Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 194 artikelen

x
Artikel

De herschikte EEX-Vo en derde landen: het formele toepassingsgebied van de Verordening nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Formeel toepassingsgebied, Herschikte EEX-Vo, Derde landen, Forumkeuze, Exclusieve bevoegdheden
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar het toepassingsbereik van de Europese bevoegdheidsregels in civiele zaken die aanknopingspunten hebben met derde landen is al vele decennia punt van discussie. Deze bijdrage behandelt de wijzigingen die de herschikking van de EEX-Vo op dit punt heeft gebracht en besteedt tevens aandacht aan de resterende controverses. Betoogd wordt dat, wanneer de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat, de rechter zijn bevoegdheid moet bepalen op basis van de Verordening. Omwille van de rechtszekerheid en partijautonomie dient hierop echter een uitzondering te worden gemaakt voor de forumkeuze ten gunste van het gerecht van een niet-lidstaat.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

    Voor een rechtsgeding tussen contractspartijen afkomstig uit twee of meer EU-lidstaten is in de Brussel I Verordening herschikking bepaald welke rechter in de zaak bevoegd is, en ook dat de erkenning en tenuitvoerlegging van de door het gerecht van herkomst gegeven ‘beslissing’ automatisch dient te geschieden. Die automatische erkenning en tenuitvoerlegging is gebaseerd op het Unierechtelijke beginsel van ‘wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling in de Unie’. Het is de balans tussen deze eenvoudige erkenning en tenuitvoerlegging enerzijds en de weigering om dat te doen vanwege dringende redenen anderzijds die in dit artikel naar aanleiding van de recente zaak Avotiņš/Letland centraal staat.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability (Ucall) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce).
Artikel

Eigen schuld geen effect?

Over standaardisering in de afweging van wederzijdse verantwoordelijkheid in effectenleasezaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden effectenlease, precontractuele zorgplicht, eigen schuld, art. 6:101 BW, verdelingsmaatstaf
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Daar de avonturen in de effectenlease voor alle betrokken partijen slecht afliepen, volgden vele procedures over de wederzijdse verantwoordelijkheid van de financiële instellingen en de particuliere beleggers. Door standaardisering en het aandragen van duidelijke maatstaven probeert de Hoge Raad nu een einde te maken aan de vele geschillen die nog lopen. Naar aanleiding van een recent arrest vat deze bijdrage de maatstaven samen voor het bepalen van de omvang van de schadevergoedingsplicht van de aanbieder van effectenleaseproducten.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Superdiversiteit, wijken van aankomst en conflicten. Een inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2017
Trefwoorden superdiversity, immigration, conflicts, ethnic segregation, conviviality
Auteurs prof. dr. Richard Staring en Dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    Many big cities in Europe have adopted the contours of superdiversity: in many districts, the original population has become just one of the many minorities. This new urban reality is often perceived as threatening. Immigration has become symbolic for the disturbance of community, the undermining of the national identity and a lost sense of feeling at home. Although the concept of superdiversity has controversial meanings, it also functions as an inspiring analytical concept that encourages further reflections on the value and potential implications of living together in cities of arrival. The concept also creates space for multifocal perspectives on socioeconomic, religious, transnational and political differences instead of reducing the urban reality to mere ethnic or cultural differences.


prof. dr. Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring werkt als bijzonder hoogleraar bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is tevens redacteur van het Tijdschrift over Cultuur en Criminaliteit.

Dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Hij verricht onderzoek op het grensvlak van ethiek, criminologie en de sociale wetenschappen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorieën en herstelrecht. Hij is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Herstelrecht; www.basvanstokkom.nl.

Karen Vandekerckhove
Karen Vandekerckhove is Gedeputeerd afdelingshoofd bij het EC Directoraat-Generaal Justitie en Consumenten.

Dennis Hesemans
Dennis Hesemans is coördinerend raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Wederzijds vertrouwen in EAB-zaken op de helling?

Law in action vs. law in the books

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel, overleveringswet, wederzijds vertrouwen en erkenning, grondrechtenbescherming, artikel 4 Handvest
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het beginsel van wederzijds vertrouwen en de erkenning van rechterlijke uitspraken in de EU is vanaf de invoering van het Europees aanhoudingsbevel in 2004 het uitgangspunt geweest. Het Hof van Justitie heeft daaraan ook strak de hand gehouden. Met het arrest in de zaken Pál Aranyosi en Robert Căldăraru erkent het Hof van Justitie dat een uitzondering mogelijk is in het geval van een dreigende schending van het in artikel 4 Handvest neergelegde verbod van een onmenselijke of vernederende behandeling op grond van de detentieomstandigheden in de aangezochte staat. In deze bijdrage wordt de betekenis van dit arrest bezien voor de Europese strafrechtelijke samenwerking.
    HvJ 5 april 2016, gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU, Pál Aranyosi en Robert Căldăraru, ECLI:EU:C:2016:198


