Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 263 artikelen

x
Annotatie

Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie dringt zorgplicht op aan Internationaal Strafhof: werkneemsters van het Strafhof mogen flexibel werken om borstvoeding te kunnen geven

ILOAT 28 juni 2017, nr. 3861 (A.L.G./International Criminal Court)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Flexibele arbeidsomstandigheden, Borstvoeding, Internationaal Strafhof, Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie, Zorgplicht
Auteurs Prof. dr. P. Foubert en Drs. F. De Cock
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie buigt zich over geschillen met werknemers van internationale organisaties. Dit Tribunaal komt twee tot drie keer per jaar samen in Genève om deze geschillen te beslechten. Immers, internationale organisaties genieten verregaande immuniteiten en beschikken over een eigen juridisch kader om de arbeidsrelatie met hun werknemers te regelen. Deze werknemers kunnen niet terecht bij een nationale rechter.
    Het Tribunaal oordeelde dat wanneer een werkneemster tijdelijk flexibele arbeidsomstandigheden vraagt om haar baby borstvoeding te kunnen geven, de internationale organisatie dit niet zonder meer mag weigeren. Doet de internationale organisatie (het Internationaal Strafhof) dat wel, dan wordt het zorgplichtprincipe geschonden. Volgens dit principe moeten internationale organisaties hun werknemers met de nodige zorg en aandacht behandelen teneinde hen onnodig leed te besparen.


Prof. dr. P. Foubert
Prof. dr. P. Foubert studeerde rechten aan de universiteiten van Antwerpen (kandidaat 1991), Leuven (licentiaat 1994, doctor 2001) en Harvard (LL.M. 1999). Zij is hoogleraar aan de Universiteit Hasselt, waar zij ‘Beginselen van het recht’ en ‘Advanced Social Law’ doceert. In haar onderzoek heeft professor Foubert bijzondere aandacht voor de gelijke behandeling in de arbeidsrelatie. Naast haar academische loopbaan is zij eveneens werkzaam als advocaat aan de balie van Leuven.

Drs. F. De Cock
Drs. F. De Cock was de voorbije jaren werkstudent aan de faculteit Rechten van de UHasselt. In 2017 behaalde hij er zijn masterdiploma in de rechten (afstudeerrichting Rechtsbedeling). Sindsdien bereidt hij in de eenheid Sociaal recht een doctoraat voor in het domein van het ‘recht van internationale organisaties’. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de rechtspositie van werknemers die bij internationale organisaties zijn tewerkgesteld, meer bepaald vanuit sociaalrechtelijk perspectief. F. De Cock is vooral geïnteresseerd in de werking van internationale administratieve tribunalen, waaronder het Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Artikel

Militair strafrecht en militair optreden in het ruimte- en informatiedomein

Nog sciencefiction of al realiteit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden militair, informatiedomein, ruimtedomein, cyber, Borghouts
Auteurs Mr. J.M. Stad, MA
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse krijgsmacht treedt behalve op land, ter zee en in de lucht steeds meer op in het ruimte- en informatiedomein. In het artikel wordt het belang voor de partijen in het militair strafproces verkend om voldoende kennis te vergaren over de aard van het militair optreden in deze twee nieuwe domeinen. Daartoe wordt kort beschreven wat de twee nieuwe domeinen inhouden en waar deze zijn geïncorporeerd in de organisatie van de krijgsmacht. Verder wordt de noodzaak om tot een ruimere interpretatie van aanbeveling 2 van de Commissie Borghouts te komen beschreven.


Mr. J.M. Stad, MA
Mr. J.M. Stad, MA is officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland. De auteur is gespecialiseerd in militair strafrecht en heeft een MA in War Studies, King’s College London. De auteur is als militair uitgezonden geweest naar Skopje/Macedonië, Basra/Irak en Uruzgan/Afghanistan.
Mededinging

