Zoekresultaat: 93 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Continuïteit en verandering in het Nederlandse gezinsleven

Gezinsvormen, arbeidsmarktparticipatie en tijdsbesteding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2016
Trefwoorden divorce, father involvement, female labor force participation, nuclear family, parent-child time
Auteurs Dr. A. Roeters en Dr. F. Bucx
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses continuity and change in family life in the Netherlands over the last decades. The authors consider three characteristics of families: (1) family types, (2) maternal employment, and (3) parent-child time. Analyses are based on data from the Central Bureau of Statistics and the Dutch Time Use Study. The results indicate that there is both continuity and change. Although two married individuals giving care to their children is still the most common family type, alternative family forms have become more popular, including unmarried cohabiting parents and single-parent families. Furthermore, the division of labor is still strongly gendered: Dutch mothers’ participation on the labor market is limited and they still hold the main responsibility for children. Moreover, children are still most likely to grow up in a household with both a father and mother. There are also indicators of change. Maternal employment is much more prevalent than in the 1970s and fathers’ involvement with children increases.


Dr. A. Roeters
Dr. Anne Roeters is wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Haar expertise ligt op het gebied van tijdsbestedingsonderzoek en de combinatie van arbeid en zorg.

Dr. F. Bucx
Dr. Freek Bucx is wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij doet daar onderzoek naar jeugd en gezin.
Artikel

Rechters en mediation in België: eindelijk een sterke push?

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2016
Trefwoorden rechtsweigering, inleidingszitting, Bevelen, wetsontwerp
Auteurs Patrick Van Leynseele
SamenvattingAuteursinformatie

    The author notices that more and more Belgian judges seem to have understood what mediation is and what benefits it can bring to litigating parties over adjudicated solutions. Currently, judges have no means to force the parties to try to settle their dispute through mediation. Judicial initiatives aimed at convincing the parties and their lawyers to try mediation, are too often simply ignored. The article contains quotes from various tribunals advocating or ordering mediation before the continuation of the trial. The author’s argument is that the law should enable judges to force the parties to mediation, i.e. at least to participate in a joint session with the designated mediator. He describes what ought to be included. A new bill is currently being prepared by the Ministry of Justice – inspired by the Netherlands model – that will change the rules of civil procedure with a view to enhancing recourse to mediation.


Patrick Van Leynseele
Patrick H. Van Leynseele is lid van de balies van Brussel en New York en partner in het Brussels advocatenkantoor DALDEWOLF, een referentie inzake ADR. Met als achtergrond het ondernemingsrecht werkt hij als litigator en arbiter in internationale zaken. Hij schreef verschillende artikels inzake mediation en Med-Arb in vooraanstaande juridische tijdschriften.
Artikel

Wereldbeelden en weerbaarheid van Turks-Nederlandse jongeren

De twee gezichten van een sterke interne gerichtheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2016
Trefwoorden radicalization, Turkish-Dutch migrants, social exclusion, Islamic State, resilience
Auteurs Dr. mr. F. Geelhoed en Prof. dr. R.H.J.M. Staring
SamenvattingAuteursinformatie

    Many of the common academic explanations for radicalization and extremism are present among Turkish-Dutch youngsters. Based on qualitative research among 150 youngsters with a Turkish background, the authors describe how these youngsters are catching up with their disadvantaged socioeconomic position in the areas of education and labor. These Muslim youngsters feel that they and Islam are increasingly met with distrust and exclusion in mainstream society. In the sociocultural domain of incorporation, Turkish-Dutch youngsters are very diverse, but within this diversity focussed on their own ethnic group. Although these characteristics as deprivation, exclusion and strong internal orientation are commonly used as risks for radicalization, these Turkish-Dutch youngsters seem not to be attracted to Islamic radicalism nor extremism. The authors explain this through the opportunities for political participation within their communities and the specific Turkish secular Islam that offers room for a more individualized religious interpretation. In addition the strong internal focus of these youngsters and the solidity of the Turkish communities create strain between different Turkish religious or political groups, but also offer them a very strong, positive identity and feelings of belonging.


