Zoekresultaat: 121 artikelen

x
Artikel

Private rechtspraak: online én offline een realiteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden E-courts, alternative dispute resolution, online dispute resolution, eBay, Paypal
Auteurs C.N.J. de Vey Mestdagh en T. van Zuijlen
SamenvattingAuteursinformatie

    Private administration of justice is an online and offline reality. In this article the reality of online dispute resolution (ODR) is explored, using the example of eBay (60 million conflicts taken on each year). The issue of jurisdiction in online cases is clarified and an analysis is made of the causes of the propagation of ODR. Finally the new phenomenon of online dispute prevention (ODP) is examined. This leads to the conclusion that ODR started as an alternative form of dispute settlement, but more and more becomes a substitute for the public administration of justice.


C.N.J. de Vey Mestdagh
Dr. mr. Kees de Vey Mestdagh is hoofd van het Centrum voor Recht & ICT, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Groningen, www.rechtenict.nl, e-mail c.n.j.de.vey.mestdagh@rug.nl.

T. van Zuijlen
Tim van Zuijlen is student van de master Recht & ICT van het Centrum voor Recht & ICT.
Praktijk

Arbitrage en ambtshalve toetsing: mag de arbitrageclausule wel of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Algemene voorwaarden, ambtshalve toetsing, Richtlijn oneerlijke bedingen, arbitragebeding, onredelijk bezwarend beding
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 april 2012 overwoog het HvJ EU in het Invitel-arrest dat bij de beoordeling van algemene voorwaarden in een algemeen-belangprocedure in het kader van de Richtlijn oneerlijke bedingen de voorwaarden getoetst moeten worden in het licht van de nationaalrechtelijke regeling, de gehele overeenkomst en de door de gebruiker aangevoerde rechtvaardigingsgronden voor het betreffende beding. Op 21 september 2012 oordeelde de Hoge Raad in een procedure over een arbitraal beding dat de arbitrageclausule niet per definitie onredelijk bezwarend is op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen. Beide arresten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

De gevolgen van de Europese Erfrechtverordening voor Nederbelgen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden internationaal privaatrecht, erfrecht, Nederbelgen, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland en Prof. dr. R.R.M. Barbaix
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs in op de gevolgen die het van toepassing worden van de Europese Erfrechtverordening heeft voor Nederbelgen. Zij bespreken daartoe allereerst het huidige Nederlandse en Belgische internationaal privaatrecht ten aanzien van het erfrecht. Daarna schetsen zij de hoofdlijnen van de Erfrechtverordening. Vervolgens lichten de auteurs aan de hand van een aantal voorbeeldsituaties de gevolgen van de Erfrechtverordening voor Nederbelgen toe. Zij sluiten af met een aantal conclusies en aanbevelingen.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam.

Prof. dr. R.R.M. Barbaix
Prof. dr. R.R.M. Barbaix is professor aan de Universiteit Antwerpen en advocaat bij Greenille te Brussel.
Praktijk

De contractuele gevolgen van een eurodesintegratie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2012
Trefwoorden eurodesintegratie, uittreding, redenominatie, ISDA, LMA
Auteurs Mr. C.P. Hooft
SamenvattingAuteursinformatie

    Het is niet te voorspellen of en hoe een eurodesintegratie zal plaatsvinden. Ook het precieze juridische kader van een desintegratie valt lastig te voorzien. Uit juridische analyse van redenominatie van eurobetalingsverplichtingen bij een eurodesintegratie volgt dat er aanzienlijke juridische onduidelijkheden daarover bestaan. Terwijl de commerciële gevolgen voor contractspartijen belangrijk kunnen zijn. Het is contractueel verre van eenvoudig om de risico’s te adresseren. Met name indien contracten worden afgesloten waarbij langeduurbetalingsverplichtingen kunnen ontstaan en contractspartijen in verschillende landen zetelen, waarbij aanzienlijke koerswijzigingen tussen die landen kunnen ontstaan bij uittreding, zouden contractspartijen de risico’s in overweging dienen te nemen.


Mr. C.P. Hooft
Mr. C.P. Hooft is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Tegenstrijdige Europese regelgeving? De verhouding tussen de EEX-verordening en de Richtlijn oneerlijke bedingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden forumkeuze, EEX-verordening, Richtlijn oneerlijke bedingen, coherentie Europees recht, ambtshalve toetsing
Auteurs Mr. M.W. Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de verhouding tussen de EEX-verordening en de Richtlijn oneerlijke bedingen. Kan een forumkeuzebeding dat voldoet aan alle vereisten die in de EEX-verordening worden gesteld, toch onverbindend zijn op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen? En is art. 24 EEX-Vo wel verenigbaar met deze richtlijn?


