Zoekresultaat: 205 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Het Nederlandse voorstel voor implementatie van de gewijzigde Europese regels voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden elektronische communicatie, nieuwe Regelgevende Kader, NRF, New Regulatory Framework
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2009 is het gewijzigde Europese kader voor elektronische communicatie in werking getreden. Met twee richtlijnen worden de richtlijnen die sinds 2002 het regelgevingskader vormden, gewijzigd om beter te zijn toegesneden op de technologische en marktontwikkelingen. Een voorbeeld van een technologische ontwikkeling is het snel toegenomen gebruik van mobiele data, als gevolg van bijvoorbeeld ‘internetten’ of films bekijken via de mobiele telefoon. Om tegemoet te komen aan deze ontwikkeling is nodig dat er voldoende frequentieruimte beschikbaar is, maar ook dat wordt gewaarborgd dat gebruikers zoveel mogelijk ongeacht de aard en omvang van hun gebruik internet kunnen (blijven) gebruiken (netneutraliteit). Daarnaast betrof een van de discussiepunten bij de voorbereiding van het gewijzigde Europese kader de bescherming van gebruikers bij het afsluiten van het gebruik van internet en is het in het definitieve Europese kader op dit punt tot een compromis gekomen. Naast de wijzigingen in de richtlijnen is ook met een verordening een nieuw orgaan van Europese regelgevers onder de naam BEREC opgericht om te adviseren aan de Commissie en de nationale toezichthouders.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN Telecom te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een verliezer is geen winnaar

De naleving van civiele rechtspraak, 15 jaar na Van Koppen en Malsch

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden courts, civil justice, enforcement of judgments, procedural justice
Auteurs Roland Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article compares two studies on the compliance with judicial decisions and friendly settlements in Dutch civil court procedures. A new study (Eshuis 2009) finds a higher rate of compliance, which can largely be attributed to the selection of cases. The older study (Van Koppen & Malsch 1991) included a high number of default judgments, which are associated with a low level of compliance, while friendly settlements – associated with a high level of compliance – were excluded. The new study finds full compliance rates of 31% for default judgments, 74% for judgments in defended cases and 85% for friendly settlements. The high compliance with friendly settlements suggests these settlements are ‘better’ outcomes; however, the difference in compliance can well be explained by selection effects. Interviews reveal that many friendly settlements are not the harmonious solutions one might expect.
    The new study finds no solid relation between compliance and procedural or distributive justice. In two relevant ways the conditions in the ‘real life’ judicial procedure are different from those in experimental research in which such relations are found. First, a large part of the non-compliance is caused by an inability of parties to comply. These participants may find the procedure and outcome fully ‘just’, but still won’t comply. Second, for those who can comply, there is no free choice on whether to comply or not. There are quite effective means of enforcement for such cases. So, those who can comply will, even if the procedure and its outcome are experienced as fully ‘unjust’.
    The first part of the title of the article is a comment on Van Koppen and Malsch’s earlier research. They concluded that winning in court often was a Pyrrhic victory, and the loser would win after all. In the interviews however, few of those who do not comply were found to fit the image of a ‘winner’. The sad conclusion is that in judicial procedures winners and losers do not come in the same numbers; after all, it produces far more losers than winners.


Roland Eshuis
Roland Eshuis verricht, als onderzoeker bij het WODC, empirisch onderzoek naar (civiele) rechtspraak en rechtspleging. Hij promoveerde in 2007 op onderzoek naar interventies ter versnelling van gerechtelijke procedures (Het recht in betere tijden, 2007). Vorig jaar verscheen De daad bij het woord (2009), een onderzoek naar de naleving van civiele rechtspraak. Recent publiceerde hij, met collega’s van de Raad voor de rechtspraak en het CBS, de eerste editie van Rechtspleging Civiel en Bestuur (2010), waarin statistische gegevens over civiele en bestuursrechtspraak zijn gebundeld.
Artikel

Access_open Ondernemingen en algemene voorwaarden

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden algemene voorwaarden, onderneming, zwarte lijst, grijze lijst, reflexwerking
Auteurs Mr. R.H.C. Jongeneel en Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Afdeling 6.5.3 BW (Algemene voorwaarden) heeft in beginsel betrekking op ieder gebruik van algemene voorwaarden. Een belangrijke uitzondering is artikel 6:235 lid 1 BW, waarin aan bedrijven van een bepaalde omvang een beroep op de specifieke vernietigingsgronden bedoeld in de artikelen 6:233 en 234 BW (open norm en informatie- of kennisgevingsplicht) wordt onthouden. Afdeling 6.5.3 BW, in het bijzonder artikel 6:236 BW (zwarte lijst) en artikel 6:237 BW (grijze lijst), is daarnaast letterlijk beperkt tot overeenkomsten met consumenten, maar de betekenis van deze lijsten werkt door in overeenkomsten tussen ondernemers onderling. Beide thema’s worden mede aan de hand van een analyse van rechtspraak behandeld, waarbij de auteurs aanbevelingen voor verdere uitleg formuleren.


