veiligheid.
Mededinging

Gasorba: ‘stating the obvious’ over parallelle handhaving

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden mededinging, Verordening (EG) nr. 1/2003, toezeggingsbesluit, kartelschadeclaims
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat een toezeggingsbesluit ex artikel 9 lid 1 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Europese Commissie in beginsel niet in de weg staat aan handhaving van Europees mededingingsrecht door nationale rechters en mededingingsautoriteiten ten aanzien van dezelfde feiten waar een toezegginsbesluit op ziet.
    HvJ 23 november 2017, zaak C-547/16, Gasorba SL e.a./Repsol Comercial de Productos Petrolíferos SA, ECLI:EU:C:2017:891


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Artikel

State-corporate crime en niet-democratische regimes: betrokkenheid van bedrijven in internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden state-corporate crime, international crimes, state crime, business and human rights
Auteurs Annika van Baar MA MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Most state-corporate crime research is focused on crime or harmful outcomes in or by democratic states. The goal of this article is to investigate the applicability of this concept to relations between economic actors and non-democratic state actors. The concept of state-corporate crime is applied to three contexts in which corporations have become involved in international crimes such as genocide, war crimes and crimes against humanity. Each representing a turning point in the academic and public perception of ‘business and human rights’, the contexts that are analysed are Nazi Germany (1993-1945), Apartheid South Africa (1948-1994) and the Democratic Republic of the Congo (DRC; 1996-now). It is concluded that in non-democratic states with totalitarian of authoritarian regimes (such as Nazi Germany and Apartheid South Africa), the concept of state-corporate crime is applicable and explanatory. In such strong states, economic and state actors make use of mutual benefits while, on the whole, state-interests prevail. As a result, the harmful outcome of the dynamics between corporations and states can best be described as corporate facilitated state crime. In weak states (such as the DRC) economic actors are generally more powerful while their involvement in international crimes also runs via non-state actors. The blurred lines between economic actors and state actors (and their interests) makes it difficult to apply the concept, in its different forms, to state-corporate cooperation in weak states and ‘new’ wars.


Annika van Baar MA MSc
Annika van Baar, MA MSc, is post-doc onderzoeker Resilient Societies – Resilient Rule of Law, Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Universiteit Utrecht. E-mail: a.vanbaar@uu.nl.
Artikel

Mijn excuses! – Wat jongeren kunnen leren van het excuusgesprek in de Halt-afdoening

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Young offenders, Halt, extra-judicial intervention, efficacy of offering an apology, moral norms
Auteurs Wendy Buysse en Manja Abraham
SamenvattingAuteursinformatie

    The Halt-intervention is an extra-judicial intervention for young people who have committed a minor offense. This article zooms in on the results of a literature review concerning the efficacy of offering an apology, one of the core elements of the Halt-intervention. Offering an apology leads to more insight into the consequences of their behavior and it increases the sense of moral norms. Shame and guilt play a crucial role in this process. The effect of the excuse can be increased by good mediation between perpetrator and victim, good preparation of the conversation, and the drafting of a contract. These instructions can also be applied when offering an apology in other interventions.


Wendy Buysse
Wendy Buysse is senior-onderzoeker bij onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep in Amsterdam.

Manja Abraham
Manja Abraham is senior-onderzoeker bij onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep in Amsterdam.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2017

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2018
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Casus

Na AkzoNobel: meer bescherming vereist voor beursvennootschappen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden activistische aandeelhouder, overnamedreiging, beschermingsconstructies, enquêterecht, bescherming tegen overnames
Auteurs Dr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 29 mei 2017 inzake Elliott International L.P. c.s./AkzoNobel NV bespreekt de auteur in dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de reikwijdte van de bevoegdheden en taken van de organen van een beursvennootschap in het kader van het perspectief van een mogelijke overname en soortgelijke situaties. Daarbij wordt ook ingegaan op de recente discussie of Nederlandse beursvennootschappen meer bescherming behoeven.


Dr. H. Koster
Dr. H. (Harold) Koster is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht.
Toont 41 - 60 van 724 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 36 37
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.