Zoekresultaat: 270 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Access_open Transnational Fundamental Rights: Horizontal Effect?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden fundamental rights, societal constitutionalism, inclusionary and exclusionary effects, anonymous matrix
Auteurs Gunther Teubner
SamenvattingAuteursinformatie

    Violations of human rights by transnational corporations and by other ‘private’ global actors raise problems that signal the limits of the traditional doctrine of ‘horizontal effects’. To overcome them, constitutional law doctrine needs to be complemented by perspectives from legal theory and sociology of law. This allows new answers to the following questions: What is the validity basis of human rights in transnational ‘private’ regimes – extraterritorial effect, colère public or external pressures on autonomous law making in global regimes? Do they result in protective duties of the states or in direct human rights obligations of private transnational actors? What does it mean to generalise state-directed human rights and to respecify them for different social spheres? Are societal human rights limited to ‘negative’ rights or is institutional imagination capable of developing ‘positive’ rights – rights of inclusion and participation in various social fields? Are societal human rights directed exclusively against corporate actors or can they be extended to counteract structural violence of anonymous social processes? Can such broadened perspectives of human rights be re-translated into the practice of public interest litigation?


Gunther Teubner
Gunther Teubner is Professor of Private Law and Legal Sociology and Principal Investigator of the Excellence Cluster ‘The Formation of Normative Orders’ at the Goethe-University, Frankfurt/Main. He is also Professor at the International University College, Torino, Italy.
Artikel

Arrest Aalberts

Vernietiging boetes in het koperfittingenkartel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden enkele, complexe en voortdurende inbreuk, Aalberts, onschuldpresumptie, 10 procent-plafond, toerekening
Auteurs Mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Aalberts-arrest van het Gerecht betreft een beroep van Aalberts Industries en haar dochtervennootschappen Simplex en Aquatis tegen de beschikking van de Europese Commissie van 20 september 2006 waarin de Commissie aan dertig vennootschappen binnen elf concerns een totale boete van 314,7 miljoen euro oplegde voor deelname aan het koperfittingenkartel in de periode van 1988 tot 2001 en voor sommige ondernemingen zelfs tot 2004.1x Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63. Aalberts komt succesvol op tegen de constatering van de Commissie dat haar dochters Simplex en Aquatis na de inspecties van de Commissie in maart 2001 de inbreuk zouden hebben voortgezet. Aangezien Aalberts de dochtervennootschappen pas in augustus 2002 heeft overgenomen en een vrijwaring heeft bedongen van de verkoper voor boetes van vóór de overname, betekent dit arrest dat Aalberts in deze kartelzaak geen boete verschuldigd is.

Noten

  • 1 Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63.


Mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Artikel

Eerste uitspraak Hof van Justitie over de Dienstenrichtlijn

Het actief werven van cliënten door beoefenaars van gereglementeerde beroepen mag niet worden verboden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden dienstenrichtlijn, commerciële communicatie, gereguleerde beroepen, Hof van Justitie, accountants
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de Dienstenrichtlijn. De vraag van de Franse Conseil d´Etat heeft betrekking op de vrijheid van commerciële communicatie voor beoefenaars van gereglementeerde beroepen, in casu accountants. Het Hof van Justitie bepaalt dat artikel 24 van de Dienstenrichtlijn zich verzet tegen een nationale regeling die dergelijke beoefenaars volledig verbiedt actief klanten te werven.


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. Temmink is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de Europese commissie, DG Interne markt en financiële diensten, unit Online and Postal Services.
Artikel

