Zoekresultaat: 283 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2013 x Rubriek Artikel x
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Artikel

De gevolgen van samenhang tussen een leningsovereenkomst en een renteswap

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden samenhangende overeenkomsten, Jans/FCN, swap, lening, lotsverbondenheid
Auteurs Mr. R.J.W. Analbers
SamenvattingAuteursinformatie

    Vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland van 20 maart 2013: samenhang tussen een leningsovereenkomst en een renteswap leidt volgens de rechtbank niet tot lotsverbondenheid tussen die overeenkomsten. De auteur bespreekt het vonnis aan de hand van het leerstuk van de samenhangende overeenkomsten, zoals dit voor het eerst door de Hoge Raad is aanvaard in het arrest Jans/FCN.


Mr. R.J.W. Analbers
Mr. R.J.W. Analbers is advocaat bij Rutgers & Posch te Amsterdam en adviseert en procedeert op het gebied van het vermogensrecht en insolventierecht.
Artikel

De vermogensrechtelijke koers van het cognossement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden handelsrecht, cognossement, Europees privaatrecht, derdenbeding, traditio longa manu
Auteurs Mr. H. Logmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage komt de verhouding tussen het handelsrecht en het vermogensrecht aan de orde. Die verhouding wordt geïllustreerd met de vraag op welke wijze een cognossement aan order moet worden ingepast in het goederen- en verbintenissenrecht. De gevonden dogmatische constructies passen bij enkele actuele trends in het vermogensrecht, namelijk een toegenomen aandacht voor business-to-business-verhoudingen en de aanzetten die gegeven zijn om te komen tot een Europees privaatrecht.


Mr. H. Logmans
Mr. H. Logmans is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Een toevluchtsoord voor klokkenluiders

Brengt het Huis het ideaal van transparantie dichterbij?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblowing discussion, whistleblowing legislation, transparency, integrity, rule of law
Auteurs C. Raat
SamenvattingAuteursinformatie

    The draft of the Dutch Whistleblower Protection Act that is currently discussed in Parliament can be regarded as an essential step forward in the protection of whistleblowers. However, it can be questioned if the Act will contribute in an optimal manner to the ideal of transparency and the fight against the abuse of power, which should be the main goal of the Act. The tasks and powers of the new House for Whistleblowers are rather unclear and they do not meet legal standards. The combination of advice and support to whistleblowers and independent research into major violations of integrity should be abolished.


C. Raat
Mr. dr. Caroline Raat is bestuursrechtjurist en bestuurswetenschapper. Zij is werkzaam als adviseur en voorts als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Twente.
Artikel

Principes van klokkenluiden: de benadering van de Raad van Europa

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Council of Europe, whistleblowing, legal improvements, Recommendation Council of Europe, basic principles of whistleblowing
Auteurs P. Stephenson en M. Levi
SamenvattingAuteursinformatie

    National governments have adopted a variety of approaches to the protection of whistleblowers. This article refers to examples in Slovenia, the United Kingdom and the United States of America, and ongoing work in Ireland, the Netherlands and Serbia. It is not always clear what would count as success, but none of the existing laws appears to have wholly achieved its aims. The Council of Europe aims to establish some common ground in Europe by drafting a Recommendation which will establish principles on which Member States should draft laws and establish systems. This article considers the work done so far on the draft Recommendation, discusses some of the most important and problematic aspects, and suggests improvements.


P. Stephenson
Paul Stephenson is oud-functionaris van het ministerie van Justitie (Verenigd Koninkrijk) en deskundige op het gebied van anticorruptie.

M. Levi
Prof. Michael Levi is hoogleraar Criminologie aan de Universiteit van Cardiff.
Artikel

Het EU-concentratietoezicht in de steigers

Klein onderhoud of gemorrel aan het fundament?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2013
Trefwoorden herziening concentratietoezicht, verwijzing, minderheidsdeelnemingen, zeggenschap
Auteurs Mr. R.A. Struijlaart LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste herziening van het EU-concentratietoezicht dateert alweer van ruim negen jaar geleden. Inmiddels heeft de Europese Commissie de eerste stappen gezet om een nieuwe herziening mogelijk te maken. De meest belangwekkende wijziging die de Commissie tot dusver heeft voorgesteld is de uitbreiding van het toepassingsbereik van de Verordening, zodat ook de verwerving van bepaalde minderheidsdeelnemingen die geen (uitsluitende of gezamenlijke) zeggenschap verschaffen onder de reikwijdte van de EU-concentratieverordening komt te vallen. De vraag kan worden gesteld of de Commissie hier niet met een kanon op een mug dreigt te willen schieten.