Mr. R.H.C. Jongeneel
Mr. R.H.C. Jongeneel is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam.

Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.

    This article analyzes how football game situations, especially those where players get injured, are posted within the law. In the Netherlands sport rules are not regulated in specific laws. An incident in the soccer pitch should be approached by the ordinary law: criminal law as well as liability. An important standard laid down in jurisdiction is that sport participants accept a certain risk to get hurt.
    A conviction on the basis of criminal law occurs not very often, because it is hard to prove that the accused in a game situation had the intention to cause injury. The author gives an outline of the disciplinary rule structure of Dutch football. The Dutch football association KNVB has an important role in this structure. Every football player is a member of his own club as well as a member of the KNVB. As a consequence the club as well as the KNVB has the authority to take disciplinary action against football players breaking the rules. The disciplinary system and rules are different for professional and amateur football.


S.F.H. Jellinghaus
Dr. mr. Steven Jellinghaus is als universitair docent sportrecht verbonden aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg en als advocaat aan De Voort Hermes de Bont te Tilburg.
Artikel

Fiscale behandeling van de kosten van een beursintroductie of -emissie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden kosten beursintroductie, -notering en emissie, aftrek vennootschapsbelasting, omzetbelasting, optie- en aandelenplannen
Auteurs Dr. F.P.J. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de kosten die samenhangen met een beursgang en de aftrek hiervan voor de vennootschapsbelasting. Allereerst wordt het algemene kader omtrent de aftrek van kosten voor de vennootschapsbelasting geschetst. Daarna worden vier uitspraken inzake de kosten van een beursgang besproken, waarna wordt ingaan op de omzetbelasting en optie- en aandelenplannen voor personeel. In dit kader wordt tevens ingegaan op de eventuele onduidelijkheden waarover in de toekomst strijd met de Belastingdienst verwacht mag worden. Het artikel sluit af met een samenvatting.


Dr. F.P.J. Snel
Dr. F.P.J. Snel is als belastingadviseur verbonden aan Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Een beloningscode voor de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beloningsbeleid financiële sector, corporate governance,, Code Banken, financiële onderneming
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft betrekking op het beloningsbeleid in de financiële sector. Allereerst wordt ingegaan op toegenomen aandacht voor de beloningen in de financiële sector en op de opbouw en reikwijdte van de verschillende initiatieven. Vervolgens worden de verschillende initiatieven op het gebied van het beloningsbeleid in de financiële sector met elkaar vergeleken. Die vergelijking mondt uit in een (model) beloningscode die weergeeft wat goede corporate governance op het gebied van het beloningsbeleid zou kunnen zijn. Deze (model) beloningscode zouden financiële instellingen of financiële ondernemingen kunnen gebruiken als leidraad bij het vaststellen en uitvoeren van hun beloningsbeleid. Deze bijdrage wordt afgesloten met enkele afsluitende opmerkingen.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Sluit het publieke overnamebeleid aan bij de private overnamepraktijk?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden publiekeovernamebeleid, theorie van de Markt voor Bestuurstitels, minimax-spijttheorie, overnamepraktijk
Auteurs Prof. dr. H. Schenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het publieke overnamebeleid is gebaseerd op de theorie van de Markt voor Bestuurstitels. Deze bijdrage laat zien dat overnames in de praktijk veelal gebaseerd zijn op factoren die met deze theorie weinig te maken hebben. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de meeste overnames telkens weer mislukken op het vlak van economische waardeschepping. Deze bijdrage presenteert daarom een alternatief dat volgens de auteur nauwer aansluit bij de werkelijke overnamepraktijk, te weten de minimax-spijttheorie. Deze theorie legt het accent op strategische in plaats van economische factoren. Een en ander heeft verregaande consequenties voor het publieke overnamebeleid, in het bijzonder betreffende de toelaatbaarheid van beschermingsconstructies.


Prof. dr. H. Schenk
Prof. dr. H. Schenk is hoogleraar economische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. E-mail: E.J.J.Schenk@uu.nl.
Artikel

Naar de beurs anno 2010

Een overzicht van een beursgang en recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beursgang, rulebooks Euronext, Initial Public Offering (IPO), prospectus
Auteurs Mw. Mr. S.N. Demper en Mr. M.T.G. Schoonewille
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het proces van een beursgang geschetst met daarbij aandacht voor de noteringsaanvraag bij Euronext Amsterdam. In dit kader wordt ingegaan op diverse onderwerpen die betrekking hebben op de beursgang, waaronder de emissiestructuur, de underwriting agreement, prijsbepaling en de post-IPO fase. Hiernaast wordt stilgestaan bij twee gesignaleerde actualiteiten op het gebied van kapitaalmarkten en de beursgang, te weten (1) het fenomeen dual listing via de fast path-procedure en (2) het nieuwe project ‘Fast Track to Liquidity: IPO Roadmap to the Netherlands’ van het Holland Financial Centre.


