Zoekresultaat: 121 artikelen

x
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Boekbespreking

De waarden van het (arbeids)recht: liber amicorum voor prof. mr. Paul F. van der Heijden

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden basiswaarden en functies sociaal recht, grondslagendebat, kritische reflectie
Auteurs A. Van Bever
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdragenbundel De waarden van het (arbeids)recht bevat enkele reflecties over de grondslagen of basiswaarden en over de functies en grenzen van het (arbeids)recht. De bundel blikt terug op het preadvies dat Van der Heijden en Noordam in 2001 rond hetzelfde thema uitwerkten vanuit de vraag waartoe het grondslagendebat tot dusver heeft geleid. Wat is de staat van de in het preadvies geïdentificeerde basiswaarden en welke invulling krijgen ze in de huidige sociaal-rechtelijke context? Acht auteurs nemen het woord over een selectie van vijf van de genoemde basiswaarden, over de ‘sociaal-rechtelijke variabele’ van de wederkerigheid en over de functies van het arbeidsrecht. Heerma van Voss en Verhulp besluiten het geheel ten slotte met enkele kritische slotbeschouwingen.


A. Van Bever
Mw. dra. A. Van Bever is doctoraatstudent en Assistent aan het Instituut voor Arbeidsrecht van de KULeuven.
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

Heeft de opneming van zorgstandaarden in een wettelijk register gevolgen voor de juridische betekenis van die standaarden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, standaarden, professionele standaard, wettelijk register
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijnen en standaarden van de medische beroepsgroep spelen bij het beoordelen van medische aansprakelijkheid vaak een belangrijke rol. Het Zorginstituut Nederland (ZiN) gaat een wettelijk register van dergelijke standaarden beheren. In gevallen waarin het veld dat nalaat, kan het ZiN zelf standaarden laten opstellen en deze doen opnemen in het register. De vraag is of deze nieuwe wettelijke mogelijkheden gevolgen hebben voor de juridische betekenis van standaarden en voor de juridische positie van zorgaanbieders in aansprakelijkheidszaken. Het ziet ernaar uit dat de nieuwe wetgeving vooral transparantie-effecten heeft en de juridische positie en betekenis van standaarden niet wezenlijk wijzigen.


Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan AMC/Universiteit van Amsterdam.

Mr. M.I. Hazelhorst
Monique Hazelhorst is promovenda aan de Erasmus School of Law.

Prof. mr. X.E. Kramer
Xandra Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law.
Praktijk

Van ‘Wij Beatrix’ naar ‘Wij Willem-Alexander’: enkele beschouwingen bij het afkondigingsformulier

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afkondigingsformulier, aanhef van wetten en AMvB’s, troonswisseling, koningschap, ‘bij de gratie Gods’
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de tekst van het afkondigingsformulier van wetten geldt ingevolge additioneel artikel XIX Grondwet nog steeds het formulier uit de oude Grondwet: ‘Wij’ enz. ‘Koning der Nederlanden’ enz. Al sinds de vorming van ons Koninkrijk tweehonderd jaar geleden is de praktijk dat ter invulling van het eerste ‘enz.’ de formule ‘bij de gratie Gods’ wordt gebezigd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij enkele achtergronden van dit gedeelte van het afkondigingsformulier. Ingegaan wordt op de historie, met uitgebreide verwijzingen naar wetsgeschiedenis en literatuur. De bijdrage spitst zich toe op het uitblijven van de grondwettelijke opdracht om een regeling van het afkondigingsformulier te treffen en op de formule ‘bij de gratie Gods’. Bepleit wordt om na de troonswisseling tot een wettelijke regeling van het afkondigingsformulier te komen, zowel voor wetten als voor AMvB’s. Met de kwestie van het al dan niet opnemen van de formule ‘bij de gratie Gods’ zou dan pragmatisch te werk moeten worden gegaan. Het gebruik van de formule behoeft niet wettelijk te worden geregeld en kan net als nu aan de praktijk worden overgelaten. Wettelijke regeling van het afkondigingsformulier lost ook enkele kwesties op rond de vermelding van de advisering door de Raad van State in het afkondigingsformulier.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. t.c.borman@minvenj.nl
Artikel

