Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 329 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Article x
Artikel

Bemiddeling in de rechtbank van koophandel Gent

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Commercial court of Ghent, 5th chamber, case practice, active role of the judge
Auteurs Maria Bruggeman
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Commercial Court of Ghent a 5th chamber has been created in each division, with the view to proposing an alternative dispute resolution method, such as a conciliation in front of and with the assistance of the judge or a referral to an external meditation.
    The author points out that files can be directed to this chamber not only at the time of introduction of the court case but also at the time the procedural calendar is set after the respondent has filed the first written submission. Even after the pleadings and after an interlocutory judgment has been rendered, the 5th chamber of the Commercial Court can still refer the matter to an external mediation.
    All cases in the field of construction, internal companies disputes and commercial agency can also be automatically referred to this chamber.
    The author believes that is it not the task of a judge to act as a mediator because judges are trained to decide themselves about disputes and because they do not have enough time for a mediation. However, the creation of the 5th chamber could give a boost to external mediation knowing that 75% of the attempted mediations end successfully with a settlement.


Maria Bruggeman
Maria Bruggeman (1964) was 17 jaar lang advocaat, gespecialiseerd in administratief recht, met name in milieu- en stedenbouwwetgeving. Zo’n tien jaar geleden werd zij rechter, eerst in de rechtbanken van koophandel van Ieper en Veurne, daarna in de rechtbank van koophandel Oudenaarde, waar ze ook voorzitter werd. Onder haar impuls verbroederde de rechtbank van koophandel Oudenaarde met de rechtbanken van Rotterdam en Reims. Een soortgelijk project met Dublin wordt voorbereid. In het kader van de gerechtelijke hervorming schreef zij een vooruitstrevend beleidsplan, waarbij onder meer werd voorzien in gespecialiseerde kamers, rondreizende rechters en bemiddeling specifiek in kortgedingprocedures en ambtshalve opgelegd in het conclusieagenda. Ze gaf ook voordrachten over de responsabilisering van de cijferberoepers in het kader van de nieuwe WCO-wetgeving. Ze schreef artikels o.a. over het ‘New public management: meer dan de macht der statistieken’ (In Foro, 03, 2013). Sinds augustus 2014 is ze voorzitter van het project bemiddeling en geeft voordrachten over haar eigen praktijkervaringen met bemiddeling, o.a. op de studiedag balies Gent-Rijsel, samenwerking van bemiddelaars Caren genaamd en het Event Bemiddeling, organisatie van de Federale Bemiddelingscommissie, in samenwerking met o.a. het VOBA en het VOKA. Mevrouw Bruggeman is lid van Gemme International en publiceert er regelmatig haar bevindingen.
Artikel

Burgemeester en mediation

Meningen over de toekomst van mediation als instrument voor behoorlijk bestuur

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2014
Trefwoorden public administration, mediation, mayor, organizational development
Auteurs Ad Kil en Tanja de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years in The Netherlands around 120 mayors were trained as mediator. Focus of this multi method research was to collect the view of those mayors on – the future of - mediation as a tool in local public administration. More specific in conflicts with citizens, industry and other shareholders. Response rates on online survey was below standards but yield some descriptive aspects of this mayor group. Focus groups were informative. Mediation in local public administration is an accepted and successful phenomenon fact and will be further incorporated. Those mayors were pioneers and innovators but want to pass this method to organizational levels. One plead for incorporating principles and practice of mediation in all administrative processes and protocols.


Ad Kil
Ad Kil is emeritus hoogleraar Research Didactiek aan de Nyenrode Business Universiteit.

Tanja de Jonge
Tanja de Jonge is registeraccountant en auditor, research fellow aan de Nyenrode Business Universiteit en fractievoorzitter in de gemeenteraad van Barendrecht.
Artikel

Een onderzoek naar reflexiviteit bij conflictmanagement

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Conflictmanagement, reflexivity, strategy, dispute resolution clauses
Auteurs Luc Demeyere
SamenvattingAuteursinformatie

    Managing commercial conflicts requires reflexivity: the description of the conflict influences the manner in which the conflict is handled, and changing this description may influence this approach and the desirable outcome. The Belgian law firm contrast was curious to find out more of different parameters influencing the manner in which a conflict is handled. It developed an in-dept questionnaire and submitted it to 40 participants. The findings of this research are commented.


Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast, erkend bemiddelaar en redacteur van TMD.