Mw. Mr. S.N. Demper
Mw. mr. S.N. Demper is als junior docent/onderzoeker verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.T.G. Schoonewille
Mr. M.T.G. Schoonewille is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Londen.
Jurisprudentie

Een bespreking van het arrest CELF II (zaak C-1/09) over passende maatregelen in geval van onrechtmatige en (vooralsnog) onverenigbare staatssteun

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden onrechtmatige staatssteun, onverenigbare staatssteun, CELF, verenigbaarheidsoordeel
Auteurs Mr. P.C. Adriaanse en Prof. dr. T. Joris
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest CELF II beantwoordt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) voor de tweede maal prejudiciële vragen van de Franse Conseil d’État in het langlopende geschil over onrechtmatige steunverlening van de Franse overheid aan boekenexporteur CELF. Het Hof van Justitie bevestigt de zelfstandige rol van nationale rechters bij de handhaving van het in artikel 108 lid 3 VWEU vervatte uitvoeringsverbod voor nieuwe steunmaatregelen. In geval van onrechtmatige en (vooralsnog) onverenigbare steunverlening zal de nationale rechter, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, passende maatregelen moeten nemen. Opschorting van de nationale procedure tot aan een (nieuw) verenigbaarheidsoordeel van de Europese Commissie is in ieder geval niet toegestaan. De uitspraak is gelet op eerdere jurisprudentie niet verrassend, maar daarmee niet onbelangrijk.


Mr. P.C. Adriaanse
P.C. Adriaanse is als universitair docent verbonden aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. T. Joris
T. Joris is Jean Monnet professor en directeur van het Centrum voor Europees Recht aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Recht en Criminologie.
Artikel

Wet bevolkingsonderzoek op gespannen voet met EU-recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrijverkeersregime, gezondheidsdienst, e-commerce, genoomanalyse, Wet op het bevolkingsonderzoek
Auteurs Mr. R.E. van Hellemondt, Prof. mr. A.C. Hendriks en Prof. dr. M.H. Breuning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse overheid ziet met lede ogen aan dat consumenten via internet en zonder tussenkomst van medisch specialisten of andere deskundigen hun genenkaart laten ontcijferen. Dit onderzoek gebeurt door bedrijven die in andere landen zijn gevestigd, dan wel gebruik maken van de diensten van elders gevestigden. De consument krijgt aldus informatie over de kans op het krijgen van erfelijke aandoeningen. Deze onlineverkoop staat op gespannen voet met de Nederlandse wetgeving. Vandaar ook deze ‘buitenlandroute’,waarmee consumenten én bedrijven de Nederlandse regels betrekkelijk eenvoudig kunnen omzeilen. Deze bijdrage onderzoekt de ruimte van Nederland als EU-lidstaat om het aanbod van commerciële genoomanalyse te reguleren. De Nederlandse wetgeving wordt tegelijkertijd langs de Europese meetlat gelegd en blijkt niet EU-proof te zijn.


Mr. R.E. van Hellemondt
Mr. R.E. van Hellemondt is als onderzoeker/docent gezondheidsrecht verbonden aan de afdeling Ethiek & Recht van het LUMC.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.

Prof. dr. M.H. Breuning
Prof. dr. M.H. Breuning is hoofd van de afdeling Klinische Genetica van het LUMC.
Jurisprudentie

De arresten Blanco Pérez en Commissie tegen Spanje: een goed evenwicht tussen de interne markt en de zorgbevoegdheden van de Lidstaten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden patiëntenmobiliteit, (gezondheids)zorg, vergunning, sociale zekerheid, interne markt
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2010 en 15 juni 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) twee belangrijke arresten op het terrein van het vrije verkeer en de zorg gewezen. Op 1 juni verscheen het arrest Blanco Pérez en op 15 juni zag het arrest Commissie tegen Spanje het daglicht. Bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie wordt door deze twee arresten in een nieuw perspectief gezet. In de arresten van juni 2010 werkt het Hof van Justitie zijn benadering met betrekking tot zorg en vrij verkeer verder uit en nuanceert het ook de uitkomsten van reeds bekende rechtspraak.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De (beperkte) volmacht aan de statutair directeur revisited

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2010
Trefwoorden vertegenwoordigingsbevoegdheid‬‪, tweehandtekeningenstelsel, volmacht (aan bestuurder), Eerste Richtlijn
Auteurs Mr. H.J. Portengen en mr. Q. Yee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de geldigheid van een beperkte individuele volmacht aan een directeur van een vennootschap met een tweehandtekeningenstelsel wordt getwist. Op basis van een nadere analyse en enkele aanvullende argumenten kan worden geconcludeerd dat een dergelijke constructie zonder meer geaccepteerd moet worden.


