Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 80 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Rubriek Article x
Artikel

De Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU als partners in de prejudiciële procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden samenwerking Hoge Raad en Hof van Justitie van de EU, prejudiciële procedure van de EU, praktische wenken, relatie prejudiciële verwijzingsplicht en prejudiciële adviesbevoegdheid ex Protocol 16 EVRM
Auteurs Prof. mr. C.W.A. Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De relatie tussen de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU is er een van samenwerking, niet van hiërarchie. Instrument voor deze samenwerking is de prejudiciële procedure. Hoe deze procedure optimaal te benutten? De auteur doet enkele, meer praktische suggesties, onder andere inzake de formulering van de verwijzingsbeschikking en de deelneming aan de procedure voor het Hof. Ten slotte wordt ingegaan op de prejudiciële adviesbevoegdheid voor hoogste, nationale gerechten ex Protocol 16 bij het EVRM en de relatie tot een eventuele verwijzingsplicht ex art. 267 VWEU.


Prof. mr. C.W.A. Timmermans
Prof. mr. C.W.A. Timmermans is oud-rechter in het Hof van Justitie van de EU.
Artikel

De regisserende zaaksrechter: de regierol van de rechter volgens KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zaaksrechter, KEI, regierol, casemanagement
Auteurs Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat wetsvoorstel 34059 bedoelt met de regierol van de rechter werkt door bij het opstellen van procesreglementen en het doordenken van werkprocessen zoals dat nu in het project KEI gebeurt. De opvatting over de regierol die het wetsvoorstel uitdraagt, plaatst de zaaksrechter, die zo vroeg als mogelijk is bij de behandeling van de zaak wordt betrokken, op de voorgrond. Dit eist een andere aanpak van zaken dan tot nu toe bij veel gerechten gebruikelijk is.


Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar is senior rechter inhoudelijk bij Rechtbank Gelderland en hoogleraar Rechtspraak aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De hoogste nationale rechter en de Europese hoven

Naar een systeem van checks-and-balances tússen gerechten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden grondrechtenbescherming, rechterlijke dialoog, Hof van Justitie van de Europese Unie, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, checks-and-balances
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is gewijd aan de verhoudingen tussen de hoogste nationale rechters, het HvJ EU en het EHRM. Enerzijds behouden diverse hoogste nationale rechters zich de mogelijkheid van het laatste woord voor, zonder daarvan daadwerkelijk gebruik te maken. Anderzijds heeft het HvJ EU de mogelijkheid erkend van lidstaataansprakelijkheid voor een gekwalificeerde schending van het Unierecht als een afbakening van het speelveld, niet als een remedie voor rechtszoekenden. Ook de verhouding tussen het HvJ EU en het EHRM is nog niet uitgekristalliseerd. De gesignaleerde verschuivingen kunnen het beste worden begrepen als onderdeel van een systeem van checks-and-balances tússen de betrokken gerechten.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar Privaatrecht aan Tilburg University.
Artikel

Internationaal procederen

Verslag van de voorjaarsvergadering 2015 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Een visie op de taak van de Hoge Raad in de 21e eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden kostenbeheersing, rechtsregels voor burgers, vereenvoudiging procesrecht, massaschadezaken, institutionele veranderingen
Auteurs Mr. drs. R.M. Hermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur vanuit zijn rol als cassatieadvocaat zijn visie op het functioneren van de Hoge Raad.


Mr. drs. R.M. Hermans
Mr. drs. R.M. Hermans is partner bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.
Artikel

De koers van de Hoge Raad: (on)voorspelbaar?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 81 Wet RO, rechtseenheid, rechtsvorming, onvoorspelbaarheid
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de taak van de Hoge Raad om de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling te bevorderen. Aan de hand van een aantal arresten op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht stelt zij de vraag of de koers van de Hoge Raad wel voldoende voorspelbaar is en op welke wijze de Hoge Raad de voorspelbaarheid van zijn beslissingen kan verbeteren.


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Mw. prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De bijdrage van de civiele cassatieadvocatuur aan de rechterlijke rechtsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden rechtsontwikkeling, rechtsbescherming, kosteloze cassatie in het belang van de maatschappij, rechtsvergelijking
Auteurs Prof. mr. J.B.M. Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt de bijdrage van de cassatieadvocatuur aan de rechtsontwikkeling door de Hoge Raad in civiele zaken aan de hand van twee stellingen. De eerste stelling luidt dat de cassatieadvocatuur mede verantwoordelijk is voor de toegang tot de cassatierechtspraak, dat wil zeggen dat de cassatieadvocatuur ervoor dient te zorgen dat bepaalde zaken de Hoge Raad daadwerkelijk bereiken. De tweede stelling is dat versterking van de rechtsvormende taak van de Hoge Raad soms een bredere kennis van de context van de zaak vereist.


