Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2988 artikelen

x
Artikel

Het opzettelijk groeimodel van het jeugdstrafrecht

Hoe jeugdigen de klos zijn van bewust onbekwame politici

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Jeugdzorg, Jeugdbeleid, Jeugdstrafrecht, Onbekwame politici
Auteurs Prof. dr. René Clarijs
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch youth policy limits itself to children who have or cause problems. Our Youth Law is even only related to youth care.
    The consequences are disastrous: the results are extremely poor, especially in comparison with other countries. Scandinavian and Eastern European countries have a comprehensive infrastructure to offer children a useful, relaxed and pleasant leisure time. The motto of these leisure time organisations is inclusion. They choose for dilution (some criminal or civil law children are placed together with normal children), while we organise compaction of the problems (we put them all together in one institution).
    The Netherlands prefers an unbalanced youth policy, where anything has been professionalized, whereby we look at children through worrying glasses. We do not see chances for development, but worrisome developments.
    Politicians do not want to be informed about a better solution. They are consciously incompetent. Criminal law should look at that situation.


Prof. dr. René Clarijs
Prof. dr. René Clarijs is hoogleraar aan de Universiteit Sint-Petersburg in Rusland, hoofdredacteur van Jeugdbeleid, auteur, en zelfstandig gevestigd beleidsadviseur.
Artikel

Informatiegestuurd politiewerk: met reflecties voor de strafrechtsketen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Informatiegestuurd politiewerk, Kennismanagement, Organisatiefactoren, Strafrechtsketen
Auteurs Flore van Rosmalen MSc, Dr. ir. Annette de Boer, Dr. ir. Mariëlle den Hengst e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Intelligence-led policing (ILP) has been adopted by police organisations worldwide, yet organisational implementation appears to be difficult. Results of this study uncover organisational factors that affect ILP and give insight on how these facilitate or hinder ILP. The organisational factors can be categorised into technological, structural, cultural and people related factors. This research was conducted by means of a literature review and two case studies on the investigation of organised drug-related crime and on football and safety in two different units of the Dutch police. The results of this study can be considered as relevant input regarding future implementation of intelligence-led operations in the whole criminal justice chain.


Flore van Rosmalen MSc
Flore van Rosmalen MSc is consultant veiligheid en crisismanagement bij Berenschot.

Dr. ir. Annette de Boer
Dr. ir. Annette de Boer is directeur van GGD Haaglanden.

Dr. ir. Mariëlle den Hengst
Dr. ir. Mariëlle den Hengst is projectleider bij RTI-lab politie.

Ir. Pascal Gemke
Ir. Pascal Gemke is strategieconsultant bij YGroup Companies.
Artikel

Helder communiceren over recidiverisico’s

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden risk communication, risk assessment, Recidivism
Auteurs Vivienne de Vogel, Jacqueline Bosker en Ellen van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Structured assessment of the risk of repeated offending has become common practice in the judicial system. However, much less attention has been paid to the way of communicating about the results of these risk assessments to the court or forensic settings. Research shows that the way of communicating about risks of relapse may affect decision-making by judges. In this article, these research results will be summarized and the different approaches to risk communication are discussed. Finally, recommendations are provided for clear communication about risk assessment results.


Vivienne de Vogel
Vivienne de Vogel is werkzaam bij Hogeschool Utrecht en de Forensische Zorgspecialisten.

Jacqueline Bosker
Jacqueline Bosker is werkzaam bij Hogeschool Utrecht.

Ellen van den Broek
Ellen van den Broek is werkzaam bij de Forensische Zorgspecialisten.
Artikel

De wettelijke regeling van het right to challenge in de praktijk

Much ado about nothing?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Right to challenge, Burgerinitiatieven, Wmo, Subsidie, artikel 150 Gemeentewet
Auteurs Mr. E.M.M.A. Driessen, Prof. mr. G. Boogaard en Prof. mr. W. den Ouden
SamenvattingAuteursinformatie

    In het regeerakkoord werd een right to challenge-regeling aangekondigd, maar op welke manier deze regeling vorm moest krijgen, was nog de vraag. In hun eerder verrichte onderzoek komen de auteurs tot de conclusie dat zo’n regeling geen begaanbare weg is. Dat neemt niet weg dat er door het hele land verschillende regelingen te vinden zijn die worden gepresenteerd als een vorm van invoering van het right to challenge. In dit artikel onderzoeken de auteurs deze regelingen. Zijn het wel échte right to challenge-regelingen en komen zij tegemoet aan de knelpunten waarmee challengers te maken hebben?


