Zoekresultaat: 203 artikelen

x
Artikel

Kroniek Bestuursprocesrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2016
Auteurs Jan Coen Binnerts en Marieke Dankbaar

Jan Coen Binnerts

Marieke Dankbaar
Artikel

De zaak Accorinti: aansprakelijkheid van de ECB en implicaties voor het huidige onconventionele monetaire beleid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden aansprakelijkheid Unie-instellingen, aansprakelijkheid Europese Centrale Bank, Griekse schuldencrisis, Accorinti-arrest, Gauweiler-arrest
Auteurs Mr. N.C. Voortman en Dr. C. Hopman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van de zaak Accorinti wordt in dit artikel het leerstuk van de aansprakelijkheid van Unie-instellingen en de ECB besproken en wordt nader ingegaan op de overwegingen van het GvEA in de zaak Accorinti. Bovendien wordt gekeken naar de betekenis van dit arrest voor het huidige onconventionele monetaire beleid van het Eurosysteem.


Mr. N.C. Voortman
Mr. N.C. Voortman en dr. C. Hopman zijn als jurist werkzaam bij de Divisie Juridische zaken van De Nederlandsche Bank.

Dr. C. Hopman

    Van onafhankelijke toezichthouders wordt verwacht dat zij verantwoording afleggen. De gedachte is dat hoe onafhankelijker zij zijn, hoe meer verantwoording ze moeten afleggen om balans te houden in het systeem van checks and balances. Toezichthouders leggen via verschillende partijen verantwoording af, maar ook over een veelheid aan criteria. Is de toezichthouder binnen zijn wettelijke mandaat gebleven? Hoe heeft hij de aan hem ter beschikking staande middelen aangewend? Vooral in het financieel toezicht hebben zich op deze terreinen de laatste jaren ontwikkelingen voorgedaan. Deze ontwikkelingen roepen vragen op ten aanzien van de verantwoording door de toezichthouder. In dit artikel worden deze ontwikkelingen vanuit een juridisch perspectief bekeken en in relatie gezet tot het vertrouwen van het publiek in de toezichthouder.


Prof. mr. dr. Femke de Vries
Prof. mr. dr. F. de Vries is bijzonder hoogleraar Toezicht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens lid van het bestuur van de AFM.

Mr. dr. Margot Aelen
mr. dr. M. Aelen is toezichthouderspecialist bij DNB.
Artikel

Tien jaar WCAM: een overzicht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden WCAM, schikking, belangenbehartigers, claimcultuur, procesfinanciering
Auteurs Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de WCAM-schikkingen die in de afgelopen tien jaar verbindend zijn verklaard. Daarnaast wordt ingezoomd op enkele aspecten omtrent de regeling, de belangenbehartigers en de financiering van hun activiteiten.


Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovenda aan de Erasmus School of Law aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Noot bij Rb Rotterdam, sector bestuur, 31 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5635

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden integriteitsvragen financieel management, bestuurlijke afdoening, voorgenomen publicatie van uitspraak, procedurele tekortkoming, vergelijking bestuursrechtelijke en strafrechtelijke afdoening
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De hierboven afgedrukte uitspraak in een van de rechterlijk procedures van DNB tegen de Delta Lloyd c.a. is uitdrukking van de lange tijd geheerst hebbende onmin tussen DNB als toezichthouder en Delta Lloyd (die overigens naar het schijnt, na de komst van een nieuw ma­nagement, enigszins lijkt te verdwijnen, al bemoeide DNB zich onlangs nog met de op stapel staande, maar lange tijd betwiste emissie door Delta Lloyd).
    Aanleiding was van een vermoeden bij de AFM van handelen met voorkennis door leden van het financiële management van Delta Lloyd, afgedekt, naar de rechtbank Rotterdam vaststelde, door de top van Delta Lloyd. Dit vermoeden van aangetaste integriteit van de bestuurders was voor de DNB aanleiding Delta Lloyd op de korrel te nemen. De bestuursrechtelijke procedure eindigde met de boven vermelde uitspraak van de rechtbank Rotterdam met een ferme negatieve uitspraak jegens door Delta Lloyd ingeroepen hulp van deskundigen. Zij verklaarde het beroep van de natuurlijke personen gegrond, stelde de bestuurlijke boete naar beneden bij wegens een, in mijn ogen, overigens niet geringe procedurele tekortkoming en vernietigde het publicatiebesluit.
    In het onderstaande commentaar wordt ingegaan op het verschil tussen een bestuursrechterlijke of een strafrechtelijke afdoening in dit soort zaken. De conclusie is dat Delta Lloyd door de ‘vlucht naar voren’ slechts als verliezer uit deze strijd komt, ook al wint zij op punten. Zij lijdt ernstig imagoverlies mede door zelf de publiciteit te kiezen. Ook DNB komt niet geheel ongeschonden uit de strijd: zij verliest op punten en of zij haar blazoen nu geheel heeft opgepoetst na het aanhoudende verwijt uit financiële kringen dat zij een ferme daad wilde stellen na haar, naar men stelt, zwakke optreden tijdens de financiële crises sedert 2008, blijft de vraag.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is Bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Art. 3:305a lid 2 BW schiet zijn doel voorbij!