Prof. mr. J.B.M. Vranken
Prof. mr. J.B.M. Vranken is emeritus hoogleraar methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit Tilburg.
Artikel

Beklemd tussen het recht en de feiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden rechtsontwikkeling, rechtsbescherming, civiele kamer, feitenrechtspraak, framing
Auteurs Prof. mr. A. Hammerstein
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt gesteld dat rechtsontwikkeling en rechtsbescherming hand in hand gaan en de cassatierechter daardoor soms in de knel raakt tussen het recht en de feiten.


Prof. mr. A. Hammerstein
Prof. mr. A. Hammerstein is waarnemend Advocaat-generaal bij de Hoge Raad.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

De procesovereenkomst

Bespreking van de dissertatie van Marte Knigge

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. W.D.H. Asser
Auteursinformatie

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. M. Zilinsky
Artikel

Het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht: kanttekeningen vanuit de procespraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Trefwoorden wetsvoorstel KEI, procesinleiding, mondelinge behandeling, afschaffing rol, mondelinge uitspraak
Auteurs Mr. K. Teuben en Mr. K.J.O. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behelst een – deels kritische – analyse van het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, vanuit het perspectief van de procespraktijk. Centraal staan de procedurele wijzigingen die het wetsvoorstel (naast digitalisering) teweegbrengt. De auteurs concluderen dat het wetsvoorstel enkele belangrijke praktijkvragen onbeantwoord laat en op verschillende punten niet leidt tot een vereenvoudiging, maar eerder tot (onnodige) complicatie van het civiele proces. Zij doen enkele suggesties ter verduidelijking en verbetering van het voorstel.


Mr. K. Teuben
Mw. mr. K. Teuben is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. K.J.O. Jansen
Mr. K.J.O. Jansen is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Digitalisering van de civiele procedure: gevolgen voor de procespraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden digitaal procederen, kostenbesparing, termijnen, vereenvoudigde indiening processtukken, verzending en ontvangst
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsontwerp Vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht, dat op 20 oktober 2014 bij de Tweede Kamer is ingediend, introduceert onder meer een nieuwe basisprocedure in eerste instantie voor het civiele recht en maakt digitalisering van de procedure mogelijk. (Kamerstukken II 2014/15, 34059, 2 (wetsvoorstel) en 3 (MvT). Het wetsvoorstel bevat ook bepalingen om volledig digitaal procederen in het bestuursrecht mogelijk te maken. Deze blijven in deze bijdrage buiten beschouwing.) In 2013 is een voorontwerp als consultatiedocument gepubliceerd. Blijkens de memorie van toelichting heeft de consultatie geleid tot een groot aantal aanpassingen zonder dat overigens het wezen van de voorstellen is aangetast. In deze bijdrage wordt ingegaan op enkele gevolgen van de voorgestelde digitalisering van de civiele procedure voor de procespraktijk.


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden wetsvoorstel Afwikkeling massaschade, internetconsultatie, collectieve actie, strooischade, kritiek
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin en Mr. R.S.I. Lawant
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt op hoofdlijnen (de belangrijkste kritiek op) het voorontwerp van het wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie besproken, dat op 7 juli 2014 in (internet)consultatie is gegeven. De collectieve schadevergoedingsactie is bedoeld als ontbrekende schakel (‘stok achter de deur’), maar de toegevoegde waarde hiervan is vooral zichtbaar in strooischadezaken. Met de voorgestelde procedure voor alle soorten schade is het voorontwerp een brug te ver, aldus de auteurs.


Mr. J.M.L. van Duin
Mw. mr. J.M.L. van Duin en Mw. mr. R.S.I. Lawant zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. R.S.I. Lawant
Artikel

Belgische consumenten-class action

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden massaschade, class action, consumenten, België
Auteurs Dr. S. Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    De Belgische wet van 28 maart 2014 voegde in het Wetboek van economisch recht een rechtsvordering tot collectief herstel (of class action) in. Deze bijdrage bespreekt dit nieuwe instrument, dat enkel van toepassing is op consumenten-massaschade. Vooreerst komen de drie ontvankelijkheidsvoorwaarden aan bod: de rechtsvordering moet een inbreuk betreffen op één of meerdere Belgische of Europese consumentenwetten, zij moet worden ingesteld door een geschikte groepsvertegenwoordiger (die enkel een vereniging kan zijn) en de rechtsvordering tot collectief herstel moet doelmatig zijn. Vervolgens wordt het facultatieve opt-in- of opt-out-systeem besproken. Tot slot wordt dieper ingegaan op de vier fases van de procedure: de ontvankelijkheidsfase, een verplichte onderhandelingsfase, de eventuele gegrondheidsfase en de uitvoeringsfase.


