Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 601 artikelen

x
Externe betrekkingen

Amerikaanse sancties op Iran en de Europese blokkeringsverordening: Europese ondernemingen in een lastige spagaat

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden blokkeringsverordening, internationale sancties, Iran, Verenigde Staten, Blocking Statute
Auteurs Mr. N.M.D. van der Aa en Mr. S.H. Stax
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de reactie van de Europese Unie op de hernieuwde economische sancties vanuit de Verenigde Staten (VS) op Iran. Deze sancties zijn in 2018 weer van kracht geworden nadat de VS zich terugtrok uit het Joint Comprehensive Plan of Action, ook wel bekend als het Iraanse atoomakkoord. In het bijzonder gaan de auteurs in op de werking van de Europese blokkeringsverordening. Dit wetgevingsinstrument beoogt Europese bedrijven die handel drijven met Iran te beschermen tegen de dreiging van Amerikaanse sancties, maar zorgt eerder voor meer moeilijkheden.
    Verordening (EG) 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen, PbEG 1996, L 309/1.


Mr. N.M.D. van der Aa
Mr. N.M.D. (Neyah) van der Aa is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. S.H. Stax
Mr. S.H. (Seppe) Stax is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en internetcriminaliteit in de bioscoop: een spannende film?

Rb. Amsterdam (kanton) 31 oktober 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:7881 (CEO-fraude Pathé)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, werknemersaansprakelijkheid, opzet of bewuste roekeloosheid, ernstig verwijt
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze praktisch-wetenschappelijke bijdrage wordt aan de hand van de CEO-fraude bij Pathé stilgestaan bij het onderscheid tussen de aansprakelijkheidspositie van de bestuurder en de aansprakelijkheidspositie van de werknemer en de in dat verband gehanteerde terminologie.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Overgang van de prepack naar een bruikbaar(der) instrument

Over de huidige relevantie van de prepack en overgang van onderneming in faillissement

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden prepack, overgang van onderneming, WCO I, Smallsteps, ETO-redenen
Auteurs Mr. H.J. de Kloe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of de prepack na Smallsteps nog relevant is voor de praktijk. Daarnaast wordt ingegaan op een mogelijke oplossing om de prepack weer relevant te maken: toepassing van de OVO-regeling op alle doorstarts in faillissement. Deze mogelijkheid wordt onderzocht met behulp van een vergelijking met Engels recht.


Mr. H.J. de Kloe
Mr. H.J. de Kloe is wetenschappelijk docent ondernemingsrecht en financieel recht bij de sectie Handels- en Ondernemingsrecht & Financieel Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

Access_open Risicoaansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid, wanprestatie, hulpzaken, medische hulpmiddelen, ongeschikt
Auteurs Mr. dr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In haar recent verschenen proefschrift onderzoekt de auteur in hoeverre het risico dat voortvloeit uit het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken voor rekening van de hulpverlener dient te komen. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek uiteengezet. De auteur komt tot de conclusie dat het risico dat voortvloeit uit het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken in beginsel voor rekening van de hulpverlener komt. De redelijkheid zal niet snel gebieden dat het risico dient te worden verschoven naar de patiënt.


Mr. dr. J.T. Hiemstra
Mr. dr. J.T. Hiemstra is advocaat te Amsterdam.
Jurisprudentie

Welke gevolgen kan deelfraude hebben voor de vordering van de claimant op de aansprakelijke partij en diens verzekeraar?

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden sanctie, claimant, Deelfraude, fraude, Aansprakelijkheid
Auteurs Mr. J.G. Keizer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft duidelijk gemaakt dat de regel uit het verzekeringsrecht dat (deel)fraude tot algeheel verval van het recht op uitkering kan leiden (art. 7:941 lid 5 BW), niet analoog toegepast kan worden in de personenschadepraktijk als de claimant tegenover de verzekeraar van de aansprakelijke partij (deel)fraude pleegt. Is een aan artikel 7:491 lid 5 BW verwante wettelijke regel voor de personenschadepraktijk daarom nodig en wenselijk, of bestaan er al voldoende mogelijkheden om (deel)fraude effectief te sanctioneren?


