Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 107 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl
Artikel

Over verwatering en politisering van het mededingingstoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden mededinging, toezicht, publieke belangen, politisering, ACM
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het mededingingstoezicht is volop in beweging en daarin schuilen kansen, maar ook bedreigingen. De binnenlandse omgeving is het afgelopen decennium vijandig geweest ten aanzien van marktwerking en mededinging. Tegelijk ziet het ernaar uit dat de toezichthouder zich heeft aangepast aan de veranderende omgeving, en heeft hij aangegeven ook andere publieke belangen dan mededinging te willen meewegen in de beoordeling van concentraties, kartels en misbruikzaken. Hierin schuilt het gevaar van verwatering en verdere politisering van het mededingingstoezicht.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. b.baarsma@seo.nl
Artikel

Verbindende regels

Kansen voor meer samenhang binnen het omgevingsrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Omgevingswet, omgevingsrecht, integratie, stroomlijning, deregulering
Auteurs Mr. H.W. de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet biedt om uiteenlopende regels binnen het bestaande omgevingsrecht met elkaar te verbinden. Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht is een belangrijk doel van de wetgevingsoperatie. In dit artikel staat het ontwerpproces centraal. Wat is het vertrekpunt van de nieuwe regelgeving, welke regels kunnen gestroomlijnd worden, hoe ontstaat er meer samenhang in het begrippenkader, de juridische instrumenten en de wijze van normstelling? Daarmee wordt tevens inzicht geboden in de vele keuzes die zullen moeten worden gemaakt binnen het ontwerpproces van de nieuwe regelgeving.


Mr. H.W. de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de hoofddirectie bestuurlijke en juridische zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet. wilco.de.vos@minienm.nl
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

College voor de rechten van de mens en constitutionele toetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden College voor de rechten van de mens, constitutionele toetsing, mensenrechten, grondrechten,, advisering
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort na de zomer van 2012 treedt de Wet College voor de rechten van de mens in werking en opent het College zijn deuren. Het College krijgt tal van taken en bevoegdheden om in Nederland de rechten van de mens te beschermen, het bewustzijn ervan te vergroten en de naleving ervan te bevorderen. Eén van die taken betreft wetgevingsadvisering. In deze bijdrage wordt geanalyseerd of, en zo ja op welke wijze en onder welke voorwaarden, het College kan bijdragen aan de versterking van de ex-ante constitutionele toetsing van conceptwetgeving. Deze vraagstelling wordt mede geplaatst in het kader van de (internationale) achtergrond van het College en het belang van constitutionele dialoog.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voormalig verbindingsofficier bij het EU Grondrechtenagentschap en gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam. paul.sasse@minbzk.nl
Casus

Hoge Raad is duur

Over het verwijzen naar normalisatienormen in wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden normalisatie, openbaarheid, auteursrecht, handelsbelemmeringen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft een knoop doorgehakt in de lang slepende kwestie m.b.t. het verwijzen in wetgeving naar normalisatienormen. Door verwijzing worden die normen zelf geen algemeen verbindende voorschriften en vervalt ook niet het auteursrecht. De vraag is echter of daarmee het probleem van de gebrekkige toegankelijkheid van NEN-normen waarnaar in wetgeving wordt verwezen is opgelost. Heeft de Hoge Raad bovendien wel voldoende aandacht geschonken aan de Europese dimensie van deze problematiek?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Technologie en wetgeving in cyberspace: verstandshuwelijk of innige relatie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden ICT, technoregulering, privacy
Auteurs Prof. mr. dr. M. Hildebrandt, Prof. dr. R.E. Leenes en Mr. M.H.A.F. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een schets gegeven van de ontwikkelingen in cyberspace, ofwel de informatiegestuurde samenleving, en de wijze waarop de rechtsstaat daar een plaats in kan en moet krijgen. De auteurs benaderen dit vraagstuk vanuit twee invalshoeken, namelijk die van ‘juridische bescherming by design’ en die van ‘(computer)code as regulation’. De eerste invalshoek betreft de vraag hoe fundamentele waarden en grondrechten kunnen worden geborgd door ze een herkenbare en afdwingbare plaats te geven in de ICT-infrastructuren die ons dagelijks leven inmiddels beheersen. De tweede betreft de vraag hoe technologie ons de norm kan stellen, en welke randvoorwaarden daar noodzakelijkerwijs bij vervuld moeten worden om te zorgen dat de techniek niet met het recht op de loop gaat.Dit stelt de wetgever voor nieuwe uitdagingen. Meer geschreven regels zijn niet voldoende om de technologische ontwikkelingen in goede banen te leiden. Het vergt dat juristen en architecten daadwerkelijk elkaars werelden gaan delen, in het proces van ontwerp van zowel de regels als de systemen waarin deze een plaats moeten krijgen.