Bedrijfspensioenen, geregistreerd partnerschap en het Uniebeginsel van gelijke behandeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gelijke behandeling, seksuele geaardheid, algemeen beginsel, pensioen, directe discriminatie
Auteurs Mr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei van dit jaar oordeelde het Hof van Justitie (Grote Kamer) dat een lagere bedrijfspensioenuitkering voor geregistreerde partners van hetzelfde geslacht in vergelijking met gehuwden, een verboden discriminatie naar seksuele geaardheid kan opleveren. Het gaat om de toepassing van Kaderrichtlijn 2000/78/EG die gelijkheid in arbeid en beroep op diverse discriminatiegronden voorschrijft. Het is pas het tweede arrest over de discriminatiegrond van seksuele geaardheid. Evenals in de eerste en soortgelijke zaak Maruko,1x HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65. wordt het verschil in pensioenrechten tussen gehuwden en partners die een (Duits) geregistreerd partnerschap zijn aangegaan als een directe discriminatie aangemerkt, althans als op basis van het nationale recht deze partnerschappen vergelijkbaar zijn. Naar aanleiding van de Maruko-zaak is al opgemerkt dat het laatste lijkt te suggereren dat juist de lidstaten die behalve ongelijke pensioenrechten ook geen met het huwelijk vergelijkbare samenlevingsregeling kennen voor homo’s, hierdoor de dans ontspringen. Of deze conclusie gerechtvaardigd is, wordt in deze bijdrage nader besproken. Daarnaast wordt ingegaan op een tweede, belangwekkend aspect van dit arrest, namelijk de erkenning van het discriminatieverbod naar seksuele geaardheid als een algemeen beginsel van Unierecht. Voor leeftijdsdiscriminatie stond dit al vast op grond van Mangold en Kücükdeveci,2x Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178. maar het lijkt nu te gelden voor alle gronden uit de richtlijn. Hieronder komt de betekenis van het Uniebeginsel voor de directe afdwingbaarheid van pensioenaanspraken aan bod en voor de terugwerkende kracht daarvan, al acht het Hof van Justitie het beginsel in de onderhavige zaak, anders dan in Mangold, niet toepasselijk vóór het verstrijken van de omzettingstermijn van Richtlijn 2000/78/EG.

Noten

  • 1 HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65.

  • 2 Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Einde aan hogere premies en lagere uitkeringen voor vrouwen bij particuliere verzekeringen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden actuariële berekeningsfactoren, premie voor levensverzekering
Auteurs Prof. dr. E. Lutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit arrest betreft de belangrijke vraag of een verzekeringsmaatschappij bij de premievaststelling voor een particuliere levensverzekeringsovereenkomst onderscheid mag maken tussen mannen en vrouwen. Dit onderscheid is gangbaar bij dergelijke verzekeringsovereenkomsten en wordt gebaseerd op actuariële berekeningsfactoren (sterfte- en overlevingstafels) waaruit blijkt dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen. Artikel 5 lid 2 van Richtlijn 2004/113/EG betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten laat dit onderscheid toe. Het Hof van Justitie oordeelt dat deze bepaling uit de richtlijn vanaf 21 december 2012 ongeldig is wegens strijd met de grondrechten van de Europese Unie. Wat zijn de gevolgen voor de particuliere verzekeringen?


Prof. dr. E. Lutjens
Prof. dr. E. Lutjens, hoogleraar Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Expertisecentrum Pensioenrecht.
Artikel

Herontwikkeling van stortplaatsen

Kansen en belemmeringen vanuit milieurechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stortplaats, Wet bodembescherming, Wet milieubeheer, bodemverontreiniging, herontwikkeling
Auteurs Mr. drs. M.A. de Groote
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn twee soorten stortplaatsen in Nederland, namelijk voormalige stortplaatsen en stortplaatsen die vallen onder de reikwijdte van de Wet milieubeheer (Wm). Een stortplaats die op of na 1 september 1996 in gebruik was of is, valt onder de nazorgregeling van de Wm; overige stortplaatsen zijn voormalige stortplaatsen.Thans worden bijna uitsluitend voormalige stortplaatsen herontwikkeld. Bij de beheersing van bodemverontreiniging van dergelijke stortplaatsen wordt gebruik gemaakt van de Wet bodembescherming (Wbb). Dit lijkt in de praktijk te werken, maar recente rechtspraak noopt tot aanpassing van de wet. De nazorgregeling uit de Wm gaat uit van een actieve nazorg en legt de verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische situatie na sluiting van de stortplaats bij de provincie. Bij herontwikkeling van Wm-stortplaatsen moet er zijn voldaan aan diverse verplichtingen die de Wm voorschrijft. Dat maakt herontwikkeling van Wm-stortplaatsen ingewikkelder dan herontwikkeling van voormalige stortplaatsen. Overheden kunnen door meerdere maatregelen herontwikkeling van beide soorten stortplaatsen vergemakkelijken.