Mr. J.G. Keizer
Mr. J.G. Keizer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.
Wetenschap

Access_open De processuele positie van de aansprakelijk gestelde bestuurder

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, bewijspositie, gezag van gewijsde
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    Recente rechtspraak roept de vraag op welke verweermogelijkheden een op grond van art. 2:11 BW aansprakelijk gestelde bestuurder heeft als de rechtspersoon-bestuurder onherroepelijk is veroordeeld. En hoe is de positie van een op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk gestelde bestuurder die zich wil verweren tegen de omvang van de schade van een crediteur van de rechtspersoon, als de rechtspersoon zelf is veroordeeld bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis? In deze bijdrage wordt met een beroep op het leerstuk van het gezag van gewijsde bepleit dat de bestuurder meer ruimte voor verweer heeft dan wel wordt aangenomen.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de Rechtbank Den Haag.
Artikel

Faillissementsfraude: een queeste naar remedies voor gedupeerden in België

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden faillissementsfraude, bestuursaansprakelijkheid, schuldeiserscontrole, financieringsproblematiek
Auteurs Mr. R. Verheyden
SamenvattingAuteursinformatie

    In faillissementen met een sterk maatschappelijk belang en/of waarbij er kennelijke aanwijzingen zijn van fraude moet het Openbaar Ministerie het onderzoek voeren in België. De curator heeft daarbij een ondersteunende rol, maar moet ook in andere gevallen door de rechter-commissaris gedwongen kunnen worden onderzoek te verrichten. Bij lege boedels moet de Staat de procedurekosten dragen.


Mr. R. Verheyden
Mr. R. Verheyden is doctoraatsbursaal bij het Instituut voor Handels- en Insolventierecht van de KU Leuven.
Actualia contractspraktijk

Het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst anno 2019

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchise, franchiseovereenkomst, non-concurrentiebeding, Wet franchise, jurisprudentie
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt een overzicht gegeven van recente jurisprudentie op het gebied van het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst mede in het licht van de Wet franchise.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.
Artikel

Ontbinding: effectief wapen of zwaard van Damocles?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Ontbinding, Artikel 6:265 BW, Tenzij-bepaling, Tekortkoming, Verzuim
Auteurs Mr. I.W.M. Olthof
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Eigen Haard-arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat de toets voor de ontbinding van overeenkomsten laagdrempelig blijft, in die zin dat in beginsel iedere tekortkoming volstaat en dat een beroep op de tenzij-bepaling niet terughoudend moet worden beoordeeld. Bij de beoordeling van die tenzij-bepaling zijn vervolgens in beginsel alle omstandigheden van het geval – en niet alleen de bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming – in gelijke mate van belang. Concrete handvatten voor de houdbaarheid van een ontbindingsberoep in de praktijk bevat het arrest echter niet. Uitspraken van feitenrechters laten zien dat een breed scala aan omstandigheden wordt meegewogen, maar dat een beroep op ontbinding toch in de meeste gevallen slaagt. Voor meer zekerheid over de ingeroepen ontbinding zullen partijen (nog altijd) heldere contractuele afspraken moeten maken.


Mr. I.W.M. Olthof
Mr. I.W.M. Olthof is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Rotterdam.
Artikel

Verifieerbare vorderingen, de stand van zaken na Credit Suisse/Jongepier q.q.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden faillissement, verifieerbare vorderingen, wederkerige overeenkomsten, fixatiebeginsel, schadevergoedingsvordering
Auteurs Mr. D.D. Nijkamp en Mr. M.C.J. Jonckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van Credit Suisse/Jongepier q.q. wordt besproken (1) in hoeverre vorderingen die voortvloeien uit reeds bestaande rechtsverhoudingen na faillissement ter verificatie ingediend kunnen worden, (2) of dit leidt tot een wenselijke uitkomst, en (3) in hoeverre hiermee tegemoet wordt gekomen aan de in de literatuur geuite kritiek op Koot Beheer/Tideman q.q.


Mr. D.D. Nijkamp
Mr. D.D. Nijkamp is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. M.C.J. Jonckers
Mr. M.C.J. Jonckers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Access_open Initiële marge en segregatie van zekerheden. Gelukkig gescheiden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden EMIR, initial margin, vermogensscheiding, onderpand, bewaarneming
Auteurs Mr. K.J.C. Bader en Mr. D.J. Wickering
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege de naderende vierde en vijfde fase van de initiëlemargeverplichting voor niet-geclearde otc-derivaten onder EMIR wordt in deze bijdrage stilgestaan bij de vermogensrechtelijke overwegingen ten aanzien van deze verplichting. Het regelgevend kader wordt hierin geschetst, alsmede enige praktische overwegingen ten aanzien van de verplichte vermogensscheiding.


Mr. K.J.C. Bader
Mr. K.J.C. Bader is werkzaam als bedrijfsjurist bij een Nederlandse financiële instelling te Amsterdam.

