Zoekresultaat: 73 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Corporate governance op de grens van een nieuw decennium

Verhoudingen tussen bestuur, commissarissen en aandeelhouders van de beursvennootschap

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden corporate governance, wetsvoorstel corporate governance, rapport commissie-De Wit, ASMI-beschikking, Corporate Governance Code, Code 2009, Code Banken
Auteurs Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Corporate governance gaat over het functioneren van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Het functioneren (of disfunctioneren) van die organen bij beursvennootschappen staat volop in de belangstelling, mede door de financiële crisis. Na een inleiding over de stand van zaken doet deze bijdrage verslag van: het wetsvoorstel corporate governance, het rapport van de commissie-De Wit, de enquêtebeschikking van de Hoge Raad inzake ASMI, de Corporate Governance Code 2009 en het rapport van de Monitoring Commissie over de naleving ervan, en de Code Banken en de Voorrapportage van de Monitoring Commissie Code Banken. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen, waarin een aantal tendensen wordt waargenomen dat in de eerstkomende tijd relevant zal zijn voor de ontwikkeling van corporate governance voor beursvennootschappen.


Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gezondheidszorg, verticale integratie, Europese schaderichtlijnen, mededingingstoezicht
Auteurs Mr. dr. E.H.M. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    Minister Schippers (VWS) is een verklaard tegenstander van fusies tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Als gevolg van de Europese schaderichtlijnen kan zorgverzekeraars echter niet worden verboden om zorgaanbieders in bezit te hebben. Om verticale integratie sterk te ontmoedigen zou de minister kunnen besluiten om artikel 11 lid 1 Zvw te clausuleren. En wel zodanig dat zorgverzekeraars alleen nog zorg mogen aanbieden of vergoeden die wordt geleverd door zorgaanbieders waarmee de zorgverzekeraar niet organisatorisch verbonden is in de zin van artikel 24b van Boek 2 BW. Een dergelijke clausulering is echter hoogst onwenselijk. Zorgverzekeraars hebben dan minder mogelijkheden om hun zorgplicht waar te maken. Ook wordt de substantiële doelmatigheidswinst die met verticale integratie kan worden bereikt dan onmogelijk gemaakt. Behalve onwenselijk is het tegengaan van verticale integratie ook onnodig. Het huidige toezichtkader is toereikend om mededingingsproblemen te voorkomen. Met het oog op een doelmatige zorgverlening zou de minister toetreding van verticaal geïntegreerde zorgorganisaties moeten vergemakkelijken in plaats van tegenwerken.


Mr. dr. E.H.M. Loozen
Mr. dr. E.H.M. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M.Varkevisser is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Klantvergoeding bij opzegging agentuurovereenkomst

HvJ EU 28 oktober 2010, zaak C-203/09 (Volvo Car Germany)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Richtlijn 86/653/EEG van 18 december 1986 aangaande de coördinatie van de wetgeving van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten, klantvergoeding, agentuurovereenkomst, dringende reden, Draft Common Frame of Reference (DCFR)
Auteurs Mr. D.J. Beenders en Mr. R.C. Reitsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest staat de uitleg van art. 18 sub a van de Richtlijn 86/653/EEG van 18 december 1986 inzake zelfstandige handelsagenten centraal. Dit artikellid betreft een van de uitzonderingen op het recht van de handelsagent op een klantvergoeding bij het einde van de agentuurovereenkomst, namelijk in het geval zich een dringende reden voor opzegging voordoet. Volgens het Hof komt het recht op een klantvergoeding eerst te vervallen wanneer er een causaal verband bestaat tussen de dringende reden en de beslissing van de principaal de agentuurovereenkomst te beëindigen. De auteurs geven commentaar bij deze uitleg door het Hof.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. R.C. Reitsma
Mr. R.C. Reitsma is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Zorgspecifieke fusietoets is overbodig en ongewenst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden fusie, zorgspecifieke fusietoets, Zeeuwse ziekenhuisfusie, toezichtkader NMa
Auteurs Dr. M. Varkevisser en Prof. dr. F.T. Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fusietoezicht van de NMa in de gezondheidszorg staat veelvuldig ter discussie. Minister Schippers (VWS) is van plan een zorgspecifieke fusietoets in te voeren om de tendens tot schaalvergroting in de zorgsector tegen te gaan. Bij deze fusietoets, die vooraf gaat aan een eventuele fusietoets door de NMa, moet de IGZ beoordelen welke effecten een zorgfusie naar verwachting heeft op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg. Hoewel het toezicht op zorgfusies inderdaad beter kan, is de invoering van een zorgspecifieke fusietoets overbodig en ongewenst. Zoals de beoordeling van de Zeeuwse ziekenhuisfusie laat zien, brengt een zwaardere rol voor de IGZ bij afwezigheid van eenduidige en objectieve criteria ten aanzien van de vereiste (minimum)kwaliteit het risico met zich mee dat zorgfusies om redenen van vermeende kwaliteitsvoordelen te gemakkelijk worden goedgekeurd. De tendens tot schaalvergroting wordt door de zorgspecifieke fusietoets dus eerder versterkt dan verzwakt. Een zorgspecifieke fusietoets is daarom niet alleen overbodig maar ook ongewenst. Het recent aangescherpte toezichtkader biedt de NMa voldoende houvast om fusies te verbieden die de keuzemogelijkheden in de zorg te sterk beperken.


Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is universitair hoofddocent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T Schut is hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Diversen

Synergie tussen toezicht en innovatie

Naar een ander perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden toezicht, toezichtfalen, cybernetisch of lerend perspectief, innovatief vermogen, zorginnovatie
Auteurs Prof. dr. K. Putters en M. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de gezondheidszorg in de toekomst toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit te houden is er een grote behoefte aan zorginnovaties. Momenteel is er echter grote onvrede over het gebrekkige innovatieve vermogen van de zorg en over de traagheid waarmee innovaties ter beschikking komen aan patiënten. Dit essay beschrijft toezichtfalen als mogelijke verklaring hiervoor. Het huidige toezicht voldoet niet omdat het ingevuld is vanuit een verkeerd perspectief op toezicht en innovatie. Toezichthouders hebben een te sterke focus op de scheiding van machten en verantwoording binnen de keten. Dit heeft tot gevolg dat toezicht innovatie remt, dat een integraal zicht op effecten van innovatie ontbreekt en dat er kansen om de zorg innovatiever te maken onbenut blijven. Een alternatieve invulling van toezicht op basis van een lerend perspectief past beter bij de onzekere en risicovolle aard van innovatieprocessen. Een nadere invulling hiervan is in staat de onvrede over het gebrekkige innovatieve vermogen weg te nemen.


Prof. dr. K. Putters
Prof. dr. K. Putters is hoogleraar Management van zorginstellingen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

M. Janssen
M. Janssen MSc is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het terrein van zorginnovatie.
Discussie

Hoe meer keus, hoe beter?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Europees contractenrecht, groenboek, consumentenrecht, consumentenbescherming
Auteurs Dr. V. Mak M.Jur
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft met haar recente Groenboek voor het Europees contractenrecht een aanzet gegeven tot nieuwe regelgeving. Uit dit proces zal in de loop van 2011 een concreet voorstel voor nieuwe Europese wetgeving voortvloeien, naar verwachting in de vorm van een ‘optioneel instrument’. Daarmee wordt bedoeld een nieuwe, uniforme regeling die contractspartijen in Europa als toepasselijk recht kunnen kiezen. De vraag die in deze Impressie centraal staat, is of, en welke, toegevoegde waarde deze regeling kan hebben voor het consumentenrecht. Geldt met betrekking tot rechtskeuze in de EU-consumentenmarkt ‘hoe meer keus, hoe beter’?


Dr. V. Mak M.Jur
Dr. V. Mak M.Jur is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

The UK Bribery Act 2010 and its Relevance for Dutch Corporates

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2011
Trefwoorden bribery, corruption, FCPA, omkoping
Auteurs E.F. Barker LL.B BPPM
SamenvattingAuteursinformatie

    An overview of the UK Bribery Act 2010, which is expected to come into effect in April 2011, and its impact for Dutch companies and partnerships, including the new corporate offence of failing to prevent bribery and the importance of procedures for both prevention and defence of bribery charges.