Dr. mr. F. Geelhoed
Dr. mr. Fiore Geelhoed is universitair docent bij de Afdeling Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. R.H.J.M. Staring
Prof. dr. Richard Staring is bijzonder hoogleraar mobiliteit, toezicht en criminaliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Bescherming van EU-burgers tegen niet voorzienbare strafrechtelijke vervolgingen in de Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, EU-burgers, onvoorzienbare rechtsmacht, legaliteit, Overleveringswet
Auteurs Mr. J.J.M. Graat
SamenvattingAuteursinformatie

    Een EU-burger die gebruikmaakt van zijn recht op vrijheid van verkeer strafrechtelijk vervolgd worden door een lidstaat waarvan hij de rechtsmacht niet had kunnen voorzien. Met de inwerkingtreding van het Kaderbesluit betreffende het Europees Aanhoudingsbevel kan een EU-burger in een dergelijk geval ook aan die lidstaat worden overgeleverd. In dit artikel wordt zowel deze keerzijde van het Kaderbesluit geanalyseerd als de mate waarin door het materiële legaliteitsbeginsel het Kaderbesluit zelf en de Overleveringswet bescherming wordt geboden. Op basis van deze analyses wordt vervolgens vastgesteld of er sprake is van een gebrek aan bescherming en worden enkele oplossingsrichtingen aangedragen.


Mr. J.J.M. Graat
Mr. J.J.M. (Joske) Graat is promovenda Europees Strafrecht bij de Universiteit Utrecht.

Johan Teters
Artikel

Verbeelding en veiligheid

De film Project X en de rellen in Haren (2012)

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Film, public imagination, public safety, Riots, Youth
Auteurs Heidi de Mare
SamenvattingAuteursinformatie

    On September 21th 2012, a sweet sixteen party in Haren (a Dutch village), announced on Facebook as PROJECT X Haren, turned into a riot in which youngsters clashed with the police. The blame was put on the film Project X (2012) that would have inspired adolescents to become aggressive and violent. However, like other adolescent comedies, this movie offers an insight in the adolescent state of mind, the role of humor and their lack of risk assessments. Much violence is (harmless) slapstick-like, boundaries are exceeded (sex, alcohol, drugs) and transgression is often directed against parents, teachers and the police. What is tested in the adolescent imagination is the public order. Film functions as a symbolic rite of passage, with carnivalesque inversions. Reacting in Haren on this adolescent state of mind with an administrative prohibition (‘there is no party’) confirmed the juvenile joke. Acting as if it is not a party but a huge disaster (by enlarging police forces) contributed to make the riot a reality that the youngsters themselves never imagined. The commission of inquiry recommends taking serious film and other forms of public imagination, because they contribute to our understanding of reality, especially concerning the perceptions of societal actors.


Heidi de Mare
Heidi de Mare is directeur van Stichting IVMV, instituut voor maatschappelijke verbeelding, www.ivmv.nl.
Artikel

Wettelijk geconditioneerde zelfregulering: het dilemma van het omarmen van zelfregulering door de wetgever

Casestudy: de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Gedragscode, hoger onderwijs, wettelijk geconditioneerde zelfregulering
Auteurs Mr. dr. A.G.D. Overmars
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid stimuleert zelfregulering door het veld, zodat zij zelf minder regels hoeft te ontwikkelen. Zij doet daarbij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van het veld. Tegelijkertijd omarmt de wetgever de zelfregulering door inbedding ervan in wet- en regelgeving. Daarmee verandert het karakter van de regulering. In hoeverre is er nog sprake van zelfregulering? Is de zelfregulering door de inbedding in wet- en regelgeving feitelijk geen overheidsregulering geworden? Als casestudy wordt in deze bijdrage de toelating van internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs beschreven. De uitvoeringspraktijk in deze sector maakt duidelijk dat de vervlechting van beide vormen van regulering, indien niet goed doordacht en op elkaar afgestemd, tot een juridisch kwetsbare constructie leidt.


Mr. dr. A.G.D. Overmars
Mr. dr. A.G.D. Overmars is werkzaam als senior beleidsadviseur bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Overmars was in de periode 2006-2015 secretaris van de Landelijke Commissie. In 2014 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van (zelf)regulering op het gebied van de toelating van studenten van buiten de EU tot het hoger onderwijs.