EU-burgerschap en toegang tot sociale voordelen over de grens

Is er verschil tussen marktburgers en sociale burgers?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Europees burgerschap, non-discriminatie, sociale voordelen, economisch niet-actieven, objectieve rechtvaardigingsgrond
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente arresten heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat als een land door middel van een nationaliteits- of woonplaatseis de toegang tot zijn stelsel beperkt, ook niet-economisch actieven deze eisen kunnen aanvechten op grond van de bepaling van het Europees burgerschap. Wel mogen lidstaten bepaalde goed beargumenteerde beperkingen stellen voor personen met een vreemde nationaliteit, zoals dat men vijf jaar in Nederland heeft gewoond voordat men recht heeft op studiefinanciering. Nu rijst een aantal vragen. Hoe kan het dat de bepaling van het Europees burgerschap een dergelijk effect heeft? Zijn er nog verschillen tussen economisch actieve en niet-actieve burgers? Is de jurisprudentie over het burgerschap geen bedreiging voor nationale welvaartsstaten? Deze vragen worden in deze bijdrage behandeld. Daarbij komt ook het recente arrest Europese Commissie tegen Nederland (C-542/09) aan de orde.


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht, en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Gotenburg, Zweden <www.franspennings.org>.
Artikel

Voorstellen voor verbetering van het wetsvoorstel natuurbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Wet natuurbescherming, soortenbescherming, gebiedsbescherming, intrinsieke waarde natuur
Auteurs Mr. H.M. Dotinga, Mr. E.E. Meijer en Mr. S. Scheerens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel voor de Wet natuurbescherming beoogt één overkoepelende regeling te bieden voor het Nederlandse natuurbeschermingsrecht. Daarbij is als uitgangspunt gekozen dat de bestaande regelgeving versoberd moet worden en dat aansluiting moet worden gezocht bij de Europese regelgeving. In deze kritische bijdrage bespreken de auteurs het wetsvoorstel, de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de bestaande regelgeving, mogelijke conflicten met Europees en internationaal recht, benoemen ze gemiste kansen en geven ze mogelijke alternatieven voor het wetsvoorstel.


Mr. H.M. Dotinga
Mr. H.M. (Harm) Dotinga is senior jurist bij Vogelbescherming Nederland en universitair docent bij het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Mr. E.E. Meijer
Mr. E.E. (Ernestine) Meijer was ten tijde van het schrijven van deze bijdrage zelfstandig juridisch adviseur voor onder meer Natuurmonumenten.

Mr. S. Scheerens
Mr. S. (Sytske) Scheerens heeft als stagiaire meegewerkt aan het opstellen van alternatieve voorstellen voor een nieuwe Wet natuurbescherming namens een groot aantal samenwerkende Nederlandse natuur-, landschaps- en dierenwelzijnsorganisaties.
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2011

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2012
Trefwoorden concentratiecontrole, kroniek, concentratie, concurrentie
Auteurs Mr. J.W. Fanoy en Mr. N.C. Stive
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste besluiten en informele zienswijzen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot concentratiecontrole. Ook zal nieuw beleid op dit gebied kort aan bod komen. Waar nodig hebben schrijvers kanttekeningen geplaatst bij de besluiten.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. Fanoy is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

Mr. N.C. Stive
Mr. N.C. Stive is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. S.A. Kruisinga
Mr. S.A. Kruisinga is als universitair hoofddocent handelsrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.Y. Schaub
Mr. M.Y. Schaub is als universitair docent burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

mr. M.Y. Schaub
Mr. M.Y. Schaub is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De olifant in het wetgevingsproces

