Zoekresultaat: 117 artikelen

x
Artikel

Access_open Religieuze voorgangers tussen Schrift en recht

Botsing van godsdienstvrijheid en het gelijkheidsbeginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Religieuze voorgangers, Godsdienstvrijheid, Discriminatie, Afwegingsprincipes
Auteurs Kirsten Smeets en Carl Sterkens
SamenvattingAuteursinformatie

    What freedom of speech do religious leaders have when their religious speech discriminates others? Freedom of religion and freedom of expression may collide with the right to equality (including the principle of non-discrimination). Religious plurality and social polarization in Dutch society induce conflict between these fundamental rights.
    This article reviews two legal cases where an imam and a minister were accused of discrimination of homosexuals. From this jurisprudence the authors deduce three principles in judicial decisions weighing freedom of religion and freedom of speech against equality rights: interpretative reluctance, cautiousness and the position of the religious leader.


Kirsten Smeets
K.I.M. Smeets, MA Religiewetenschappen en BA Theologie, is voorganger van de Orde der Transformanten en masterstudent theologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: KirstenSmeets@student.ru.nl

Carl Sterkens
Dr. C.J.A. Sterkens is universitair hoofddocent Empirische religiewetenschappen aan de faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: C.Sterkens@ftr.ru.nl
Artikel

Is er behoefte aan bestendige wetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingsbeleid, bestendigheid, rechtszekerheid, normenhiërarchie, flexibele regelgeving
Auteurs Mr. G.J.M. Evers
SamenvattingAuteursinformatie

    Klachten over het gebrek aan bestendigheid van wetgeving zijn niet nieuw. De overheid wil steeds opnieuw door wetgeving uitvoering geven aan nieuw beleid. Hierbij wordt de noodzaak van verandering niet altijd onderbouwd en worden de effecten van nieuwe wetgeving niet altijd goed onderzocht. Bestendigheid van wetgeving is belangrijk. Het draagt bij aan de uitvoerbaarheid, de handhaafbaarheid, de eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid en de effectiviteit en efficiëntie van wetgeving. Tegelijkertijd is ook van belang dat de wetgeving een bestendig kader kan bieden zonder te veel aan flexibiliteit in de weg te staan. Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen daadkracht en continuïteit, flexibiliteit en rechtszekerheid en snelheid en zorgvuldigheid.


Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Horizontaal toezicht is geen toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Belastingdienst, horizontaal toezicht, vaststellingsovereenkomsten
Auteurs Mr. dr. Ton Tekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De relatie tussen de fiscus en de belastingplichtige burgers en ondernemers kent sinds jaar en dag een verticaal ( top-down) karakter. De fiscus is daarbij verantwoordelijk voor de controle van belastingaangiften, de heffing van belastingen en de invordering daarvan. Dit behoort tot de kerntaken van de belastingdienst. Sinds 2005 houdt de fiscus zich ook bezig met het zogenoemde horizontale toezicht. Dit project is begonnen als model bij de zeer grote ondernemingen (veelal multinationals) en langzaam maar zeker is ook het midden- en kleinbedrijf onderwerp geworden van horizontaal toezicht. De fiscus presenteert het horizontaal toezicht als een succesvolle operatie en het lijkt zelfs een ‘exportproduct’ te worden. Toch bestaat er de nodige weerstand tegen deze figuur, onder meer uit de hoek van het midden- en kleinbedrijf, overigens ook vanuit de belastingdienst zelf. In dit artikel wordt beschreven hoe deze variant werkt en wordt onderzocht hoe de figuur zich verhoudt tot de basistaak van de fiscus, zijnde de controle, heffing en invordering van belastingen.


Mr. dr. Ton Tekstra
Mr. dr. A.J. Tekstra is advocaat en fiscalist bij Blauw Tekstra Uding Advocaten te Amsterdam.
Boekbespreking

Ervaringen uit de collegezaal

Een verslag van de discussie over rechtssociologisch onderwijs in Nederland

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Sociology of law, Socio-legal education, Educational practices
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    When Dutch-speaking sociologists of law meet, actual research is heavily discussed. Education, unfortunately, is rarely a topic of discussion. In 2014 sociologists of law gathered to exchange experiences in and ideas on education. This article gives an account of the discussion.
    The sociologists of law proved to be united on a number of fundamental questions. They concluded that it is useful to have students do research and to connect education in sociology of law with legal courses. This helps in realizing the ultimate goal: to have students achieve a greater understanding of the law by means of socio-legal insights. However, opinions diverged on the question of whether present educational practices in sociology of law are sufficiently renewing and attractive to students. Keep on reading to find out about other educational perspectives, challenges and solutions.