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.
Artikel

Staatssteun en tussenstaatse handel: bijbuigen van een criterium om de werklast te verminderen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden staatssteun, tussenstaatse handel, steunmaatregel, de-minimissteun, merkbaarheid
Auteurs Cees Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 april 2015 gaf de Europese Commissie beschikkingen naar aanleiding van een zevental staatssteunmeldingen waarbij zij uitsprak dat in al die zaken geen sprake was van een steunmaatregel omdat de aangemelde steunmaatregelen geen substantieel effect op de tussenstaatse handel zouden hebben (het begeleidende persbericht gebruikt de woorden significant effect). Volgens het begeleidende persbericht geven de beschikkingen aanvullende richtsnoeren voor de bepaling welke zaken wel en niet door de Commissie moeten worden beoordeeld, zodat zij zich kan focussen op zaken met een grote impact op de interne markt. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe de zeven beslissingen zich verhouden tot eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere beschikkingen van de Commissie op het punt van het criterium ‘beïnvloeding van de tussenstaatse handel’ van artikel 197 lid 1 VWEU. Tevens wordt nagegaan in hoeverre deze nieuwe beschikkingen daadwerkelijk duidelijkheid geven over de toepassing van dit criterium en of er een beter alternatief is om de werklast van nationale autoriteiten en Commissie te verminderen.


Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

ACM en ziekenhuisfusies: hoeder van het publiek belang?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden ziekenhuisfusies, mededingingstoezicht, rechtmatigheid, doeltreffendheid, rechtsgelijkheid
Auteurs Edith Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Mededingingstoezicht op ziekenhuisfusies moet waarborgen dat ziekenhuizen de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg bevorderen. Dit artikel onderzoekt of ACM die taak waarmaakt. Dat gebeurt vanuit het perspectief van de burger, de consument en de ondernemer.


Edith Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Reacties kunnen worden geadresseerd aan loozen@bmg.eur.nl.
Artikel

De bijdrage van de civiele cassatieadvocatuur aan de rechterlijke rechtsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden rechtsontwikkeling, rechtsbescherming, kosteloze cassatie in het belang van de maatschappij, rechtsvergelijking
Auteurs Prof. mr. J.B.M. Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt de bijdrage van de cassatieadvocatuur aan de rechtsontwikkeling door de Hoge Raad in civiele zaken aan de hand van twee stellingen. De eerste stelling luidt dat de cassatieadvocatuur mede verantwoordelijk is voor de toegang tot de cassatierechtspraak, dat wil zeggen dat de cassatieadvocatuur ervoor dient te zorgen dat bepaalde zaken de Hoge Raad daadwerkelijk bereiken. De tweede stelling is dat versterking van de rechtsvormende taak van de Hoge Raad soms een bredere kennis van de context van de zaak vereist.


Prof. mr. J.B.M. Vranken
Prof. mr. J.B.M. Vranken is emeritus hoogleraar methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit Tilburg.
Artikel

Aan de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW geen polonaise: ruim baan voor de gesubrogeerde (ziektekosten)verzekeraar

Annotatie bij HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1873 (Achmea/Menzis)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden subrogatie, regres, eigen schuld, billijkheidscorrectie
Auteurs Mr. A.I. Schreuder en Mr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt aan de hand van een recent arrest van de Hoge Raad de vraag of de vordering van een gesubrogeerde verzekeraar jegens de aansprakelijke partij of haar verzekeraar in geval van eigen schuld van de benadeelde op geheel gelijke wijze dient te worden beoordeeld als de vordering van de benadeelde, en meer specifiek of de billijkheidscorrectie op een gelijke wijze dient te worden ingevuld.


Mr. A.I. Schreuder
Mr. A.I. Schreuder is promovenda bij de sectie Burgerlijk Recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M. van Kogelenberg
Mr. M. van Kogelenberg is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht, onderdeel van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het episodisch geheugen en getuigenverhoor

Wat weten politieverhoorders hiervan?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2015
Trefwoorden interview, interviewer, police, witness, episodic memory
Auteurs Dr. Geralda Odinot, Drs. MCI Roel Boon en Laura Wolters BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study, we examined what police interviewers know about factors that affect the reliability of eyewitness testimony. We asked 143 specialist investigative interviewers from the Dutch police to complete a questionnaire about eyewitness memory. The results indicate that the police interviewers have limited knowledge of episodic memory and accompanying interviewing issues. In addition, we analyzed the interview manual from the Dutch Police Academy on coverage of the topics in our questionnaire. The poor level of knowledge of the police interviewers was correlated with lack of knowledge in the manual. Results are discussed in relation to education in police interviewing in the Netherlands.