Mr. E.M.M.A. Driessen
Mr. E.M.M.A. (Esmée) Driessen is promovenda op het gebied van right to challenge en burgerinitiatieven en tevens Thorbecke-fellow.

Prof. mr. G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar Decentrale Overheden (Thorbeckeleerstoel) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. W. den Ouden
Prof. mr. drs. W. (Willemien) den Ouden is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de afdeling Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en research fellow van het E.M. Meijers Institute. Zij is tevens werkzaam als wetenschappelijk directeur van het Instituut Publiekrecht.
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.
Artikel

De (Belgische) Wet Medische Ongevallen en het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Belgische Wet Medische Ongevallen, Fonds Medische Ongevallen, abnormale schade, medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA), vermijdbare schade
Auteurs Dr. W. Buelens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juni 2018 verdedigde de auteur succesvol zijn doctoraal proefschrift over het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid. Dit begrip omvat een nieuw, subjectief vergoedingsrecht voor slachtoffers van medische ongevallen, los van de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en werd ingevoerd door de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg. Deze bijdrage bevat enkele krachtlijnen met betrekking tot de invulling van dit begrip.


Dr. W. Buelens
Dr. W. Buelens is praktijkassistent Gezondheidsrecht aan de Universiteit Gent, vrijwillig academisch medewerker aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.
Artikel

Triangulaire arbeidsrelaties in de platformeconomie: een voorstel tot een vermoeden van uitzendbureau

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Platformen, Platformwerk, Arbeidsbemiddeling, Uitzendarbeid, Terbeschikkingstelling
Auteurs Prof. dr. V. De Stefano en Mr. M. Wouters
SamenvattingAuteursinformatie

    De opkomst van de platformeconomie, met als prominente voorbeelden Uber en Deliveroo, deed de discussies omtrent de aard van de arbeidsrelatie heropleven. Zijn deze platformwerkers in werkelijkheid werknemers, en is het arbeidsrecht aan hervorming toe indien ze het wel of niet zijn? Deze bijdrage heeft eveneens tot doel om de werkingssfeer van het arbeidsrecht ter discussie te stellen door de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling en uitzendarbeid toe te passen op platformen. Dienaangaande bepleit deze bijdrage om ten eerste de regelgeving omtrent private arbeidsbemiddeling aan te wenden om ook de bemiddeling van dienstverleningsovereenkomsten tussen werkzoekenden en opdrachtgevers te omkaderen. Ten tweede wijst de bijdrage op de mogelijke totstandkoming van ‘verdoken’ uitzendarbeid door middel van digitale platformen. Om dit te voorkomen stellen de auteurs een ‘vermoeden van uitzendbureau’ voor.


Prof. dr. V. De Stefano
Prof. dr. V. De Stefano is BOF-ZAP onderzoekprofessor aan de KU Leuven.

Mr. M. Wouters
Mr. M. Wouters is doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven.
Annotatie

Het discriminatieverbod als katalysator van de negatieve vrijheid van religie in identiteitsgebonden organisaties

HvJ EU 17 april 2018, C-414/16 (Vera Egenberger/Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung eV) en HvJ EU 11 september 2018, C-68/17 (IR/JQ)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kaderrichtlijn 2000/78, Discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging, Identiteitsgebonden organisaties, Toegang tot de rechter, Proportionaliteit
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken arresten buigt het Europese Hof van Justitie zich voor de tweede maal sedert de arresten Achbita en Bougnaoui (2017) over de draagwijdte van discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging. Stond in de hiervoor genoemde arresten de vraag centraal of de indirecte discriminatie die een hoofddoekverbod in een neutrale organisatie impliceert kon worden gerechtvaardigd, dan botsen in de hier besproken arresten een sollicitant en een werknemer in identiteitsgebonden organisaties op het ethos van die organisatie. De vraag staat centraal in welke mate een identiteitsgebonden organisatie zich op dat ethos kan beroepen om een kandidaat te weigeren die géén lid is van een protestants kerkgenootschap, en om een arts te ontslaan die na het aangaan van een kerkelijk huwelijk dat noch werd nietig verklaard, noch door de dood van zijn voormalige echtgenote werd ontbonden een tweede civiel huwelijk aanging. In deze bijdrage wordt de wijze waarop het Europese Hof van Justitie met dergelijke loyaliteitsconflicten omgaat vergeleken met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De verruimde mogelijkheid die identiteitsgebonden organisaties hebben om directe discriminatie op basis van geloof of overtuiging te rechtvaardigen wordt vergeleken met de gemene rechtvaardiging van directe discriminatie. Een ander punt van aandacht is de vergelijking tussen deze verruimde rechtvaardiging van directe discriminatie én de rechtvaardiging van beperkingen van de vrijheid van godsdienst. De oordelen van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens worden beschouwd in het licht van deze Luxemburgse jurisprudentie.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

