Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 371 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x
Artikel

De verhaalsmogelijkheden bij schade door een ongeschikte medische hulpzaak anno 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaak, aansprakelijkheid, schade, notified body
Auteurs Mr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een patiënt schade heeft geleden ten gevolge van een lekkend borstimplantaat, een niet goed sluitende hartklep, een heup die metaaldeeltjes afgeeft of een andersoortige medische hulpzaak, rijst de vraag of, en zo ja, op wie hij deze schade zou kunnen verhalen. In dit artikel wordt besproken welke actoren de patiënt zou kunnen aanspreken, waarbij met name gekeken zal worden naar recente ontwikkelingen op het gebied van de aansprakelijkheid van deze actoren.


Mr. J.T. Hiemstra
Mr. J.T. Hiemstra is promovenda en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Artikel

Zorg en ondersteuning in 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg, Jeugdwet, Zorgverzekeringswet, gemeenten
Auteurs Mr. dr. M.F. Vermaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 1 januari 2015 is de zorg in Nederland volledig opnieuw georganiseerd. De auteur geeft in dit artikel een kort overzicht van de veranderingen.


Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. Vermaat is advocaat bij Van der Woude De Graaf Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Meer duidelijkheid over procedurele aspecten van hoger beroep en cassatie tegen een deelgeschilbeschikking

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1689 (Achmea/zzp’er)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden deelgeschil, tussentijdse cassatie, ontvankelijkheid, kosten, dagvaardingsprocedure
Auteurs Mr. J.S. Overes
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft bij arrest van 19 juni 2015 bepaald dat tussentijdse cassatie na tussentijds hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking mogelijk is. Hiertoe is wel verlof van het gerechtshof vereist, tenzij het hof in hoger beroep de zaak zelf heeft afgedaan. Tussentijds hoger beroep en tussentijdse cassatie tegen een deelgeschilbeschikking is een dagvaardingsprocedure. Hierbij gelden de normale regels met betrekking tot de proceskostenveroordeling; artikel 1019aa Rv is aldus niet van toepassing, zo geeft de Hoge Raad aan. In deze bijdrage gaat de auteur op het arrest en de achterliggende zaak in, en geeft hij commentaar op de beslissingen in deze zaak.


Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

    Een discussie over de schaderegeling bij whiplashzaken (WAD graad I en II) zou als uitgangspunt moeten hebben dat de slachtoffers erkend worden in hun (soms ook blijvende) klachten en beperkingen. Het is bekend dat in deze zaken een (aantoonbaar) medisch substraat ontbreekt, maar dat betekent niet dat de klachten niet reëel zijn of daardoor niet aan een ongeval kunnen worden toegerekend. Als de klachten een zekere ernst hebben, dan kunnen daaruit ook beperkingen voor bijvoorbeeld het verrichten van arbeid voortvloeien gedurende een lange looptijd. In juridisch opzicht is de ‘whiplashdiscussie’ al gevoerd: deze heeft (te) kort gezegd in het voordeel van het slachtoffer uitgepakt. Daarmee zijn we er echter nog niet: we zouden moeten proberen de schaderegeling in deze kwesties te verbeteren.


Mr. J.F. Schultz
Mr. J.F. Schultz, re is letselschadespecialist bij Pals groep letselschadespecialisten.
Artikel

Disclosure statement voorafgaand aan het inhoudelijk onderzoek door de deskundige: een idee met haken en ogen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, disclosure, disclosure statement, deskundige, voorlopig deskundigenbericht
Auteurs Mr. M. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In een letselschadezaak wordt een verzoek gedaan aan de rechter om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. Er wordt een deskundige benoemd, waarna deze wordt gevraagd om, voorafgaand aan het inhoudelijke deel van het deskundigenonderzoek, een disclosure statement af te geven. Aan de hand van drie tussenbeschikkingen wordt bezien wat de voor- en nadelen zijn van het loskoppelen van een disclosure statement van het inhoudelijke deel van het onderzoek. Geconcludeerd wordt dat wanneer enkele randvoorwaarden in acht worden genomen de voordelen uiteindelijk zwaarder wegen dan de nadelen.