    ADR in Kenya is traceable to the pre-colonial era. Before colonial rule, African communities applied traditional justice systems in the resolution of disputes. Some of these traditional justice systems are what are formally called ADR. It is through the imposition of formal justice systems by the British that certain ADR mechanisms were recognised in Kenya. In recent times, ADR is one of the commonly used avenues in accessing justice in Kenya. ADR in Kenya is growing at an unprecedented rate courtesy of its recognition in law, inaccessibility of courts and tribunals, backlog of cases and increased commercial activities requiring the use of ADR processes. Consequently, there are efforts by government and the private sector aimed at promoting ADR in Kenya. These efforts suggest that the future of ADR in Kenya is promising. In this article, the authors discuss the growth, development and practice of ADR in Kenya highlighting some of the likely challenges and opportunities in its use.


Francis Kariuki
Francis Kariuki is a Lecturer at Strathmore University Law School.

Linet Muthoni
Linet Muthoni is the Executive Officer of the Strathmore Dispute Resolution Centre.

    Colombia has been a territory with some social and political difficulties which have affected several dynamics of the community as well as the legal security in almost all levels of the Colombian society. The alternative dispute resolution mechanisms arise as a response for all the gaps that such circumstances produce in the country and as useful tools to solve numerous disputes in different fields. The Chamber of Commerce of Bogotá, through its Arbitration and Conciliation Center founded in 1983, is making a permanent bet to support the Colombian citizens’ coexistence in the schools, in the neighbourhoods, in the companies that provide jobs as well as benefits to the city and to the whole country. Clever strategies have been developed through the years with three purposes: change the culture about the alternative dispute resolution methods, provide confidence in using them and change the way the people manage their conflicts.


Rafael Bernal Gutiérrez
Rafael Bernal Gutiérrez is director of the Arbitration and Conciliation Center of the Chamber of Commerce of Bogotá. His expertise in ADR counts more than 30 years. He has participated in the construction of legal frameworks for ADR in different countries all across Latin America. He is lecturer in ADR topics in Colombia and as well internationally.
Artikel

Beroep bij de administratieve rechter tegen vaststelling van een ontwikkelingsplan in de BES

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ruimtelijk ontwikkelingsplan, besluit van algemene strekking, algemeen verbindend voorschrift, bijzondere wet, beroep
Auteurs Mr. C. Taal
SamenvattingAuteursinformatie

    Een ruimtelijk ontwikkelingsplan is geen beschikking als bedoeld in de WarBES. Daartegen staat derhalve krachtens die wet geen beroep bij de bestuursrechter open. Dat doet er evenwel niet aan af dat bij bijzondere wet kan worden geregeld dat tegen vaststelling van zo’n ontwikkelingsplan beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld. De auteur betoogt aan de hand van wetsgeschiedenis en -vergelijking dat in artikel 13 lid 3 WgroBES tegen de vaststelling van een ontwikkelingsplan beroep bij de bestuursrechter is opengesteld, ondanks de daarin gebruikte misleidende term ‘beschikking’.


Mr. C. Taal
Mr. C. Taal is werkzaam bij de Raad van State als projecthoofd samenwerkingsverband Raad van State met het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

De nieuwe erfrechtelijke penshonado-regeling?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden erfrecht, penshonado, legitieme portie, interregionaal, conflictregels
Auteurs Anita C.E. Sewberath Misser LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Een artikel dat is afgeleid van de afstudeerscriptie van de auteur met als titel De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.


Anita C.E. Sewberath Misser LLM
A.C.E. Sweberath Misser LLM is lid van de Raad van Toezicht van het St. Elisabeth Hospitaal te Curaçao. Zij heeft in mei 2013 haar LLM-titel behaald aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Dit artikel is afgeleid van haar afstudeerscriptie De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel

Het fenomeen aanwijzing in de zin van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden aanwijzing, financieel, Cft, toezicht, Rijkswet
Auteurs Mr. Marloes H. Kempes
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 oktober 2010 is het land Nederlandse Antillen ontmanteld en zijn de nieuwe staatkundige verhoudingen in werking getreden. In het kader van deze staatkundige wijzigingen heeft Nederland zich bereid verklaard schulden van de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden te saneren, om op die wijze de nieuwe entiteiten bij te staan bij het creëren van een financieel gezonde uitgangspositie. Ter voorkoming van financiële problemen is overeengekomen dat er toezicht zal worden uitgeoefend door een onafhankelijk orgaan, het College financieel toezicht. Sinds 10 oktober 2010 zijn er twee colleges van kracht. Het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba op grond van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten op grond van de (consensus-)Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. De beide colleges worden ondersteund door een gemeenschappelijk secretariaat, kantoorhoudende op Curaçao en op Sint Maarten.