Invloed en wetsvoorbereiding in ambtelijk Den Haag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden lobby, transparantie, wetgevingsjurist, wetgevingskwaliteit, belanghebbende
Auteurs Mr. dr. M. Ramlal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de ambtelijke voorbereiding van wetgeving wordt veelvuldig overleg gevoerd met belanghebbende partijen. Recent verricht empirisch wetgevingsonderzoek Naar een glazen wetgevingshuis? laat zien dat gedurende het proces sommige belanghebbende partijen worden uitgesloten en andere worden ingesloten. Het proces van insluiten en uitsluiten kan een partijdig wetgever in de hand werken. Het ‘fasenmodel’, een analysemiddel ontwikkeld in het wetgevingsonderzoek, laat zien dat drie fases van belangeninbreng en -afweging te onderscheiden zijn en per fase belanghebbende partijen worden toegelaten en buitengesloten. Dit model staat in deze bijdrage centraal. De bijdrage eindigt met een oproep tot vastlegging van processuele kwaliteitsnormen en enkele concrete mogelijkheden tot verbetering.


Mr. dr. M. Ramlal
Mr. dr. M. Ramlal is onderzoeker en manager external affairs aan de Erasmus School of Law. m.ramlal@frg.eur.nl
Artikel

(Fast)food for thoughts: de uitspraak van het Hof van Justitie in de Scarlet/Sabam-zaak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden handhaving intellectuele eigendom, ISPs, grondrechten, proportionaliteit, E-Commerce Richtlijn
Auteurs Dr. N. Helberger en Mr. drs. J. van Hoboken
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Scarlet/Sabam heeft het Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan over de juiste balans in de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten op internet en zorgplichten van ISPs. Meer concreet gaat het over het controversiële gebruik van internet monitoring en filters door ISPs voor het verkeer van hun klanten in de ‘strijd tegen piraterij’. De discussie rond de handhaving van auteursrechtschendingen op het internet en de betrokkenheid van ISPs is buitengewoon actueel, ook met het oog op een aantal recente ontwikkelingen in Europa, waaronder de aanvulling van delen uit de E-Commerce Richtlijn. Dit artikel plaatst de uitspraak in zijn grotere politieke context en biedt een aantal kritische reflecties.


Dr. N. Helberger
Dr. N. Helberger is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. drs. J. van Hoboken
Mr. drs. J. van Hoboken is werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken naar Nederlands, Duits en Amerikaans recht

Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden pandrecht, fiduciaire eigendomsoverdracht, zekerheidsrechten, Europees vermogensrecht, goederenrecht, publiciteit
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren? Dat is de vraag die in dit artikel aan de orde komt. Zij past binnen een bestaand debat over de toekomst van het zekerhedenrecht in het Europees privaatrecht. Om tot een antwoord op deze vraag te komen worden de rechtsstelsels van drie landen op het gebied van stille zekerheidsrechten vergeleken: dat van Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Deze landen kennen momenteel onderling zeer verschillende systemen voor zekerheidsrechten op roerende zaken. Er wordt nagegaan of er in de Europese Unie behoefte bestaat aan harmonisatie van (delen van) het zekerhedenrecht en zo ja, of deze zou kunnen plaatsvinden door middel van de invoering van een openbare registratie voor zekerheidsrechten. Openbare registratie heeft publieke kenbaarmaking van zekerheidsrechten tot gevolg. Er zal worden onderzocht of het goederenrechtelijke publiciteitsbeginsel voldoende rechtvaardiging biedt voor het in het leven roepen van een openbaar register voor zekerheidsrechten.
    Naar de mening van de auteur is een openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten de meest wenselijke keuze voor het zekerhedenrecht in de EU. Dat komt met name doordat registratie bestaande bezwaren omtrent stille zekerheidsrechten weg zal nemen en een dergelijk recht overal in de EU erkend zal worden. Dat brengt naar haar mening de meeste rechtszekerheid voor het zekerhedenrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam in het privaatrecht.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2010

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden kroniek, concentratiecontrole 2010, NMa, concentratie
Auteurs Mr. M.J. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste besluiten en informele zienswijzen van de NMa in 2010 op het gebied van concentratiecontrole. Het jaar 2010 wordt onder meer gekenmerkt door het voornemen van de politiek om een fusieverbod voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders in te voeren, een boete voor de Staat wegens het niet tijdig melden van een concentratie, de vergunningsplichtige concentratie tussen zorgverzekeraar DSW en het Vlietland Ziekenhuis, de ingetrokken melding van de overname door KPN van T for telecom en de goedgekeurde concentratie tussen Veolia – CDC – Transdev waardoor Veolia en Connexion niet langer concurrenten van elkaar zullen zijn.