Mr. R.A. Struijlaart LLM
Robin Struijlaart is advocaat bij de Praktijkgroep Mededinging & Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

EU-rechtelijk gestructureerd nationaal mededingingstoezicht

Nationale institutionele autonomie steeds meer een illusie?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Effectiviteit, procedurele rechten, EVRM, nationale institutionele autonomie, Verordening 2003/1/EG
Auteurs Dr. P.J.M.M. van Cleynenbreugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de lidstaten formeel autonoom blijven bij het inrichten van nationale mededingingsautoriteiten, mag de constitutieve rol van het Europese Unierecht bij de organisatie en (her-)structurering van nationaal mededingingstoezicht niet onderschat worden. Geruggesteund door de vereisten van een ‘eerlijk proces’, kan het Hof van Justitie rechtstreeks de autonomie van de lidstaten beperken met het oog op de inrichting van een meer effectief nationaal mededingingstoezicht bij de toepassing van Europees mededingingsrecht. Uit de beperkte bestaande Europese rechtspraak kunnen in dat verband drie organisatorische modellen van toezicht gedistilleerd worden in overeenstemming waarmee nationale mededingingstoezichthouders zich mogen organiseren op grond van EU-recht.


Dr. P.J.M.M. van Cleynenbreugel
Pieter Van Cleynenbreugel is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Dit artikel is gebaseerd op (een hoofdstuk van) het proefschrift tot het verkrijgen van de graad van doctor in de rechten dat de auteur op 3 september 2013 succesvol verdedigde aan de KU Leuven (België) en dat als titel draagt ‘From shared competences to institutional heteronomy. The constitutional architecture of supranationally structured market supervision’. Promotor van het proefschrift was prof. dr. Wouter Devroe, co-promotor prof. dr. Koen Geens.
Artikel

Woonplaatsvereisten en export van studiefinanciering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vrij verkeer unieburgers, Europees Burgerschap, Studiefinanciering (export van), Woonplaatsvereisten, 3-uit-6-eis
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Prinz en Seeberger spreekt het Hof van Justitie zich (opnieuw) uit over de vraag of een woonplaatseis als voorwaarde voor een recht op export van studiefinanciering, verenigbaar is met de verdragsbepalingen over het vrij verkeer van EU-burgers (art. 20 en 21 VWEU). De twee betrokkenen, Duitse onderdanen, wilden in Nederland respectievelijk Spanje gaan studeren met Duitse studiefinanciering. Zij voldeden echter niet aan de in het Duitse recht vastgelegde zogenoemde driejaarregel: recht op Duitse studiefinanciering voor een volledige hogeronderwijsstudie in een andere EU-lidstaat bestaat alleen indien betrokkene direct voorafgaand aan die buitenlandse studie minstens drie jaar in Duitsland heeft gewoond. Volgens Prinz en Seeberger vormt deze driejaarregel een niet te rechtvaardigen beperking van het recht van Unieburgers op vrij verkeer en verblijf. Na een korte schets van de feitelijke en juridische achtergronden van de zaak wordt het arrest van het Hof van Justitie thematisch besproken, in welke thema’s het commentaar van de auteur is verwerkt, en vervolgens wordt afgesloten met de gevolgen van het arrest voor Nederland.
    HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-523/11 en C-585/11, Laurence Prinz/Land Hannover respectievelijk Philipp Seeberger/Studentenwerk Heidelberg, n.n.g.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als universitair hoofddocent verbonden aan de UvA, Leerstoelgroep Europees recht en Amsterdam Centre for European Law and Governance.
Artikel

Duurzaamheidsbelangen in het mededingingsrecht

De positie van ACM ten opzichte van het Hof van Justitie en de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden mededinging, duurzaamheid, doorwerking Europees recht, bevoegdheden ACM
Auteurs Dr. A. Gerbrandy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankondiging van ACM dat zij in haar mededingingsbeoordeling van samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen duurzaamheidsbelangen als relevant in aanmerking neemt, neemt ACM stelling in de discussie over de relatie tussen mededingingsrecht en duurzaamheid. De vraag of ACM eigenstandig beleid kan voeren betreft de verhouding ACM - Europese Commissie - Hof van Justitie. De ruimte die ACM in deze verhouding heeft, is het onderwerp van dit artikel.


