Zoekresultaat: 144 artikelen

x
Artikel

De strafrechtelijke aanpak van meisjesbesnijdenis in een rechtsvergelijkende context

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden besnijdenis, genitale verminking, culturele delicten, burgerschap, recht en religie
Auteurs Mr. Sohail Wahedi en Mr. dr. Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    In Europe, female circumcision has been considered a grave violation of human rights. However, many European countries fail to combat this illegal practice. This article answers the question why criminal law enforcement with regard to female circumcision seems to fail in various European states, with the exception of France. To answer this question, this article analyses various models of citizenship.


Mr. Sohail Wahedi
Mr. S. Wahedi studeerde rechten in Utrecht. Hij is als promovendus verbonden aan de afdeling Sociology, Theory and Methodology van de Erasmus School of Law en verricht onderzoek op het terrein van recht en religie.

Mr. dr. Renée Kool
Mr. dr. R.S.B. Kool is als universitair hoofddocent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL). Zij heeft in het kader van haar onderzoek naar het aansprakelijkheidsrecht ook gepubliceerd over culturele delicten, zoals meisjesbesnijdenis en huwelijksdwang.
Artikel

Feitelijk leidinggeven

Hoe een weinig vernieuwend arrest toch veel nieuws kan brengen; een kritische beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden feitelijk leidinggeven, deelneming, aansprakelijkstelling, (voorwaardelijk) opzet, zorgplicht
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    In diens recente overzichtsarrest blijft de Hoge Raad in weerwil van tegengeluiden vanuit de lagere rechtspraak en de literatuur vasthouden aan het opzetvereiste voor feitelijk leidinggeven. Daarmee wordt het deelnemingskarakter van deze aansprakelijkheidsfiguur nogmaals bevestigd. Die bevestiging is geheel terecht, maar het (waarschijnlijk onbedoelde neven)gevolg van de huidige benadering van dat opzetvereiste is wel dat de ondermaats presterende leidinggevende beter af is dan zijn normconform of bovenmaats presterende collega. Dit specifieke punt vergt nog redressering door de Hoge Raad en zou verholpen kunnen worden door een meer zorgplichtgerichte benadering van voorwaardelijk opzet.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur is in juni 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden van ondernemingen.

Joost Nan
Joost Nan is universitair docent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)-advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

Access_open Vrijheid van godsdienst en de grens tussen radicale en strafbare uitlatingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Freedom of religion, freedom of speech, Fundamentalism, Jihadism
Auteurs Mr. dr. Aernout Nieuwenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Certain radical public acts of expression, those which for instance incite hatred or recruit participants for armed conflict, are punishable under criminal law, even when these pronouncements are religiously motivated. This study examines which statements incur punishment, and the role freedom of religion and freedom of expression play when making this assessment.


Mr. dr. Aernout Nieuwenhuis
Mr. dr. A.J. Nieuwenhuis is universitair hoofddocent Constitutioneel recht bij de Universiteit van Amsterdam.

    Strafvorderlijk vergaard bewijsmateriaal kan via artikel 55 AWR of door spontane verstrekking in handen van de fiscus geraken en worden gebruikt voor belastingheffing en/of bestuurlijke beboeting. De vraag rijst wat er moet gebeuren als het materiaal op strafvorderlijk onrechtmatige wijze is verkregen. Deze noot gaat in op deze vraag en vergelijkt daarbij het beoordelingskader ten aanzien van bewijsuitsluiting van de belastingrechter met dat van de strafrechter.


mr. C. Hofman

mr. dr. J.S. Nan

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns

Maartje van der Woude Mr. dr. MSc
Mr. dr. M.A.H. van der Woude, MSc is strafjurist en criminoloog en als universitair hoofddocent Straf(proces)recht werkzaam bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens werkzaam als rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland.
Artikel

Het veranderende mensbeeld in het strafrecht

Een bespiegeling op basis van ervaringen in de rechterlijke macht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2015
Trefwoorden administration of justice, cynicism, optimism, pondering interests, forgiving
Auteurs G.J.M. Corstens
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author explains his optimistic view of humanity. He argues that a judge, like he was before, should always keep in mind that defendants and convicted people deserve a positive approach, even if this seems to be contrary to the general experience of recidivism. Criminal judges should never adopt an attitude of cynicism and being merciless. However, criminal justice has to take into account the interests of society in general, of victims and of accused and convicted people. Sometimes severe punishment is required in order to underline the rules we have to obey. But even then the judge has to consider whether there is hope. Pondering all the interests concerned is necessary. Sometimes pardoning is appropriate.


G.J.M. Corstens
Mr. Geert Corstens is oud-president van de Hoge Raad der Nederlanden en oud-hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is tegenwoordig Appointing Authority bij het Iran US Claims Tribunal en lid van de Ethische Commissie van het Internationaal Olympisch Comité.

