Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 67 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Artikel

Van containers en growshops

Over functioneel daderschap als alternatief voor medeplegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden medeplegen, functioneel daderschap, functioneel medeplegen, growshops
Auteurs Prof. mr. J.M. ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraak van de Hoge Raad over medeplegen wordt soms verwezen naar de mogelijkheid om strafrechtelijke aansprakelijkheid via de figuur van het functioneel daderschap vast te stellen. Dit artikel onderzoekt de mogelijkheid of functioneel daderschap (in de vorm van functioneel plegen en functioneel medeplegen) een alternatief voor medeplegen kan vormen. De voorzichtige conclusie luidt dat de figuur van het functioneel medeplegen tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden in geval van vóór, ten tijde en na afloop van het delict geconstateerde passiviteit die strijdig is met een voor de functionaris geldende zorgplicht.


Prof. mr. J.M. ten Voorde
Prof. mr. J.M. ten Voorde is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Deze bijdrage stelt in een high level outline een aantal trends aan de orde dat in dit verband aandacht verdient. Hoewel deze trends zonder meer van betekenis zijn op het terrein van anti-corruptie, overstijgen zij deze focus en verdienen zij aandacht in breder verband. Tevens wordt in deze bijdrage een aantal te verwachten ontwikkelingen beschreven. Bij het schrijven dit artikel is met een schuin oog gekeken naar de praktijk aan gene zijde van de oceaan.


mr. T. van Roomen

mr. A. Verbruggen

    De centrale vraag in dit artikel is of rechterlijke toetsing van transacties wenselijk is. Om deze vraag te beantwoorden gaan wij in paragraaf 2 allereerst kort in op de geuite kritiek over de transactiebevoegdheid van het Openbaar Ministerie (OM). Vervolgens wordt in paragraaf 3 de huidige schikkingsregeling uiteengezet, waarna in paragraaf 4 de thans bestaande mogelijkheden om een schikking voor te leggen aan de rechter aan bod komt. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van een rechterlijke toetsing bij schikking, komt in paragraaf 5 de rechterlijke controle op schikkingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk aan bod. Wij sluiten in paragraaf 6 het artikel af met ons antwoord op de centrale vraag en doen daarnaast enkele aanbevelingen.


mr. N.G.H. Verschaeren

mr. A.B. Schoonbeek

    1. Klaagster verzocht opheffing van zowel het conservatoir als het klassiek beslag op een woning. Door klaagster was eerder aan de officier van justitie verzocht om het beslag op te heffen zodat de woning kon worden verkocht. Met de notaris zou kunnen worden overeen gekomen dat de volledige koopsom van de woning naar het BOOM dient te worden overgemaakt, zodat er voor het OM geen risico zou zijn. Het OM wees dit verzoek echter van de hand.


mr. J.L. Baar

    Deze bijdrage gaat over de eisen die op grond van artikel 21 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (hierna: Brzo) aan ‘Brzo-bedrijven’ worden gesteld. Artikel 21 Brzo bepaalt dat een bijgewerkte lijst van de aanwezige gevaarlijke stoffen moet worden bijgehouden en dat die lijst door één ieder moet kunnen worden geraadpleegd. De voorschriften van het Brzo zijn van toepassing op bedrijven die door de (toegestane) aanwezigheid of mogelijke vorming van bepaalde hoeveelheden gevaarlijke stoffen grote risico’s met zich brengen voor mens en milieu.


mr. B. d'Hooghe

mr. I.P. de Groot

    In dit stuk zetten de auteurs de huidige stand van zaken rond het recht op consultatiebijstand voor niet-aangehouden verdachten uiteen en betogen zij dat de rechtspraak van de Hoge Raad ter zake de consultatiebijstand voor deze categorie verdachten de toets van het EHRM niet kan doorstaan.


mr. J.T.E. Vis

mr. E. van Reydt

    In bijna een kwart van de faillissementsdossiers is vermoedelijk sprake van enige vorm van fraude. Dit blijkt uit redelijk recent onderzoek dat in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie is uitgevoerd. Uitgaande van ongeveer 10.000 faillissementen (landelijk) op jaarbasis, zou dat kunnen betekenen dat er elk jaar in ongeveer 2.500 dossiers sprake is van fraude. Het bedrag dat aan onbetaalde vorderingen achterblijft in alle frauduleuze faillissementen werd in 2011 geraamd op ruim 1,7 miljard euro per jaar.


mr. J.C. Reddingius
Toont 61 - 67 van 67 gevonden teksten
1 2 4 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.