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden belangenbehartiging, collectieve actie, massaschade, rechtsbescherming, groepsactie
Auteurs Mr. K. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan art. 3:305a lid 2 BW is een zin toegevoegd over (niet-)ontvankelijkheid van rechtspersonen omdat getwijfeld werd aan de zuiverheid van de motieven van bepaalde ad-hoc claimstichtingen. Aan de hand van twee uitspraken staat de auteur stil bij de rol en functie van commerciële belangenbehartigers in het collectieve actierecht en behandelt hij de vraag of deze toevoeging aan art. 3:305a lid 2 BW niet haar doel voorbijschiet.


Mr. K. Rutten
Mr. K. Rutten is advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.

    Some months after the German occupation of the Netherlands, the Reichskommissar inroduced a Germanlike system of collecting finances for the poor people, soon followd by an equal system of social work. These initiatives at the same time aimed at urge the national-socialistic ideology, as such dismissed by the society and the churches. The occupying authorities avoided a clash with the churches.


Dr. Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen heeft een godsdiensthistorische achtergrond en publiceerde in dit tijdschrift een aantal casestudies over de verhouding tussen kerk en staat.

    zorgverzekeraar, aanbestedende dienst


Mr. Saskia Nuijten
Mr. S.M.C. Nuijten is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

Pfandbriefe, covered bonds of gedekte obligaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden covered bond, gedekte obligatie, Pfandbrief, UCITS
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Covered bonds ofwel gedekte obligaties ofwel Pfandbriefe zijn belangrijke financieringsinstrumenten voor banken. In Nederland is per 1 januari 2015 een nieuwe wettelijke regeling voor gedekte obligaties ingevoerd. De auteur beschrijft het fenomeen covered bonds en de nieuwe wettelijke regeling.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    Met de inwerkingtreding van de AIFMD in de Nederlandse regelgeving is het toezichtregime voor beheerders van beleggingsinstellingen ingrijpend veranderd. Nu het stof rond de eerste implementatieperikelen is neergedaald, kan een tussenbalans worden opgemaakt van de gevolgen van de AIFMD voor de Nederlandse fondsenpraktijk. Dit artikel behandelt ten eerste de vraag welke entiteiten onder de reikwijdte van de AIFMD vallen, en welke daarvan uitgezonderd zijn. Vervolgens wordt ingegaan op de regimes die voor Nederlandse beheerders gelden, met name het ‘lichte’ registratieregime van art. 2:66a Wft, het ‘volledige’ vergunningsregime van art. 2:65 Wft en het grandfathering-regime. Tot slot worden de regimes behandeld die gelden voor buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen die in Nederland actief (willen) zijn door Nederlandse beleggingsinstellingen te beheren of door beleggingsinstellingen aan Nederlandse beleggers aan te bieden.


R.J. Boogaard
Mr. R.J. Boogaard is advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

De regelgevende bevoegdheid van zelfstandige bestuursorganen, mede in het licht van het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden zelfstandige bestuursorganen, regelgevende bevoegdheid, Europese agencies
Auteurs Mr. J.L.W. Broeksteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel onderzoekt de democratische en rechtsstatelijke inbedding van zbo’s, in het bijzonder ten aanzien van hun regelgevende bevoegdheden en in het licht van de Europese regelgeving over zbo’s. Artikel 124c Ar bepaalt dat regelgevende bevoegdheden uitsluitend aan zbo’s worden toegekend voor zover het organisatorische of technische onderwerpen betreft, of indien voorzien is in goedkeuring door de minister. De praktijk is weerbarstiger: een aanzienlijk gedeelte van de zbo’s beschikt over regelgevende bevoegdheden die verder lijken te gaan dan hetgeen artikel 124c Ar bepaalt. Daar komt bij dat zbo’s onder grote EU-invloed staan en langs die weg regelgevende bevoegdheid krijgen toegekend. Zij moeten, op grond van Europese regelgeving, bovendien onafhankelijk zijn van nationale autoriteiten. Het gevolg is een concentratie van bevoegdheden bij deze zbo’s, buiten het bereik van (nationale) parlementaire controle. Deze zbo’s ‘zweven’ tussen het Europese en het nationale bestuur. Beter zou het zijn de fundamentele keuze te maken om de staatsrechtelijke inbedding, de inrichting en de bevoegdheidstoedeling meer over te laten aan de lidstaten, dan wel om deze zbo’s in te richten als (nationale dependances van) Europese agencies. Dan kunnen de zbo’s beter worden ingebed in democratische en rechtsstatelijke structuren.