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

De EU-Richtlijn procedurele waarborgen minderjarige verdachten en het Nederlandse jeugdstrafprocesrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden jeugdstrafproces, minderjarige verdachten, procedurele waarborgen, EU-Richtlijn, Europese Commissie
Auteurs Mr. M.A.H. Kempen en Mr.dr. J. uit Beijerse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 mei 2016 is de Richtlijn betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure vastgesteld. Het in november 2013 gepresenteerde richtlijnvoorstel had geen zachte landing. De regering beoordeelde de proportionaliteit negatief en de Tweede Kamer liet de Europese Commissie weten het voorstel ook nog strijdig te achten met het beginsel van subsidiariteit. In deze bijdrage zullen de voornaamste punten van discussie in het Nederlandse parlement en in Brussel worden geïnventariseerd en worden bezien hoe daaraan tegemoet is gekomen. De auteurs concluderen dat de richtlijn zoals deze er nu ligt, niet alleen toegevoegde waarde kan hebben bij de internationale samenwerking maar vooral ook voor de inrichting van het Nederlandse jeugdstrafprocesrecht.
    Richtlijn (EU) 2016/800 van 11 mei 2016, PbEU 2016, L 132.


Mr. M.A.H. Kempen
Mr. M.A.H. (Maurice) Kempen is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en was namens Nederland betrokken bij de onderhandelingen in Brussel. De bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr.dr. J. uit Beijerse
Mr. dr. J. (Jolande) uit Beijerse is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2016
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Diversen: Verslag

Rechtspraak en politiek: hoe leven die samen in het ene huis, dat democratische rechtsstaat heet?

Verslag van de voorjaarsvergadering 2016 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2016
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het Commissiepakket ‘betere regelgeving voor betere resultaten’ en het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord beter wetgeven: Too little, too late?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden betere regelgeving, betere wetgeving, interinstitutionele verhoudingen, gedeelde verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU krijgt nog steeds veelal gestalte via de uitoefening van de wetgevende bevoegdheden die ze in de loop der tijd heeft gekregen. De toenemende kritische houding van de burger tegenover de Unie – niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook elders – heeft druk gezet op zowel de lidstaten als de Europese instellingen om de manier waarop die bevoegdheden worden uitgeoefend opnieuw te doordenken. Als zodanig kan de hernieuwde focus op ‘betere regelgeving’ goed worden begrepen. Het nieuwe Uniebeleid roept echter wel de vraag op, betere regelgeving voor wie? Die vraag heeft na het Britse ‘nee’ tegen het Unielidmaatschap nog meer lading gekregen.
    BR-Mededeling (COM (2015)215 final), BR-richtsnoeren (SWD (2015)111 final), REFIT (SWD (2015)110 final), Interinstitutioneel Akkoord, PbEU2016, L 123.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NtEr.

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.


Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.
Artikel

De Europese richtlijn onschuldpresumptie: bescheiden harmonisatie van een fundamenteel strafrechtelijk beginsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden strafrecht, procedurele rechten, onschuldpresumptie, harmonisatie, zwijgrecht
Auteurs Mr. dr. L.A. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel schetst de totstandkoming en inhoud van Richtlijn (EU) 2016/343 inzake het onschuldvermoeden en het aanwezigheidsrecht bij strafprocedures. Waarom is deze richtlijn er gekomen en wat voor verplichtingen schept zij voor het strafprocesrecht van de lidstaten? Kan deze richtlijn op het eerste gezicht een adequate bijdrage leveren aan het garanderen van een eerlijk proces voor verdachten?
    Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn, PbEU 2016, L 65/1-11


Mr. dr. L.A. van Noorloos
Mr. dr. (L.A.) Marloes van Noorloos is universitair docent Straf(proces)recht aan Tilburg University.
Artikel

Generatieconflicten bij vermogende families

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Generatieconflict, Familievermogen, Familiedynamiek, Empathie
Auteurs Alain Laurent Verbeke en Tijs Besieux
SamenvattingAuteursinformatie

    Governance of family wealth is multifaceted in nature. In order to deepen our understanding of this topical issue, the current article offers a framework to grasp the complexity of family wealth governance. In doing so, the authors make a distinction between family wealth, socioemotional wealth, and family dynamics. The authors bridge the three distinct – yet interrelated – aspects both from a legal and psychological perspective. The framework can expand insight towards conflicts existing within families, across generations. Each component then provides challenges as well as opportunities to manage family conflict in an integrative and sustainable manner, a process which is facilitated by empathy.


Alain Laurent Verbeke
Alain Laurent Verbeke is gewoon hoogleraar privaatrecht & ADR aan de KU Leuven. Aan de faculteit psychologie is hij co-founder van het Leuven Center for Collaborative Management en het Leuven Mediation Platform. Alain Laurent is Visiting Professor of Law aan Harvard Law School en tenured Professor of Law aan Tilburg Universiteit en UCP Lisbon Global School of law. Hij is advocaat, partner bij Greenille by Laga, gespecialiseerd in de begeleiding van private clients. Hij is ook onderhandelaar en bemiddelaar in conflicten rond erfenis en family business.

