Zoekresultaat: 211 artikelen

De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x

Hoe ondermijn je het radicale verhaal?

Overheidsbeleid en deradicalisering van Molukse en islamitische radicalen in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2009
Trefwoorden overheid, terrorisme, radicalisering
Auteurs Froukje Demant en Beatrice de Graaf

    In this article we deal with the role of government in encouraging the decline of radical movements. We use the survey of factors promoting decline reported by Demant et al. (2008a). This overview will be further developed regarding the factor ‘official policy strategies’ on the basis of certain concepts taken from discourse analysis, adapted to counterterrorism and deradicalization strategies by De Graaf in 2009. The question posed is: ‘Which “narrative” can the government tell to encourage the decline of radical groups?’ We will therefore not address the different practical measures in this field, but focus instead on the perception of these official measures by the radicals. We will illustrate this process by means of a case-study: the deradicalization of South Moluccan youths in the 1970s. We will furthermore draw some lines to deradicalization of Jihadist radicals after 2001, also in the Netherlands.

Froukje Demant
Drs. F. Demant is onderzoeker bij de Anne Frank Stichting in Amsterdam, f.demant@annefrank.nl.

Beatrice de Graaf
Dr. B. de Graaf is onderzoeker bij het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden – Campus Den Haag, bdegraaf@campusdenhaag.nl.

Houdt religie af van misdaad?

Over de impact van geloof, religieus geïnspireerde programma’s en rehabilitatie van daders

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden religie, criminaliteit, attituden ten aanzien van straf, herstel en vergeving
Auteurs Bas van Stokkom

    This study revolves around the broad question: can religion prevent crime? In the first part the (possible) impact of religious faith on social behaviour (or the prevention of certain behaviours) is discussed. Respectively the following aspects are dealt with: religion as a source of activism, religion as protective factor to keep people from crime, and the impact of crime on tolerant or intolerant and forgiving or punitive attitudes. The second part deals with deliberately organized faith-based-interventions, intended to support and help inmates. The role of identity change via redemption narratives is examined, as well as the question how professionals and volunteers may stimulate rehabilitation and reintegration of (ex-)prisoners.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is verbonden aan de Vrije Universiteit, de Radboud Universiteit en redactielid van dit tijdschrift.

Filteren op internet

De rol van de Nederlandse overheid in het blokkeren van kinderpornografische websites

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2009
Trefwoorden filteren, internet, kinderporno, politie
Auteurs Rutger Leukfeldt, Wouter Stol, Rik Kaspersen e.a.

    The distribution of child pornography on the internet is observed as a major social problem. In the Netherlands a lively political-social discussion has emerged concerning the manner in which this can be prevented. The discussion moves between two polarities. On the one hand the dangers of internet censure are emphasised and on the other hand the need for a clamp down in which every measure seems to be justified. The present government wants to combat child pornography and by doing so answer the moral indignation of society. A means that the Dutch government, and on her behalf the police, uses, is blocking websites with child-pornographic content. The possibilities of the Dutch government to filter effectively, however, are restricted. The accuracy of existing filters is low and it is easy to get around filters. In addition, opportunities are restricted by constitutional rights. A filter that stops all websites with child pornography is bound to stop legal internet traffic too. That is at odds with the constitutional rights of freedom of expression and freedom of information gathering. The realisation of a filter that respects fundamental rights and still is able to block child pornography requires a lot of police manpower. This comes at the expense of the tracking down of criminals who produce and distribute child pornography. Furthermore, it is unknown whether the use of the child-pornography filter leads to the purposes for which they are deployed, such as hindering the sale of child pornography or reducing the abuse of children. The police, therefore, is assigned to a task that requires a considerable amount of time, but the benefits of which are unclear.

Rutger Leukfeldt
Rutger Leukfeldt is junior onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety van de NHL Hogeschool. E-mail: e.r.leukfeldt@ecma.nhl.nl.

Wouter Stol
Wouter Stol is lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool, bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit Nederland en onderzoeker aan de Politieacademie. E-mail: w.ph.stol@ecma.nhl.nl.

Rik Kaspersen
Rik Kaspersen is emeritus hoogleraar Informatica en Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: hwkkas@xs4all.nl.