Mr. M. Visser
Mr. M. Visser is werkzaam als promovendus bij de Open Universiteit Nederland.
Artikel

Letselschade: de hypothetische situatie zónder ongeval

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden letselschade, schadebegroting, situatie zonder ongeval, causaal verband, toerekening
Auteurs Mr. A. Kolder
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter vaststelling van personenschade dient steeds zowel de situatie mét als de situatie zónder ongeval in kaart te worden gebracht, om vervolgens op basis van het verschil de (financiële) schade te kunnen begroten. In deze bijdrage wordt een nadere verfijning bepleit van het reeds door de Hoge Raad in ‘standaardrechtspraak’ ontwikkelde ‘traditionele’ normatieve kader ter begroting van personenschade. Betoogd wordt voortaan bij vaststellingen omtrent de situatie zónder ongeval nadrukkelijk(er) onderscheid te maken tussen de binnen en buiten ‘de persoon’ van het slachtoffer gelegen aspecten daarvan. Gelet op de ter bepaling van de fictieve toekomst van ieder letselschadeslachtoffer aan te leggen ‘redelijkheidstoets’ kunnen beide aspecten namelijk niet over één kam worden geschoren.


Mr. A. Kolder
Mr. A. Kolder is advocaat bij PUNT Letselschade Advocaten te Emmen en tevens docent en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen bij de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Jurisprudentie

De reikwijdte van het subrogatieverbod ex artikel 7:962 lid 3 BW

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3461 (Anderzorg-arrest)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, schadeverzekering, subrogatieverbod, vaste kracht, inleenkracht
Auteurs Mr. V. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee inzittenden, collega’s, van een auto raken betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. De bestuurder, werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst, veroorzaakte het ongeval. De benadeelde was op inleenbasis via het uitzendbureau werkzaam. De zorgverzekeraar van deze ingeleende kracht wil regres nemen op de (WAM-)verzekeraar van de werknemer. Die beroept zich op het subrogatieverbod ex artikel 7:962 BW. De rechtsvraag ligt voor of ‘degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde’ ook ingeleend personeel omvat. De Hoge Raad komt – anders dan rechtbank en hof – tot een restrictieve uitleg van het subrogatieverbod en acht subrogatie derhalve in deze verhouding mogelijk.


Mr. V. Oskam
Mr. V. Oskam is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

Geen analoge toepassing van het Hangmat-arrest op artikel 6:179 BW

Rb. Den Haag 4 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2443

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden aansprakelijkheid voor dieren, artikel 6:179 BW, Hangmat-arrest, medebezit
Auteurs Mr. M. Verheijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Eiseres wordt gebeten door hond Jengo, die gezamenlijk bezit is van haar en haar echtgenoot. Zij spreekt de aansprakelijkheidsverzekeraar van haar echtgenoot aan en vordert 50% van haar schade. Eiseres meent dat de regel uit het Hangmat-arrest voor artikel 6:174 BW ook van toepassing is op de aansprakelijkheid voor dieren (art. 6:179 BW). De rechtbank trekt de lijn van het Hangmat-arrest niet door naar artikel 6:179 BW. De rechtbank overweegt daartoe dat artikel 6:179 en 6:174 BW een andere grondslag kennen en dat de bezitter van een dier ook het ‘profijt’ van het bezit daarvan heeft.


Mr. M. Verheijden
Mr. M. Verheijden is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Artikel

Een nieuwe methode voor het berekenen van schade bij overlijden

Totstandkoming van de nieuwe rekenmethodiek in de Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden derving levensonderhoud, Notitie Denktank Overlijdensschade, Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade, De Letselschade Raad
Auteurs Mr. H.M. Storm
SamenvattingAuteursinformatie

    Samen met Jessica Laumen, initiatiefneemster en voorzitter van de Denktank Overlijdensschade, staat de auteur stil bij de totstandkoming van de Notitie Overlijdensschade van de Denktank en de inhoud daarvan. De Notitie bevat een nieuwe rekenmethodiek voor het vaststellen van overlijdensschade (derving levensonderhoud) en kwam na veel discussie en overleg met alle marktpartijen in de letselschadewereld en met behulp van onderzoek van het Nibud tot stand. Op deze nieuwe rekenmethodiek in de Notitie van de Denktank en het onderzoeksrapport van het Nibud is de nieuwe Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade van De Letselschade Raad gebaseerd. De inhoud van de richtlijn wordt besproken.