Mr. Marloes H. Kempes
Mw. mr. M.H. Kempes is jurist en senior beleidsmedewerker bij het secretariaat van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten en het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Gaan veiligheidsmaatregelen ten koste van de servicebeleving?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2014
Trefwoorden customer experience, service perception, surveillance measures, legitimateness
Auteurs Rick van der Kleij, Maaike Roelofs en Dianne A. van Hemert
SamenvattingAuteursinformatie

    Surveillance measures in public places such as train stations, large events or business premises are aimed at increasing security at those specific locations. They enable people to move around securely at public (high) risk locations. However, people often experience these measures as an obstacle. Too much security often results in limitations of freedom of movement and violations of privacy. Could surveillance measures be designed in such a way that they are perceived more as a ‘service’? The authors studied the variables that influence whether people experience surveillance as a service or as a hindrance. At three surveillance locations (Schiphol Airport, Hoog Catharijne shopping area and Amersfoort railway station) more than thousand visitors were surveyed. They were asked how they experienced service and security on the site. The results show that there are differences in service perception in relation to security measures at the three locations studied. They show how the tension between service and safety can be reduced and provide clues for improving security measures. The results can be used by owners of public locations, surveillance stakeholders or private companies for the optimalisation and re-design of a location, as their goal is to attract loyal visitors, who are not frustrated and are willing to use the location frequently, and who preferably speak positively about the location to others. Also the security measures themselves can be improved, both technical security measures as well as human security measures.


Rick van der Kleij
Rick van der Kleij is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences.

Maaike Roelofs
Maaike Roelofs is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences.

Dianne A. van Hemert
Dianne A. van Hemert is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Jihadgang naar Syrië: een wetenschappelijke benadering

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Jihad, Foreign fighters, Syria, radicalisation
Auteurs Nick Platje Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes a qualitative inquiry into Dutch people going to Syria for participating in Jihad. The inquiry compares theoretical findings with empirical facts, based on a content analysis and a document analysis, completed with ten depth-interviews. The results show that a combination of scientific findings on radicalisation and foreign fighters explains the jihad movement to Syria partly. The results also show that some factors, which have not recently be examined scientificly, are crucial for the character and extent of the movement towards Jihad.


Nick Platje Msc
Nick Platje (Msc) is werkzaam bij het ministerie van Defensie.
Artikel

Automatische gedragsanalyse voor effectiever cameratoezicht in de openbare ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Behavior analysis, Threat detection, Action recognition, Tracking, Re-identification
Auteurs Dr. Henri Bouma, Drs. Jeroen van Rest, Dr. ir Gertjan Burghouts e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    To improve security in crowded environments, such as airports, shopping malls and railway stations, the number of surveillance cameras (CCTV) is rapidly increasing. However, the number of human operators remains limited and only a selection of the video streams can be observed. This makes it hard for an operator to be proactive. This paper gives an overview of novel developments that may lead to more efficient camera surveillance and a more proactive role for camera operators. It focuses on three main steps in this process of video content analysis: pedestrian tracking, action recognition and behavior analysis. Tracking and re-identification (i.e. recognizing a person in another camera) was initially only evaluated on off-line benchmark datasets, though recently it has gained in maturity with live demonstrations in realistic crowded environments and measured improved operator efficiency. For action recognition and automatic behavior recognition, we observe that the simple patterns, such as loitering detection, are emerging in many applications. Human action recognition obtains very high performance values in controlled environments and it is progressing towards more realistic environments. More advanced approaches, such as pickpocket recognition in a shopping mall and the detection of threats to trucks on a parking lot have been developed and the first systems have been presented in live demonstrations. Our main contribution is that we structure the recent advances and the emerging applications of video analysis for security applications, explain and interpret the results, and identify opportunities for the near future.


Dr. Henri Bouma
Dr. Henri Bouma is research scientist bij TNO.

Drs. Jeroen van Rest
Drs. Jeroen van Rest is consultant bij TNO.

Dr. ir Gertjan Burghouts
Dr. ir. Gertjan Burghouts is research scientist bij TNO.