Dr. A. Gerbrandy
Dr. A. (Anna) Gerbrandy is universitair hoofddocent Economisch Publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad. Dank is verschuldigd aan Lisette Simons voor haar uitstekende ondersteuning bij de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Het arrest Bouygues: het verband tussen de verstrekte staatsmiddelen en het verkregen voordeel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden staatssteun, voordeel, staatsmiddelen, particuliere marktinvesteerder, terugvordering
Auteurs Dr. mr. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen publieke verklaringen van de staat, inhoudende dat de staat passende maatregelen zal nemen om te voorkomen dat een onderneming waarvan zij de meerderheid van de aandelen bezit, over de rand van een financiële afgrond zal duiken, een steunmaatregel in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU opleveren? Het Hof van Justitie buigt zich in het arrest Bouygues over deze vraag en betreedt daarbij nieuwe grond door niet alleen te oordelen dat voor de staatssteunbeoordeling een samenstel van maatregelen die nauw verband met elkaar houden, als één optreden kan worden beschouwd, maar ook dat er weliswaar een directe band dient te bestaan tussen het voordeel voor de onderneming en de staatsmiddelen die (potentieel) worden overgedragen, maar dat het voordeel en de staatsmiddelen niet behoeven overeen te stemmen of gelijkwaardig hoeven te zijn.
    HvJ EU 19 maart 2013, gevoegde zaken C-399 en 401/10 P, Bouygues, n.n.g.


Dr. mr. N. Saanen
Dr. mr. N. (Nienke) Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

De toegang tot het mededingingsdossier

Met Donau Chemie is het einde van de saga nog niet in zicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden toegang tot documenten, clementieprocedure, schadevergoedingsactie, procedurele autonomie, doeltreffendheidsvereiste
Auteurs A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Donau Chemie bevindt het Hof van Justitie zich wederom op het spanningsveld tussen het faciliteren van schadevergoedingsacties en het beschermen van een effectief clementieprogramma. Het Hof van Justitie oordeelt dat de voorwaarden voor toegang tot documenten uit dossiers van de nationale mededingingsautoriteit met betrekking tot de toepassing van het Europese mededingingsrecht weliswaar worden bepaald door het nationale recht maar dat de doeltreffendheid van een nationaal clementieprogramma kan rechtvaardigen dat een document niet wordt verspreid. Het Hof van Justitie zet hiermee de lijn voort die in het arrest Pfleiderer was ingezet.
    HvJ EU 6 juni 2013, zaak C-536/11, Bundeswettbewerbsbehörde/Donau Chemie e.a., n.n.g.


A.E. Beumer LLM
A.E. (Elsbeth) Beumer is als PhD-onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kartelschade in Nederland, een eerste aanzet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden privaatrechtelijk handhaving, passing-on, voordeelverrekening, schadevergoeding, artikel 101 VwEU
Auteurs Mr. B. Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak in eerste aanleg in de zaak TenneT/ABB geeft er een beeld van hoe in Nederland in rechte met kartelclaims wordt omgegaan. De Rechtbank Oost-Nederland komt tot interessante conclusies over de aansprakelijkheid van entiteiten behorend tot het concern van een kartelovertreder en de mogelijkheid van een zogenoemd passing-on verweer. De uitspraak lijkt voor kartelovertreders niet gunstig.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403


Mr. B. Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen (onderwerp: civiele handhaving van het mededingingsrecht en het clementiebeleid).
Artikel

Access_open There is Only One Presumption of Innocence

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2013
Trefwoorden burden of proof, German law, procedural rights, pretrial detention
Auteurs Thomas Weigend
SamenvattingAuteursinformatie

    Antony Duff proposes a comprehensive concept of the presumption of innocence, covering the period before, during and after a criminal process, both in an official (state vs. individual) and a non-official, civic sense. By that broad usage, the concept of presumption of innocence is getting blurred and risks losing its contours. I therefore suggest to keep separate matters separate. The presumption of innocence in the narrow sense that I suggest applies only where there exists a suspicion that an individual has committed a criminal offence. The important function of the presumption of innocence in that situation is to prevent an over-extension of state power against the individual under suspicion before that suspicion has been confirmed to be true beyond a reasonable doubt. A general presumption that all people abide by the law at all times is neither warranted nor necessary. It is not warranted because experience tells us that many people break some laws sometimes. And it is not necessary because a system of civil liberties is sufficient to protect us against official or social overreach based on a suspicion that we may commit crimes.


Thomas Weigend
Thomas Weigend is Professor of Criminal Law at the University of Cologne.
Artikel

Uitgestelde storting op BV-aandelen: fiscale voordelen?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2013
Trefwoorden flex-BV, deelnemingsvrijstelling, nominaal gestort kapitaal, BNB 1998/265, meetrekregeling
Auteurs Mr. A. Bouhbouh
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de middelen van de fiscus om de in de literatuur gesignaleerde taxplanningsconstructies door storting van het nominale bedrag van flex-BV-aandelen uit te stellen, te bestrijden. De auteur bespreekt in dit verband doel en strekking van de deelnemingsvrijstelling, BNB 1998/265 en de meetrekregeling in artikel 13 lid 5 Wet Vpb.


