Zoekresultaat: 82 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Ondermijnende aspecten van georganiseerde criminaliteit en de rol van de bovenwereld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden undermining, organized crime, corruption, white-collar crime, integrity
Auteurs Prof. dr. Emile Kolthoff en Dr. Sjaak Khonraad
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of undermining or subversive crime seems to be linked undistinguishably to organized crime and both terms are sometimes used synonymously. Definitions of the phenomenon are sometimes based on its effects, while others have their focus on its manifestations. Discussion on the underlying causes is lacking. Regularly, activities that actually do not relate to undermining are labeled as such.
    This reflection critically examines and evaluates the concept of undermining. The central question is what has to be understood under the concept of undermining and, above all: what not? The phenomenon is further explored, with the aim of stimulating scientific debate and empirical research. The role of the government and other institutions in facilitating undermining is explicitly discussed as well as the possibilities to strengthen their resilience.


Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, Openbare Orde en Recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Dr. Sjaak Khonraad
Dr. J.L.H.T.M. Khonraad is lector Integrale Veiligheid bij Avans Hogeschool in Den Bosch.
Artikel

Legal tech made in Holland

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2016
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd

Nathalie Gloudemans-Voogd

    Van onafhankelijke toezichthouders wordt verwacht dat zij verantwoording afleggen. De gedachte is dat hoe onafhankelijker zij zijn, hoe meer verantwoording ze moeten afleggen om balans te houden in het systeem van checks and balances. Toezichthouders leggen via verschillende partijen verantwoording af, maar ook over een veelheid aan criteria. Is de toezichthouder binnen zijn wettelijke mandaat gebleven? Hoe heeft hij de aan hem ter beschikking staande middelen aangewend? Vooral in het financieel toezicht hebben zich op deze terreinen de laatste jaren ontwikkelingen voorgedaan. Deze ontwikkelingen roepen vragen op ten aanzien van de verantwoording door de toezichthouder. In dit artikel worden deze ontwikkelingen vanuit een juridisch perspectief bekeken en in relatie gezet tot het vertrouwen van het publiek in de toezichthouder.


Prof. mr. dr. Femke de Vries
Prof. mr. dr. F. de Vries is bijzonder hoogleraar Toezicht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens lid van het bestuur van de AFM.

Mr. dr. Margot Aelen
mr. dr. M. Aelen is toezichthouderspecialist bij DNB.
Artikel

Europese harmonisatie van online en op afstand verkoop van zaken en de levering van digitale inhoud (I)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Online en op afstand verkoop van zaken, Levering van digitale inhoud
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 december 2015 heeft de Europese Commissie onder meer een voorstel ingediend voor een richtlijn voor online of anderszins op afstand gesloten overeenkomsten tot levering van zaken. In dit artikel wordt aandacht besteed aan het toepassingsgebied van de richtlijn, de conformiteit van op afstand gekochte zaken en de remedies bij non-conformiteit. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de invoering van nog een regeling voor het kooprecht wel werkbaar is voor de rechtspraktijk.
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, COM(2015)635 final
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud, COM(2015)634 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrechten, bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam, lid van het Bestuur van de Onderzoeksschool Ius Commune en medewerker van dit blad. Dit artikel is mede gebaseerd op presentaties tijdens de Workshop Digital Single Market: Stakeholders’ Perspective on proposed new Contract Rules, georganiseerd door het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam en de ministeries van Economische Zaken en van Veiligheid en Justitie in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie op 4 februari 2016, en tijdens de op 18 februari 2016 in Brussel gehouden Conference New EU Rules for digital contracts, georganiseerd door ERA.
Artikel

Europese gegevensbescherming: van richtlijn naar verordening

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden persoonsgegevens, Algemene Verordening, Gegevensbescherming, privacybescherming, datalekken
Auteurs Mr. I.P.V. van Schelven en Mr. P.C. van Schelven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming voorziet in een integraal nieuw stelsel van Europese rechtsregels inzake de verwerking en bescherming van persoonsgegevens. Ter versterking van de dataprotectie introduceert de verordening tal van nieuwe verplichtingen voor bedrijven en organisaties. De handhaving binnen de Europese Unie is meer geüniformeerd en het regime van sancties is aanzienlijk verzwaard. Dit artikel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste vernieuwingen.