Dr. Klamer Schutte
Dr. Klamer Schutte is research scientist bij TNO.

Ir. Jan Baan
Ir. Jan Baan is research scientist bij TNO.
Artikel

Eenzijdige openbaarmaking van informatie: waar ligt de grens?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Eenzijdige openbaarmaking marktgedrag, Doelbeperking, Besloten marktgedrag/niet besloten marktgedrag, Cheap talk, o.a.f.g./onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Onno Brouwer en Lorenzo Coppi
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt aan de hand van een aantal recente zaken, waaronder begrepen het toezeggingsbesluit van ACM inzake mobiele netwerkoperatoren, de vraag op basis van welke criteria een eenzijdige openbaarmaking van informatie op mededingingsbezwaren kan stuiten in een context waarin geen sprake is van ‘uitwisseling’ van informatie of een hardcore kartel. Autoriteiten lijken soms snel eenzijdige openbaarmakingen aan te merken als een doelbeperking. De auteurs pleiten zowel op basis van economische als juridische gronden voor een meer gebalanceerd analysekader: alleen gedrag dat op basis van voldoende algemeen erkende ervaring kan worden verondersteld de concurrentie te schaden, kan worden aangemerkt als een doelinbreuk. In veel gevallen zijn eenzijdige mededelingen omtrent marktgedrag concurrentiebevorderend of niet dusdanig concurrentiebeperkend dat zij zouden moeten worden gekwalificeerd als een doelinbreuk.


Onno Brouwer
Onno W. Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP Brussel/Amsterdam.

Lorenzo Coppi
Lorenzo Coppi is Executive Vice President bij CompassLexecon.
Artikel

Contracteren met arbiters

Aandachtspunten bij de rechtsrelatie tussen arbiters en procespartijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden overeenkomst, arbiters, procespartijen, verschoning, opdracht
Auteurs B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de aard en inhoud van de rechtsverhouding tussen het scheidsgerecht en de procespartijen nader geanalyseerd. Aan de orde komen: het toepasselijk recht, de verplichtingen van partijen en de rol van het scheidsgerecht in post-arbitrage geschillen.


B. van Zelst
B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne N.V. te Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit.
Artikel

Meer ruimte voor producentenorganisaties door hervorming Europees landbouwbeleid

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Landbouwbeleid, producentenorganisaties, hervorming, Gemeenschappelijke Marktverordening, GMO, EU
Auteurs Mr. ir. Maria E.G. Litjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nieuwe GMO-verordening prevaleren de producentenorganisatieregels binnen bepaalde grenzen boven de mededingingsregels. Evenals vroeger zijn de grenzen van de vrije ruimte in de verordening in algemene bewoordingen geformuleerd. Dit leidt tot een groot grijs gebied en daarmee tot grote onzekerheid over toelaatbaarheid van handelen. De ruimte voor meer samenwerking geldt niet alleen voor producentenorganisaties, maar voor elke andere vorm van samenwerking in de land- en tuinbouw.


Mr. ir. Maria E.G. Litjens
Maria Litjens is werkzaam bij de leerstoelgroep Recht en Bestuur aan Wageningen Universiteit. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Het nieuwe regime voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht

Een bespreking van de belangrijkste wijzigingen en enkele kanttekeningen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden GVTO, TTBER, Technologieoverdracht, Niet-aanvechtingsclausule, Grant-back
Auteurs Mr. Bart de Rijke en Mr. Roos van der Poel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het van kracht worden van de nieuwe groepsvrijstellingsverordening voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht (GVTO) en de bijbehorende Richtsnoeren heeft praktische implicaties voor gebruikelijke licentievoorwaarden. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het oude regime zien op het toepassingsbereik van de GVTO, de (on)mogelijkheid passieve verkopen te beperken ter bescherming van startende licentienemers, grant-back verplichtingen en niet-aanvechtings- en beëindigingsbedingen. De Richtsnoeren bevatten voorts uitgebreide vingerwijzingen over technologiepools en schikkingsovereenkomsten. Op papier gaat de licentienemer erop vooruit, maar in hoeverre de doorgevoerde wijzigingen in de praktijk zijn te handhaven valt nog te bezien.