Prof. mr. dr. M. Hildebrandt
Prof. dr. mr. M. Hildebrandt is hoogleraar ICT en rechtsstaat aan het Institute of Computing and Information Sciences (iCIS) van de Radboud Universiteit Nijmegen, universitair hoofddocent Rechtstheorie aan de Erasmus School of Law Rotterdam en Senior Researcher bij het Centre for Law Science Technology and Society van de Vrije Universiteit Brussel. hildebrandt@law.eur.nl

Prof. dr. R.E. Leenes
Prof. dr. R.E. Leenes is hoogleraar regulering door technologie aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat.mariette.lokin@planet.nl
Artikel

Voorbereiden van wetgeving: legislative manoeuvres in the dark

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden beleidsvoorbereiding, wetgevingsproces, uitvoerbaarheid, transparantie
Auteurs Mr. C. Riezebos en Mr. M.H.A.F. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 heeft het kabinet besloten tot invoering van het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK), een instrument om het proces van beleidsvorming en wetgeving te ondersteunen. De auteurs gaan in deze bijdrage in op de vraag wat het IAK daadwerkelijk zal bijdragen aan een transparante afweging van verschillende variabelen in de interdepartementale voorbereiding van beleid en wetgeving, en daarmee aan de kwaliteit daarvan. Ook gaan zij in op de vraag in hoeverre het IAK daarin verschilt van andere instrumenten en procedures op het gebied van ex-ante-evaluatie van beleid en wetgeving die sinds midden jaren negentig de revue passeerden. Zij focussen daarbij op het aspect uitvoerbaarheid: welke invloed heeft het IAK op de relatie tussen beleidsmakers en wetgevers enerzijds en uitvoeringsorganisaties anderzijds, waar schiet het nog tekort en hoe kunnen leemtes in die relatie (verder) worden ingevuld?


Mr. C. Riezebos
Mr. C. Riezebos is senior adviseur bij BMC. keesriezebos@bmc.nl

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat. mariette.lokin@planet.nl
Artikel

De olifant in het wetgevingsproces

Invloed en wetsvoorbereiding in ambtelijk Den Haag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden lobby, transparantie, wetgevingsjurist, wetgevingskwaliteit, belanghebbende
Auteurs Mr. dr. M. Ramlal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de ambtelijke voorbereiding van wetgeving wordt veelvuldig overleg gevoerd met belanghebbende partijen. Recent verricht empirisch wetgevingsonderzoek Naar een glazen wetgevingshuis? laat zien dat gedurende het proces sommige belanghebbende partijen worden uitgesloten en andere worden ingesloten. Het proces van insluiten en uitsluiten kan een partijdig wetgever in de hand werken. Het ‘fasenmodel’, een analysemiddel ontwikkeld in het wetgevingsonderzoek, laat zien dat drie fases van belangeninbreng en -afweging te onderscheiden zijn en per fase belanghebbende partijen worden toegelaten en buitengesloten. Dit model staat in deze bijdrage centraal. De bijdrage eindigt met een oproep tot vastlegging van processuele kwaliteitsnormen en enkele concrete mogelijkheden tot verbetering.