Mr. A. Bouhbouh
Mr. A. Bouhbouh is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Financiering van de flatcoöperatie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2013
Trefwoorden flatcoöperatie, pandrecht, huurbeding, lidmaatschap, hypotheek
Auteurs Mr. A.P. van Zijl
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het arrest van de Hoge Raad van 26 april 2013. Hierin heeft de Hoge Raad bepaald dat het huurbeding van artikel 3:264 BW niet analoog kan worden toegepast op een pandrecht dat is gevestigd op een lidmaatschap in een flatcoöperatie.


Mr. A.P. van Zijl
Mr. A.P. van Zijl is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Roma-migratie in Europa vanuit Nederlands perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Roma, labour migration, minority groups
Auteurs P. Jorna
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focusses on the share of Roma in the labour migration from Eastern and Central Europe to the Netherlands. By combining European reports on the situation of what is Europe’s largest minority group with insights from Dutch migration studies push and pull factors are identified as well as the mobility patterns of Roma involved in the process of migration. Attention is also paid to the ‘when and how’ of the Dutch response (‘agenda setting’) – at home and in the European context – to the growing importance of the Roma issue in Europe. As an example the position of Bulgarian Roma in larger cities like Rotterdam is explored further.


P. Jorna
Drs. Peter Jorna is Consultant Roma & Sinti Issues en voormalig lid voor Nederland van de Committee of Experts on Roma, Raad van Europa (2005-2011).
Artikel

De instroom van buitenlandse arbeiders en de migratiegeschiedenis van Nederland na 1945

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2013
Trefwoorden labour migration, the Netherlands, long boom, migration trends, expansion of the EU
Auteurs R.P.W. Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the migration history of the Netherlands after World War II. The emphasis is on labour migration as the article seeks to clarify that the inflow of foreign labour had a large impact on the magnitude and the course of migration flows towards and from the Netherlands. This is quite obvious for the period in which labour migration was the most important immigration type. However, this article also deals with the influence of labour migration of earlier periods on other migration types, which became the most important immigration types from the first oil crisis of 1973. Next to the immigration history, the inflow of foreign labourers also affected the emigration history of the Netherlands to a certain extent.


R.P.W. Jennissen
Dr. Roel Jennissen is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

De maatschappelijke positie van Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2013
Trefwoorden CEE migrants, social position, labour migration, housing conditions, posted workers
Auteurs E. Snel, M. Faber en G. Engbersen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the social position of Central and Eastern European (CEE) migrants in the Netherlands, in particular their labour and housing position, using the results of recent Dutch research by three different groups of scholars. We cannot speak of a homogeneous group of migrants. The prevailing image of the hard-working labour migrant, doing low-qualified and often low-paid work (even though many of them are highly skilled) and faced with poor working and living conditions is largely confirmed by the available research. However, there are also knowledge workers (‘kennismigranten’) among the migrants from CEE-countries working in the Netherlands. In addition, the authors also found partners and children of previous migrants from CEE-countries, and students. This diversity of the new group of migrants from CEE-countries forms a challenge for local governments to find appropriate instruments to lead integration on the right track.


E. Snel
Dr. Erik Snel is verbonden aan de afdeling Sociologie van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

M. Faber
Marije Faber, MSc is werkzaam bij de afdeling Sociologie van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

G. Engbersen
Prof. dr. Godfried Engbersen is verbonden aan de afdeling Sociologie van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Waarom komen minder vrouwelijke dan mannelijke arbeidsmigranten naar Nederland?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2013
Trefwoorden labour migration, female labour migrants, gender patterns, labour migration policy, social network theory
Auteurs L.J.J. Wijkhuijs en R.P.W. Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1995 the influx of labour migrants in the Netherlands has increased steadily from over 10.000 in 1995 to around 47.000 in 2011. As a consequence, from 2007, searching a job is the main migration motive of non-Dutch immigrants to migrate to the Netherlands. On average, one third of all labour migrants were women. Explanations for the fact that a minority of the labour migrants coming to the Netherlands are women can be derived from the literature. Possible reasons are gender patterns (in the Netherlands and/or the countries of origin) and differences in the personal networks of men and women. In addition, the Dutch labour migration policy, and in particular the conditions applying to labour migrants (in terms of education and employment sector) as well as the restriction on the right of family members of labour migrants to work in the Netherlands, may limit the influx of female labour migrants.


L.J.J. Wijkhuijs
Dr. Vina Wijkhuijs is als senior onderzoeker/adviseur werkzaam bij het Instituut Fysieke Veiligheid.

R.P.W. Jennissen
Dr. Roel Jennissen is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Toont 61 - 80 van 283 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.