Mr. drs. M.A. de Groote
Mr. drs. M.A. (Michiel) de Groote is werkzaam als advocaat in dienst van de gemeente Amsterdam (directie Juridische Zaken).
Artikel

De Dienstenrichtlijn: nieuwe hoofdbrekens bij de implementatie door de (gemeentelijke) wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Europese proportionaliteitstoets, Europese begrip openbare orde, criteria van artikel 16 DRL, distributie van goederen, Dienstenrichtlijn
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de implementatie van de Dienstenrichtlijn in de Dienstenwet is de positie van de eigen onderdanen verduidelijkt: de regels van de Dienstenrichtlijn worden ook op hen toegepast. Zowel de centrale als de decentrale wetgevers hebben ervoor gekozen de eisen van artikel 16 DRL, voor tijdelijke dienstverleners, als vertrekpunt te nemen en – zo nodig – ook toe te passen op de dienstverleners die zich vestigen en op de eigen dienstverleners.Bij de screening van de gemeentelijke Model-APV door de VNG is dat niet goed verlopen. De VNG heeft geen rekening gehouden met de Europese betekenis van het proportionaliteitsbeginsel en met de enge interpretatie van het Europese begrip openbare orde. De argumentatie om de betreffende gemeentelijke vergunningen onder de Dienstenrichtlijn te handhaven is daardoor niet Europa-proof en kan door dienstverleners (ook Nederlandse!) via de nationale rechter worden aangevochten. De criteria van artikel 16 DRL laten ten onrechte geen ruimte om de toegang tot dienstenmarkten te beperken uit een oogpunt van criminaliteitsbestrijding. Er worden in de Nederlandse wetgeving en rechtspraak intussen twee tegenstrijdige opvattingen gevolgd over de distributie van goederen en de relatie tot de Dienstenwet. Dit vraagt om een oplossing.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa Decentraal.
Artikel

De Dienstenwet en het algemeen bestuursrecht

Een ménage à trois!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, implementatie, elektronische vergunningsprocedure, lex silencio positivo
Auteurs Drs. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat de Europese richtlijn grote gevolgen heeft voor ons nationale bestuursrecht, staat buiten kijf. In deze bijdrage gaat de auteur in op de driehoeksverhouding die bestaat tussen de richtlijn, de Dienstenwet en de Awb, ten aanzien van de elektronische afwikkeling van vergunningaanvragen en de te volgen besluitvormingsprocedure. Zij wijst op een aantal spanningen die thans bestaan tussen de Awb en de richtlijn en gaat in op de vraag hoe deze kunnen worden opgelost. Daarnaast bepleit zij dat zou moeten worden bekeken in hoeverre bepalingen uit de Dienstenwet, met name aangaande het elektronisch verkeer, zouden kunnen worden geïntegreerd in de Awb, mede gelet op de ontwikkelingen op het gebied van Europees (bestuurs)recht.


Drs. M.R. Botman
Drs. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

De implementatie voorbij: wetgeving en de Dienstenrichtlijn sinds 28 december 2009

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, verplichtingen na implementatie, aansluiting nationale regelgeving, lex silencio positivo
Auteurs Mr. J. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de implementatietermijn van de Dienstenrichtlijn is afgelopen, moet de Nederlandse rechtsorde aan de Dienstenrichtlijn voldoen. Deze bijdrage behandelt een aantal verplichtingen van de Dienstenrichtlijn waar de opstellers van wet- en regelgeving mee te maken kunnen krijgen en de knelpunten die kunnen ontstaan bij de afstemming van regelgeving op de Dienstenrichtlijn. Bepaalde regels waar dienstverrichters aan moeten voldoen kunnen alleen onder voorwaarden worden gesteld en moeten aan de Europese Commissie worden gemeld. Op het terrein van vergunningen verdient de ‘positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen’, ook wel lex silencio positivo, bijzondere aandacht. Deze bijdrage geeft een overzicht van de verschillende wettelijke regimes die van toepassing kunnen zijn op dit terrein. De aansluiting van nationale regelgeving op de Dienstenrichtlijn vergt met name een oplettendheid van de opstellers van wet- en regelgeving, door in een vroeg stadium na te denken over het mogelijke effect van een te overwegen regel op de verrichting van diensten. Op Europees niveau worden naar aanleiding van de Dienstenrichtlijn vervolgstappen gezet voor het verder wegnemen van belemmeringen voor het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie, die in de toekomst tot nieuwe regelgeving kunnen leiden.


Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is wetgevingsjurist bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Gescheiden machten

Koloniaal bestuur en de onafhankelijkheid van rechtspraak op Aruba, 1816-1919

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Aruba, machtenscheiding, vredegerecht, kantongerecht, Gerecht in Eerste Aanleg
Auteurs Drs. L. Alofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In de koloniale samenlevingen staat de uitvoerende macht boven de rechterlijke macht. Deze bijdrage beschrijft de verzelfstandiging van de rechtspraak op Aruba tussen 1816 en 1919 op basis van de notulen van de rechtsprekende organen en omliggende archiefstukken. Tussen 1824 en 1848 had het Vredegerecht rechtsprekende, wetgevende en uitvoerende taken. In 1848 kwam een aparte wetgevende Adviserende Commissie tot stand en in 1869 een kantongerecht. Onafhankelijkheid van de rechterlijke macht werd ongedaan gemaakt door het gegeven dat de gezaghebber veelal aan het hoofd van de rechtsprekende organen stond. In 1919 kwam daarin verandering met de oprichting van het Gerecht in Eerste Aanleg.


Drs. L. Alofs
Drs. Luc Alofs is cultureel antropoloog, docent aan het Instituto Pedagogico Arubano en curator van het Historisch Museum Aruba. Hij promoveert in 2011 op een historische studie getiteld Onderhorigheid en separatisme; koloniaal bestuur en lokale politiek op Aruba, 1816 en 1955, Leiden: Rijksuniversiteit Leiden 2011.
Artikel

Het vonnis bevat… de inhoud van de bewijsmiddelen…

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden art. 402 Sv, bewijsmiddelen, strafvonnis
Auteurs Mr. J.R. Sijmonsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 402 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het vonnis op straffe van nietigheid de bewijsmiddelen bevat. In de praktijk werden de bewijsmiddelen opgenomen na instelling van een rechtsmiddel. Pas op 13 juli 2010, LJN BJ8669, oordeelde de Hoge Raad dat een vonnis dat bij de uitspraak niet de bewijsmiddelen bevat, nietig is. De schrijver verdedigt dat de tot 13 juli 2010 bestaande praktijk niet moet worden gelegitimeerd door een wetswijziging, maar dat art. 402 Sv moet worden behouden, maar dan alleen voor appèlvonnissen.


Mr. J.R. Sijmonsma
Mr. J.R. Sijmonsma is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Zestig jaar hoger toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling; een terugblik

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Eilandenregeling Nederlandse Antillen, gouverneur van de Nederlandse Antillen, hoger toezicht, schorsing en vernietiging, bestuurlijk toezichtsbeleid
Auteurs Mr. A. Hoeneveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De opheffing van de Nederlandse Antillen rechtvaardigt een terugblik op zestig jaar toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling (ERNA). Aan de hand van empirisch onderzoek is bezien hoe het toezichtsbeleid op de eilandgebieden zich heeft ontwikkeld. Daarbij komen met name recente ontwikkelingen en aspecten van rechtsbescherming aan de orde. In totaal werden er in zestig jaar 41 eilandelijke besluiten vernietigd. De gezaghebbers en de Antilliaanse regering hadden daarbij het voortouw, niet het Koninkrijk. Na 10 oktober 2010 houdt slechts het Koninkrijk nog bestuurlijk toezicht op de autonome landen. Naar verwachting zal het Koninkrijk zich daarbij terughoudend opstellen.


Mr. A. Hoeneveld
Mr. A. Hoeneveld is voormalig juridisch adviseur van het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen respectievelijk van Curaçao.
Artikel

Rechtskeuze voor buitenlands erfrecht en het wettelijk erfdeel

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden internationaal erfrecht, rechtskeuze, legitieme portie/wettelijk erfdeel, Europese Erfrechtverordening, Boek 10 BW (Internationaal privaatrecht)
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een drietal vonnissen van de Rechtbank Haarlem wordt nader ingegaan op de vraag hoe volgens Nederlands internationaal erfrecht de aanspraak op een legitieme portie dient te worden beoordeeld, in het licht van een rechtskeuze voor buitenlands erfrecht. Aan de orde komen onder meer het verschil tussen een conflictenrechtelijke en een materieelrechtelijke rechtskeuze en de gevolgen van een dubbele nationaliteit van de testateur voor de geldigheid van diens rechtskeuze. Tevens wordt bezien of de verhouding tussen rechtskeuze en wettelijk erfdeel zal veranderen onder de toekomstige Europese Erfrechtverordening (conform het thans voorliggende voorstel) of na inwerkingtreding van Boek 10 BW (per 1 januari 2012). Ten slotte wordt kort aandacht geschonken aan de mogelijkheid uit het Oostenrijkse erfrecht een afstammeling te onterven, zonder dat daardoor enige aanspraak op een legitieme portie ontstaat.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

