Zoekresultaat: 203 artikelen

x
Artikel

Gewone verblijfplaats in de Erfrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden internationaal erfrecht, gewone verblijfplaats, woonplaats, Erfrechtverordening
Auteurs Mr. dr. I. Curry-Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 augustus 2015 wordt de Erfrechtverordening van toepassing. De verordening bevat zowel regels op het gebied van de bevoegdheid van de notaris om een Europese verklaring van erfrecht op te stellen, als regels van toepasselijk recht. In beide gevallen wordt gebruikt gemaakt van de aanknopingsfactor van de gewone verblijfplaats van de erflater. De vraag rijst echter hoe deze dient te worden vastgesteld. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij het verschil tussen de begrippen woonplaats en gewone verblijfplaats, en wordt nader gekeken naar de factoren die een rol spelen bij de vaststelling van de gewone verblijfplaats van de erflater.


Mr. dr. I. Curry-Sumner
Mr. dr. I. Curry-Sumner is freelance docent/onderzoeker, eigenaar en oprichter van Voorts Juridische Diensten te Dordrecht en tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Overijssel.
Artikel

De Erfrechtverordening in een notendop: toepassingsgebied, toepasselijk recht en de Europese verklaring van erfrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Europese Erfrechtverordening, toepasselijk recht, Europese erfrechtverklaring, erfrecht, IPR
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    IPR-vragen in nalatenschappen die op of na 17 augustus 2015 openvallen, worden in Nederland en de meeste andere EU-lidstaten beantwoord aan de hand van de regels uit de Erfrechtverordening. Dit artikel beoogt – in het kader van het onderhavige themanummer over de Erfrechtverordening – een overzicht te geven van de hoofdlijnen van deze verordening. Daarbij wordt onder meer ingegaan op het toepassingsgebied (welke onderwerpen regelt de verordening zoal en welke niet?) en het door de verordening als toepasselijk aangewezen erfrecht, zowel met als zonder rechtskeuze van de erflater. Ook wordt het in de verordening nieuw geïntroduceerde instrument van de Europese verklaring van erfrecht nader beschouwd.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade advocaten en notarissen te Groningen.
Artikel

De Europese erfrechtverklaring en het huwelijksvermogensrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Europese erfrechtverklaring, Huwelijksvermogensrecht, Internationaal privaatrecht, Bewijskracht
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Erfrechtverordening is niet van toepassing op kwesties die verband houden met huwelijksvermogensrecht. De omvang en samenstelling van de nalatenschap van een gehuwde erflater wordt mede bepaald door het huwelijksvermogensregime. Tegen deze achtergrond dient in Bijlage III van de Europese erfrechtverklaring informatie over het huwelijksvermogensstelsel van de erflater te worden ingevuld. In deze bijdrage behandelt de auteur de vraag op basis van welk recht Bijlage III dient te worden ingevuld. Ook gaat hij in op de bewijskracht van Bijlage III van de erfrechtverklaring.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Bluelyn B.V. te Rotterdam en universitair gastdocent aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

Prof. mr. G.R. de Groot
Prof. mr. G.R. de Groot is hoogleraar van de capaciteitsgroep Privaatrecht van de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2015
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.

Mr. M. Zilinsky
Artikel

Toerekening van giften door een in de wettelijke gemeenschap van goederen gehuwde schenker

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden giften, huwelijksvermogensrecht, legitieme portie, inbreng van giften, schenk- en erfbelasting
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 oktober 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen over de toerekening van giften, die worden gedaan door een schenker die in de wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd. In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest en de implicaties hiervan voor de toerekening van giften in het kader van de legitieme portie en inbreng in de nalatenschap. Ook bespreekt de auteur de fiscale behandeling van giften die worden gedaan door een schenker die in de wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is partner bij Bluelyn te Rotterdam en universitair gastdocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. Jan de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.

Mr. W.E. Haak
Mr. W.E. Haak is oud-president van de Hoge Raad der Nederlanden, oud-president van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart in Straatsburg, heeft zitting genomen in de Hof van Discipline voor de advocatuur en is Appointing Authority ten behoeve van het Iran-United States Claims Tribunal geweest.
Artikel

Perikelen rondom het successie-dividend

Artikel 4.12a van toepassing op het hele of het halve pakket, of slechts op het erfdeel?

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 32 2015
Trefwoorden Testament
Auteurs


Artikel

Voorwaardelijke uitsluitingsclausules en inkomstenbelasting

De vorm bepaalt de gevolgen!

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 36 2015
Trefwoorden Testament
Auteurs




Article

Access_open Samenlevingsovereenkomsten in de notariële praktijk

Tijdschrift Family & Law, november 2014
Auteurs Petra Kuik, Wendy Schrama en Prof. dr. Leon Verstappen
Samenvatting

    In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. De inhoud van de doorsnee samenlevingsovereenkomst verschilt aanzienlijk van die van huwelijkse voorwaarden. Bedingen waaruit vermogensrechtelijke solidariteit tussen ongehuwd samenwonenden blijkt (inkomens- of vermogensverrekening of alimentatiebedingen), komen slechts zeer beperkt voor in samenlevingsovereenkomsten, terwijl die juist in huwelijkse voorwaarden zeer frequent voorkomen. Ook op andere onderdelen verschaft dit onderzoek interessante bevindingen. Nader onderzoek is gewenst om meer inzicht te krijgen in de praktijk van het maken van samenlevingsovereenkomsten. --- In this paper, the authors present an empirical research on the content of cohabitation contracts in the Netherlands, conducted in 2013. The legal professionals who mostly deal with cohabitation contracts - the notaries - have been asked to fill in a digital questionnaire. The format of this research is exploratory, painting a first picture of legal practice on making cohabitation contracts. The content of the average cohabitation contract differs very much compared to the content of the average marriage contract. Clauses that express solidarity between cohabitants (sharing income or property values or maintenance) are rare in cohabitation contracts, whereas they are rather popular in matrimonial property contracts. Further research is necessary to gain more insight into the legal practice of making cohabitation contracts.


Petra Kuik

Wendy Schrama

Prof. dr. Leon Verstappen
Artikel

Inbreng van giften

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden giften, inbreng, verdeling nalatenschap, huwelijksvermogensrecht, verjaring
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de rechtsfiguur inbreng van giften, waarmee de ongelijkheid kan worden opgeheven die ontstaat wanneer niet aan alle kinderen (gelijke) giften worden gedaan. Hij schetst daartoe allereerst het wettelijke kader, waarbij onder meer de vraag aan de orde komt of de vordering tot inbreng verjaart. Vervolgens wordt besproken hoe gerealiseerd kan worden dat niet alleen de brutoverkrijging, maar ook de nettoverkrijging van ieder kind van de schenker gelijk is.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille, Rotterdam en universitair gastdocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2014
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort


Jurisprudentie

Uitleg van een uitsluitingsclausule

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden uitsluitingsclausule, Haviltex-norm, CAO-norm
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt uiteengezet hoe een uitsluitingsclausule bij uiterste wilsbeschikkingen en giften moet worden uitgelegd. Het onderscheid tussen de Haviltex- en de CAO-norm wordt nader uitgewerkt. Bepleit wordt een geobjectiveerde toepassing van de Haviltex-norm bij de uitleg van giften.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Huwelijksvermogensrecht op Curaçao

Samenlevers, korte huwelijken en beperkte gemeenschappen

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 15 2014
Trefwoorden Internationaal
Auteurs


Toont 61 - 80 van 203 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.