Gasorba: ‘stating the obvious’ over parallelle handhaving

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden mededinging, Verordening (EG) nr. 1/2003, toezeggingsbesluit, kartelschadeclaims
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat een toezeggingsbesluit ex artikel 9 lid 1 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Europese Commissie in beginsel niet in de weg staat aan handhaving van Europees mededingingsrecht door nationale rechters en mededingingsautoriteiten ten aanzien van dezelfde feiten waar een toezegginsbesluit op ziet.
    HvJ 23 november 2017, zaak C-547/16, Gasorba SL e.a./Repsol Comercial de Productos Petrolíferos SA, ECLI:EU:C:2017:891


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Artikel

State-corporate crime en niet-democratische regimes: betrokkenheid van bedrijven in internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden state-corporate crime, international crimes, state crime, business and human rights
Auteurs Annika van Baar MA MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Most state-corporate crime research is focused on crime or harmful outcomes in or by democratic states. The goal of this article is to investigate the applicability of this concept to relations between economic actors and non-democratic state actors. The concept of state-corporate crime is applied to three contexts in which corporations have become involved in international crimes such as genocide, war crimes and crimes against humanity. Each representing a turning point in the academic and public perception of ‘business and human rights’, the contexts that are analysed are Nazi Germany (1993-1945), Apartheid South Africa (1948-1994) and the Democratic Republic of the Congo (DRC; 1996-now). It is concluded that in non-democratic states with totalitarian of authoritarian regimes (such as Nazi Germany and Apartheid South Africa), the concept of state-corporate crime is applicable and explanatory. In such strong states, economic and state actors make use of mutual benefits while, on the whole, state-interests prevail. As a result, the harmful outcome of the dynamics between corporations and states can best be described as corporate facilitated state crime. In weak states (such as the DRC) economic actors are generally more powerful while their involvement in international crimes also runs via non-state actors. The blurred lines between economic actors and state actors (and their interests) makes it difficult to apply the concept, in its different forms, to state-corporate cooperation in weak states and ‘new’ wars.


Annika van Baar MA MSc
Annika van Baar, MA MSc, is post-doc onderzoeker Resilient Societies – Resilient Rule of Law, Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Universiteit Utrecht. E-mail: a.vanbaar@uu.nl.
Artikel

Over de grenzen van de criminologie

Internationale betrekkingen en de criminologie van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden international criminology, international relations, international crimes
Auteurs dr. Maartje Weerdesteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminologists decided over the last few decades that it is important to study international crimes, meaning genocide, crimes against humanity and war crimes, from a criminological perspective. With the international community taking up the responsibility to protect populations from these crimes and the prominence of international criminal justice on the world stage, it is argued that international criminology should embrace international relations more as an important sub-discipline.


dr. Maartje Weerdesteijn
Dr. Maartje Weerdesteijn is universitair docent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie en onderzoeker bij het Center for International Criminal Justice, Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.weerdesteijn@vu.nl.
Artikel

Access_open Securitisering en seksualisering van migratie: het debat over oud en nieuw in Keulen

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Refugees, Gender debate, Sexual violence, Framing analysis
Auteurs Dr. Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    The article examines the public debate about New Year’s Eve in Cologne in 2015. Theoretical starting point is the idea that public debates are forms of social communication in which reality is produced and social events become meaningful. On the basis of a framing analysis, it is investigated what significance New Year’s Eve in Cologne has as a medial event for society. The question here is how the event is described and explained, how it is mentioned and interpreted, what significance it collectively receives and how these insights can be theoretically interpreted. The analysis shows that different frames were possible, such as the problematization of the work of the police. Instead, the discourse focused on the sexual behaviour of refugees and securitization and sexualisation of migration takes place.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is werkzaam als universitair hoofddocent criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Vakgroep Strafrecht en Criminologie. E-mail: m.althoff@rug.nl.
Artikel

Dochters van de jihad

Hoe familieleden betekenis geven aan het vertrek van Belgische en Nederlandse vrouwen die zich aansloten bij IS

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2018
Trefwoorden women, IS, Jihadism
Auteurs Dr. Marion Van San
SamenvattingAuteursinformatie

    Since it has become apparent that so many Western women have travelled to Syria and Iraq to join Islamic State, there is a relentless stream of publications dealing with the motivations of these women to join the terrorist organization. Most of these publications, based on ‘open sources’, are focusing on the motives spread by the women via social media. These social media reports, however, only provide a distorted view of the women’s motives. This article is based upon ethnographic research focusing on 28 Belgian and Dutch families, whose daughters have left for Syria to join the armed struggle.
    Although the existing literature shows that the feelings of exclusion in Western societies by Muslim women is seen as an important motive for their departure to Syria, the conversations with the families rarely supported this. Moreover, religion and ideology have played a minor role in the departure of their daughters from the perspective of the families, compared to what literature suggests. According to the families the departure of their daughters was mainly driven by romantic motives and the problems they were dealing with in their daily lives.