Mr. dr. M. Ramlal
Mr. dr. M. Ramlal is onderzoeker en manager external affairs aan de Erasmus School of Law. m.ramlal@frg.eur.nl
Artikel

De Dienstenwet en het algemeen bestuursrecht

Een ménage à trois!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, implementatie, elektronische vergunningsprocedure, lex silencio positivo
Auteurs Drs. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat de Europese richtlijn grote gevolgen heeft voor ons nationale bestuursrecht, staat buiten kijf. In deze bijdrage gaat de auteur in op de driehoeksverhouding die bestaat tussen de richtlijn, de Dienstenwet en de Awb, ten aanzien van de elektronische afwikkeling van vergunningaanvragen en de te volgen besluitvormingsprocedure. Zij wijst op een aantal spanningen die thans bestaan tussen de Awb en de richtlijn en gaat in op de vraag hoe deze kunnen worden opgelost. Daarnaast bepleit zij dat zou moeten worden bekeken in hoeverre bepalingen uit de Dienstenwet, met name aangaande het elektronisch verkeer, zouden kunnen worden geïntegreerd in de Awb, mede gelet op de ontwikkelingen op het gebied van Europees (bestuurs)recht.


Drs. M.R. Botman
Drs. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

De implementatie voorbij: wetgeving en de Dienstenrichtlijn sinds 28 december 2009

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, verplichtingen na implementatie, aansluiting nationale regelgeving, lex silencio positivo
Auteurs Mr. J. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de implementatietermijn van de Dienstenrichtlijn is afgelopen, moet de Nederlandse rechtsorde aan de Dienstenrichtlijn voldoen. Deze bijdrage behandelt een aantal verplichtingen van de Dienstenrichtlijn waar de opstellers van wet- en regelgeving mee te maken kunnen krijgen en de knelpunten die kunnen ontstaan bij de afstemming van regelgeving op de Dienstenrichtlijn. Bepaalde regels waar dienstverrichters aan moeten voldoen kunnen alleen onder voorwaarden worden gesteld en moeten aan de Europese Commissie worden gemeld. Op het terrein van vergunningen verdient de ‘positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen’, ook wel lex silencio positivo, bijzondere aandacht. Deze bijdrage geeft een overzicht van de verschillende wettelijke regimes die van toepassing kunnen zijn op dit terrein. De aansluiting van nationale regelgeving op de Dienstenrichtlijn vergt met name een oplettendheid van de opstellers van wet- en regelgeving, door in een vroeg stadium na te denken over het mogelijke effect van een te overwegen regel op de verrichting van diensten. Op Europees niveau worden naar aanleiding van de Dienstenrichtlijn vervolgstappen gezet voor het verder wegnemen van belemmeringen voor het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie, die in de toekomst tot nieuwe regelgeving kunnen leiden.


Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is wetgevingsjurist bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Financieel toezicht als voorbeeld van transnationale regulering

Grensoverschrijdende regels buiten het internationale recht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden transnationale regelgeving, Bazel 3, notice and comment-procedure, legitimiteit, interactie nationaal en internationaal recht
Auteurs Prof. mr. M. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de regulering van de financiële markten zijn internationale regels noodzakelijk. Deze worden vaak opgesteld door instituties die niet over enige regelgevende bevoegdheid beschikken. Zo werden ‘Bazel 1, 2 en 3’ voor het toezicht op banken opgesteld door een commissie van directeuren van centrale banken. Een basis in een verdrag ontbreekt, dus zijn het geen regels van internationaal recht. Wat zijn het dan wel? Hoe zit het met de legitimiteit van deze regels? In hoeverre behoeft het nationale of het internationale recht aanvulling om kwaliteit en aanvaardbaarheid van die regels te garanderen? Deze vragen zijn van toenemend belang omdat dergelijke regels ook op andere terreinen steeds belangrijker worden.