Mr. M.W. Knigge
Mr. M.W. Knigge is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Hoofdartikel

Grensoverschrijdende overgang van onderneming

Een analyse van de bevoegde rechter en het toepasselijke recht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden grensoverschrijdend, overgang, onderneming, IPR, werknemersbescherming, rechtsmacht, toepasselijk recht
Auteurs mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederlandse ondernemers besteden steeds vaker de ondernemingsactiviteiten uit aan ondernemers in het buitenland. Dergelijke grensoverschrijdende transacties kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de werknemers. Zij krijgen niet alleen te maken met een buitenlandse werkgever, maar eventueel ook met een verplaatsing van de ondernemingsactiviteit naar het buitenland. In deze bijdrage wordt nagegaan of Richtlijn 2001/23 EG inzake overgang van onderneming eveneens de rechten van deze werknemers beschermt. Aandacht komt toe aan de vraag welke nationale rechter rechtsmacht heeft en aan de hand van welk (implementatie)recht de claims inzake de toepassing van de Richtlijn worden beoordeeld. De auteur komt tot de conclusie dat de Richtlijn op het punt van het toepasselijke recht aanpassing behoeft.


mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Grensvervaging tussen interne en externe veiligheid

Achtergronden en gevolgen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Trefwoorden internal security, external security, blurring boundaries
Auteurs Tom Vander Beken
SamenvattingAuteursinformatie

    Internal and external security are traditionally considered to be distinct concepts that allow police organizations and tasks to be differentiated from those of the military. Internal security is then viewed as oriented towards the maintenance of the order within a state and to be exercised against fellow citizens with a limited use of violence. External security deals with the protection of the territory and is exercised against foreign enemies, may include the use of excessive violence. In practice, however, the boundaries between these concepts and between police and military aims and tasks have become blurred. The extension of the security concept, a change in the nature of interventions on foreign territory and a shifting image of the enemy create an overlap between internal and external security issues and actors. This evolution seriously challenges the existing legal and normative frameworks that rely heavily on assumptions based on the distinction between internal and external security.


Tom Vander Beken
Prof. dr. T. (Tom) Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Correspondentieadres: Universiteitstraat 4, 9000 Gent, België. E-mail: tom.vanderbeken@ugent.be
Artikel

Regres in internationaal verband

Een bespreking van het leerstuk van regres in het internationale privaatrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regres, subrogatie, internationaal privaatrecht, Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten
Auteurs Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Als zich in een regressituatie internationale aanknopingspunten voordoen, rijzen vragen omtrent internationale rechtsmacht en toepasselijk recht. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden worden in deze bijdrage de op subrogatie en wettelijk verhaal van toepassing zijnde regels van internationaal privaatrecht besproken. Het antwoord de vraag welk recht van toepassing is verschilt per deelaspect van de regressituatie. De rechtsgeldigheid van subrogatie wordt bijvoorbeeld beheerst door het recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, maar de omvang van de schade wordt bepaald door het recht dat op de onrechtmatige daad van toepassing is. Oplettendheid is dus geboden.


Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is cassatieadvocaat en tevens medewerkster van het Bureau Kennis & Innovatie bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

De erkenning en tenuitvoerlegging van Europese beslissingen in het licht van de Europese beginselen van procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden wederzijds vertrouwen, erkenning, tenuitvoerlegging, art. 6 EVRM, art. 47 EU-Handvest, exequaturprocedure
Auteurs Mr. M. Freudenthal
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebaseerd op het beginsel van ‘wederzijds vertrouwen’ dat EU-staten in elkaars rechtspraak geacht worden te hebben, wordt de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van civiele beslissingen binnen de EU gaandeweg vereenvoudigd, dat deze beslissingen geen exequaturprocedure behoeven. Ter bescherming van de (niet verschenen) gedaagde dienen de procesrechtelijke beginselen van art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest hierbij ijkpunt te zijn. Centraal staat het beginsel van ‘hoor en wederhoor’ dat in de EET-Vo gewaarborgd is o.m. door aan de betekening minimumvereisten te verbinden. In deze bijdrage wordt nagegaan of de balans tussen deze vereenvoudiging en de waarborgen die opgenomen zijn ter bescherming van de gedaagde evenwichtig is.