Mr. I.P.V. van Schelven

Mr. P.C. van Schelven
Mr. P.C. (Peter) van Schelven is zelfstandig IT-jurist. Mr. I.P.V. (Ivo) van Schelven is bedrijfsjurist bij RES Software te ’s-Hertogenbosch. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Het TTIP-verdrag: een Odyssee door onbekende wateren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden TTIP, externe betrekkingen, handelsverdrag, investeringen, ISDS
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt het juridische kader van het TTIP-verdrag te schetsen. Het artikel gaat eerst in op de rechtsbasis, de bevoegdheid, het onderhandelingsmandaat en de totstandkoming van TTIP. Vervolgens wordt op het ISDS-geschillenbeslechtingmechanisme van TTIP en de meeste recente voorstellen met betrekking tot de oprichting van een permanent investeringshof ingegaan. De stelling van de auteur is dat het TTIP-verdrag als gemengd akkoord afgesloten dient te worden en dat het voorgestelde permanente investeringshof – indien dat daadwerkelijk opgericht wordt – een significante breuk met het bestaande ISDS-systeem zou zijn.
    Voorstel Europese Commissie d.d. 12 november 2015 voor Investment Court systeem onder TTIP


Dr. jur. N. Lavranos, LLM
Dr. jur. N. (Nikos) Lavranos, LLM is hoofd juridische zaken van Global Investment Protection, AG, Zwitserland en secretaris-generaal van de European Federation for Investment Law and Arbitration (EFILA), Brussel. Tot zomer 2014 senior adviseur en hoofdonderhandelaar investeringsbeschermingsovereenkomsten, ministerie van Buitenlandse Zaken en daarvoor ministerie van Economische Zaken.

    This research aims to explore empirically (method: questionnaire) the usefulness of mediation as a technique of external conflict management in the event of a family business transfer. More specifically, the research intents to verify if the conditions of application, the consequences and the benefits of mediation as described in general literature apply to the context of a family business (transfer), since Prince underlined 25 years ago that research is required to develop: ‘a system of intervention that employs the concepts, techniques, and logic of mediation that apply to the unique aspects of family business’. Results of the own research showed that mediation was an adequate technique of external conflict management in the context of a family business transfer and that it was more successful than consulting, defined as other techniques of external conflict management, in the researched cases. Furthermore, the research found indications that mediation is an adequate technique beyond the researched cases.


Tim De Greef
Tim De Greef is vrijwillig wetenschappelijk medewerker faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven campus Brussel en als advocaat-stagiair werkzaam bij het advocatenkantoor Tiberghien.
Artikel

De bijdrage van de civiele cassatieadvocatuur aan de rechterlijke rechtsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden rechtsontwikkeling, rechtsbescherming, kosteloze cassatie in het belang van de maatschappij, rechtsvergelijking
Auteurs Prof. mr. J.B.M. Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt de bijdrage van de cassatieadvocatuur aan de rechtsontwikkeling door de Hoge Raad in civiele zaken aan de hand van twee stellingen. De eerste stelling luidt dat de cassatieadvocatuur mede verantwoordelijk is voor de toegang tot de cassatierechtspraak, dat wil zeggen dat de cassatieadvocatuur ervoor dient te zorgen dat bepaalde zaken de Hoge Raad daadwerkelijk bereiken. De tweede stelling is dat versterking van de rechtsvormende taak van de Hoge Raad soms een bredere kennis van de context van de zaak vereist.


