Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 579 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Delegatie van regelgevende bevoegdheid in België

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Belgisch staatsrecht, Grondwettelijk Hof, delegatie, parlementaire controle
Auteurs J.M.M. Van Nieuwenhove
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de staatsrechtelijke voorwaarden en beperkingen voor delegatie van regelgevende bevoegdheid in België. Op het eerste gezicht lijkt dit vrij streng geregeld, maar bij nadere beschouwing blijkt dat er in de praktijk toch de nodige ruimte is voor delegatie van regelgevende bevoegdheid. Dit kan ten eerste historisch worden verklaard, omdat de Raad van State en het Grondwettelijk Hof nog niet heel lang bestaan. Ten tweede is het Grondwettelijk Hof bij een flink aantal onderwerpen betreffende delegatie vrijwillig teruggetreden, zodat in die gevallen geen constitutionele toetsing plaatsvindt. Ten derde staat ook het parlement delegatie ruimhartig toe. Dat is waarschijnlijk een bewuste keuze, omdat de hoeveelheid wetgeving die door het parlement moet worden beoordeeld zodanige proporties zou aannemen, dat het parlement zijn controlerende rol in dat opzicht niet langer waar zou kunnen maken. Dit alles doet wel de vraag rijzen wat de toegevoegde waarde is van een uitgebreide theoretische constructie omtrent de toelaatbaarheid van delegatie.


J.M.M. Van Nieuwenhove
J.M.M. (Jeroen) Van Nieuwenhove is staatsraad bij de afdeling wetgeving van de Raad van State in België.
Diversen

Schaarste en het basisinkomen: ervaringen uit het buitenland

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2017
Trefwoorden basisinkomen, experimenten, uitvoerbaarheid
Auteurs Mr. dr. S.H. Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op het basisinkomen en experimenten daarmee in het buitenland. De discussie over het basisinkomen is niet nieuw: reeds in de jaren zeventig werd gesproken over een onvoorwaardelijke uitkering voor alle inwoners. De laatste paar jaar is het weer een hot topic. Ook in Nederland is er interesse voor experimenten met (varianten van) het basisinkomen, maar die zijn tot nog toe niet echt van de grond gekomen. In het buitenland hebben al wel diepgaande discussies of experimenten plaatsgevonden. De auteur bespreekt deze. Er zijn echter nog steeds een hoop vragen over het principe van het basisinkomen en de betaalbaarheid ervan. Het vergt in Nederland in ieder geval een omslag in het denken over de morele verplichting om een inkomen te verdienen door te werken.


Mr. dr. S.H. Ranchordás
Mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordás is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Redactioneel

Transparantie van het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. D.R.P. de Kok
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden, Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken bij het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Europese Betere Regelgeving: ‘denkrichtingen’ voor meer transparantie en participatie in het Nederlandse wetgevingsproces?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Betere Regelgeving, Europees privaatrecht, raadplegingen, internetconsultaties, democratische legitimiteit, Europees recht
Auteurs E.A.G. van Schagen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De initiatiefnota Lobby in het daglicht noemt Europese consultaties middels groenboeken en witboeken, conform de Richtsnoeren voor Betere Regelgeving, als een mogelijke denkrichting voor het Nederlandse wetgevingsproces. Aan de hand van ervaringen met publieke consultaties in het Europees privaatrecht schetst deze bijdrage in hoeverre deze consultaties de democratische legitimatie en de effectiviteit van het Europees recht zouden moeten versterken, en welke pijnpunten zichtbaar worden in consultaties en de Richtsnoeren. Ondanks deze pijnpunten bieden de Richtsnoeren een voorbeeld van goed ontwikkelde regels die in toenemende mate eisen stellen aan de openheid en transparantie van het Europese wetgevingsproces. De problemen in Europese consultaties maken tevens duidelijk dat op sommige punten scherpere regels wenselijk zijn. Daarnaast blijkt de uit gebrekkige naleving van de Richtsnoeren dat, als de Nederlandse wetgever ervoor kiest om regels te ontwikkelen, aandacht moet worden besteed aan de gevolgen van niet-naleving van toekomstige regels.