Tijs Besieux
Tijs Besieux doet onderzoek naar leiderschap, teamdynamiek en conflict aan de KU Leuven. Hij is gastprofessor aan de IÉSEG School of Management (Parijs) en docent bij Schouten en Nelissen University (Nederland). Tijs is managing director van het Leuven Center for Collaborative Management, KU Leuven.
Artikel

Bescherming van EU-burgers tegen niet voorzienbare strafrechtelijke vervolgingen in de Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, EU-burgers, onvoorzienbare rechtsmacht, legaliteit, Overleveringswet
Auteurs Mr. J.J.M. Graat
SamenvattingAuteursinformatie

    Een EU-burger die gebruikmaakt van zijn recht op vrijheid van verkeer strafrechtelijk vervolgd worden door een lidstaat waarvan hij de rechtsmacht niet had kunnen voorzien. Met de inwerkingtreding van het Kaderbesluit betreffende het Europees Aanhoudingsbevel kan een EU-burger in een dergelijk geval ook aan die lidstaat worden overgeleverd. In dit artikel wordt zowel deze keerzijde van het Kaderbesluit geanalyseerd als de mate waarin door het materiële legaliteitsbeginsel het Kaderbesluit zelf en de Overleveringswet bescherming wordt geboden. Op basis van deze analyses wordt vervolgens vastgesteld of er sprake is van een gebrek aan bescherming en worden enkele oplossingsrichtingen aangedragen.


Mr. J.J.M. Graat
Mr. J.J.M. (Joske) Graat is promovenda Europees Strafrecht bij de Universiteit Utrecht.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2016
Auteurs Robert Hendrikse, Leonie Rammeloo, Marianne Valk e.a.

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo

Marianne Valk

Hans Vestjens
Artikel

Europees asielbeleid: van onderling wantrouwen naar een gedeelde verantwoordelijkheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Solidariteitsbeginsel, Europees asiel- en migratierecht, Dublin Verordening, Schengengrenscode, Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem
Auteurs Dr. mr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel in het kader van de Europese Unie verschillende instrumenten zijn aangenomen ter verwezenlijking van een geharmoniseerd asielsysteem, lijken deze onvoldoende voor een gezamenlijke aanpak van het huidige vluchtelingenvraagstuk, laat staan een evenredige opvang van asielzoekers in Europa. Veel lidstaten kiezen voor unilaterale en restrictieve maatregelen, zoals aanscherping van migratiewetgeving en herinvoering van binnengrenscontroles, en bestaande EU-asielwetgeving wordt niet of onvolledig nageleefd. In deze bijdrage bespreek ik mede aan de hand van bestaande EU-wetgeving en de maatregelen die in 2015 door de Europese Commissie zijn voorgesteld, de vraag welke maatregelen (verder) nodig zijn voor een solidair, effectief en humanitair asiel- en migratiebeleid.


Dr. mr. E.R. Brouwer
Dr. mr. E.R. (Evelien) Brouwer is werkzaam als senior onderzoeker aan de sectie migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam. Brouwer is tevens lid van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ). In die functie heeft zij meegewerkt aan het advies ‘Delen in verantwoordelijkheid. Voorstel voor een solidair Europees asielsysteem’, december 2015, gepubliceerd op www.acvz.org. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven, al zal zij naar verschillende voorstellen uit dit advies verwijzen.
Artikel

De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden franchise, zorgplicht, Nederlandse en Franchise Code, exploitatieprognose, precontractuele fase
Auteurs Mr. A.M.A. Schwegler
Samenvatting

    Op 17 februari jl. werd na een moeizame periode van consultatie de Nederlandse Franchise Code geïntroduceerd. In ‘De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?’ bespreekt Angela Schwegler de precontractuele zorgplicht van de franchisegever die een exploitatieprognose aan een potentiële franchisenemer verstrekt. De positie van de franchisenemer en met name zijn eigen verantwoordelijkheid, dient bij een eventuele wettelijke verankering van de Nederlandse Franchise Code en de rol die deze code zal gaan spelen in de rechtspraak, aldus de auteur, niet uit het oog verloren te worden. Want, zo concludeert zij, “de zorgplicht van de franchisegever, die is zo bijzonder niet”.


Mr. A.M.A. Schwegler

    It proves that in succession planning relational aspects are at least as important as juridical and fiscal aspects. Every family has his own context and for that also his own wishes and solicitudes.


Liliane Gepts
Liliane Gepts is fiscaal-jurist en bemiddelaar.
Artikel

Vernietiging van overeenkomsten op grond van laesio enormis, dwaling of misbruik van omstandigheden

Proefschrift van mr. I.H. van Loo

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden laesio enormis, wilsgebreken, nadeel, redelijkheid en billijkheid, iustum pretium
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze recensie wordt het proefschrift Vernietiging van overeenkomsten op grond van laesio enormis, dwaling of misbruik van omstandigheden van Igor van Loo besproken. De recensent heeft waardering voor de gedurfde visie van Van Loo ten aanzien van de rol van nadeel c.q. gelijkwaardigheid van prestaties in het contractenrecht, maar plaatst kritische kanttekeningen vanuit methodologisch en juridisch-dogmatisch perspectief.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is bedrijfsjurist te Amersfoort en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 61 - 80 van 194 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.