Mr. H.M. Storm
Mr. H.M. Storm was tot voor kort werkzaam als advocaat en belangenbehartiger in letsel- en overlijdensschade bij de ANWB Afdeling Rechtshulp; zij is lid van de werkgroep Normering van De Letselschade Raad.
Jurisprudentie

De zaak Robert M. in cassatie. De ouders van de slachtoffers als benadeelde partij in het strafproces: hun verplaatste schade en proceskosten

HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2668, in cassatie op Hof Amsterdam 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Robert M., benadeelde partij, art. 592a Sv, verplaatste schade, slachtoffers
Auteurs Mr. A.H. Sas
Auteursinformatie

Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsadviseur juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Jurisprudentie

De Jonge - Scheper Ziekenhuis

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden resultaatsafhankelijke beloning, letselschadebureau, no cure, no pay, buitengerechtelijke kosten, dubbele redelijkheidstoets
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
Auteursinformatie

Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Bijstand als schadepost

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Participatiewet, WWB, bijstandsuitkering, letselschade, schadevergoeding
Auteurs Mr. A.S. Oude Hergelink en Mr. dr. M.F. Vermaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Schadevergoedingen en de bijstandswet vormen geen gelukkig paar. Immers, voordat iemand een beroep op de bijstand zoals geregeld in de Participatiewet kan doen, moet er geen sprake meer zijn van vermogen boven de vrijlatingsgrens. Waarom schade vergoeden als de gemeente vervolgens de bijstand beëindigt? In deze bijdrage wordt aan de hand van wetgeving, gemeentelijke regelgeving en jurisprudentie besproken wat de gevolgen voor het recht op bijstand (kunnen) zijn wanneer een bijstandsgerechtigde een letselschadevergoeding ontvangt. Op 16 april 2014 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld dat indien het onderhavige letselschadeslachtoffer haar aanspraak op een bijstandsuitkering (deels) zou verliezen, dat aangemerkt diende te worden als schade en die schade voor vergoeding door de aansprakelijke partij in aanmerking komt. Deze uitspraak werpt een nieuw licht op de problematiek.


Mr. A.S. Oude Hergelink
Mr. A.S. Oude Hergelink is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. Vermaat is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De niet-financiële impact van schadetoebrenging en hoe daaraan tegemoet te komen

Over excuses, actieve schadeafwikkeling en procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden afwikkelingsproces, impact van schadetoebrenging, beleving van slachtoffer, emotionele bankrekening, communicatie, immateriële behoeften, excuses, procedurele rechtvaardigheid, actieve schadeafwikkeling
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en L. Hulst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek dat in opdracht van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) is verricht naar de baten, effectiviteit en methode van het bevorderen door verzekeraars van het aanbieden van excuses aan verkeersslachtoffers. Ingegaan wordt op de niet-financiële impact van schadetoebrenging en wat er voor mogelijkheden zijn om daaraan tegemoet te komen. Daarbij is niet alleen gekeken naar excuses door de veroorzaker van het verkeersongeval, maar ook naar wat verzekeraars zelf kunnen doen aan de omstandigheid dat verkeersslachtoffers door het ongeval en zijn gevolgen ook ‘rood staan op hun emotionele bankrekening’. In een volgende bijdrage zal verslag worden gedaan van door verzekeringsmaatschappijen in het kader van dit onderzoek uitgevoerde pilots.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

L. Hulst MSc
Mw. mr. L. Hulst MSc is jurist en psycholoog bij de afdeling privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Artikel

Het Consultatievoorstel: goed, maar nog niet perfect

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. A.J. Van, Mr. A.H. Blok en Mr. J.L. van Schoonhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage zullen met name de praktische kanttekeningen bij het conceptwetsvoorstel worden besproken die door de commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade in hun advies aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de orde zijn gesteld.


Mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is advocaat bij Beer Advocaten en universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.

Mr. A.H. Blok
Mr. A.H. Blok is advocaat bij Bouwman Van Dommelen advocaten en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.

Mr. J.L. van Schoonhoven
Mw. mr. J.L. van Schoonhoven is advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.
Artikel

Het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade: een beschrijving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, affectieschade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. Deze bijdrage geeft een beschrijving van het voorstel en vormt een inleiding op de bijdragen van Van, Blok en Van Schoonhoven (commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade) en van Kremer (directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars) in dit nummer.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Causaal verband in whiplashzaken: een beschouwing vanuit juridisch en medisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden whiplash, causaal verband, schade, letselschadeclaim, juridisch perspectief, medisch perspectief
Auteurs Mr. P. Oskam en Drs. A.M. Reitsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de recente rechtspraak in whiplashzaken besproken. De huidige lijn in de rechtspraak wordt vervolgens zowel vanuit juridisch als vanuit medisch perspectief belicht, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de richtlijnen van de NVN en de behandelbaarheid van subjectieve gezondheidsklachten. De auteurs gaan onder meer in op de vragen of de huidige lijn in de rechtspraak wel een gewenste ontwikkeling is en of de rechter niet te veel zijn eigen (niet medische onderbouwde) weg gaat in whiplashzaken. De auteurs pleiten voor het aannemen van een beperkte looptijd in whiplashzaken.