E.A.G. van Schagen LLM
E.A.G. (Esther) van Schagen, LLM is Newton International Fellow bij het Institute for European and Comparative Law, University of Oxford.
Casus

De klassieke wetgevingsjurist in de herinneringen van Cees Fasseur. Een lichtend voorbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, ambtelijke professionaliteit, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de memoires van Cees Fasseur. Fasseur beschrijft de twee sporen waaruit zijn loopbaan bestond, die van wetgevingsjurist aan het toenmalige ministerie van Justitie en die van historicus aan de Leidse universiteit. De tijd waarin Fasseur werkzaam was voor het ministerie van Justitie viel samen met wat wordt beschouwd als het ambtelijk-juridische hoogtepunt, een periode waarin juristen in hoog aanzien stonden en aldus de nodige invloed konden uitoefenen. Uit die tijd stamt ook het beeld van de klassieke wetgevingsjurist, de jurist die beschikt over uitgebreide kennis van het recht, maar die ook een betrekkelijk autonome en gezaghebbende positie inneemt. De auteur bespreekt in deze bijdrage of dit klassieke beeld tot voorbeeld kan strekken voor de huidige generatie wetgevingsjuristen. Hoewel de toen bestaande en huidige praktijk nauwelijks met elkaar vergelijkbaar zijn, valt er wel wat te zeggen over verschillen tussen de taakopvatting van wetgevingsjuristen toen en nu en of de taakopvatting van toen als voorbeeld kan dienen voor de wetgevingsjurist van nu. De auteur concludeert dat dat niet altijd het geval is.


Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Transparantie van het wetgevingsproces: een kijk vanuit de wetgevingspraktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wetgevingsproces, wetgevingsprocedure, openbaarheid, transparantie, internetconsultatie
Auteurs Mr. T.C Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt een overzicht te bieden van relevante actuele ontwikkelingen op het terrein van transparantie van het wetgevingsproces in Nederland. Dit naar aanleiding van de op 24 februari 2017 uitgebrachte kabinetsnotitie over dit onderwerp. Belangrijke dilemma’s zijn het vinden van een balans tussen het belang van transparantie en het belang van beleidsintimiteit en het feit dat transparantie tijd en geld kost. In deze bijdrage wordt ingegaan op enkele specifieke onderwerpen die in de kabinetsnotitie wel – en in één geval juist niet – zijn belicht: de ‘lobbyparagraaf’ in de toelichting bij wettelijke regelingen, internetconsultatie, de ‘wetgevingskalender’ en transparantie in de Raad-van-State-fase.


Mr. T.C Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is coördinerend raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Diversen

The American Health Care Act: Trumped wetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Obamacare, Affordable Care Act, Trumpcare, American Health Care Act, gezondheidszorg
Auteurs Mr. dr. S.H. Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    De eerste bijdrage van de auteur aan de rubriek ‘Buitenlands nieuws’ had als onderwerp Obamacare (Affordable Care Act). Deze bijdrage heeft als onderwerp de opvolger ervan, vernoemd naar de opvolgende president van de Verenigde Staten: Trumpcare (American Health Care Act). Dat wil zeggen, het is onduidelijk of met de nieuwe wet Obamacare nu is afgeschaft, of slechts gewijzigd. Het oogmerk van Obamacare, namelijk het verzekeren van gelijke toegang tot de gezondsheidszorg, is daarmee weer deels ongedaan gemaakt. De American Health Care Act moet echter nog wel worden aangenomen door de Senaat. Het is de vraag of die hobbel kan worden genomen.


Mr. dr. S.H. Ranchordás
Mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordás is universitair docent aan de Tilburg Law School.
Artikel

Een kijkje in de kaarten van de wetgever: de moeizame ontwikkeling naar een werkelijk transparant en toegankelijk wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden transparantie wetgevingsproces, participatie, legitimiteit
Auteurs Prof. dr. W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kabinet heeft, blijkens een recente brief over de transparantie van wetgeving, transparantie van het wetgevingsproces hoog in het vaandel. In dit artikel loop ik een aantal ontwikkelingen in eigen land en in andere landen langs die het verhogen van de transparantie van het wetgevingsproces tot doel hebben. De bijdrage laat zien dat transparantie van het wetgevingsproces geen doel op zich is, het is slechts een middel om de toegankelijkheid van het wetgevingsproces – en dat dan in termen van de mogelijkheden om goed geïnformeerd te kunnen meeweten, meedenken en wellicht zelfs op enigerlei wijze deel te kunnen nemen aan de beslissingen (participatie) – te borgen of te verhogen. Voor het draagvlak – de legitimiteit – van wettelijke regels zijn transparantie en de daardoor mogelijk gemaakte participatie van burgers (rechtstreeks of via hun vertegenwoordigers) van groot belang. Het artikel concludeert met de vaststelling dat het Nederlandse wetgevingsproces niet erg transparant is in de zin dat het buitenstaanders buiten de kring van de wetgevingsactoren zelf actief uitnodigt tot het deelnemen aan het debat over de beleidsvorming via wetgeving. De voornemens uit de brief van het kabinet veranderen daar niet veel aan.