Joyce Kerstens
Joyce Kerstens is docent-onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety van de NHL Hogeschool. E-mail: j.kerstens@ecma.nhl.nl.

Arno Lodder
Arno Lodder is universitair hoofddocent van de Afdeling Informatica en Recht, Vrije Universiteit in Amsterdam. E-mail: a.r.lodder@rechten.vu.nl.

Access_open Lettres Persanes 14

Oorlog is natuurlijk erger dan een zoekgeraakte koffer. Staking, geweld en rechtsorde

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2009
Trefwoorden law and politics, right to strike, exceptionalism, Benjamin, political action
Auteurs Dr. mr. Klaas Tindemans

    This article discusses the right to strike, with special regard to Belgium. Referring to Walter Benjamin, Tindemans argues that strikes are rechtsetzend rather than rechtserhaltend; they constitute a legal order rather than preserve one. Strikes are exceptional phenomena within any legal system, as they do not fit normal criteria of legal validity. According to Tindemans, strikes are to be considered primarily as extralegal phenomena, as means in a political struggle, confronting the “police” of the core institutions of the state and the legal order. Strikes are political actions, moments of collective aspiration towards political equality, and as such threaten the “pureness” of the legal order in favour of a fragmented politics.

Dr. mr. Klaas Tindemans
Klaas Tindemans is Doctor of Laws and a playwright. He teaches at the RITS, school for audiovisual and performing arts, Erasmushogeschool Brussels.

Access_open Het normatieve karakter van de rechtswetenschap: recht als oordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2009
Trefwoorden legal theory, science, methodology, normativity, knowledge
Auteurs Prof. mr. Carel Smith

    Propositions of law are based upon normative judgement. The interpretation and application of legal provisions rest upon a judgement that determines which weight must be attributed to some point of view or perspective. In this respect, legal theory has a normative character. Its normative character does not preclude legal theory from being a scientific discipline. The scientific character of legal theory is not located in the possibility of testing the correctness of its theories. Rather, legal theory owes it scientific character to the shared standards of production and evaluation of legal arguments: the grammar of justice.

Prof. mr. Carel Smith
Carel Smith is associate professor at the Department of Metajuridica, Faculty of Law, Leiden University.

Banken aan de steun: enkele vormen van steun aan financiële instellingen en daaraan verbonden voorwaarden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Kredietcrisis, steun, governance, garantieregeling, back-up facility, core 1 securities
Auteurs Mr. J. Mos

    Toen de kredietcrisis Nederlandse financiële instellingen in problemen bracht, bood de Staat steun. In dit artikel komen drie vormen daarvan aan bod: (1) de garantieregeling, die het financiële instellingen mogelijk maakt de Staat verplichtingen onder uitgegeven schuldpapieren te laten garanderen, (2) de plaatsing van core 1 securities bij de Staat en (3) de garantie door de Staat van een substantieel deel van de lastig te waarderen Alt-A-portefeuille van ING Groep N.V. Tevens wordt er ingegaan op de financiële en andere voorwaarden die de Staat aan deze vormen van steun verbond.

Mr. J. Mos
Mr. J. Mos is kandidaat-notaris te Rotterdam.

Het cliëntenonderzoek in de WWFT: een terugblik op het afgelopen jaar

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden witwassen, WWFT, cliëntenonderzoek, kredietinstellingen
Auteurs Mw. mr. M.L. van Duijvenbode

    Op 1 augustus 2008 is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) in werking getreden. De voornaamste vernieuwing die de WWFT heeft gebracht, is de introductie van het cliëntenonderzoek, ook wel bekend als Customer Due Diligence (CDD). Na een coulanceperiode van een halfjaar is de WWFT nu effectief slechts een halfjaar op stoom. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van het cliëntenonderzoek in de (inter)nationale antiwitwasregelgeving besproken. Hiernaast wordt er ingegaan op de belangrijkste veranderingen die de WWFT heeft gebracht op het gebied van cliëntenonderzoek en hoe kredietinstellingen het afgelopen jaar met deze veranderingen zijn omgegaan.

Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
Mw. mr. M.L. van Duijvenbode is als beleidsmedewerker werkzaam bij de afdeling Integriteit, directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Haar bijdrage in dit nummer heeft zij op persoonlijke titel geschreven.

Enkele recente ontwikkelingen inzake overgang van een onderneming

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden identiteitsbehoud, informatieplicht, overgang van onderneming
Auteurs Mr. K. Wiersma

    In dit artikel wordt stilgestaan bij een aantal recente uitspraken inzake de rechten van werknemers bij een overgang van een onderneming. Aan bod komt de zaak Klarenberg/Ferrotron waarin het Hof van Justitie van de EG betrokken werknemers een extra hulpmiddel geeft ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van overgang van ondernemingen. Ook komt aan bod de Heineken-zaak en de naar aanleiding daarvan ontstane discussie over de vraag welke werknemers bescherming aan de richtlijn inzake overgang van ondernemingen kunnen ontlenen. Ten slotte wordt het arrest Pax/Bos van de Hoge Raad besproken, welk arrest laat zien dat een overdragende werkgever zich moet realiseren dat hij de plicht heeft om betrokken werknemers adequaat te informeren over hun positie.

Mr. K. Wiersma
Mr. K. Wiersma is advocaat arbeidsrecht bij Loyens & Loeff N.V.

Juridische aspecten in het debat rondom staatsfondsen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Staatsfondsen, sovereign, wealth funds,, transparantie, beleggingen staatsfondsen
Auteurs Mr. J.S. Hament

    Staatsfondsen vormen onderwerp van een intensiverend debat. In dit artikel staat de vraag centraal of de bestaande wet- en regelgeving de bestaande zorgen rondom staatsfondsen (voldoende) wegnemen. Voor een goed begrip worden allereerst stilgestaan bij staatsfondsen en hun economische implicaties. Vervolgens worden de voornamelijk in het westen bestaande zorgen jegens staatsfondsen nader besproken. Daarna wordt onderzocht op welke wijze Nederland – maar ook andere landen – strategische sectoren tracht te beschermen tegen onwenselijke investeerders. Ook wordt gekeken op welke wijze door middel van regelgeving tegemoet wordt gekomen aan de behoefte aan meer transparantie bij staatsfondsen.

Mr. J.S. Hament
Mr. J.S. Hament is werkzaam als bedrijfsjurist bij ING. Tevens werkt hij aan een proefschrift over staatsfondsen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

De Code Banken in vogelvlucht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2009
Trefwoorden Code Banken, governance, commissie-Maas, risicomanagement, beloningsbeleid
Auteurs Mr. S.B. Buijn

    In deze bijdrage biedt de auteur een algemene beschouwing over de Code Banken, een vorm van zelfregulering van de Nederlandse Vereniging van Banken.

Mr. S.B. Buijn
Mr. S.B. Buijn is kandidaat-notaris bij Stibbe te Amsterdam.

De ontvankelijkheid van het Nederlandse privaatrecht voor invloeden uit de Anglo-Amerikaanse financieringspraktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Anglo-Amerikaanse invloed, financieringspraktijk, rechtskeuze, DCFR, uitleg, security trustee
Auteurs Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen

    In zijn bijdrage tracht Meijer Timmerman Thijssen een indruk te geven van de mate waarin het Nederlandse recht zich ontvankelijk heeft betoond voor de adoptie van concepten en modellen uit de Anglo-Amerikaanse rechtspraktijk. De uiteenzetting is in het bijzonder toegespitst op de financieringspraktijk, omdat – door zijn internationale karakter – de invloed van dergelijke modellen en concepten zich daar het sterkst doet gevoelen.

Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen is als adviseur verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.

10 jaar Contracteren – een praktijkvisie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden ontwikkelingen, praktijk, contract
Auteurs Mr. B.J. Schoordijk

    Schoordijk brengt belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar in kaart. Dat zijn niet alleen rechtsontwikkelingen, maar (vooral) ook economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Aan de orde komen: globalisering, nieuwe economieën, consolidatie van de industrie, private equity in M&A transacties, opkomst van de grote advocatuur, internet en e-mail, standaardisering, de DCFR en het Global Sales Law Project.