Access_open Boek 10 BW – een grote stap in de codificatie van het internationaal privaatrecht

Achtergronden en enige kanttekeningen

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Boek 10 BW internationaal privaatrecht, codificatie, algemene bepalingen, redelijkheid en billijkheid ook voor het IPR?, tweedeling BW-RV geschikt voor IPR?, verhouding tot het buitenlandse IPR
Auteurs Prof. mr. A.V.M. Struycken
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2012 zal er een Boek 10 BW zijn dat de codificatie bevat van een groot deel van het Nederlandse IPR. Het gaat om een consolidatie van een reeks IPR-wetten die sedert 1980 tot stand zijn gekomen. Aandacht wordt besteed aan het proces van voorbereiding van Boek 10, aan de functie van de redelijkheid en billijkheid in het IPR, aan de geschiktheid van het BW als onderdak voor het IPR, aan de verhouding tot het buitenlandse IPR en aan enige algemene bepalingen.


Prof. mr. A.V.M. Struycken
Prof. mr. A.V.M. Struycken is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-voorzitter van de Staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht.
Artikel

Access_open Bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken naar Nederlands, Duits en Amerikaans recht

Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden pandrecht, fiduciaire eigendomsoverdracht, zekerheidsrechten, Europees vermogensrecht, goederenrecht, publiciteit
Auteurs Mr. M.A. Heilbron
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijk en wenselijk een Europees openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten op roerende zaken te creëren? Dat is de vraag die in dit artikel aan de orde komt. Zij past binnen een bestaand debat over de toekomst van het zekerhedenrecht in het Europees privaatrecht. Om tot een antwoord op deze vraag te komen worden de rechtsstelsels van drie landen op het gebied van stille zekerheidsrechten vergeleken: dat van Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Deze landen kennen momenteel onderling zeer verschillende systemen voor zekerheidsrechten op roerende zaken. Er wordt nagegaan of er in de Europese Unie behoefte bestaat aan harmonisatie van (delen van) het zekerhedenrecht en zo ja, of deze zou kunnen plaatsvinden door middel van de invoering van een openbare registratie voor zekerheidsrechten. Openbare registratie heeft publieke kenbaarmaking van zekerheidsrechten tot gevolg. Er zal worden onderzocht of het goederenrechtelijke publiciteitsbeginsel voldoende rechtvaardiging biedt voor het in het leven roepen van een openbaar register voor zekerheidsrechten.
    Naar de mening van de auteur is een openbaar register voor bezitloze zekerheidsrechten de meest wenselijke keuze voor het zekerhedenrecht in de EU. Dat komt met name doordat registratie bestaande bezwaren omtrent stille zekerheidsrechten weg zal nemen en een dergelijk recht overal in de EU erkend zal worden. Dat brengt naar haar mening de meeste rechtszekerheid voor het zekerhedenrecht.


Mr. M.A. Heilbron
Mr. M.A. Heilbron is afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam in het privaatrecht.
Artikel

Access_open Contra non valentem agere, non currit praescriptio

De vordering van degene die niet in staat is zijn vordering geldend te maken, verjaart niet

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verjaring, kennis omtrent de schade en de verantwoordelijke persoon, onmogelijkheid te ageren, contra non valentem-regel, Bemoti-zaak
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Het instituut van de verjaring beoogt mede de rechtszekerheid en de billijkheid te dienen. Aldus de Hoge Raad in een recent arrest, waarin het beroep op verjaring van de vordering wegens ernstig lichamelijk letsel werd gehonoreerd (de Bemoti-zaak). In het woordje en zit echter veel springstof verborgen. Het kan de grootst mogelijke eenheid suggereren (‘waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?’, vroeg Vondel zich af); hetzelfde woordje en kan echter de grootst mogelijke tegenstelling verdoezelen (zoals in de uitdrukkingen water en vuur, hemel en hel). Dat laatste lijkt zich voor te doen in deze zaak. Misschien is de rechtszekerheid die met het arrest in de Bemoti-zaak is gediend, wel de zekerheid van onrecht. Aan de hand van enige buitenlandse voorbeelden, een tot op de veertiende eeuw teruggaand rechtsbeginsel dat heden ten dage een typerende karaktertrek van het instituut van de verjaring in Frankrijk en Louisiana vormt, en een recent rapport van de Zuid-Afrikaanse Law Commission betoogt de auteur dat toepassing van de korte verjaringstermijn er niet toe mag leiden dat de toegang tot de rechter wordt afgesloten in gevallen waarin gewichtige redenen het tijdig aanhangig maken van de vordering verhinderden.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is emeritus hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-hoogleraar Romeins recht aan de Vrije Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Amsterdam.
Artikel