Prof. dr. W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. (Wim) Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en Wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Publiekrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van diezelfde universiteit.
Casus

De rechter als wetgevingswaakhond

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden beleidsneutraliteit, proportionaliteitstoets, evidence base, Daubert-doctrine
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    We zien in de Verenigde Staten momenteel hoe belangrijk rechterlijke controle op de kwaliteit van wetgeving kan zijn, bijvoorbeeld bij het omstreden inreisverbod voor migranten uit ‘islamitische landen’. Gevaar daarbij is echter dat de rechter te veel in politiek vaarwater terechtkomt. Misschien dat de Amerikaanse rechter op dit punt wat kan leren van het Hof van Justitie van de EU, dat een procedurele toets heeft ontwikkeld om de ‘evidence base’ van wetten te toetsen door bijvoorbeeld te kijken in hoeverre er impact assessments zijn uitgevoerd volgens de methoden die daartoe in het wetgevingsbeleid ontwikkeld zijn. Tegelijkertijd laat de Luxemburgse jurisprudentie zien dat men er daarbij misschien toch niet altijd aan ontkomt om ook naar de kwaliteit van het onderliggende bewijs te kijken. Hier kan Luxemburg wellicht wat leren van het U.S. Supreme Court, dat regels heeft ontwikkeld met betrekking tot de vraag hoe rechters dienen om te gaan met deskundigenbewijs en wetenschappelijke gegevens.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Sporttuchtrecht 2.0

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden sportrecht, sporttuchtrecht, field of play, privaat verenigingstuchtrecht
Auteurs Mr. M. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het sporttuchtrecht/private verenigingstuchtrecht heeft een bijzondere positie en een eigen domein binnen het recht. In dit artikel wordt dit domein nader beschouwd. Binnen het sporttuchtrecht is een bijzondere rol weggelegd voor de scheidsrechter. Scheidsrechterlijke beslissingen mogen slechts marginaal worden getoetst, op basis van het ‘field of play’-principe. Het sporttuchtrecht is effectief en vergroot in veel gevallen de acceptatiebereidheid onder sporters. Sportrechtelijke tuchtprocedures zijn vaak sneller en goedkoper dan gewone civiele procedures en bovendien beschikt de tuchtrechter over sportspecifieke kennis en kan er adequaat worden gestraft. Publieke regulering van het sporttuchtrecht is niet nodig, omdat het sporttuchtrecht nu voldoende effectief is en overbodige regulering zou kunnen leiden tot een knock-out van een goed functionerend systeem.


Mr. M. van Dijk
Mr. M. (Michiel) van Dijk is advocaat en partner bij CMS Derks Star Busman in Utrecht. Daarnaast is hij als bestuurder, arbiter en sporter actief in de sportwereld.
Artikel

Naar een verdere modernisering van het tuchtrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden tuchtprocesrecht, harmonisatie, artikel 6 EVRM, wettelijk tuchtrecht, Kaderwet tuchtprocesrecht
Auteurs Mr. D.J. Hesemans en Prof. mr. N.J.H. Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    Het tuchtrecht heeft in de afgelopen twee decennia een aantal ontwikkelingen doorgemaakt, met name op het terrein van harmonisatie van het tuchtprocesrecht. De ambitie daarbij was telkens om een kader voor alle tuchtprocedures te scheppen bij alle wettelijk geregelde tuchtcolleges, maar die ambities zijn niet allemaal gerealiseerd. In de afzonderlijke tuchtrechtsystemen zijn in de tussentijd wel de nodige moderniseringen doorgevoerd. Die ontwikkeling lijkt nog niet ten einde. Het tuchtrecht staat dan ook nog steeds in de belangstelling en is volop in beweging. Het wordt nog steeds gezien als een waardevol middel om normen te handhaven die voor de uitoefening van specifieke beroepen gelden, en in die zin is het een bruikbaar instrument om de kwaliteit van de uitoefening van die beroepen te bevorderen. Mocht het ooit komen tot een Kaderwet tuchtprocesrecht, dan wordt in deze bijdrage een aantal elementen aangereikt en besproken, die in ieder geval aandacht behoeven. Naast de harmonisering van het wettelijk tuchtprocesrecht zijn ook andere ontwikkelingen waarneembaar. Zo worden ook buiten de gereglementeerde beroepen vaker elementen van het tuchtrecht toegepast, bijvoorbeeld ten aanzien van bankiers.