Reyer Baas
Reyer Baas is promovendus Rechtspleging aan de Radboud Universiteit Nijmegen en docent Grondslagen van het recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Weet wat je tweet

Het gebruik van Twitter door de wijkagent en het vertrouwen in de politie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden social media, Twitter, police, confidence, trust, community policing
Auteurs Dick Roodenburg en Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    Community policing is a common strategy in the Dutch police organization: working in a geographically bounded area, in close proximity and engagement with the local population. The use of Twitter by local police-officers is an increasingly popular way of communicating in this context. Prior research has indicated that there is a positive relation between the use of Twitter by the local police officer and citizens’ confidence in the police. But what factors determine this confidence and how can it be strengthened by using Twitter? This article examines the nature of police tweets and shows how tweets can contribute to improving the degree of confidence between citizens and the police. To determine what factors influence confidence we made use of the model of trust and confidence by Jackson and Bradford. This model differentiates between ‘effectiveness’, ‘fairness’, and ‘engagement’. These three factors are used to explore the way tweets might influence confidence in policing. The empirical research included interviews with three police officers who twitter actively, as well as interviews with 30 ‘followers’ living in the neighbourhood where the police officer works. Also an analyses has been carried out of the tweets made by the police officers in one year, 3.506 tweets in total, by categorizing the tweets according to the model of Jackson and Bradford. We conclude that the model of Jackson and Bradford is useful to explore the possible relationship between the use of Twitter and citizens confidence in the police. Using Twitter by the local police officers seems to make a possible contribution to the degree of confidence in the police. Our categorization of Twittermessages allowed us to give practical recommendations to local police officers how to use Twitter in order to improve confidence among citizens. The data also suggest that followers appreciate the fact that local police officers show their knowledge of current affairs in the neighbourhood.


Dick Roodenburg
Dick Roodenburg is beleidsadviseur en coördinator integrale veiligheid bij de gemeente De Ronde Venen (Utrecht).

Hans Boutellier
Hans Boutellier is bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lid van de raad van bestuur van het Verwey-Jonker Instituut.

    This article addresses the problem of qualitative interviewing in the field of legal studies, and more precisely the practice of interviewing judges. In the last five years the authors of this article conducted two different research projects which involved interviewing judges as a research method. In this article the authors share their experience and views on the qualitative interviewing method, and provide the reader with an overview of the ‘ins’ and ‘outs’ attached to this tool, but also its advantages and disadvantages.


Urszula Jaremba
Urszula Jaremba is an Assistant Professor of EU Law at Erasmus School of Law (Erasmus University Rotterdam, the Netherlands)

Elaine Dr. Mak
Elaine Mak is Endowed Professor of Empirical Study of Public Law, in particular of Rule-of-Law Institutions, at Erasmus School of Law (Erasmus University Rotterdam, the Netherlands)
Artikel

Hoe de belastingheffer de mens ontdekt

Een praktijkperspectief op de relatie tussen belastingregels en belastinggedrag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden belastingheffing, gedragsregulering, gedragsbeïnvloeding, communicatie, nudging
Auteurs H.J.M. van Rooij en D. Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Effectiviteit van belastingwetgeving is niet alleen afhankelijk van de wijze waarop de regels zijn ingericht en worden uitgevoerd door de belastingheffer, maar ook van de instelling en het gedrag van de belastingbetaler. De Belastingdienst zet vanuit deze gedachte niet alleen in op toezicht en handhaving, maar ook op service, ondersteuning en vormen van samenwerking. Inzichten uit gedragswetenschappen zijn hierbij onmisbaar om ervoor te zorgen dat inspanningen effectief zijn en niet averechts uitpakken. De auteurs gaan in op een aantal kenmerken van het gedrag van belastingbetalers (aan wie niets menselijks vreemd blijkt) en de wijze waarop daarmee door de Belastingdienst rekening wordt gehouden bij de uitvoering van zijn taken. Daarnaast besteden ze aandacht aan enige lessen die hieruit ook door de wetgever te trekken zijn.


H.J.M. van Rooij
H.J.M. van Rooij werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.

D. Geurts
D. Geurts werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.

Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Mooie woorden zijn nog geen mooie daden

Een kritische reflectie op het verband tussen legitimiteit en nalevingsgedrag

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Auteurs Ben van Velthoven en Bo Terpstra
Auteursinformatie

Ben van Velthoven
Ben van Velthoven is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op aansprakelijkheidsvraagstukken, geschilbeslechting en rechtshandhaving.

Bo Terpstra
Bo Terpstra is als wetenschappelijk docent verbonden aan de Juridische Faculteit van de Universiteit Leiden.

Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema's in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden.

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies.
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikelen

Spreken is zilver, zwijgen is goud: een inlichtingenverplichting zonder waarborg fout?