Mr. B.J. Schoordijk
Mr. B.J. Schoordijk is Director Legal Affairs – Corporate en tevens advocaat bij Akzo Nobel NV te Amsterdam.

Contractenrecht als meergelaagde rechtsorde: uitdagingen voor de komende tien jaar

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden pluralisme, coherentie, meergelaagde rechtsorde
Auteurs Prof. mr. J.M. Smits

    In het afgelopen decennium is het contractenrecht in sterke mate geëuropeaniseerd. Daarnaast is ook de hoeveelheid private regulering toegenomen en kiezen contractanten in toenemende mate andere rechtsstelsels dan het ‘eigen’. Het naast elkaar bestaan van verschillende contractenrechtstelsels wordt doorgaans beschouwd als problematisch: het zou de coherentie en eenheid van het recht aantasten. Deze bijdrage bepleit dat een pluralistisch contractenrecht ook voordelen heeft en dat met name twee vragen beantwoording verdienen: die naar het optimale niveau van regulering en die naar de beste wijze van omgang met een pluralistisch contractenrecht.

Prof. mr. J.M. Smits
Prof. mr. J.M. Smits is hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg (TICOM) en gasthoogleraar Comparative Legal Studies aan de Universiteit van Helsinki.

Contracteren met consumenten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden consument, consumentenbescherming, Europa
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans

    De ene consument is de andere niet. Castermans bepleit daarom de nationale rechter de vrijheid te gunnen naar bevind mild of kritisch te bejegenen. Het is de vraag of die vrijheid vanuit Europa is gegund, aangezien het streven daar luidt: harmonisatie. Echter, als de Europese consument niet bestaat, ligt het voor de hand de rechter die vrijheid wel te gunnen, aldus Castermans.

Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Kartelhandhaving door de Europese Commissie in crisistijd: business as usual?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Kartelhandhaving, Crisiskartel, Boetevermindering, betalingsmodaliteit
Auteurs Mr. drs H.C.L. Hobbelen en Mr. V. Mussche

    Dit artikel bevat een analyse van het kartelbeleid van de Commissie en arresten van het Gerecht van Eerste Aanleg en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen ten tijde van eerdere economische crisissituaties. In het bijzonder de volgende aspecten komen aan bod: (1) recente uitspraken van mededingingsautoriteiten over het kartelbeleid in de economische crisis; (2) hoe werden crisiskartels eerder beoordeeld onder artikel 81 van het EG-Verdrag; (3) werden in het verleden, en zo ja, onder welke omstandigheden, ‘crisiskortingen’ op kartelboetes toegestaan?; en (4) biedt het beleid van de Commissie met betrekking tot betalingsmodaliteiten van de boete ademruimte voor ondernemingen in moeilijkheden?

Mr. drs H.C.L. Hobbelen
Mr. drs. H.C.L. Hobbelen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Mr. V. Mussche
Mr. V. Mussche is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Driekwart van de heersende leer over vervaltermijnen is onjuist

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden verval, verjaring, ambtshalve toepassing, stuiting
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen

    Wat betreft vermogensrechtelijke vervaltermijnen zijn drie van de vier traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring onhoudbaar: (1) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (2) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (3a) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten.Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet; (3b) voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen.

Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
Mr. dr. J.L. Smeehuijzen is universitair docent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 28 van zijn dissertatie De bevrijdende verjaring (VU 2008).

Discovery in het Nederlands burgerlijk procesrecht

‘Advies over gegevensverstrekking in burgerrechtelijke zaken’ van de Adviescommissie voor Burgerlijk Procesrecht becommentarieerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden exhibitieplicht, artikel 843a Rv, bewijsgaring en bewijslevering, partijautonomie, waarheidsplicht, discovery, disclosure
Auteurs Mr. dr. P.J. van der Korst

    Dit artikel bevat een samenvatting van- en een commentaar op het advies van de Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht van 14 juli 2008 over ‘discovery’ (gegevensverstrekking in burgerrechtelijke zaken). De conclusie is dat de door de Adviescommissie opgesomde uitgangspunten processueel georiënteerd zijn maar dat de Commissie deze vertaalt in aanpassing van een preprocessuele wetsbepaling (art. 843a Rv). Het artikel sluit af met een alternatieve schets voor een wettelijke regeling.