Mr. J.L.W. Broeksteeg
Mr. J.L.W. Broeksteeg is universitair hoofddocent staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het Europees ‘Betaalpakket’ – Gevolgen voor de interne markt en het betalingsverkeer in Nederland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden markt, Betaaldienstenrichtlijn, IV Verordening, MasterCard, interbancaire vergoedingen
Auteurs J.D. Mathis, LL.M. Mr.
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ‘Betaalpakket’ zal de nodige harmonisatie en rechtszekerheid bieden voor de verwezenlijking van een ware ‘interne betaalmarkt’ voor girale transacties binnen de EU. Door de invoering van ‘caps’ van 0,2 procent en 0,3 procent op interbancaire vergoedingen voor debit- en creditcardtransacties zullen de kosten van acceptatie op Europees niveau dalen. Deze ‘caps’ en aanvullende maatregelen in de herziene Betaaldienstenrichtlijn zullen op Europees niveau onder andere een gelijk speelveld creëren voor betaaldienstaanbieders en de toetreding van nieuwe spelers bevorderen. Naar verwachting zal de efficiëntie van het Europees betalingsverkeer als gevolg daarvan toenemen ten voordele van de consument en de handel.
    Voorstel voor een verordening van de Europese Commissie van 24 juli 2013 betreffende interbancaire vergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties, COM(2013)550 final (2013/0265 COD) (IV Verordening)
    Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 24 juli 2013 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2013/36/EU en 2009/110/EG en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG, COM(2013)547 final (2013/0264 COD) (Betaaldienstenrichtlijn)


J.D. Mathis, LL.M. Mr.
J.D. (Joseph) Mathis, LL.M. is onafhankelijk juridisch consultant. Voorheen werkzaam bij de Europese Commissie, ACM, en Cleary Gottlieb, Steen & Hamilton LLP (Brussel).
Artikel

De criminele levensloop van hawaladars

Een verkennend onderzoek

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2015
Trefwoorden hawala, underground banking, criminal career, Financial sector, Organised crime
Auteurs M.R. J. Soudijn en E.M. de Groen
SamenvattingAuteursinformatie

    This research takes a closer look at the criminal careers of 89 offenders who are involved in offering hawala services. The main finding is that 61% has a criminal record that does not consist of hawala related offenses. This finding is important from both a policy and criminological perspective. Firstly, incorporating hawala in the legal financial sector is a difficult prospect with the current people involved. Somehow the sector needs to be cleaned up. Secondly, the findings tie in with other research about criminal careers in organized crime. About two-thirds came into contact with the authorities later in life. However, an important caveat to the authors’ findings is that the outcomes are based on a known group of offenders. The total size of the hawala population is a dark number.


M.R. J. Soudijn
Dr. Melvin Soudijn is als senior-onderzoeker werkzaam bij de Nationale Politie, afdeling Analyse & Onderzoek van de Landelijke Eenheid.

E.M. de Groen
Eline de Groen MSc. studeerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en liep in het kader van dit onderzoek stage bij het Flexibel Informatie Expertise Team (FIET) Financieel van de Landelijke Eenheid.
Artikel

Biases in toezicht: wat zijn het en hoe kunnen we ermee omgaan?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden biases, psychologie
Auteurs drs. Remy Jansen RO CIA en Mr. dr. Margot Aelen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs gaan in op de vraag hoe het kan dat toezichthouders risico’s niet zien, risico’s onderschatten of te laat ingrijpen om risico’s te verminderen. Dit hoeft niet altijd voort te komen uit een gebrek aan deskundigheid, professionaliteit of kennis. Psychologische processen kunnen de effectiviteit van het toezicht ondermijnen, zonder dat de toezichthouder het merkt. De effecten van zogenoemde biases mogen niet worden onderschat.


drs. Remy Jansen RO CIA
Drs. R.M. Jansen RO CIA is afdelingshoofd thematisch toezicht integriteit bij DNB.