Mr. M. Freudenthal
Mr. M. Freudenthal is honorair hoofdonderzoeker aan het Molengraaff Instituut te Utrecht.
Artikel

Internationale estate planning: ook regels van internationaal huwelijksvermogensrecht binnen EU geharmoniseerd

Hoofdlijnen van het voorstel voor een Europese Huwelijksvermogensrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees internationaal privaatrecht (IPR), internationaal huwelijksvermogensrecht, Europese Huwelijksvermogensrechtverordening, Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978, estate planning
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    In navolging van het internationaal erfrecht wordt nu voorgesteld ook het internationaal huwelijksvermogensrecht op Europees niveau te harmoniseren. Vragen van bevoegdheid, toepasselijk recht en erkenning en tenuitvoerlegging in kwesties van huwelijksvermogensrecht met internationale elementen worden in de toekomst aan de hand van regels uit een Europese verordening beantwoord.Voor de advisering op het terrein van de internationale civielrechtelijke estate planning is dit een belangrijke ontwikkeling. Daarom worden de hoofdlijnen van het Europese voorstel uitvoerig geanalyseerd. Daarnaast wordt onderzocht of, en zo ja, in hoeverre dit voorstel is afgestemd op en in lijn is met het eerdere erfrechtelijke voorstel.De conclusie luidt dat de voorgestelde regeling vooralsnog de nodige onduidelijkheden in zich bergt, die in het kader van de, mede voor de estate planning gewenste, rechtszekerheid en voorspelbaarheid nadere opheldering en toelichting behoeven.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Praktijk

Kroniek Civiele rechtspraak mededingingsrecht 2010

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden schadevergoedingsacties, verticale overeenkomsten, bewijslastverdeling (ihkv misbruik van economische machtspositie), selectieve distributie, aftrekbaarheid boete
Auteurs Mr. M.G. Bredenoord-Spoek en Prof. dr. J.S. Kortmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek Civiele Rechtspraak 2010 bespreekt evenals vorig jaar de door Nederlandse civiele rechters gewezen uitspraken waarin het Nederlandse en/of Europese mededingingsrecht aan de orde kwam. De fiscale aftrekbaarheid van mededingingsrechtelijke boetes wordt ook kort behandeld. In aanvulling daarop bevat deze kroniek tevens een kort overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van schadevergoedingsacties op basis van mededingingsrechtelijke overtredingen in Nederland en in enkele ons omringende landen.


Mr. M.G. Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Prof. dr. J.S. Kortmann
Prof. dr. J.S. Kortmann is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Pammer en Alpenhof: het richten van een website

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden consumentenovereenkomst, bevoegdheid rechter, website, internationale rechtsmacht, EEX-Verordening
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Pammer en Alpenhof van 7 december 2010 heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over de vraag wanneer een onderneming bij het gebruik maken van een website zijn activiteiten richt op één of meer bepaalde lidstaten in de zin van artikel 15 lid 1 sub c EEX-Verordening. In deze bepaling is de toepasselijkheid van artikel 16 EEX-Verordening geregeld dat bepaalt dat, ingeval van een geschil over een consumentenovereenkomst, de consument de leverancier mag dagvaarden in de lidstaat waarin hij zijn woonplaats heeft. Die regel geldt als de betrokken onderneming zijn commerciële activiteiten (mede) richt op die lidstaat en de gesloten overeenkomst onder die activiteiten valt. De vraag die in dit arrest centraal stond is aan welke criteria een internetsite moet voldoen opdat de activiteiten van de onderneming kunnen worden geacht te zijn ‘gericht op’ de lidstaat van de consument. Het arrest is ook van belang voor het bepalen van het toepasselijk recht ingevolge Rome I en mogelijk ook voor het vaststellen van jurisdictie ingeval van inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht via een website.HvJ EU 7 december 2010, gevoegde zaken C-585/08, Pammer en C-144/09, Alpenhof, (n.n.g.)


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Eenheid en verdeeldheid in Europa: EEX-Verordening versus CMR en het vrij verkeer van vonnissen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden EEX-Verordening, litispendentie en samenhang, tenuitvoerlegging, samenloop bijzondere verdragen, CMR
Auteurs Mr. P.H.L.M. Kuypers
SamenvattingAuteursinformatie

    De EEX-Verordening laat regels in verdragen over bijzondere onderwerpen onverlet. Het CMR-Verdrag is een dergelijk verdrag voor vervoerovereenkomsten en beoogt onder meer de aansprakelijkheid van vervoerders uniform te regelen. In de praktijk oordelen de rechters in de EU verschillend over de aansprakelijkheid van een vervoerder. Daardoor ontstaat soms een race naar de rechter om de (afwezigheid van) aansprakelijkheid vast te stellen door de rechter die waarschijnlijk voor de vervoerder of ladingbelanghebbende een gunstige benadering heeft. Keerzijde van de race naar de rechter zijn vragen over litispendentie en samenhang (zie eerder het arrest van het Hof van Justitie Tatry) en vervolgens discussie over tenuitvoerlegging en de weigeringsgronden. In welke verhouding staan de EEX-Verordening en het CMR tot elkaar bij litispendentie en tenuitvoerlegging?