Mr. dr. P.J. van der Korst
Mr. dr. P.J. van der Korst is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en is als docent verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mediation: de omvang van de getuigplicht van de mediator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden mediation, verschoningsrecht, geheimhouding, waarheidsplicht, bewijsovereenkomst
Auteurs Mr. I. Brand

    Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad een voor de mediationpraktijk belangrijk arrest gewezen door zich uit te spreken over de omvang van de getuigplicht van de mediator. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de methoden die in de mediationpraktijk zijn ontwikkeld om het vertrouwelijke karakter van een mediation te beschermen. Vervolgens wordt het arrest van de Hoge Raad besproken, waarin deze zich uitlaat over de wijze waarop deze methoden moeten worden gehanteerd. Tot slot wordt ingegaan op de vraag wanneer het vertrouwelijke karakter van de mediation lijkt te kunnen worden doorbroken.

Mr. I. Brand
Mr. I. Brand is werkzaam als rechter-in-opleiding bij de Rechtbank Den Haag.

Een constructief antwoord op (jeugd)delinquentie: recidive verminderen?

Reflecties over ‘managerialism’ in België en Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden herstelgericht groepsoverleg, recidive, jeugddelinquentie, managerialism
Auteurs Inge Vanfraechem

    Responding to criticism, stating that constructive interventions can only be understood as proven to reduce recidivism, the author clarifies what she conceives as constructive answers to juvenile delinquency, against the background of the Belgian developments in law and policy. ‘Constructive’ has always implied the active participation of those citizens directly involved, care and attention for the victims needs, and the avoidance of placement in a closed institution. The contribution to the quality of social life by making restorative gestures was considered to be of importance.To measure whether conferencing with juveniles would work the criterion of reducing recidivism is important, but not exclusive. Other criteria, which come forward in qualitative research, are at least as important.The Dutch seem to take managerialism in the sense of implementing only what can be proven to work in a preconceived way – only in terms of reducing recidivism – much more seriously than the Belgians do.In Belgium the traditional stress on protection of juveniles has not changed, and the newly introduced family group conferences were accepted as valuable procedures. Reducing recidivism is however not unimportant and more and more RJ-research is addressing this issue. There are indications that recidivism can be reduced by conferencing procedures and their resolutions. Instead of technocratic managerialism one should be interested in the ‘moral performance’ of a legal system, looking for what really matters.

Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is onderzoekster bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie, F.O.D. Justitie Brussel en geaffilieerd medewerker bij LINC, Katholieke Universiteit Leuven.

    In this article the author summarizes the main arguments for and notions of a maximalist conception of restorative justice, as developed in his latest book: Restorative Justice, Self-interest and Responsible Citizenship.While using a rather limited, goal-oriented definition of RJ as ‘an option for doing justice after the occurrence of an offence that is primarily oriented towards repairing the individual, relational and social harm caused by that offence’, Walgrave aims at developing a full blown alternative for penal justice. In the restorative system it should also be possible to impose sanctions, when deliberative processes of mediation and conferencing are not feasible, although the latter have, of course, the greatest chance of achieving restoration.The sanctions of restorative justice are not punishments, because any intention to impose suffering is lacking at the side of the sentencing authorities. But RJ can be seen as a form of inverted retributivism, in the sense that the offender pays his dues back to the victim and the society, to a degree that has to be acceptable to all involved, and seeking a fair amount of proportionality that does not impose unrealistic or unfair obligations. Principles of due process of law should be adapted to fit the restorative process. The high degree of participation in restorative justice serves democracy and so should criminology, by studying the ways in which social capital can be increased.The concept of ‘common self-interest’ is explained as the fundamental understanding that self-interests are best served by serving the common self-interest in as far as that provides full possibilities of deployment to everyone.

Lode Walgrave
Lode Walgrave is emeritus hoogleraar (jeugd)criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven en redactielid van dit tijdschrift.
Toont 61 - 80 van 211 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.