Mr. H.J. Portengen
Mr. H.J. Portengen is werkzaam als notaris bij Loyens & Loeff.

mr. Q. Yee
Mr. Q. Yee is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Aanbestedingsrecht voor de fusie- en overnamepraktijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2010
Trefwoorden (3) aanbestedingsrecht, (4) fusie, (5) overname, (6) wezenlijke wijziging, (7) Wira
Auteurs Mr. drs. J.J. van der Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de gevolgen van een fusie, overname of reorganisatie voor overeenkomsten die na een aanbesteding zijn gesloten.


Mr. drs. J.J. van der Kemp
Mr. drs. J.J. van der Kemp is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Wet bodembescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2010
Auteurs Mr. G.A. van der Veen en Mr. J.J. Hoekstra
Auteursinformatie

Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam.

Mr. J.J. Hoekstra
Mr. J.J. (Joost) Hoekstra is advocaat bij AKD te Breda.
Artikel

‘Gij had beter toezicht op mijn overtreding moeten houden’

Het relativiteitsvereiste en toezicht op de naleving van de Woningwet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden vermogensschade, beschermingsbereik, relativiteitsvereiste, Woningwet
Auteurs Mr. A.C. Beck
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan de vergunninghouder die zelf in afwijking van zijn bouwvergunning bouwt, de schade op de gemeente verhalen op grond van onvoldoende toezicht? Het Hof Arnhem meent dat dit niet het geval is. Vermogensschade die is ontstaan door onvoldoende toezicht valt volgens het hof hoe dan ook niet onder het beschermingsbereik van toezicht op de Woningwet. In dit artikel wordt niet alleen het beschermingsbereik van toezicht op de Woningwet besproken, maar ook de stand van zowel de civiele als de bestuursrechtelijke rechtspraak met betrekking tot het relativiteitsvereiste en de Woningwet zelf.


Mr. A.C. Beck
Mr. A.C. Beck is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Securisatie van handelsvorderingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden securisatie, handelsvorderingen, cessie, verrekening
Auteurs Mr. J. Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de secruitisatie van handeslvorderingen besproken. Na een beschrijving van een gebruikelijke transactiestructuur wordt nader ingegaan op de kenmerken waar de vorderingen in kwestie aan moeten voldoen. Tevens worden de regels van het internationaal privaatrecht met betrekking tot cessie beschreven.


Mr. J. Bos
Mr. J. Bos is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Access_open Wie niet waagt, die niet wint

De spanning tussen autonomie en bescherming van de sporter in het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden aansprakelijkheid, sport, zorgplicht, onrechtmatige daad, exoneratie
Auteurs Mr. R.H.C. van Kleef
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de spanning tussen de eigen verantwoordelijkheid van de sporter en de omvang van de zorgplicht van organisaties in het aansprakelijkheidsrecht behandeld. Hierbij zal de stelling worden ingenomen dat schade opgelopen in zogenaamde niet-contactsportsituaties niet enkel aan de algemene gevaarzettingscriteria moet worden getoetst, maar dat hierbij aan de ‘sportomstandigheid’ speciale waarde moet worden toegekend.


Mr. R.H.C. van Kleef
Mw. mr. R.H.C. van Kleef studeert sportrecht (LLM, droit du sport) aan de Universiteit van Neuchâtel (Zwitserland).
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Jurisprudentie

Onafhankelijkheid van toezichthouders

Hof van Justitie EU 9 maart 2010, zaak C-518/07, Commissie /Duitsland

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden onafhankelijkheid, toezichthouders, Europees recht, politieke beïnvloeding
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Europese recht zijn in de afgelopen twee decennia steeds verdergaande eisen voor de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders geïntroduceerd. De onafhankelijkheid van toezichthouders kent twee aspecten: (1) onafhankelijkheid van marktpartijen en (2) onafhankelijkheid van de politiek. Aanvankelijk richtte de Europese onafhankelijkheidseisen zich slechts op het eerste aspect. Inmiddels is duidelijk dat het Europese recht ook ziet op de politieke onafhankelijkheid. In deze Europese zaak stelt het Hof van Justitie in vrij algemene bewoordingen strenge eisen aan de onafhankelijkheid. Hoewel het hier een privacytoezichthouder betrof, kan deze zaak tevens verstrekkende gevolgen hebben voor andere toezichthouders.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van de OPTA. Tevens is zij hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.
Toont 61 - 80 van 205 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.