Mr. dr. Margot Aelen
Mr. dr. M. Aelen is toezichthouder specialist bij DNB en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Bescherm het slachtoffer, begin bij de verdachte

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2015
Trefwoorden victimhood, Christ, art history, Enlightenment, secularization
Auteurs W.J. Veraart
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that the notion of ‘victim’ primarily refers to the position of the person who, in the course of a (sacred, religious, legal, etc.) procedure, is ritually sacrificed to avert the wrath of the gods or to preserve peace in the community. In early modernity the Latin victima (sacrificial animal) was also used as a reference to Jesus Christ. Christ was seen as the Lamb of God, the innocent sacrificial lamb which, after an unfair trial, was crucified and died for the sins of the world. In the eighteenth century, under influence of the Enlightenment, the victim concept has been secularized and come to refer to every casualty of bad luck, crime, or disaster. Art history, however, offers interesting examples of pictures of mythical figures such as Sisyphus and Prometheus, representing early images of secularized victimhood in the sixteenth and seventeenth centuries. In the present day, the concept of victimhood is often used to define the position of the injured party in criminal proceedings. In this frame, the injured victim, looking for legal recognition, is juxtaposed against the position of the accused who is characterized as the possible culprit. However, reflection on the history of the victim concept reveals that it primarily refers to the position of the wrongly or falsely accused or condemned in the course of legal (or pseudolegal) proceedings. A state governed by the rule of law (‘rechtsstaat’) can be defined as a legal form of society which does its utmost to avoid the justice system producing its own victims. In this approach, a victim-oriented criminal justice system is fully aware of the need to protect precisely those who are threatened by the power of the state and public opinion because they are in the dock.


W.J. Veraart
Prof. mr. Wouter Veraart is hoogleraar Encyclopedie der Rechtswetenschap en Rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Bestuurderstoets voor de zorg (of niet)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden bestuursverbod, geschiktheidstoets, disfunctioneren, kwaliteit van zorg
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of een bestuurderstoets voor de zorg wenselijk is, gezien de huidige en voorgestelde instrumenten, zoals het strafrechtelijk en civielrechtelijk bestuursverbod en de vergewisplicht, om (potentieel) disfunctionerende bestuurders uit de zorg te weren. De auteur is van mening dat de bestuurderstoets een aanvullend instrument kan zijn. Daarmee is het antwoord op de wenselijkheidsvraag nog niet gegeven omdat er een aantal nadelen verbonden is aan een bestuurderstoets. Daarnaast wordt een alternatieve oplossing onderzocht om disfunctionerende bestuurders te weren, namelijk een bepaling in de herziene Woningwet. Daaraan zitten ook de nodige haken en ogen. De drempels voor het weren van bestuurders mogen in elk geval niet te laag zijn.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht en geeft het vak Organisatie en bestuur van de zorg in de master Recht van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; zij is lid van een raad van toezicht van een stichting in de eerstelijnsgezondheidszorg.
Article

Access_open Unexpected Circumstances arising from World War I and its Aftermath: ‘Open’ versus ‘Closed’ Legal Systems

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2014
Trefwoorden First World War, law of obligations, unforeseen circumstances, force majeure, frustration of contracts
Auteurs Janwillem Oosterhuis Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    European jurisdictions can be distinguished in ‘open’ and ‘closed’ legal systems in respect of their approach to unexpected circumstances occurring in contractual relations. In this article, it will be argued that this distinction can be related to the judiciary’s reaction in certain countries to the economic consequences of World War I. The first point to be highlighted will be the rather strict approach to unexpected circumstances in contract law that many jurisdictions had before the war – including England, France, Germany, and the Netherlands. Secondly, the judicial approach in England, France, Germany, and the Netherlands to unexpected circumstances arising from the war will be briefly analysed. It will appear that all of the aforementioned jurisdictions remained ‘closed’. Subsequently, the reaction of the judiciary in these jurisdictions to the economic circumstances in the aftermath of the war, (hyper)inflation in particular, will be analysed. Germany, which experienced hyperinflation in the immediate aftermath of the war, developed an ‘open’ system, using the doctrine of the Wegfall der Geschäftsgrundlage. In the Netherlands, this experience failed to have an impact: indeed, in judicial practice the Netherlands appears to have a ‘closed’ legal system nevertheless, save for an ‘exceptional’ remedy in the new Dutch Civil Code, Article 6:258 of the Burgerlijk Wetboek (1992). In conclusion, the hypothesis is put forward that generally only in jurisdictions that have experienced exceptional economic upheaval, such as the hyperinflation in the wake of World War I, ‘exceptional’ remedies addressing unexpected circumstances can have a lasting effect on the legal system.


Janwillem Oosterhuis Ph.D.
Janwillem Oosterhuis is Assistant Professor in Methods and Foundations of Law at the Maastricht University Faculty of Law.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Toont 61 - 80 van 203 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.