De reikwijdte van het nemo tenetur-beginsel en de (voorgenomen) faillissementswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2014
Auteurs mr. A. Zeeman en mr. A.A. Feenstra
Samenvatting

    In deze bijdrage zullen wij ingaan op een aantal onderwerpen waarbij de reikwijdte en toepassing van het nemo tenetur-beginsel aan de orde is. Ten eerste is dit het veelbesproken Chambaz-arrest van het EHRM. In dit arrest heeft het EHRM het nemo tenetur-beginsel uitgebreid naar de persoon die ‘niet kan uitsluiten’ dat gevorderd materiaal voor bestraffingsdoeleinden gebruikt zal worden. Vervolgens gaan wij in op de ‘receptie’ van het Chambazarrest in de jurisprudentie van de Hoge Raad. Voor een goed begrip voor de samenhang met voorgaande EHRMarresten wordt voorafgaand aan beide onderwerpen een analyse gegeven van de ‘klassieke’ jurisprudentie ten aanzien van het nemo tenetur-beginsel. Hiernaast besteden wij aandacht aan een nieuwe wending bij de toepassing van het nemo tenetur-beginsel, namelijk de uitwerking in de faillissementspraktijk. Door de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie en de focus van het Openbaar Ministerie op faillissementsfraude is de toepassing van het nemo tenetur-beginsel op dit terrein actueel geworden. In de faillissementswetgeving zijn legio verplichtingen opgenomen van een gefailleerde ten opzichte van de curator, terwijl het nemo tenetur-beginsel in die relatie nog betrekkelijk onontgonnen gebied lijkt. Ten slotte zullen wij afronden met een standpunt omtrent de reikwijdte van het nemo tenetur-beginsel, alsmede een waardering hoe de huidige en toekomstige faillissementswetgeving zich verhoudt tot dat beginsel.


mr. A. Zeeman

mr. A.A. Feenstra
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Verschillen tussen burgers in vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, framing, windtunneling
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals have confidence in the judiciary varies substantially. In this paper, we take the heterogeneity of the population as a starting-point. Our basic idea is that signals about the judiciary acquire significance through frames, schemes of interpretation. Using focus groups we portrayed contrasting frames of citizens. These frames enable us to test the consequences of measures to promote confidence. Measures that tend to increase confidence according to one frame may decrease confidence according to another. This yields dilemmas for those looking for possibilities to promote confidence. One possibility to deal with these dilemmas is to differentiate between different audiences.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

Geen woorden maar daden

De invloed van legitimiteit en vertrouwen op het nalevingsgedrag van verkeersovertreders

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden perceptions of legitimacy, Compliance, procedural justice
Auteurs Marc Hertogh, Bert Schudde en Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For many years, most regulatory research focused on instrumental motivations for compliance, which emphasize the role of rewards and punishments related to (dis)obeying the law. However, more recent studies have also emphasized the potential role of normative motivations. Using survey data collected from a sample of 1,182 traffic offenders in the Netherlands, and building on the ‘procedural justice model’ which was first developed in Why People Obey the Law (Tyler 1990), this paper explores how perceptions of legitimacy shape regulatory compliance. The study makes three contributions to the literature. First, this study is one of the few studies in which the procedural justice model is tested in Continental Europe. Second, following recent critiques in the literature, the paper introduces three modifications to the original model. Third, and unlike most previous studies, this study is not entirely based on self-reporting by drivers, but includes actual evidence about their behavior as well. With regard to the self-reported level of compliance, our study largely confirms Tyler’s (1990) original findings. Yet with regard to the observed level of compliance, there are also important differences between both studies. These findings will be explained by shifting our focus of attention from Tyler’s ‘universalistic’ approach to ‘legitimacy-in-context’ (Beetham 1991).


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden. Recente publicaties: Scheidende machten: de relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak (Boom Juridische uitgevers 2012) en (met Heleen Weyers) Recht van onderop: antwoorden uit de rechtssociologie (Ars Aequi Libri 2011).

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies. Daarnaast is hij in Groningen bijzonder hoogleraar Toezicht. Hij is veelvuldig betrokken bij wetsevaluaties, waarover hij ook publiceert. Recente publicaties over toezicht zijn ‘Waar blijft het interbestuurlijk toezicht?’, in: Publicaties van de Staatsrechtkring nr. 16 (Wolf Legal Publishers 2012) en ‘Meten van de effecten van toezicht. Yes we can?’, Tijdschrift voor Toezicht 2012/2, p. 63-80. In 2013 schreef hij met Bert Marseille de handleiding Professioneel behandelen van bezwaarschriften voor BZK/Prettig contact met de overheid.

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Toont 61 - 80 van 117 gevonden teksten
1 2 4 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.