Prof. mr. J.B.M. Vranken
Prof. mr. J.B.M. Vranken is emeritus hoogleraar methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit Tilburg.
Artikel

Schaduwgebieden van Europese regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden soft law, Europese normstelling, bestuurlijke regelgeving
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden drie trends geschetst op het terrein van Europese regulering die nogal ongrijpbaar zijn, omdat ze zich aftekenen in de schaduw van de formele normenhiërarchie die het Verdrag van Lissabon heeft geïntroduceerd. Dit zijn ‘zachte’ bestuurlijke regelgeving door de Commissie, ten tweede bestuurlijke regelgeving door netwerken en verschillende Europese agentschappen en ten derde de ‘infiltratie’ van private regulering in het Unierecht. Deze trends hebben als gevolg dat Europese normstelling een steeds diffuser karakter krijgt, zowel in termen van feitelijke herkomst en ‘auteurschap’ als in termen van juridische aard en status. Lidstaten en nationale autoriteiten worden hiermee geconfronteerd, maar staan niet helemaal aan de zijlijn van deze ontwikkelingen, althans niet wanneer bevoegdheden op grond van wetgevingshandelingen waarbij de Raad is betrokken (wat doorgaans het geval is), aan de Commissie en agentschappen worden toegekend. De trends roepen wel vragen op ten aanzien van de betrokkenheid van nationale autoriteiten bij de opstelling ervan, alsook van stakeholders.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en bestuurder bij het onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

Strijd tegen misbruik van rechtspersonen: twee nieuwe registers voor aandeelhouders in opkomst

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2015
Trefwoorden UBO-register, centraal aandeelhoudersregister, fraude, antiwitwasrichtlijn, privacy aandeelhouders
Auteurs Mr. F. van Zanten en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk is een richtlijn aangenomen waarbij het verplicht wordt voor bedrijven om gegevens over hun ultimate beneficial owner (UBO) ‘openbaar’ te maken in een register. Daarnaast ligt er een conceptwetsvoorstel ter invoering van een centraal aandeelhoudersregister. De auteurs bespreken van beide registers de achtergrond, geven een inhoudelijke toelichting en sluiten af met een vergelijking, tevens in tabelvorm.


Mr. F. van Zanten
Mr. F. van Zanten is advocaat corporate M&A bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is professional support lawyer corporate M&A bij NautaDutilh te Rotterdam en Amsterdam.
Artikel

Pfandbriefe, covered bonds of gedekte obligaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden covered bond, gedekte obligatie, Pfandbrief, UCITS
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Covered bonds ofwel gedekte obligaties ofwel Pfandbriefe zijn belangrijke financieringsinstrumenten voor banken. In Nederland is per 1 januari 2015 een nieuwe wettelijke regeling voor gedekte obligaties ingevoerd. De auteur beschrijft het fenomeen covered bonds en de nieuwe wettelijke regeling.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    The cost of conflicts in the Netherlands between civil parties or individuals and the government add up to more than 12 billion Euro. For this calculation, a framework has been developed to distinct between three cost categories: Subject (parties) cost, System cost (e.g. court) and Consequential cost. The latter category represents more than 50% of the total cost, the majority of which are born by commercial parties and employer. The government bears 12,5% of the total cost. The impact on insurance companies could not be estimated but is suspected to be substantial. It are these three parties who in concert should fund further investigation and develop initiatives to reduce the financial and human cost of conflicts. It is to be investigated which incentives are required to make this game change to take place.


Ivor Brinkman
Ivor Brinkman (1968) is Registeraccountant en Registermediator. Mede op grond van eigen observaties, aangevuld met uitgebreid onderzoek naar die van anderen, is hij tot de conclusie gekomen dat de impact van conflicten op mensen en organisaties groot is en dat de samenleving lijkt te juridiseren. Om dit tegen te gaan heeft hij Vantage opgezet dat zich richt op het ontwikkelen en verstrekken van instrumenten en diensten om mensen en organisaties te helpen anders om te gaan met conflicten door deze vroeger te herkennen, vaardiger te worden om escalatie te stoppen en meer zelfstandig in staat te zijn om tot oplossing te komen. Vooral het voorkomen van conflicten heeft zijn bijzondere interesse. Zie ook www.vantage.nl.
Artikel