Mr. Bart de Rijke
Mr. B. de Rijke is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Mr. Roos van der Poel
Mr. R.M.A. van der Poel is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Article

Access_open Samenlevingsovereenkomsten in de notariële praktijk

Tijdschrift Family & Law, november 2014
Auteurs Petra Kuik, Wendy Schrama en Prof. dr. Leon Verstappen
Samenvatting

    In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. De inhoud van de doorsnee samenlevingsovereenkomst verschilt aanzienlijk van die van huwelijkse voorwaarden. Bedingen waaruit vermogensrechtelijke solidariteit tussen ongehuwd samenwonenden blijkt (inkomens- of vermogensverrekening of alimentatiebedingen), komen slechts zeer beperkt voor in samenlevingsovereenkomsten, terwijl die juist in huwelijkse voorwaarden zeer frequent voorkomen. Ook op andere onderdelen verschaft dit onderzoek interessante bevindingen. Nader onderzoek is gewenst om meer inzicht te krijgen in de praktijk van het maken van samenlevingsovereenkomsten. --- In this paper, the authors present an empirical research on the content of cohabitation contracts in the Netherlands, conducted in 2013. The legal professionals who mostly deal with cohabitation contracts - the notaries - have been asked to fill in a digital questionnaire. The format of this research is exploratory, painting a first picture of legal practice on making cohabitation contracts. The content of the average cohabitation contract differs very much compared to the content of the average marriage contract. Clauses that express solidarity between cohabitants (sharing income or property values or maintenance) are rare in cohabitation contracts, whereas they are rather popular in matrimonial property contracts. Further research is necessary to gain more insight into the legal practice of making cohabitation contracts.


Petra Kuik

Wendy Schrama

Prof. dr. Leon Verstappen
Artikel

De inkleuring van het vennootschappelijk belang

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2014
Trefwoorden invulling, vennootschappelijk belang, opvattingen, belangenafweging, deelbelangen
Auteurs Mr. F.A.M. Tol
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een omschrijving gegeven van de invulling van het begrip ‘vennootschappelijk belang’ in de wetsgeschiedenis en de Corporate Governance Code. Verder wordt ingegaan op de opvattingen die naar voren komen in de literatuur en tot slot wordt aandacht besteed aan recente jurisprudentie waarin het begrip aan bod komt.


Mr. F.A.M. Tol
Mr. F.A.M. Tol is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Het verlichte openbaarmakingsregime voor prospectussen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2014
Trefwoorden verlicht openbaarmakingsregime, prospectus, Prospectusverordening, aandelenuitgifte
Auteurs Mr. E.F. Renardel de Lavalette
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het op 1 juli 2012 ingevoerde verlichte openbaarmakingsregime. Dit verlichte regime wijzigt de regeling met betrekking tot de minimumeisen voor het openbaar maken van informatie in een prospectus voor emissies door bepaalde uitgevende instellingen en bepaalde aanbiedingen van effecten.


Mr. E.F. Renardel de Lavalette
Mr. E.F. Renardel de Lavalette is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De verdwenen rechtspersoon als procespartij

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2014
Trefwoorden procespartij, deformaliseringstendens, kenbaarheid
Auteurs Mr. F.W.B. Bulten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de (mogelijke) consequenties met de betrekking tot de ontvankelijkheid in een juridische procedure in het geval een formele procespartij ophoudt te bestaan.


Mr. F.W.B. Bulten
Mr. F.W.B. Bulten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

MiFID II, een complex product

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden MiFID II, MiFIR, beleggingsondernemingen, handelsplatformen
Auteurs Mr. drs. Erwin Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juni 2014 zijn de herziene Richtlijn voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFID II) en de Verordening voor Markten in Financiële Instrumenten (MiFIR) gepubliceerd. MiFID II en MiFIR zijn de gezamenlijke opvolger van MiFID I. De regelgeving is relevant voor beleggingsondernemingen (zoals effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders) en exploitanten van handelsplatformen voor financiële instrumenten. Vergeleken met MiFID I gelden er veel nieuwe regels, waaronder transparantievereisten bij beurshandel en nieuwe gedragsregels voor beleggingsondernemingen. Tevens worden voorheen ongereguleerde activiteiten onder toezicht geplaatst. De uitdaging voor marktpartijen om per uiterlijk januari 2017 te voldoen aan de nieuwe regels is groot, mede vanwege vele rule-based normen.
    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, Pb. EU 2014, L 173/34.


Mr. drs. Erwin Schreuder
Mr. drs. E.R. (Erwin) Schreuder is advocaat bij de Financial Markets and Services Group van Clifford Chance LLP (Amsterdam)
Toont 61 - 80 van 329 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 16 17
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.