Zoekresultaat: 109 artikelen


Mensen met een licht verstandelijke beperking in aanraking met politie en justitie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden learning disability, police, interrogation
Auteurs Dr. Xavier Moonen, MSc Marjolein de Wit en MSc Marjolein Hoogeveen

    There are many situations in which people with a learning disability encounter law enforcement. Early recognition of their learning disability by police and justice authorities is necessary to ensure an appropriate manner of communication and handling that takes into account their limitations and abilities. Yet, without special knowledge, it is not easy to recognize the learning disability, especially if the limitations of the disability are mild. Diagnosing a learning disability requires taking into account several aspects, and a simply determination of the IQ is definitely insufficient. This article deals with the specific characteristics of people with a learning disability in their contacts with the police and the justice system. Furthermore recommendations are given as to how to interrogate them in a respectful and correct way.

Dr. Xavier Moonen
Dr. Xavier Moonen is docent en onderzoeker op het gebied van mensen met een (licht) verstandelijke beperking aan de Universiteit van Amsterdam.

MSc Marjolein de Wit
Marjolein de Wit MSc is als orthopedagoog werkzaam bij Pameijer in Rotterdam, een organisatie voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking.

MSc Marjolein Hoogeveen
Marjolein Hoogeveen MSc is criminologe.

Gedetineerden met een licht verstandelijke beperking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden intellectual disability, prisoners
Auteurs Dr. Hendrien Kaal

    Signs that a more or less substantial group of people in Dutch prison experience problems as a result of an intellectual disability, suggest that it makes sense to track this group and subsequently offer them the support they need. The reason this does not happen in practice is a lack of knowledge on various fronts. As it is, it is not clear how large the group of people with an intellectual disability in Dutch prisons is, what problems they face, and what could aid them. This article highlights what we do know and what we do not know with regards to this group.

Dr. Hendrien Kaal
Dr. H.L. Kaal is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden.

Mensen met een licht verstandelijke beperking in de strafrechtsketen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Editorial
Auteurs Dr. Hendrien Kaal en Nico Overvest

    This editorial offers an introduction to the current issue.

Dr. Hendrien Kaal
Dr. Hendrien Kaal is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden.

Nico Overvest
Nico Overvest is manager bij Stichting De Borg.

Hetzelfde maar toch (heel) anders

Jongeren met een licht verstandelijke beperking en een PIJ-maatregel vergeleken met normaal begaafde PIJ’ers

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden youth offenders, intellectual disability, non-intellectual disability
Auteurs Dr. Hendrien Kaal, Eddy Brand en Maroesjka van Nieuwenhuijzen

    Casefile analysis concerning serious youth offenders under a mandatory treatment order in The Netherlands showed that, amongst youth offenders of various IQ-levels (IQ < 70, IQ 70-85, and IQ > 85), behavioural and mental health problems and social background characteristics are in many respects very similar. However, differences found in for example social skills and relationships and the needs inherent with having an intellectual disability (ID) have important implications for the way treatment is offered. As a large proportion of the serious youth offenders has an ID, this is important to consider. Furthermore, as intelligence has a dynamic aspect, the authors advise to occasionally reassess these youths.

Dr. Hendrien Kaal
Dr. H.L. Kaal is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden.

Eddy Brand
Dr. E.F.J.M. Brand is als onderzoeker werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in Den Haag.

Maroesjka van Nieuwenhuijzen
Dr. M. van Nieuwenhuijzen is als senior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Ontwikkelingspedagogiek van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Verstandelijke beperking in de forensische psychiatrie

Overzicht en presentatie van een onderzoek naar het effect van langdurende klinische behandelingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden learning disabilitie, clinical treatment, evaluation, Routine Outcome Monitoring
Auteurs Dr. Klaus Drieschner, Isabel Marrozos en Drs. Brenda Hesper

    The first part of the article provides a review of the literature concerning the prevalence of people with learning disabilities in forensic settings, the treatment programs for this population, and the evidence for the effectiveness of these programs. In the second part, a large prospective study into the effectiveness of long-term inpatient treatment in a Dutch treatment center is reported. Preliminary results indicate that the percentage of improved patients in terms of reduction of criminogenic needs increases steadily, and that about half of the patients significantly improve within the first two years of the treatment. In addition, patients are released to settings which are less restrictive than the pre-treatment settings.

Dr. Klaus Drieschner
Klaus Drieschner werkt als senior wetenschappelijk onderzoeker voor het Trajectum Kenniscentrum en is projectleider van het multicenter effectevaluatieonderzoek van het SGLVG expertisecentrum De Borg.

Isabel Marrozos
Isabel Marrozos is werkzaam als onderzoekscoördinator bij het Trajectum Kenniscentrum.

Drs. Brenda Hesper
Brenda Hesper is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het Trajectum Kenniscentrum.

Stoppen met crimineel gedrag

Een kwalitatief, longitudinaal onderzoek naar Marokkaanse en Nederlandse mannen met een crimineel verleden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2011
Auteurs H. Werdmölder

    This article is a first report on the longitudinal study of forty Moroccan and Dutch criminal men. The research was started in 1982. The author returned to the subject in 1988. In 2008, the author started a new research project with the same men.
    The focus of this article is on the process of desistance. Ten men already ended their criminal period in the late eighties (the ‘early desisters’). In between time, two of them relapsed. Nine men can be called ‘late desisters’. They had many more obstacles to face in their re-integration, such as long-term employment and addiction to hard drugs. The combination of getting regular work, marriage and a permanent place of living is very effective in the process of desistance. But in the end, personal qualities, such as discipline, taking up responsibility and motivation, will be decisive.