    Er zijn maar weinig bestuursrechtelijke wetten zo controversieel als de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob). Op grond van deze wet is het mogelijk dat het bestuursorgaan een beschikking weigert of intrekt, indien sprake is van een ernstig gevaar van misbruik van de beschikking. Gezien de huidige stand van zaken in de jurisprudentie kan de Wet Bibob bezwaarlijk worden aangemerkt als een vorm van ‘bestuursstrafrecht’. Dit betekent echter geenszins dat de invloed van strafrechtelijke dogmatiek en jurisprudentie op de toepassing van de Wet Bibob te verwaarlozen is. Dit laat zich treffend illustreren aan de hand van de zogenoemde ‘achterdeurproblematiek’. Deze ‘achterdeurproblematiek’ hangt samen met het gedoogbeleid.


mr. drs. B. van der Vorm
Artikel

Over een verdrinkend kalf en groener gras

Een beschouwing van de Nederlandse en Belgische gedragskundige rapportage in strafzaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gedragskundige rapportage strafrecht, rapportage pro justitia, psychiatrische expertise
Auteurs Mr. Merijne Groeneweg
SamenvattingAuteursinformatie

    During the Belgian criminal trial on Kim de Gelder, Belgian forensic psychiatry was criticized. Forensic psychiatrists seemed to be longing for the Dutch practice. Was this justified? In this article, the psychological and psychiatric report in criminal cases in the Netherlands and Belgium are compared. Subjects of criticism are analyzed. Important differences exist regarding to the competency assessment the experts, their research possibilities, the (legal) requirements to the psychological and psychiatric report and the concept of ‘toerekeningsvatbaarheid’. New Belgian legislation can be a basis for improvement. Taking the differences into account, the Dutch practice could service on improving certain criticized aspects.


Mr. Merijne Groeneweg
Mr. Merijne Groeneweg was tot 1 januari 2015 jurist bij het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum.
Artikel

Waar zijn toch al die ondeugende kinderen gebleven?

Diagnose en behandeling van ADHD ter voorkoming van ernstig en gewelddadig crimineel gedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Prof. dr. Willem de Haan
Auteursinformatie

Prof. dr. Willem de Haan
Prof. dr. W.J.M. de Haan is senior research fellow bij de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Hoofdartikel

De systematiek van bewuste roekeloosheid als schuldcriterium bij arbeidsrechtelijke aansprakelijkheidskwesties

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Bewuste roekeloosheid, Werkgeversaansprakelijkheid, Werknemersaansprakelijkheid, Goed werkgeverschap, Verzekeringsplicht
Auteurs Mr. Bjorn Schouten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel stelt de vraag centraal of aan het gebruik van bewuste roekeloosheid als criterium voor eigen schuld van de werknemer een ‘arbeidsrechtelijke’ benadering ten grondslag ligt. In de verschillende contexten waarin het begrip ‘bewuste roekeloosheid’ in het civiele arbeidsrecht wordt gebruikt, heeft de Hoge Raad aan bewuste roekeloosheid dezelfde beperkte uitleg gegeven. Voor deze uitleg heeft de Hoge Raad leentjebuur gespeeld bij het vervoerrecht en het verzekeringsrecht. Gezien de verschillende grondslagen van deze rechtsgebieden, is de vraag of dit terecht is gerechtvaardigd. Binnen het arbeidsrecht zelf kan worden betwijfeld of de verschillende ratio’s die aan de regelingen voor werkgevers- en werknemersaansprakelijkheid ten grondslag liggen een gelijke benadering van eigen schuld van de werknemer rechtvaardigen. Daarnaast leidt het bestaan van ‘directe’ en (middels een verzekeringsplicht) ‘indirecte’ aansprakelijkheid van de werkgever tot vragen over de juiste benadering van de eigen schuld van de werknemer.


Mr. Bjorn Schouten
Mr. B. Schouten is advocaat bij Boontje Advocaten in Amsterdam.
Artikel

De schadeclaim van het slachtoffer van strafbare feiten; bruggenbouwer tussen twee rechtsgebieden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Slachtoffer, voeging in het strafproces, civiele vordering, financiële afwikkeling, immateriële genoegdoening
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart en Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het strafrecht als in het civiele letselschaderecht is (toenemende) aandacht voor de behoeften van slachtoffers. Bij beide categorieën slachtoffers leven zowel materiële als immateriële behoeften. Toch geven de beide disciplines op eigen wijze invulling aan deze behoeften. In deze bijdrage signaleren de auteurs overeenkomsten en verschillen in de benadering van het slachtoffer in het strafrecht en het civiele letselschaderecht en verkennen zij de mogelijkheden voor kruisbestuiving tussen de beide disciplines. Zij gaan onder andere in op de mogelijkheid om de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces onder te brengen in een parallel civiel traject.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij de sectie Cassatie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en medewerker van dit tijdschrift.

Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij de sectie Verzekeringen en Aansprakelijkheid van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Artikel

Internationale politiële openbareordehandhaving in Benelux-verband: relevante wetgeving en praktische toepassing

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Benelux-verdrag, Internationale samenwerking, Politie, Openbareordehandhaving
Auteurs Dr. Benjamin R. van Gelderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Police agencies in Europe operate outside their domestic territory more and more often. Within the European Union, special attention is focused on the exchange of information and on countering organized crime. However, international public order enforcement receives less attention. The present article highlights the relevant legislation and practical opportunities applicable to public order enforcement in the cooperation between the Dutch and Belgium police force. In addition, the use of force and the principle of sovereignty are debated. Finally, recommendations will be given in order to improve future cooperation within the field of international public order enforcement in the Benelux.


Dr. Benjamin R. van Gelderen
Dr. Benjamin R. van Gelderen CPO is als hoofdinspecteur van politie werkzaam bij de Politie Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De subjectieve zwaarte van detentie

Een empirisch onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2014
Trefwoorden subjective severity imprisonment, deterrence, just desert, deprivation model, importation model
Auteurs Ellen Raaijmakers MSc, Dr. Jan de Keijser, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Both in punishment theory and sentencing practices, the subjective sentence severity is an important yet neglected area of research. This paper aims to explain differences between inmates in their subjective severity of imprisonment and to contemplate these against the background of important sentencing goals and sentencing principles. Two models commonly used to explain adjustment to prison life were applied: the import and deprivation model. Data from the Prison Project, collected among Dutch inmates staying in pretrial detention, reveal that both import and deprivation characteristics are related to the subjective severity of imprisonment. No support is found for a moderation effect of personality.


Ellen Raaijmakers MSc
E. Raaijmakers, MSc is promovendus bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Jan de Keijser
Dr. J.W. de Keijser is universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Joni Reef
Dr. J. Reef is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

    Since the mid-1980s American recipes for the fight against crime and nuisance are very popular amongst Dutch policymakers. The question posed in this article is why they rather look at the United States than at European countries far more comparable to the Netherlands. The authors answers this question by pointing at the popularity of neo-liberal recipes in general, an emotional historical bond marked by the time that New York was still called New Amsterdam and the liberation from Nazism in 1945, the (sometimes reluctant) acceptance of the US’ role as ‘the world’s policeman’ and a (mostly unspoken) belief that ‘bigger is better’. Next, the author draws some lessons from research on ‘how policy travels’: 1) crime policies are always in much wider social policies and idea(l)s; 2) if something ‘works’ in country A it doesn’t mean it also ‘works’ in country B; 3) policies are always adopted to national circumstances; 4) policymakers are particularly fond of simple messages and dislike nuances and criticism; 5) you can also look at the US in order to find out where ‘we’ don’t want to go; and 6) you most of all learn more about yourself if you look at other countries. The author concludes with a plea for critical cosmopolitanism and a decolonisation of criminology from national biases.


R. van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar internationale en comparatieve criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, wetenschappelijk directeur van de Erasmus Graduate School of Law en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.
Artikel

Een herstelgerichte benadering van delinquenten met een psychische stoornis

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden resocialisatie, psychisch gestoorde delinquenten, herstelrecht, actieve verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. dr. Frans Koenraadt en Mr. dr. Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Today’s risk based criminal justice policy leaves but little room to tune sentencing decisions to the individual offender’s mental capacities. As a result, sanctioning has become one-sided, being directed towards retribution. However, in the long run such a non-reciprocal concept of sanctioning, implying a denial of the need to facilitate rehabilitation, weakens the social fabric. Moreover, it holds a denial of citizenship towards (mentally ill) offenders. For the past decades, restorative justice has offered alternative solutions to deal with delinquency. Using informal procedures, taking into account peculiarities of the case, including the offender’s mental capacities, offenders are invited to take accountability for wrongful acts. A similar approach has been introduced within the field of mental health services, including the sector of the forensic mental health care. In response to the popular social biological model, a model of restorative treatment has been introduced, implying treatment to be directed towards reintegration, requiring active participation of the patient/offender. Bearing in mind the communalities between both models, we explore the potential of such a restorative citizenship based approach to better the integration of mentally disturbed offenders.


Prof. dr. Frans Koenraadt
Prof. dr. Frans Koenraadt is hoogleraar Forensische psychologie en psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk adviseur in het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en bij de FPK te Assen.

Mr. dr. Renée Kool
Mr. dr. Renée Kool is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut, Universiteit Utrecht.
Toont 61 - 80 van 144 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.