Dr. Marion Van San
Dr. M.R.P.J.R. van San is als senior onderzoeker verbonden aan het RISBO (Erasmus Universiteit Rotterdam).

    The nexus between religion and law is an important subject of comparative law. This paper, however, finds that the majority of comparative theorists rely on the immanent frame; that legal legitimacy can and should be separated from any objective truth or moral norm. But the fact of the matter is many constitutional systems were founded based on a complicated mixture between the transcendent and immanent frame. Whereas in the immanent frame, human actions are considered self-constituting, in the transcendent frame, human actions were judged in light of their correspondence to higher, divine laws and purposes.
    This article argues that it is not sufficient for comparative theorists to offer a perspective from the immanent frame. Comparative theorists in law and religion should understand at least basic religious doctrines and know how to systematize those doctrines. In other words, comparative theorist of law and religion should work within the transcendent frame. By using a transcendent frame, comparative theorists will be able to excavate the underlying structure of religion, and so they will understand better how theological ideas influence law. Furthermore, this paper will also present a thought experiment in applying the transcendent frame in comparative constitutional studies.


Stefanus Hendrianto
Stefanus Hendrianto is a scholar at Boston College, School of Theology and Ministry. In recent years, he has been a visiting professor at Santa Clara University School of Law (2013-2015) and a guest scholar at the Kellogg Institute for International Studies at the University of Notre Dame (2015-2016). He holds a Ph.D. degree from the School of Law, University of Washington, Seattle and LLM degree from Utrecht University, Netherlands, in addition to his LLB degree from Gadjah Mada University, Indonesia.
Artikel

Uitspraak Hof van Justitie van de Europese Unie, 10 mei 2017, zaak C-133/15, Chavez-Vilchez e.a./Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank e.a.

Het belang van het kind in Zambrano-situaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden Europees burgerschap, verblijfsrecht ouder uit derde land, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, bewijsrecht daadwerkelijke dagelijkse zorg
Auteurs Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 mei 2017 verduidelijkte het Hof van Justitie in de zaak Chavez-Vilchez welke belangen nationale autoriteiten dienen te wegen in de beoordeling of een niet-EU-ouder op grond van artikel 20 VWEU een afgeleid verblijfsrecht toekomt. In die belangenafweging spelen ook artikel 7 en 24 lid 2 van het EU Handvest van de grondrechten van de Europese Unie een rol. Het tot nu toe gevolgde Nederlandse beleid stemt zowel inhoudelijk als met betrekking tot de bewijslast niet overeen met de uitleg die het Hof in deze zaak geeft.
    HvJ 10 mei 2017, zaak C-133/15, H.C. Chavez-Vilchez e.a./Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank e.a., ECLI:EU:C:2017:354


Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
Prof. dr. A.A.M. (Annette) Schrauwen is hoogleraar Europese integratie bij het Amsterdam Centre for European Law and Governance en tevens opleidingsdirecteur Masteropleiding International and European Law aan de Universiteit van Amsterdam.

    De beslissing om een deskundige te benoemen behelst een discretionaire bevoegdheid van de rechtbank. Het Activiteitenbesluit is niet van toepassing op geuremissies nu het gaat om een IPPC-installatie waarop een BREF met BBT-conclusies van toepassing is.