Dr. S. Voet
Dr. S. Voet is postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen, Instituut voor Procesrecht, Universiteit Gent.
Artikel

De nieuwe arbitragewet bezien vanuit het perspectief van de gewone rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden arbitragewet, arbiters, arbitraal vonnis, vernietiging, remission
Auteurs Mr. I.P.M. van den Nieuwendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe arbitragewet treedt op 1 januari 2015 in werking. Er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen van de arbitragewet vanuit het perspectief van de gewone rechter. Naast de afbakening van de bevoegdheid van de gewone rechter in verband met het bestaan van een geldige arbitrageovereenkomst, heeft de gewone rechter een assisterende rol en een controlerende rol ten aanzien van arbitrage. Aan de orde komen onder andere de plaatsing van het arbitraal beding in algemene voorwaarden op de zwarte lijst, de institutionele wraking, de tenuitvoerlegging en vernietiging van een arbitraal vonnis, de mogelijkheid tot terugverwijzing naar het scheidsgerecht en het overgangsrecht.


Mr. I.P.M. van den Nieuwendijk
Mw. mr. I.P.M. van den Nieuwendijk is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

De gevolgtrekking die hij geraden acht

Sancties op schending van de waarheidsplicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden art. 21 Rv, art. 22 Rv, waarheidsplicht, gevolgtrekking, Sanctie
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden uitspraken van na 1 januari 2012 besproken waarin schending van de waarheidsplicht aan de orde is. Na een korte schets van de visies van wetgever, Hoge Raad en literatuur op de sanctionering van de waarheidsplicht worden de in de feitenrechtspraak opgelegde sancties op een rij gezet. Duidelijk wordt dat rechters de waarheidsplicht zeer actief gebruiken en dat flinke verschillen bestaan in de op schending gestelde sancties. Hoewel de wetgever geen voorstander was van het uitdelen van sancties door de civiele rechter, bepleit de auteur dat sancties onder omstandigheden (vooral ten aanzien van repeat players) verdedigbaar zijn.


Mr. C.J-A. Seinen
Gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad
Artikel

De aanvulling en verbetering van uitspraken – een onderzoek naar het toepassingsbereik van art. 31 en 32 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Procesrecht, Aanvulling, Verbetering, Apparaatsfout, Deformalisering
Auteurs mr. drs. P.A. Fruytier en mr. L.V. van Gardingen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zoeken de auteurs aan de hand van de systematiek van art. 31 en 32 Rv en de daaraan ten grondslag liggende beginselen naar de grenzen van deze bepalingen. Zij gaan vervolgens in op een aantal grensgevallen: (a) reparatie van apparaatsfouten, (b) verbetering van eigen rechtsoverwegingen door de Hoge Raad en (c) aanvulling door de rechter van gemiste gronden en weren. Voor fatale apparaatsfouten pleiten de auteurs voor aanvaarding van een termijn van veertien dagen na de uitspraak waarbinnen partijen de rechter op de fout kunnen wijzen. De andere grensgevallen kunnen volgens hen deels onder de werking van art. 31 Rv en/of art. 32 Rv gebracht worden.


mr. drs. P.A. Fruytier
Philip Fruytier is advocaat bij Houthoff Buruma en maakt deel uit van het cassatieteam.

mr. L.V. van Gardingen
Laura van Gardingen is advocaat bij Houthoff Buruma en maakt deel uit van het cassatieteam.

Mr. A. Hammerstein
Prof. Hammerstein is raadsheer in buitengewone dienst Hoge Raad der Nederlanden.

    Deze tekst is uitgesproken op het door de Radboud Universiteit Nijmegen op 25 april 2014 georganiseerde congres Hoger beroep: renovatie en innovatie, en ter gelegenheid van deze publicatie op een enkel punt aangepast en van enige noten voorzien.


Mr. E.M. Wesseling-van Gent
Mr. E.M. Wesseling-van Gent is advocaat-generaal bij de Hoge Raad
Toont 61 - 80 van 80 gevonden teksten
1 2 4 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.