Mr. D.J. Wickering
Mr. D.J. Wickering is werkzaam als bedrijfsjurist bij een buitenlandse financiële instelling te Amsterdam.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2017-2018

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2019
Auteurs Robert Hendrikse en Leonie Rammeloo

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo
Artikel

Access_open Dwaling en schending van de zorgplicht in het kader van rentederivatenjurisprudentie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden rentederivaten, renteswap, prejudiciële vragen, jurisprudentieonderzoek
Auteurs Mr. M.P.R. Sardjoe
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel betreft een onderzoek naar de wijze waarop de civiele rechter tot nu toe heeft geoordeeld of sprake is van dwaling of schending van de zorgplicht door banken in rentederivatenjurisprudentie. Uit het onderzoek blijkt dat niet eenduidig wordt geoordeeld en dat een richtinggevende uitspraak door de Hoge Raad gewenst is.


Mr. M.P.R. Sardjoe
Mr. M.P.R. Sardjoe is advocaat bij Greenberg Traurig te Amsterdam.
Artikel

Van saldocompensatie naar saldoconcentratie?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden cash pooling, saldocompensatie, saldoconcentratie, CRR, kapitaalvereisten
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal wat de (nieuwe) regels van de CRR inzake de berekening van de solvabiliteitseisen voor het kredietrisico, de leverage ratio en de liquidity coverage ratio betekenen voor het product saldocompensatie. Is dit product nog levensvatbaar of zijn de banken genoodzaakt om in plaats daarvan saldoconcentratie aan hun cliënten aan te bieden?


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden en Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam.
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Boilerplates etc.

Schadeclausules bij overdracht van aandelen: een andere kijk?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden schadeclausules, overdracht van aandelen, schadevergoeding, kooprecht
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKinzie, advocaten, notarissen en belastingadviseurs en (part-time) hoogleraar Professional Legal Counseling OU.
Over de grens

Minder ruimte voor hypothetische ‘onderhandelingsschadevergoeding’ bij schadevergoeding na ‘breach of contract’ in het Verenigd Koninkrijk

Morris-Garner and another (Appellants)/One Step (Support) Ltd (Respondent) [2018] UKSC 20

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden schadevergoeding, wanprestatie, schadevaststelling, Engels recht, ‘breach of contract’
Auteurs Mr. drs. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is universitair docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en onderzoeker bij het Utrecht Centre for Accountability and Liability (UCALL).
Wetenschap

Access_open Actualiteiten ‘afgeleide schade’

What’s in a name?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden afgeleide schade, rechtstreekse schade, Poot/ABP-arrest, aandeelhouder, vrijwaring
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Al meer dan twintig jaar is het Poot/ABP-arrest het standaardarrest op het gebied van afgeleide schade. Op 29 september en 12 oktober 2018 wees de Hoge Raad twee arresten, het Potplantenkwekerij-arrest en het Licorne Holding-arrest, die op het eerste gezicht niet te rijmen zijn met het Poot/ABP-arrest. Dit artikel geeft antwoord op de volgende vraag. Is hier sprake van een trendbreuk of kunnen deze arresten bij hantering van het juiste afgeleide-schadebegrip gebracht worden onder de categorieën gevallen waarvan Kroeze al in zijn dissertatie uit 2004 aangaf dat daarbij schade die (aanvankelijk) op afgeleide wijze is geleden, rechtstreeks aan de aandeelhouder kan worden vergoed?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.
Artikel

Berzona is geen vergissing, wat nu?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2018
Trefwoorden Nebula vs. Berzona, verbintenissen in faillissement
Auteurs Prof. mr. R.M. Wibier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Berzona-arrest blijkt geen vergissing van de Hoge Raad, gelet op de recente uitspraak Credit Suisse/Jongepier q.q. Daarmee is het onderscheid tussen ongeoorloofde ‘actieve wanprestatie’ en geoorloofde ‘passieve wanprestatie’ in het Nederlandse recht geïntroduceerd. In deze bijdrage breekt de auteur een lans voor afschaffing van dit onderscheid, althans het maar zeer beperkt toestaan van uitzonderingen op de hoofdregel van art. 26 Fw.


Prof. mr. R.M. Wibier
Prof. mr. R.M. Wibier is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg en advocaat bij AKD in Amsterdam.
Consumenten

Oude wijn in nieuwe zakken? Modernisering van het Europese consumentenrecht (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, Fitness check
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
Auteursinformatie

Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Toont 61 - 80 van 601 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 30 31
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.