Mr. P.H.L.M. Kuypers
Mr. P.H.L.M. Kuypers is advocaat bij AKD te Brussel.
Jurisprudentie

Het Pénzügyi-arrest: een beperkte onderzoeksplicht in het kader van de ambtshalve toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden consumentenbescherming, ambtshalve toetsing, verstekzaak, forumkeuzebeding, oneerlijke bedingen
Auteurs Mr. R.H.C. Jongeneel
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het Hof van Justitie rust op de nationale rechter in het kader van ambtshalve toetsing een onderzoeksplicht. Deze is echter beperkt tot de vraag of het Europeesrechtelijke consumentenbeschermende regime van toepassing is. Als dat zo is, zal de rechter op grond van het Pannon-arrest ambtshalve moeten toetsen. De vraag die daarbij vervolgens rijst, namelijk of ambtshalve onderzoek moet worden gedaan als niet ‘feitelijk en rechtens’ alle noodzakelijk omstandigheden bekend zijn die de rechter nodig heeft om te beslissen, wordt door het Hof van Justitie niet beantwoord.


Mr. R.H.C. Jongeneel
Mr. R.H.C. Jongeneel is vice-president in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Wat maakt een intentieverklaring adviesplichtig?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden intentieverklaring, adviesrecht, ondernemingsraad, samenwerkingsovereenkomst, fusie
Auteurs Mr. drs. M. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de kwalificatie van de intentieverklaring tegen de achtergrond van het adviesrecht van de OR. Daarbij komt aan de orde welke factoren relevant zijn voor de vraag of een intentieverklaring al dan niet adviesplichtig is en wat de betekenis daarvan is voor de fusie- en overnamepraktijk.


Mr. drs. M. van der Veen
Mr. drs. M. van der Veen is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Diversen

Boilerplate-clausules: Ketelbinkie in Contractenland?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden boilerplate, standaard, bepaling, clausule, entire agreement
Auteurs Mr. M. Uijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage legt Martijn Uijen uit wat boilerplate-clausules zijn, waar ze vandaan komen en hoe ze in de Nederlandse contractspraktijk kunnen worden gebruikt. Van twaalf veel voorkomende boilerplate-clausules wordt een voorbeeldtekst gegeven; de voorbeelden worden vervolgens stuk voor stuk geanalyseerd en afgezet tegen de bepalingen van het BW. Bij een contract naar Nederlands recht blijken boilerplate-clausules soms overbodig te zijn en soms onverwachte effecten te hebben. In heel wat gevallen moeten ze bovendien nog gericht worden toegesneden op de Nederlandse verbintenisrechtelijke context. Uijen schetst op welke manier dat het beste kan worden gedaan.


Mr. M. Uijen
Mr. M. Uijen is advocaat bij Höcker.
Praktijk

Bevoegdheid, vertegenwoordiging en informatieplicht: bakens worden verzet

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden EEX-Verordening, schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, terhandstelling van algemene voorwaarden, dienstverlening
Auteurs Mr. T.H.M. van Wechem en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU heeft in recente jurisprudentie duiding gegeven aan artikel 5 lid 1 sub b EEX-Vo over de plaats van levering bij koop en de plaats van dienstverlening. De Hoge Raad heeft een landmarkarrest gewezen over de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Daarnaast is per 1 juli 2010 een nieuw artikel 6:234 BW van kracht geworden. De schrijvers bespreken deze arresten en nieuwe wetgeving en constateren dat de arresten en wetgeving niet alleen vragen beantwoorden, maar ook tot nieuwe vragen leiden.


Mr. T.H.M. van Wechem
Mr. T.H.M. van Wechem is wetenschappelijk adviseur bij Baker & McKenzie advocaten, notarissen en belastingadviseurs.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.

M.B.M. Loos
Artikel

Vertegenwoordiging in Boek 10 BW: een gemiste kans

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, vertegenwoordiging, Haags Vertegenwoordigingsverdrag, Rome I, Rome II
Auteurs Mr. C.R. Christiaans
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de internationale rechtspraktijk is vertegenwoordiging een belangrijk onderwerp. Ons internationale handelsverkeer is immers grotendeels gebaseerd op vertegenwoordiging. De met grensoverschrijdende vertegenwoordiging verband houdende aspecten, waaronder zeker niet in de laatste plaats het op die vertegenwoordiging toepasselijk recht, blijven daarbij jammer genoeg veelal onderbelicht. Het voorgestelde art. 10:125 BW draagt niet bij aan het verbeteren van het begrip over dit onderwerp.


Mr. C.R. Christiaans
Mr. C.R. Christiaans is legal consultant en knowledge manager bij DLA Piper Nederland NV.
Toont 61 - 80 van 121 gevonden teksten
1 2 4 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.