Hans Paul Nijhoff
Jurisprudentie

De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Waadi, Belemmeringsverbod, Uitzendrichtlijn, Overeenkomst van opdracht, Inlener
Auteurs Prof. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 9a Waadi is een verbod op het stellen van belemmeringsbedingen bij ‘terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ opgenomen. Aanleiding voor dit verbod was de equivalent in de Uitzendrichtlijn die Nederland moest implementeren. De parlementaire geschiedenis van artikel 9a Waadi geeft geen houvast voor de uitleg van het precieze bereik van het artikel. Er wordt enkel verwezen naar de Uitzendrichtlijn die deels via de Waadi in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Bijgevolg is voor het bereik van artikel 9a Waadi het bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn van belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft tot op heden geen uitspraak gedaan over het precieze bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn. Dit maakt het oordeel van de Hoge Raad van 14 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)) en diens weigering prejudiciële vragen te stellen extra interessant. De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen:
    Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren?
    Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?


Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

De strekkingsbeperking binnen het Europese mededingingsrecht: het EVA-Hof puzzelt mee

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden mededingingsrecht, doelbeperking, Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie, strekkingsbeperking, rechtspraak
Auteurs Mr. J. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie gaat in op een langslepende discussie omtrent de invulling van het onderzoek dat vereist is om te kunnen concluderen dat sprake is van een mededingingsrechtelijke strekkingsbeperking. Lange tijd was sprake van onduidelijkheid omtrent de exacte rol van de mededingingsbeperkende gevolgen binnen dit onderzoek. In de Cartes Bancaires-uitspraak heeft het Hof van Justitie besloten dat voor strekkingsbeperkingen geen enkel onderzoek is vereist naar de concrete gevolgen mits de overeenkomst behoort tot een categorie gedragingen waarvan de ervaring leert dat zij in voldoende mate de mededinging nadelig kunnen beïnvloeden. Daarnaast moet worden vastgesteld dat een overeenkomst in het licht van de economische en juridische context in staat is de mededinging te beperken. Het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie volgt deze benadering op een zeer heldere en systematische wijze. Na lezing van de uitspraak rijst echter de vraag: ontaardt een beoordeling van de economische en juridische context in bepaalde marktsituaties niet toch in een beoordeling van de gevolgen van een overeenkomst?
    EVA-Hof 22 december 2016, zaak E-03/16, Ski Taxi, Follo Taxi/Noorwegen


Mr. J. Mulder
Mr. J. (Jotte) Mulder is universitair docent aan de Universiteit Utrecht binnen de afdeling economisch publiekrecht van het Europa Instituut.
Artikel

Beheersen en bestrijden – het voorzorgsbeginsel en informatieplichten bij de onzekere risico’s van Q-koorts

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Q-koorts, aansprakelijkheid, voorzorgsbeginsel, milieuaansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer en Mr. N. (Nikky) van Triet
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de rol die het voorzorgsbeginsel speelt in de uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de aansprakelijkheid van de Staat vanwege de Q-koortsepidemie.


Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is legal counsel bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij.

Mr. N. (Nikky) van Triet
Mr. N. van Triet is advocaat bij Van der Feltz advocaten en promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het gebied van overheidsaansprakelijkheid bij informatieverstrekking.
Artikel

Alsof zij nooit geboren waren …

Herinnering, ontkenning en de oude Jodenbuurt in Amsterdam

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2017
Trefwoorden memorialisation, Holocaust, Amsterdam, memory, social construction
Auteurs prof. mr. Chrisje Brants
SamenvattingAuteursinformatie

    After catastrophic events, memorialisation is part of coming to terms with the past and rebuilding the future. It is also part of the social construction of the past – a struggle between conflicting representations of past events by different groups in society, with different memories, interests and degrees of power to influence which version of history is eventually recognized as correct and which is denied. In Western Europe, we tend to study such processes in parts of the world far removed from our own, forgetting that the major genocide of the 20th century, took place in our own cities, and that a process of memorialisation was ongoing there for many years after the war. The Jewish quarter in the centre of Amsterdam has many monuments, buildings and museums connected to the history of the Jews of Amsterdam, the majority of whom died in the death camps of the Shoa. The memory landscape of the Jewish quarter is dynamic, a reflection of a culture of remembrance and denial concerning the Second World War, in which events and people are remembered, but others forgotten. What can the urban landscape of Amsterdam tell us about this culture and its relationship to social and political events during and after the war? What/who are remembered and what/who forgotten, by whom, and why? How has that changed over time?