Dr. Geralda Odinot
Dr. G. Odinot is onderzoeker op de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties bij het WODC, Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Drs. MCI Roel Boon
Drs. R. Boon MCI is operationeel specialist bij de Nationale Politie.

Laura Wolters BSc
L.C.M. Wolters BSc is operationeel specialist bij de Nationale Politie.
Artikel

De verhaalsmogelijkheden bij schade door een ongeschikte medische hulpzaak anno 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaak, aansprakelijkheid, schade, notified body
Auteurs Mr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een patiënt schade heeft geleden ten gevolge van een lekkend borstimplantaat, een niet goed sluitende hartklep, een heup die metaaldeeltjes afgeeft of een andersoortige medische hulpzaak, rijst de vraag of, en zo ja, op wie hij deze schade zou kunnen verhalen. In dit artikel wordt besproken welke actoren de patiënt zou kunnen aanspreken, waarbij met name gekeken zal worden naar recente ontwikkelingen op het gebied van de aansprakelijkheid van deze actoren.


Mr. J.T. Hiemstra
Mr. J.T. Hiemstra is promovenda en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Artikel

Digitalisering: kans of bedreiging voor wetgeving?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden internet, governance, jurisdiction, legal theory
Auteurs Bart Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bart Schermer, describes the difficulties in regulating the internet. The global reach of the internet, the fact that it is for the most part owned by private actors and creates opportunities for anonymity challenge regulators. The article describes issues related to sovereignty and jurisdiction, ambiguity in legal texts and dependence on private sector actors. Possible solutions lie in global internet governance, institutional innovation and the internet’s architecture itself.


Bart Schermer
Bart W. Schermer (1978) is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Bart is fellow bij het E.M. Meijers Instituut, redacteur bij het Tijdschrift voor Internetrecht en lid van de Cybercrime expertgroep van het Hof Den Haag.
Artikel

Taxus revisited. Een kleine taxonomie van het kennisvereiste

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden toerekening, Verkeersopvattingen, stand van wetenschap en techniek, onbekende risico’s, voorzorgbeginsel
Auteurs Prof. mr. C.C. van Dam
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op de verschillende rollen die kennis in het aansprakelijkheidsrecht speelt. Aan de orde komen: objectivering van het kennisvereiste, verplichtingen bij onvoldoende kennis van het risico, aansprakelijkheid voor onbekende risico’s, het subjectieve kennisvereiste bij zuiver nalaten en de stand van wetenschap en techniek.


Prof. mr. C.C. van Dam
Prof. mr. C.C. van Dam is hoogleraar International Business and Human Rights aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, bijzonder hoogleraar European Tort Law aan de Universiteit Maastricht en Visiting Professor aan King’s College London.
Artikel

Eigenlijke (wettelijke) en oneigenlijke (contractuele) lossing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden eigenlijke (wettelijke) lossing, oneigenlijke (contractuele) lossing, uitwinning van zekerheden, verleggingsregeling omzetbelasting
Auteurs Prof. mr. N.E.D. Faber en Mr. N.S.G.J. Vermunt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad komt terug van eerdere jurisprudentie en ziet oneigenlijke (contractuele) lossing thans als een vorm van uitwinning.


Prof. mr. N.E.D. Faber
Prof. mr. N.E.D. Faber is hoogleraar burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, lid van het dagelijks bestuur van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, adviseur bij Clifford Chance en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.