Prof. mr. M. Scheltema
Prof. mr. M. Scheltema is regeringscommissaris voor de algemene regels van bestuursrecht en voorzitter van de commissie van onderzoek DSB Bank van 29 oktober 2009 tot 29 juni 2010. michiel.scheltema@gmail.com
Discussie

Bacon en de idolen van de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden instrumentalisme, persoon van de wetgever, juridische fictie, autopoiese
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze vijftigste bijdrage van de auteur aan de Nomoi-rubriek keert hij terug tot de staatsman, wetenschapper en schrijver Francis Bacon. In zijn eerste bijdrage aan Nomoi had deze auteur centraal gestaan, vanwege zijn verhandeling over de kunst van het wetgeven. Nu komt een ander werk van Bacon aan de orde, zijn wetenschapstheoretische geschrift The new organon uit 1620. Daarin schetst Bacon vier soorten idolen of illusies die kennisvorming belemmeren. Naar analogie van deze vier idolen onderscheidt Witteveen vier idolen van de wetgever: eenzijdig instrumentalisme, overschatting van de eigen rol als deelnemer aan het wetgevingsproces, problemen met het ontwerpen van juridische terminologie en verzelfstandigen van het rechtssysteem ten opzichte van de maatschappelijke werkelijkheid. Als deze vier idolen gezamenlijk aanwezig zijn, zoals bij de controverse over het onverdoofd ritueel slachten, is het voor een wetgever zaak de idolen te herformuleren als open vragen die hem voor een verkeerde oordeelsvorming kunnen behoeden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

De versterking van de symbolische kracht van de Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Grondwet, preambule, misbruik, grondrechten, symboliek, toetsing, Staat
Auteurs Mr. A. Rouvoet en Mr. J. Pot
SamenvattingAuteursinformatie

    De normerende kracht van de Grondwet hangt mede af van de versterking van de symbolische werking daarvan. De Staatscommissie Grondwet heeft hiervoor helaas geen oog. De auteurs komen daarom met enkele aanvullingen op het advies van de Staatscommissie: in navolging van internationale mensenrechtenverdragen kan een preambule verwoorden dat de verwerkelijking van onze rechten en vrijheden niet alleen een zaak is van de overheid, maar ook van de samenleving. Het opnemen van een antimisbruikbepaling in de Grondwet geeft richting hoe met negatief gebruik van grondrechten in rechtsstatelijke zin om te gaan.


Mr. A. Rouvoet
Mr. A. Rouvoet is voorzitter van de Christen-Uniefractie in de Tweede Kamer.

Mr. J. Pot
Mr. J. Pot is ambtelijk secretaris van de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer. j.pot@tweedekamer.nl
Artikel

Een algemene periodieke keuring van de nationale grondrechten

Korte analyse van de grondrechtenparagraaf van de Staatscommissie Grondwet 2009/2010

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, grondrechten, mensenrechten, toegevoegde waarde
Auteurs Mr. dr. R. Nehmelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatscommissie Grondwet doet in haar rapport enkele prikkelende voorstellen tot het opnemen van nieuwe grondrechtelijke bepalingen. In een korte analyse van de grondrechtenparagraaf staat de auteur kritisch stil bij de specifieke voorstellen die de Staatscommissie over de grondwettelijke grondrechten doet. Geconcludeerd wordt dat een beperkt aantal van deze voorstellen dient te worden nagevolgd. De meerderheid van de voorgestelde vernieuwingen heeft volgens de auteur echter geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige nationale en internationale grondrechtenbescherming.


Mr. dr. R. Nehmelman
Mr. dr. R. Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. r.nehmelman@uu.nl
Artikel