prof. mr. Chrisje Brants
Prof. mr. Chrisje Brants is emeritus hoogleraar straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut, Universiteit Utrecht, en professor of law bij Northumbria University, Newcastle, Verenigd Koninkrijk.
Artikel

Uitspraak Hof van Justitie van de Europese Unie, 7 maart 2017, zaak C-638/16 PPU, X. en X./België

Een gemiste kans voor een uniforme en mensenrechtelijke uitleg van de Visumcode wat betreft de afgifte van een humanitair visum

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden humanitair visum, kortverblijfvisum, Visumcode, recht op asiel, refoulementverbod
Auteurs Dr. mr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 maart 2017 oordeelde het Hof van Justitie in de zaak X. en X./België dat het Unierecht niet verplicht tot de afgifte van een humanitair visum om personen in staat te stellen op het grondgebied van een van de lidstaten asiel aan te vragen. Anders dan geadviseerd door advocaat-generaal Mengozzi concludeert het Hof van Justitie dat in dergelijke gevallen de Visumcode (Verordening (EU) nr. 810/2009) niet van toepassing is. Hiermee is de uitspraak een gemiste kans om duidelijkheid te bieden inzake de uitleg van artikel 25 van de Visumcode en de extraterritoriale toepassing van artikelen 4 en 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
    HvJ 7 maart 2017, zaak C-638/16 PPU, X. en X./België, ECLI:EU:C:2017:173


Dr. mr. E.R. Brouwer
Dr. mr. E.R. (Evelien) Brouwer is senior onderzoeker migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam
Casus

De rechter als wetgevingswaakhond

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden beleidsneutraliteit, proportionaliteitstoets, evidence base, Daubert-doctrine
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    We zien in de Verenigde Staten momenteel hoe belangrijk rechterlijke controle op de kwaliteit van wetgeving kan zijn, bijvoorbeeld bij het omstreden inreisverbod voor migranten uit ‘islamitische landen’. Gevaar daarbij is echter dat de rechter te veel in politiek vaarwater terechtkomt. Misschien dat de Amerikaanse rechter op dit punt wat kan leren van het Hof van Justitie van de EU, dat een procedurele toets heeft ontwikkeld om de ‘evidence base’ van wetten te toetsen door bijvoorbeeld te kijken in hoeverre er impact assessments zijn uitgevoerd volgens de methoden die daartoe in het wetgevingsbeleid ontwikkeld zijn. Tegelijkertijd laat de Luxemburgse jurisprudentie zien dat men er daarbij misschien toch niet altijd aan ontkomt om ook naar de kwaliteit van het onderliggende bewijs te kijken. Hier kan Luxemburg wellicht wat leren van het U.S. Supreme Court, dat regels heeft ontwikkeld met betrekking tot de vraag hoe rechters dienen om te gaan met deskundigenbewijs en wetenschappelijke gegevens.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam, en lid van de redactie van dit tijdschrift.

    Verweerder heeft in redelijkheid aansluiting gezocht bij de standaardgeluidnormen in het Activiteitenbesluit. Hogere waarden dan de standaardgeluidsnormen van het Activiteitenbesluit zijn in redelijkheid aanvaardbaar indien niet op korte termijn een meer geschikte, alternatieve locatie voorhanden is.


Hans Paul Nijhoff
Artikel

Het EVRM en een strafbaarstelling voor overtreding van een visumsysteem in de strijd tegen het terrorisme

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Terrorismebestrijding, Visumstelsel, FTF, Mensenrechten
Auteurs Ernesto M.J. Lentze
SamenvattingAuteursinformatie

    A visa system covered by criminal law could adequately confront the current issues surrounding terrorism and in particular Foreign Terrorist Fighters (FTF’s). Classical legal research demonstrates that the idea of creating a criminal offense for breaching this visa system does not conflict with relevant human rights parameters of the European Convention, except in cases where journalists or non-journalists with a strong civil expression would be prevented to undertake obvious journalistic activities. The latter differs during a state of emergency, but this is undesirable given the fundamental role of freedom of expression within democratic constitutional societies.


Ernesto M.J. Lentze
Ernesto Lentze is politicoloog, jurist en journalist.
Toont 61 - 80 van 263 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.