Mr. N.S.G.J. Vermunt
Mr. N.S.G.J. Vermunt is secretaris van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en adviseur bij Linklaters.
Artikel

Concentratietoezicht ACM in de ziekenhuissector

Inzicht in en reflectie op de praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ACM, concentratiecontrole, marktafbakening, Mededingingswet, ziekenhuisfusies
Auteurs Ron Kemp, Marie-Louise Leijh-Smit en Krijn Schep
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op het beoordelingskader van ACM bij fusies tussen ziekenhuizen. Wij bespreken de marktafbakening, de disciplineringsmogelijkheden van zorgverzekeraars en de rol van patiënten. Wij reflecteren hierop aan de hand van onze persoonlijke ervaringen. Het doel hiervan is om een beter beeld te geven van het toezicht van ACM en de afwegingen die daarin een rol spelen. Wij concluderen dat het toezicht op ziekenhuisfusies baat kan hebben bij: (1) meer inzicht in de effecten van fusies, (2) een betere onderbouwing van de inbreng van vooral zorgverzekeraars en (3) betere beschikbaarheid van kwaliteitsinformatie over ziekenhuizen.


Ron Kemp
R.G.M. Kemp is senior onderzoeker bij het Economisch Bureau van ACM.

Marie-Louise Leijh-Smit
M.H. Leijh-Smit is senior adviseur strategie bij de Directie Bestuur, Beleid en Communicatie van ACM.

Krijn Schep
K. Schep is specialistisch medewerker toezicht bij de Directie Mededinging van ACM.
Artikel

Positieve veiligheid. Een theoretische analyse van een omstreden begrip

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Positieve veiligheid, geschiedenis, begripsanalyse, kritiek, ethiek
Auteurs Gerben Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of positive security appears more and more often in academic and public discussions. It presents a normative agenda for a non-repressive approach of security. In the article, it is claimed that the concept and its implications lack fundamental clarity. First of all, it is illustrated that the meaning of positive security primarily develops on the renouncement of negative security. Second, a historical comparison between the discipline of international relations and criminology discloses that different meanings have been assigned to positive security that seem at times at odds with each other. These frictions substantiate the view that it is problematic to accept positive security as an unequivocal recipe for change. Finally, the consequences of the disseminated structure of meaning are discussed in relation to the ambition of reform that positive security represents. For example, advocates of positive security do not seem eager to commit themselves to very clear normative views. This makes it difficult to really pin down what the suggested changes underlying positive security, are truly implying. Moreover, positive security invites us to extend the horizon of security politics to include various kinds of positive needs and values. But doesn’t this take us back to the initial criticism that the reach of the security concept has extended too much, covering virtually every aspect of life?


Gerben Bakker
Gerben Bakker is docent Integrale Veiligheidskunde aan de Haagse Hogeschool en promovendus aan de Erasmus Universiteit (vakgroep Filosofie van Mens en Cultuur).
Artikel

Burgerparticipatie en ‘crafting’ in het lokale veiligheidsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden neighbourhood professionals, crafting, citizen participation
Auteurs Marco van der Land en Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    An increasingly large degree of ‘public craftsmanship’ is demanded from professionals working in neighborhoods where citizens actively participate in security issues. The central question in this article is what role these neighbourhood professionals – mostly civil servants, (community) police officers and welfare professionals – play in facilitating and supporting civic projects in the field of security, how they create their ‘own’ social order outside of the formal policy domain of the organizations involved, and how they keep the public interest in mind. On the basis of three types of neighbourhood based projects – Neighbourhood Watches, ‘The Neighbourhood Governs’, and Residential Budgets – questions about the improvising and ‘crafting’ work of professionals are explored in this article. Such work is much needed in order to successfully establish connections between the different parties involved, navigate between the interests of citizens and organizations, recruit civilians while simultaneously amending their aspirations and expectations, safeguard public interests and ensure the progress of projects. Some professionals back away from these additional tasks and responsibilities they are increasingly face with. In many neighbourhoods much more is required from professionals however than the traditional roles as they were once defined by police, welfare and municipal organizations. In particular, the ‘new’ crafting professionals need to be able to deal with unreasonable expectations of ‘angry citizens’ who tend to dominate citizen participation in local security issues, act impartially and be accountable to the larger public, show personality and street credibility, and, finally, be attentive to unequal outcomes with regard to the distribution of safety and security projects in neighborhoods and districts.


Marco van der Land
Marco van der Land is verbonden aan de Academie voor Bestuur, Recht en Veiligheid van de Haagse Hogeschool en hoofdredacteur van Tijdschrift voor Veiligheid.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is verbonden aan de Leerstoel Veiligheid en Burgerschap van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Centrum voor Ethiek van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 61 - 80 van 93 gevonden teksten
1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.