E.F. Barker LL.B BPPM
E.F. Barker LL.B BPPM (Hons) is a lawyer at Allen & Overy in Amsterdam.
Artikel

De D&A-code van corruptie

Lessen uit een anticorruptietraining bij Douane en Accijnzen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2011
Trefwoorden corruption, aetiology, anti-corruption policy, customs
Auteurs Arne Dormaels en Gudrun Vande Walle
SamenvattingAuteursinformatie

    The Belgian Customs Administration has taken the lead on the federal level to elaborate an anti-corruption policy. Up till now the initiatives of the administration D&A consisted of: anti-corruption training for the complete staff, a distribution of the relevant regulation concerning corruption and the setting up of an internal complaints desk. These measures suggest that mainly the individual employee has to take responsibility to prevent corruption. Based on three related research stages we conclude that the social-economic context and the organisational characteristics also contribute to the explanation of corruption which implies to go beyond the micro-level when developing an anti-corruption policy. The structure of our analysis is based on the five key variables of Gobert and Punch: the social, economic and cultural characteristics, the nature and structure of the organisation, rationality, neutralisation techniques and moral disengagement and crime facilitative characteristics. This contribution is the first section of a research project on the responsibilities of the public sector and the private companies for public corruption.


Arne Dormaels
Drs. A.P.K. Dormaels is doctoraal onderzoeker binnen de onderzoeksgroep Governing and Policing Security (GaPS) aan de Hogeschool Gent – Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde. Hij is tevens geaffilieerd lid van de Associatie Universiteit Gent binnen de associatieonderzoeksgroep Governance of Security, arne.dormaels@hogent.be.

Gudrun Vande Walle
Dr. G.C.M. Vande Walle is postdoctoraal onderzoeker binnen de onderzoeksgroep Governing and Policing Security (GaPS) aan de Hogeschool Gent – Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde. Ze is tevens geaffilieerd lid van de Associatie Universiteit Gent binnen de associatieonderzoeksgroep Governance of Security, gudrun.vandewalle@hogent.be.
Artikel

Criminaliteit en werk

Een veelzijdig verband

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2011
Trefwoorden employment, corruption, organisational crime, life course
Auteurs Judith van Erp, Victor van der Geest, Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Employment and crime are commonly assumed to be negatively correlated. Those employed are less likely to commit crimes, and conversely, those who have a criminal record are less likely to become employed. Criminological research has provided strong empirical and theoretical support for the link between employment and crime, but also suggests that a complex set of mechanisms may be at play. Additionally, studies show that employment can also increase the risk of criminal behaviour. In the introduction of this special issue, three causal relationships in the work-crime nexus will be discussed: employment causing crime, employment preventing crime, and crime blocking future employment.


Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is criminoloog aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, vanerp@frg.eur.nl.

Victor van der Geest
Dr. V.R. van der Geest is als universitair docent verbonden aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en als onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), vvandergeest@nscr.nl.

Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.

Janna Verbruggen
J. Verbruggen, MSc is als promovendus verbonden aan het Phoolan Devi instituut, in een samenwerkingsverband tussen de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), jverbruggen@nscr.nl.
Artikel

Rechtspraak op televisie?

Een bespreking van het rapport van de commissie-Van Rooy

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2011
Auteurs G. Kor
Auteursinformatie

G. Kor
Dr. Gerben Kor is advocaat, mediaspecialist, programmamaker en onderzoeker aan de Vrije Universiteit. Hij is auteur van Medialisering van recht (Kluwer, 2008).
Artikel

Access_open Techno-regulation and law: rule, exception or state of exception?

A comment to Han Somsen and Luigi Corrias

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2011
Trefwoorden code, citizenship, trans-generational justice, agency, ethics and politics
Auteurs Oliver W. Lembcke
SamenvattingAuteursinformatie

    Luigi Corrias challenged Han Somsen’s plea for an effective regulation in the wake of an impending ecological catastrophe. This article takes up some of the arguments that have been exchanged: First, the paper criticises Corrias’s call for an ‘eco-logos’ as an ethical evasion of the political dimension that regulations aiming at a radical policy change necessarily entail. Secondly, it disputes the assumption that Somsen’s argument invites the notion of Carl Schmitt’s state of exception. Thirdly, the paper discusses the possible effects that code law might have on the concepts of agency (lack of autonomy) and citizenship (loss of justice).


Oliver W. Lembcke
Oliver W. Lembcke is Associate Professor of Political Theory at the Friedrich Schiller University in Jena.

Nathan Betancourt

Barbara Krug
Both authors are affiliated with the Rotterdam School of Management, Erasmus University Rotterdam, PO Box 1738, 3000 DR, Rotterdam, The Netherlands, nbetancourt@rsm.nl, bkrug@rsm.nl.
Toont 61 - 73 van 73 gevonden teksten
1 2 4 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.