De betekenis van de 1 juli-uitspraken van de CRvB over exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften: exit Landbouwvliegersarrest

En ook: wat is de stand van zaken in het omgevingsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden avv, onverbindend, evidentiecriterium
Auteurs Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op een uitspraak van de CRvB van 1 juli 2019 waarin exceptieve toetsing centraal stond. Auteur vergelijkt de omgevingsrechtelijke jurisprudentie van de ABRvS met betrekking tot exceptieve toetsing met de uitspraak van de CRvB.


Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
Mr. dr. H.J. de Vries is beleidsadviseur bij de provincie Utrecht. Hij is lid van de redactieraad van Tijdschrift voor Omgevingsrecht en annotator van Tijdschrift voor Bouwrecht.
Wetenschap

Verschuivend paradigma in corporate governance bij vijandige overnames

Reflecties van rechters, bestuurders en commissarissen, een lid van de Monitoring Commissie en een institutionele belegger tegen de achtergrond van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en in de jurisprudentie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden langetermijnwaardecreatie, corporate governance, shareholder- en stakeholdermodel, vijandige overnames, vennootschappelijk belang
Auteurs Mr. dr. J. Nijland, Dr. T.L.M. Verdoes, Dr. M.P. Lycklama à Nijeholt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente ontwikkelingen in de Nederlandse jurisprudentie en de herziening van de Corporate Governance Code zouden kunnen dienen als een belangrijke katalysator voor meer ‘duurzame’ overnamebesluiten door het benadrukken van het belang van langetermijnwaardecreatie. De auteurs interviewden belangrijke actoren in overnameconflicten om hun visie te geven op de kansen en bedreigingen van langetermijnwaardecreatie. De reflecties zijn in lijn met de ontwikkelingen en aldus doorgedrongen in het maatschappelijke speelveld. Concrete invulling geven aan langetermijnwaardecreatie is complex vanwege de uiteenlopende visies op het vennootschappelijke belang: de shareholders, stakeholders en de entiteit. Dit schept echter ook de ruimte om autonoom invulling te geven aan langetermijnwaardecreatie.


Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. (Jelle) Nijland is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.

Dr. T.L.M. Verdoes
Dr. T.L.M. (Tim) Verdoes is als universitair docent verbonden aan het Instituut Fiscale en Economische vakken van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Bedrijfswetenschappen, van de Universiteit Leiden.

Dr. M.P. Lycklama à Nijeholt
Dr. M.P. (Maaike) Lycklama à Nijeholt is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. N.T. Pham
Mr. dr. N.T. (Thy) Pham is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Een blik op de toekomst van de accountancysector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden accountant, wettelijke controle, Commissie Toekomst Accountancysector, Autoriteit Financiële Markten
Auteurs Mr. dr. J.E. Brink-van der Meer
SamenvattingAuteursinformatie

    De accountancysector zit midden in een verandertraject dat moet leiden tot een duurzame gedrags- en cultuurverandering. Uit verschillende onderzoeken zou echter blijken dat de sector onvoldoende voortgang boekt. Dit baart de Minister van Financiën zorgen en daarom heeft hij de Commissie Toekomst Accountancysector (CTA) ingesteld. In deze bijdrage staat de auteur stil bij een drietal onderwerpen, die relevant zijn voor het onderzoek van de CTA naar de toekomst van de accountancysector. Dit betreft de taak en het plan van aanpak van de CTA, het rapport ‘Kwetsbaarheden in de structuur van de accountancysector’ van de AFM en de reacties bij de consultatie. Tot slot worden de voorlopige bevindingen van de CTA besproken.