Politieke rationaliteit in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden politieke rationaliteit, wetgevingsproces, juridische rationaliteit, economische doelmatigheid, wetenschappelijke effectiviteit
Auteurs D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuw kabinet vraagt om nieuwe wetten. Het regeerakkoord zal zeker, zoals regeerakkoorden nu eenmaal plegen te doen, leiden tot nieuwe wetgevende arbeid. Maar niet alleen de kabinetsvoornemens doen dat. Beleidsterreinen hebben ook een eigen dynamiek die om actie vraagt. Het recht ordent de samenleving, maar het verkeer in de samenleving kan ook tot nieuwe rechtsverhoudingen leiden. Beleid komt tot stand aan de hand van ideeën en impulsen die afkomstig zijn uit de samenleving, of uit de behoefte van beleidsmakers en politici om zaken bij te sturen. Snellen heeft ons geleerd dat dat beleid tot stand komt aan de hand van verschillende rationaliteiten, de politieke opportuniteit, de economische doelmatigheid, de wetenschappelijke effectiviteit en de juridische rationaliteit. De vraag is, in hoeverre de politieke en de juridische rationaliteit randvoorwaarden voor elkaar zijn en of de rivaliteit tussen deze rationaliteiten, ook als er geen sprake is van ‘systematische overschrijding’ en ‘rampen of wantoestanden’, maatschappelijk gezien niet leidt tot suboptimale uitkomsten. Aan de hand van enkele recente voorbeelden wordt getracht te beredeneren hoe de juridische en de politieke rationaliteit in het wetgevingsproces zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor de totstandkoming van de wetgeving.


D.P. van den Bosch
D.P. van den Bosch is raadsadviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties. Dick.Bosch@minbzk.nl
Artikel

De formulering van rechtsnormen in wetsteksten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden formulering, rechtsnormen, deontische modaliteit, negatie, schrijfadvies
Auteurs Lic. K. Deschamps
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een onderzoek naar de formulering van deontische concepten (bijvoorbeeld gebod, toestemming, verbod) en negatie in wetsteksten. Het onderzoek gebeurde op basis van een taalkundige analyse van een verzameling wetsteksten uit België en Nederland. Er wordt nader ingegaan op twee belangrijke bevindingen, namelijk het feit dat deontische concepten niet op een consequente manier uitgedrukt worden, en dat rechtsnormen soms nodeloos negatief geformuleerd worden. Telkens worden enkele suggesties gedaan die de redactionele kwaliteit van wetsteksten op deze punten kunnen verbeteren.


Lic. K. Deschamps
Lic. K. Deschamps is als doctor-assistent verbonden aan de rechtsfaculteit van de Katholieke Universiteit Leuven, waar ze medewerking verleent aan het opleidingsonderdeel ‘Juridisch schrijven’. Karen.Deschamps@law.kuleuven.be
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Praktijk

Wetgevingscuriosa voor de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden wetgeving, Statuut voor het Koninkrijk, BES, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de inhoud en het proces rond de ‘wetten voor de West’ is inherent dat zich daarbij tal van bijzonderheden voordeden. Diverse saillante ‘curiosa’ worden in deze bijdrage beschreven. Onder andere wordt ingegaan op de omvorming van Nederlands-Antilliaanse regelingen tot Nederlandse ‘BES-regelingen’ en de bekendmaking daarvan. Ook komen terminologische kwesties ter sprake. Verder wordt ingegaan op de (record)omvang van de nieuwe wetgeving en de aanpassingswetgeving. Ook wetsprocedurele kwesties komen ter sprake, waaronder bijzonderheden rond de adviesprocedure bij de Raad van State, het houden van wetgevingsoverleg over voorstellen van rijkswet, de taal in het parlement en kwesties rond amendering door bijzondere gedelegeerden.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Discussie

Calvino en de onzichtbare wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden dialoog, macht, proces van wetgeving, persoon van de wetgever
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is geen persoon maar een procedure. Dit staatsrechtelijke adagium is zowel correct als onvolledig. Niet duidelijk wordt immers wat voor rol personen zinvol kunnen hebben in de wetsgang als procedure. Om dit aspect naar voren te brengen wordt het adagium omgedraaid. De wetgever die geen procedure is maar een persoon komen we onder andere tegen in de literatuur. Aan de hand van een lezing van Italo Calvino’s roman De onzichtbare steden wordt de relatie tussen de wetgever en de adviseur beschreven en doemt een beeld op van een ideale, zij het onzichtbare wetgever.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Toont 61 - 80 van 107 gevonden teksten
1 2 4 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.