Mr. M.J. Plomp
Mr. M.J. Plomp is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.
Artikel

Kroniek gelijke behandeling in het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kroniek, gelijke behandeling, unierecht
Auteurs Dr. S.D. Burri
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt vooral aandacht besteed aan de arresten van het Hof van Justitie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid en het aanbod van goederen en diensten, zwangerschap en beloning en bescherming tegen ontslag, ouderschapsverlof en leeftijdsdiscriminatie. Het Hof van Justitie heeft nationale bepalingen soms rechtstreeks getoetst aan het Handvest van de Grondrechten. Een bepaling van Richtlijn 2004/113/EG is ongeldig verklaard. De positie van zelfstandigen is enigszins versterkt met de inwerkingtreding van Richtlijn 2010/41/EU, hetzelfde geldt voor degenen die ouderschapsverlof willen opnemen (Richtlijn 2010/18/EU). Twee dossiers – wijzigingsvoorstellen voor de Kaderrichtlijn 2000/78/EG en de Zwangerschapsrichtlijn 92/85/EG zijn nog steeds aanhangig.


Dr. S.D. Burri
Dr. S.D. Burri (Susanne) is als universitair hoofddocent verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid (Gender en recht en Europa Instituut) van de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht en is coördinator van het Europees Netwerk op het terrein van Gendergelijkheid van de Europese Commissie.
Artikel

Is het Nederlandse terrorismebeleid écht zo degelijk vormgegeven?

Een bespreking van recent uitgevoerd evaluatieonderzoek

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2011
Trefwoorden legislation evaluation, counterterrorism legislation, evaluative research, security culture
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Almost ten years after the catastrophic attacks in New York and Washington, Dutch counterterrorism legislation has been evaluated. Since (the drafting of) this body of legislation has been highly criticized over the past years, there was a great need for a thorough and objective evaluation, covering the questions that were risen over years concerning the legitimacy, necessity and effectiveness of the counterterrorism legislation. This article aims to show that the political nature of counterterrorism seems to impede on such an evaluation by systematically discussing the flaws and weaknesses of the evaluative study carried out by the Ministry of Security and Justice.


Mr. dr. Maartje van der Woude
Mr. dr. M.A.H. van der Woude is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden en tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Consensuswetgeving: een bijzonder concept

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden consensusrijkswet, artikel 38 van het Statuut, onderlinge regeling, Antillenproject, staatkundige hervorming
Auteurs Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juli 2010 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in met tien voorstellen van rijkswet die verband houden met de staatkundige hervorming van het Koninkrijk. Vijf van die voorstellen zijn gebaseerd op artikel 38 lid 2 van het Statuut. Deze grondslag betekent dat het gaat om onderlinge regelingen tussen landen in het Koninkrijk die worden vastgesteld bij rijkswet. Rijkswetten die zijn gebaseerd op genoemde Statuutsbepaling worden ook wel aangeduid als consensusrijkswetten, omdat over deze wetgeving overeenstemming moet bestaan tussen de betrokken landen. In deze bijdrage gaat de auteur op basis van de opgedane ervaringen bij de ambtelijke voorbereiding en tijdens de parlementaire behandeling in op een aantal procedurele en algemene aspecten van de figuur van consensusrijkswetgeving.


Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
Mw. mr. drs. A.G. van Dijk is hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Toont 61 - 80 van 121 gevonden teksten
1 2 4 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.