Mr. dr. J.E. Brink-van der Meer
Mr. dr. J.E. (Annelies) Brink-van der Meer is op 23 januari 2019 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam gepromoveerd op Accountantsaansprakelijkheid. Zij is werkzaam bij de Vrije Universiteit als docent ondernemingsrecht en is fellow van het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO).
Wetenschap

Toezicht en handhaving bij het verplicht bod in Nederland

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden openbaar overnamebod, verplicht bod, overwegende zeggenschap, Overnamerichtlijn, biedplicht
Auteurs J. Schipper en Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de Richtlijn 2004/25/EG van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod is er een EU-regeling voor het verplicht bod geïntroduceerd. In Nederland is een (rechts)persoon die overwegende zeggenschap verkrijgt in een beursgenoteerde vennootschap vanaf 28 oktober 2007 verplicht om een openbaar bod uit te brengen op alle overige uitstaande aandelen en certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven. In dit artikel onderzoeken de auteurs of er argumenten zijn om het toezicht op en de handhaving van de verplicht-bodregeling in Nederland te herzien. Afgesloten wordt met enkele conclusies.


J. Schipper
J. (Joost) Schipper is masterstudent Ondernemingsrecht en Financial Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. H. Koster
Mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus School of Law.

Justus Hoefnagel
Justus Hoefnagel is Senior Associate at Allens en werkte van eind 2017 tot eind 2019 in Australië bij een advocatenkantoor in Perth, West-Australië, in het kader van een tweejarig secondment. Hij werkte daar mee aan de behandeling van procedures ter zake commerciële geschillen bij Australische rechtbanken.

    In this article Emese von Bóné discusses the main findings of a Netherlands research (report) into the origin and functioning of the Belgian justice de paix and the French juge de proximité, the successor of the French justice de paix. The report also provides avenues how this type of adjudication could be implemented in the Dutch administration of justice.


Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

Nadja Alexander
Nadja Alexander is Professor of Law (Practice) at Singapore Management University School of Law and Director of the Singapore International Dispute Resolution Academy (‘SIDRA’). She may be contacted at

Shouyu Chong
Shouyu Chong is a Researcher at SIDRA, and may be contacted at
Artikel

Ethical guidelines for mediators – the Austrian status quo

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2-3 2019
Trefwoorden Austria, Code of Conduct, Disciplinary Control, Ethical Guidelines
Auteurs Anne-Karin Grill
SamenvattingAuteursinformatie

    The Austrian mediation landscape is quite inhomogeneous, with no universally applicable framework in place to safeguard best practice standards in mediation. Any commitment of mediators to codes of conduct or ethical guidelines occurs on an entirely voluntary basis. Control mechanisms exist in the form of complaint bodies instituted at the level of Austrian mediation associations.


Anne-Karin Grill
Anne-Karin Grill is Attorney-at-Law and partner at Vavrovsky Heine Marth Rechtsanwälte and CEDR Accredited Mediator in Vienna, Austria.

    In this article, the author discusses mediation law and practice in Australia, with a focus on commercial disputes. Statistical data collected in several Australian jurisdictions suggest that mandatory referral works out positively. The author concludes with some observations as to the potential usefulness of the Australian model for court-referred mediation in Europe.


Justus Hoefnagel
Justus Hoefnagel is advocaat bij Linklaters LLP in Amsterdam en werkte van eind 2017 tot eind 2019 in Australië bij Allens, een advocatenkantoor in Perth, West-Australië, in het kader van een tweejarig secondment. Hij werkte daar mee aan de behandeling van procedures ter zake commerciële geschillen bij Australische rechtbanken.

Iris Becx
Iris Becx is victimoloog en is promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Ze doet onderzoek naar de mogelijkheden van Restorative Justice binnen conflictoplossing van verkeersongevallen en medische incidenten.

Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. J.M. Nelen is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Maastricht.
Kroniek

Jongeren, leeftijdsgenoten en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Peer relations, Delinquency, Social influence, Social networks, Peer status
Auteurs Dr. Jan Kornelis Dijkstra en Prof. dr. René Veenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    This article relates criminological research on youth delinquency to the social development of adolescents. Starting point is a goal-framing approach which assumes that young people aim for the achievement of two goals: status (‘getting ahead’) and belonging (‘getting along’). Peers form an important context for achieving these goals. Therefore, the role of delinquency in peer networks is examined: on the one hand, the extent to which delinquency contributes to peer status, and on the other hand, how delinquency contributes to the formation of network relationships and, vice versa, how network relationships influence adolescents’ delinquency. Finally, several directions for further research are discussed.


Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als universitair hoofddocent sociologie aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. René Veenstra
Prof. dr. R. Veenstra is directeur van de onderzoeksschool ICS en werkzaam als hoogleraar sociologie aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 61 - 80 van 2988 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.