Effecten van detentie op het vinden van werk en een woning

Twee veldexperimenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden experiment, imprisonment, employment, housing, reentry
Auteurs Dr. Anja Dirkzwager, Prof. dr. Arjan Blokland, Kimberley Nannes MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we examine to what extent a prison record negatively affects employment and accommodation outcomes after release from prison. Two randomized field experiments were conducted in which we had fictitious persons respond by email to online job openings and online advertisements for rented accommodations. In total, we responded to 384 job openings and to 231 advertisements for rented accommodations. Contrary to expectations, applicants with a prison record were not less likely to receive a positive response from employers than applicants without a prison record. Applicants with a non-western background, however, were less likely to receive a positive response. In the housing experiment, we did find a significant effect of having a prison record. Former prisoners were less likely to receive a positive response during their search for a place to live.


Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Arjan Blokland
Prof. dr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Kimberley Nannes MSc
K. Nannes, MSc was stagiair bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) ten tijde van het schrijven van dit artikel.

Marieke Vroonland MSc
M. Vroonland, MSc was stagiair bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) ten tijde van het schrijven van dit artikel
Artikel

When it takes thousands to tango

Over de buitengerechtelijke collectieve afwikkeling van massaschade in Nederland en België

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2015
Trefwoorden mass damage claims, collective settlement, high profile mediation, shadow of the settlement, 2013 European Commission Recommendation on settling mass damage claims (informal mechanisms)
Auteurs Rob Jagtenberg en Stefaan Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors compare Belgian and Dutch (draft) regulation of mass damage claims, and notably the prominent place reserved for the collective amicable settlement of such claims. Though collective action for the recovery of damage is still not possible in the Netherlands, Dutch law does provide for the possibility of the court endorsing collectively agreed settlements, since 2005. One of most notorious settlements, i.e. the Dexia case, is discussed, illustrating how individual victims may retain their standing to sue in court, although in such cases the courts show a tendency to cling to the terms of the collective settlement just the same (‘reflex effect or shadow of the settlement’). Mediation in brokering such high profile settlements does not necessarily follow the vested principles of mediation in ‘regular’ one to one disputes.


Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van de redactie van TMD.

Stefaan Voet
Stefaan Voet is postdoctoraal onderzoeker bij het FWO Vlaanderen, verbonden aan het Instituut voor Procesrecht van de Universiteit Gent en lid van de redactie van TMD.
Artikel

Een aanzet voor een methodiek tot het voorkomen van (internationale) insolventies

Verslag van verkennend praktijkonderzoek gericht op beter conflictmanagement bij bedrijven in zwaar weer

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Resolving financial distress, Juridical developments, Harvard negotiation, Serious gaming
Auteurs Jan A.A. Adriaanse, Mr. dr. Ellen J.M. van Beukering en Dr. Jean-Pierre I. van der Rest
SamenvattingAuteursinformatie

    Research has been conducted by Leiden Law School into the efficacy of an instrument based on insolvency practice, ‘Harvard negotiation’ and ‘serious gaming’ aiming at better conflict management in case of (near) bankruptcy. Business rescue workout simulation games were played at different places worldwide. Serious gaming provides insight in the complexity and dynamics of (informal) reorganizations. The research further confirms that the Harvard negotiation-principles and the INSOL International Statement of Principles for a Global approach to multi-creditor workouts may provide a useful contribution to the realization of a successful (international) financial restructuring. The intervention of skilled neutrals is often significative. More focus on communication, negotiation and cooperative dispute resolution is also consistent with the initiatives of legislators and policymakers which stimulate companies to restructure at an early stage of financial distress. These developments also make ADR-skills become of more relevance to (insolvency) professionals.