Mr. D.J. Hesemans
Mr. D.J. (Dennis) Hesemans is coördinerend raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie en secretaris van het Tuchtcollege Loodsen.

Prof. mr. N.J.H. Huls
Prof. mr. N.J.H. (Nick) Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus School of Law en de Universiteit Leiden. Hij was voorzitter van de Werkgroep tuchtrecht (Beleidsuitgangspunten wettelijk geregeld tuchtrecht, Programma Bruikbare rechtsorderapport nr. 24, december 2006).
Artikel

De toegankelijkheid van het tuchtrecht in de gezondheidszorg

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden medisch tuchtrecht, griffierecht, wettelijk tuchtrecht, toegankelijkheid tuchtrechtspraak
Auteurs Mr. A. Rube
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het medisch tuchtrecht centraal. In december 2016 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt, dat de toegankelijkheid en effectiviteit van het wettelijk tuchtrecht in de gezondheidszorg moet verbeteren. De centrale vraag van deze bijdrage is in hoeverre deze doelen met het wetsvoorstel worden bereikt. Het primaire doel van medisch tuchtrecht is het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Het is tevens een middel om te bereiken dat personen die een medisch beroep uitoefenen en daardoor een bijzondere verantwoordelijkheid dragen, hun beroep uitoefenen op een wijze die met die verantwoordelijkheid overeenstemt. Het tuchtrecht dient daarmee een algemeen belang; het is niet gericht op persoonlijke genoegdoening van de klager. Hierdoor is toegankelijkheid van het tuchtrecht van essentieel belang. In het genoemde wetsvoorstel wordt een aantal voorstellen gedaan om dat te verbeteren, maar de auteur meent dat dat doel niet in alle gevallen wordt bereikt. Met name de invoering van griffierecht acht zij in dit licht problematisch. In plaats daarvan zou ondersteuning van de klager de voorkeur moeten krijgen en breder worden ingezet dan waar het wetsvoorstel nu in voorziet.


Mr. A. Rube
Mr. A. (Anneloes) Rube is werkzaam als beleidsadviseur gezondheidsrecht bij de KNMG en als promovenda gezondheidsrecht bij de Universiteit van Amsterdam – Academisch Medisch Centrum.

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. (Rien) den Boer is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat.
Casus

Verder met rechtsstatelijke toetsing van verkiezingsprogramma’s

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Rechtsstatelijkheid, Rechtsstaat, Rule of law
Auteurs mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Politici spelen een belangrijke rol bij de bescherming van de rechtsstaat, maar er wordt soms betwijfeld of zij die rol waarmaken dan wel voldoende serieus nemen. Het toetsen van verkiezingsprogramma’s van politieke partijen kan een goed middel zijn om in beeld te brengen hoeveel aandacht er daadwerkelijk is voor de rechtsstaat. Dat is echter geen sinecure; zoals uit deze bijdrage blijkt is het al lastig om tot een gedeelde opvatting te komen van wat de rechtsstaat inhoudt. Immers, als de onderzochte partijen zich niet herkennen in het gehanteerde concept zullen zij zich daar ook niet door aangesproken voelen. Internationaal, bijvoorbeeld binnen de VN en Europese Unie is er al enige ervaring opgedaan met het meten van rechtsstatelijkheid binnen staten. Welke indicatoren daarbij worden gebruikt zijn van groot belang voor de uitkomsten van de toetsing, waarbij het risico op versimpeling van de werkelijkheid op de loer ligt. De ervaringen van internationale organisaties hiermee kunnen als bron van inspiratie dienen voor toetsing van verkiezingsprogramma’s op rechtsstatelijkheid en tevens kunnen daar lessen uit worden getrokken. Deze vraag staat in deze bijdrage centraal.


mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.
Praktijk

De inwerkingtreding van inwerkingtredingsbepalingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingstechniek, inwerkingtreding, inwerkingtredingsbepalingen, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanwijzing 176 van de Aanwijzingen voor de regelgeving schrijft voor dat de inwerkingtreding van bepalingen betreffende inwerkingtreding niet wordt geregeld. De toepassing van deze aanwijzing roept soms vragen op. De verhouding met de elders in de Aanwijzingen opgenomen modelinwerkingtredingsbepalingen lijkt niet in alle opzichten doordacht. Een door toenmalig VVD-senator Heijne Makkreel in 1984 aangezwengelde kwestie maakt duidelijk wat de vermoedelijke achtergrond is van aanwijzing 176. In de woorden van de toenmalige minister van Justitie Korthals Altes: het voorkomen van een vicieuze cirkel, omdat anders tot in het oneindige zou moeten worden bepaald wanneer de inwerkingtredingsbepaling van een inwerkingtredingsbepaling op haar beurt in werking zou moeten treden. Het lijkt aanbevelenswaardig om bij een komende herziening van de Aanwijzingen nog eens goed te kijken naar de verhouding tussen aanwijzing 176 en de in de Aanwijzingen opgenomen modelinwerkingtredingsbepalingen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Verhandelbare rechten, tussen markt en overheid

Over het dierrechtenstelsel in de Meststoffenwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verhandelbare rechten, vergunningstelsel, algemene wettelijke regels, mestregelgeving
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too much love will kill you’, zong Brian May van Queen ooit. Van iets moois kun je ook te veel hebben, waardoor het in het tegenovergestelde verandert. Zo is het ook met mest: een waardevol product waarvan we in Nederland veel te veel hebben en dat dus tot problemen kan leiden. ‘Tot de schijt ons doodt.’ Dat betekent dat er maatregelen nodig zijn om de boel in goede banen te leiden. Dat gebeurt door regels te stellen over het aanwenden van mest, maar ook over de productie ervan. Dat laatste is gebeurd in de vorm van een dierrechtenstelsel. Dierrechten zijn de rechten voor veehouders om dieren (varkens en pluimvee) te houden. Die rechten zijn gelimiteerd (schaars) en vrij verhandelbaar gemaakt. In dit artikel wordt dit dierrechtenstelsel aan een nadere beschouwing onderworpen en afgezet tegen drie alternatieven, te weten een ‘traditioneel’ vergunningstelsel zonder verhandelbaarheid, een verplichting om via privaatrechtelijke overeenkomsten het publiek belang te borgen, en het stellen van algemene regels. De twee laatstgenoemde alternatieven zijn daadwerkelijk uitgewerkt in wetsvoorstellen, die in het artikel ook worden beschreven. Geconstateerd wordt dat uiteraard alle stelsels hun voor- en nadelen hebben, maar dat een stelsel van verhandelbare rechten als het dierrechtenstelsel als aanvullend sturingsinstrument waarschijnlijk de beste optie is en blijft. Dat komt met name door de eenvoud, de harde bovengrens en de goede uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.


Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. (Frank) van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. (Frank) van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Diversen: Buitenlands nieuws

Nel nome del padre e della madre

Het Italiaanse Grondwettelijk Hof en naamgevingswetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Gelijkheidsbeginsel, Naamrecht, Naamsgevingswetgeving
Auteurs Dr. S.H. Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Italiaanse Gondwettelijk Hof heeft in zijn arrest van 8 november 2016 geoordeeld dat de Italiaanse naamgevingswetgeving ongrondwettig is. De regels schrijven nu voor dat als de ouders getrouwd zijn kinderen alleen de naam van hun vader kunnen krijgen. In de zaak Cusan en Fazzo tegen Italië heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg al uitgesproken dat deze wetgeving zich niet verdraagt met de artikelen 8 en 14 EVRM. Eerdere pogingen om deze wetgeving te wijzigen waren tot nog toe niet succesvol. Het is te verwachten dat dit opvallende arrest van het Italiaanse Grondwettelijk Hof van grote invloed zal zijn op het debat.


Dr. S.H. Ranchordás
Dr. S.H. (Sofia) Ranchordás is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Toont 61 - 80 van 579 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.