Mr. P. Oskam
Mevr. mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan Advocaten te Amsterdam.

Drs. A.M. Reitsma
Mevr. drs. A.M. Reitsma MD, Master of Biomedical Ethics, is medisch adviseur van ASR Schadeverzekering N.V.
Artikel

Internationale verkeersongevallen. Waarom niet alle wegen leiden naar Rome

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden internationale verkeersongevallen, Haags Verkeersongevallenverdrag, Rome II-verordening, grensoverschrijdende verkeersongevallen, internationaal privaatrecht
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij internationale verkeersongevallen in Europa wordt het toepasselijk recht bepaald aan de hand van ofwel het Haags Verkeersongevallenverdrag ofwel Rome II, afhankelijk in welk land een procedure wordt gestart. In deze bijdrage worden de verschillen tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallenverdrag in kaart gebracht. De conclusie is dat toepassing van beide verdragen naast elkaar kan leiden tot toepassing van het recht van verschillende landen. Zolang beide verdragen naast elkaar van toepassing zijn, is sprake van een systeem dat complex en verwarrend is. Dit is in strijd met het doel van Rome II om binnen Europa eenheid en duidelijkheid te creëren.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mw. mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is partner bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheid en letselschadezaken.
Artikel

Affectieschade en zorgschade; een (on)mogelijk duo?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. F.Th. Kremer
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage geeft de auteur een reactie op het conceptwetsvoorstel vanuit de kant van verzekeraars.


Mr. F.Th. Kremer
Mr. F.Th. Kremer is directeur van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV).
Artikel

Het geheim van de smid

De Wbp en het recht op inzage in en afschrift van stukken tijdens het medisch beoordelingstraject bij personenschades: waar staan we inmiddels?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wbp, medisch beoordelingstraject, recht op inzage, persoonsgegevens, personenschade
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd staat binnen de letselschadebranche ter discussie in hoeverre benadeelden met een beroep op artikel 35 Wbp inzage in en afschrift van documenten kunnen krijgen van (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, wanneer daarin persoonsgegevens zijn verwerkt. In het bijzonder speelt daarbij de vraag of benadeelden tevens recht hebben op inzage in en afschrift van (1) interne notities die in het kader van de afwikkeling van personenschades door medewerkers van verzekeraars en andere aan de zijde van verzekeraars bij de afwikkeling betrokken personen zijn opgesteld en (2) adviezen van de medisch adviseur(s) van verzekeraars. Hoewel hierover inmiddels de nodige jurisprudentie is verschenen, bestaat er op dit gebied nog steeds onduidelijkheid en vormen deze vragen nog regelmatig voer voor discussie.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

Het Experiment resultaatgerelateerde beloning – verwachtingen over werking en doelbereiking

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden no cure, no pay, honorariumafspraken, resultaatgerelateerde beloning, contingency fee, Verordening op de praktijkuitoefening
Auteurs Prof. mr. W.H. van Boom en mr. M. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verkend welke verwachtingen er onder advocaten, rechters en verzekeraars leven over de werking van het Experiment resultaatgerelateerde beloning en of dat experiment aan zijn doel zal beantwoorden. Het experiment staat onder voorwaarden toe dat een letselschadeadvocaat een ‘no cure, no pay’-afspraak met de benadeelde maakt. Het doel daarvan is het vergroten van de toegang tot het recht van letselschadeslachtoffers. Het is echter de vraag of er bij cliënten en advocaten een gedeelde behoefte bestaat om dergelijke afspraken te maken. Andere effecten zijn waarschijnlijker, zo voorspelt deze bijdrage.


Prof. mr. W.H. van Boom
Prof. mr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

mr. M. de Jong
Mr. M. de Jong was studente master Aansprakelijkheid en Verzekering aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is inmiddels schadebehandelaar bij Allianz Nederland Schadeverzekeringen. Zij schrijft op persoonlijke titel. De bijdrage werd afgesloten in augustus 2014 en bouwt voort op de resultaten van de afstudeerscriptie die de tweede auteur onder begeleiding van de eerste auteur schreef aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De auteurs danken de twaalf respondenten die bereidwillig deelnamen aan de interviews en toestemming gaven voor het weergeven van hun antwoorden in deze bijdrage.
Toont 61 - 80 van 371 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9 18 19
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.