Access_open Jock Young

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden moral panic, left realism, sociological imagination, sociology of deviance, Jock Young
Auteurs René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this interview with René van Swaaningen Jock Young discusses the development of his work from the ethnographic work in Notting Hill that in 1971 led to the The Drugstakers, to the New Criminology of 1973 and Left Realism that emerged in the early 1980s. In his current work on cultural criminology Young invites us to take a closer look at the work of C. Wright Mills on sociological imagination and the power elites and Robert Merton’s on social structure and anomie. According to Young this would make a forceful critique of the current policy-ridden and a-theoretical state criminology is currently in.


René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar Internationaal vergelijkende criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wetenschappelijk directeur van de Erasmus Graduate School of Law. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.
Artikel

Rondzwerven, stedelijke ruimte en transgressie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden drift, transgression, precarity, urban control
Auteurs Jeff Ferrell
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes and judges the complex and often contradictory dynamic by which boundaries are constructed and transgressed. This dynamic reveals much about power, meaning, and the political economy of crime and control. The author describes the project undertaken by Critical Mass riders and precarity activists. These projects explore the possibilities of drift as collective experience and collective transgression. The pervasiveness of drift in contemporary society, paired with the subversive cultures of drift emerging around new social movements and alternative spatial practices, point toward a new kind of global collectivity.


Jeff Ferrell
Prof. dr. Jeff Ferrell is hoogleraar Sociologie aan de Texas Christian University en gasthoogleraar Criminologie aan de University of Kent. E-mail: j.ferrell@tcu.edu.
Artikel

Access_open Een discipline in transitie

Rechtswetenschappelijk onderzoek na de Commissie Koers

Tijdschrift Law and Method, 2011
Trefwoorden rechtswetenschappelijk onderzoek, peer review, ranking, methodologie, grand challenges
Auteurs Carel Stolker
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 verscheen het rapport Kwaliteit & diversiteit van de Commissie Koers die het wetenschappelijk onderzoek van negen Nederlandse juridische faculteiten beoordeelde. De conclusie van het rapport is dat het ‘goed’ gaat met het rechtswetenschappelijk onderzoek in Nederland, maar tegelijkertijd ziet de Commissie ‘een discipline in transitie’. De Commissie dringt er bij de decanen van de faculteiten op aan om veel meer te gaan samenwerken. Als uitgesproken ‘zwak’ benoemt ze het gegeven dat er binnen de discipline geen algemeen gedeelde opvatting bestaat over de wetenschappelijke kwaliteit op grond waarvan onderzoeksresultaten beoordeeld kunnen worden. In deze bijdrage blikt de auteur aan de hand van de bevindingen van de Commissie Koers terug en trekt hij lijnen naar de toekomst. Volgens hem verdient vooral de externe oriëntatie aandacht: de wetenschappelijke verantwoording (peer review, ranking, impactmeting), de steeds belangrijker wordende maatschappelijke verantwoording, en de thematisering van het juridische onderzoek (de Europese ‘grand challenges’ en de Nederlandse topsectoren).


Carel Stolker
Prof. mr. Carel Stolker was decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarvoor was hij vice-decaan voor het onderzoek en directeur van het facultaire E.M. Meijers Instituut. In het academisch jaar 2011-2012 werkt hij aan een boek over rechtenfaculteiten.
Artikel

Wijziging van de Europese richtlijn betalingsachterstanden

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden Europese richtlijn betalingsachterstanden, wijziging, gevolgen voor implementatie
Auteurs Mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk is de Europese richtlijn betalingsachterstanden aangescherpt. Omdat het gaat om materiële wijzigingen op diverse punten is ervoor geopteerd om met ingang van de implementatiedatum (16 maart 2013) de oude richtlijn geheel te vervangen. In deze bijdrage wordt tegen de achtergrond van de eerdere richtlijn uit 2000 ingegaan op de belangrijkste wijzigingen die deze nieuwe richtlijn met zich brengt.


Mr. H.N. Schelhaas
Mr. H.N. Schelhaas is advocaat in Amsterdam en honorair universitair hoofddocent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Toont 61 - 80 van 270 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.