Jan A.A. Adriaanse
Jan A.A. Adriaanse is hoogleraar Turnaround Management, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Mr. dr. Ellen J.M. van Beukering
Ellen J.M. van Beukering is Universitair Docent Burgerlijk Procesrecht en Bedrijfswetenschappen, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Dr. Jean-Pierre I. van der Rest
Universitair Hoofddocent Bedrijfswetenschappen, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.
Artikel

Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden wetsvoorstel Afwikkeling massaschade, internetconsultatie, collectieve actie, strooischade, kritiek
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin en Mr. R.S.I. Lawant
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt op hoofdlijnen (de belangrijkste kritiek op) het voorontwerp van het wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie besproken, dat op 7 juli 2014 in (internet)consultatie is gegeven. De collectieve schadevergoedingsactie is bedoeld als ontbrekende schakel (‘stok achter de deur’), maar de toegevoegde waarde hiervan is vooral zichtbaar in strooischadezaken. Met de voorgestelde procedure voor alle soorten schade is het voorontwerp een brug te ver, aldus de auteurs.


Mr. J.M.L. van Duin
Mw. mr. J.M.L. van Duin en Mw. mr. R.S.I. Lawant zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. R.S.I. Lawant
Artikel

200 jaar Staten-Generaal en zelfregulering: betrokkenheid op afstand

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden zelfregulering, SER
Auteurs Drs. M.I. Hamer, Dr. M. Drahos en Drs. I. Thomassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staten-Generaal dragen via het controleren van de regering en door (mede)wetgeving bij aan het borgen van publieke belangen. Literatuur en praktijk laten echter zien dat publieke belangen onder voorwaarden ook effectief kunnen worden geborgd door zelfregulering. Dit artikel geeft een beschouwing op de gevolgen van zelfregulering voor het democratische gehalte van beleid, op vraagstukken rondom representativiteit bij zelfreguleringsinitiatieven en op kansen en risico’s betreffende de effectiviteit van borging van publieke belangen. Deze drie aspecten worden belicht vanuit de ervaringen met vier vormen van zelfregulering binnen de Sociaal-Economische Raad (SER).


Drs. M.I. Hamer
Drs. M.I. Hamer is voorzitter van de SER.

Dr. M. Drahos
Dr. M. Drahos is senior beleidsmedewerker bij de directie Economische Zaken van de SER.

Drs. I. Thomassen
Drs. I. Thomassen was senior beleidsmedewerker bij de directie Bestuurszaken van de SER.
Artikel

Horizontaal toezicht is geen toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Belastingdienst, horizontaal toezicht, vaststellingsovereenkomsten
Auteurs Mr. dr. Ton Tekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De relatie tussen de fiscus en de belastingplichtige burgers en ondernemers kent sinds jaar en dag een verticaal ( top-down) karakter. De fiscus is daarbij verantwoordelijk voor de controle van belastingaangiften, de heffing van belastingen en de invordering daarvan. Dit behoort tot de kerntaken van de belastingdienst. Sinds 2005 houdt de fiscus zich ook bezig met het zogenoemde horizontale toezicht. Dit project is begonnen als model bij de zeer grote ondernemingen (veelal multinationals) en langzaam maar zeker is ook het midden- en kleinbedrijf onderwerp geworden van horizontaal toezicht. De fiscus presenteert het horizontaal toezicht als een succesvolle operatie en het lijkt zelfs een ‘exportproduct’ te worden. Toch bestaat er de nodige weerstand tegen deze figuur, onder meer uit de hoek van het midden- en kleinbedrijf, overigens ook vanuit de belastingdienst zelf. In dit artikel wordt beschreven hoe deze variant werkt en wordt onderzocht hoe de figuur zich verhoudt tot de basistaak van de fiscus, zijnde de controle, heffing en invordering van belastingen.


Mr. dr. Ton Tekstra
Mr. dr. A.J. Tekstra is advocaat en fiscalist bij Blauw Tekstra Uding Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 61 - 80 van 82 gevonden teksten
1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.