H. Werdmölder
Dr. Hans Werdmölder is als lector Jeugd en Veiligheid werkzaam aan het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool in Brabant en als universitair hoofddocent verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Dit artikel kwam mede tot stand dankzij een verblijf van een half jaar aan het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS) te Wassenaar en een subsidiëring van het Fonds Bijzondere Journalistieke Producties (www.fondsbjp.nl).

‘Uitgediende hetaeren, verjaagde concubines en in den steek gelatenen’

De opsluiting van vrouwelijke bedelaars eind negentiende eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Geschiedenis, Vrouwelijke bedelaars, Rijkswerkinrichting
Auteurs Drs. Marian Weevers en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld

    The backgrounds of the female vagabonds and beggars at the end of the 19th century show that contrary to their male counterparts, these females originated almost exclusively from the lower echelons of society. Their professions and those of their parents and husbands were low and ill-paid. Disease was prevalent, mortality was high and many of them had physical or psychological problems. Most of them were single and 25 percent had children out of wedlock. 20 Percent was convicted for mostly minor crimes. Because of their behaviour it is likely that they were not accepted by their family and received no support from the church or other institutions for relief of the poor. To beg and get convicted to RWI-placement may have been their only remaining survival strategy once they were old and ill.

Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is historica, mhac.weevers@planet.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.

Oorzaken van het mijden van onveilige situaties bij mannen en vrouwen

Een contextuele analyse op basis van de ‘collective efficacy’-theorie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Angst voor criminaliteit, Mijdgedrag, Collective efficacy
Auteurs Dr. Wim Hardyns, Prof. dr. Stefaan Pleysier en Prof. dr. Lieven Pauwels

    Two explanations can be found for the unequal geographical concentrations of avoidance behaviour: (1) the demographic composition of residential areas, and (2) the social and structural contextual effects of residential areas. Different studies all over the world have shown that women report more fear of crime than men. In this article we study contextual as well as individual determinants of avoidance behaviour for men and women separately to gain a better insight in the explanation of individual differences in avoidance behaviour. The theoretical framework of this study is derived from the collective efficacy theory. In the present study a contextual model was tested on a 2009 survey of 2,080 residents from 40 municipalities in Flanders (Belgium), by using block-wise multilevel analyses on data from the Social Cohesion Indicators in Flanders Survey (SCIF-survey), the Security Monitor and the registered crime statistics. The results indicate that economic disadvantage in the residential area increases the risk on avoidance behaviour both for men and women, because these areas often have high disorder and violent crime rates. With regard to the social ecology of crime this study shows that more research is needed on the differences in contextual effects of structural area characteristics on avoidance behaviour.

Dr. Wim Hardyns
Dr. W. Hardyns is verbonden aan de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA) en het Centre for the Study of Urban Crime and Delinquency (UCD) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent. Op 1 november 2010 heeft hij zijn doctoraal proefschrift verdedigd met de titel: Social cohesion and crime. A multilevel study of collective efficacy, victimisation and fear of crime, wim.hardyns@ugent.be.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is als docent verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) van de K.U. Leuven, stefaan.pleysier@law.kuleuven.be.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L.J.R. Pauwels is codirecteur van het Centre for the Study of Urban Crime and Delinquency, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UCD) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, lieven.pauwels@ugent.be.

Access_open Winstafdracht: einde aan slapend bestaan van artikel 6:104 BW

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden winstafdracht, abstracte schadeberekening, concrete schade, begroting van schade, punitive damages
Auteurs Mr. dr. T.E. Deurvorst

    Door dubbelzinnig taalgebruik in artikel 6:104 BW en een tweeslachtige parlementaire doelstelling wordt dit artikel weinig toegepast in de praktijk. Op 18 juni 2010 heeft de Hoge Raad in twee arresten – Setel/AVR en Ymere/X – artikel 6:104 BW aanzienlijk ruimer geïnterpreteerd in verschillende opzichten. De rechter wordt nu veel vrijheid gegund bij het bepalen van een vergoeding in het geval dat de benadeelde schade heeft geleden en de aansprakelijke winst heeft genoten, mits de vergoeding de vermoedelijke schade niet aanmerkelijk overschrijdt. Aan de begroting van de vermoedelijke schade worden echter geen hoge eisen gesteld. Te verwachten valt daarom dat justitiabelen geen flauw idee zullen hebben hoe groot de vergoeding zal zijn wanneer de rechter overgaat tot toepassing van artikel 6:104 BW. Daardoor komen de rechtszekerheid en een eerlijke rechtsbedeling op de tocht te staan.

Mr. dr. T.E. Deurvorst
Mr. dr. T.E. (Titia) Deurvorst is advocaat te Amsterdam en toegevoegd universitair hoofddocent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht (CIER).
Toont 61 - 80 van 109 gevonden teksten
1 2 4 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.