Zoekresultaat: 115 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Nudgen tegen versterking van het broeikaseffect

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2016
Trefwoorden nudging, broeikaseffect, onrechtmatige daad, generieke zorgplicht, oneerlijke handelspraktijken
Auteurs Mr. Dr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nudge laat zich vertalen als een duwtje in de gewenste richting. Goed gebruik van nudging kan bijdragen aan vermindering van de versterking van het broeikaseffect. Naast enthousiasme over de potentie van nudging, bestaat echter ook debat over de juridische en ethische aspecten van dit fenomeen onder meer in relatie tot manipulatie en onrechtmatige daad. In dit artikel worden de mogelijkheden en grenzen van nudging met betrekking tot het broeikaseffect uiteengezet.


Mr. Dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is zelfstandig trainer en adviseur op juridisch en compliance-gebied. Daarnaast is zij als research fellow verbonden aan het Tilburg Institute for Private Law (TIP) van Tilburg University en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Naar een duurzame warmtevoorziening

Recente ontwikkelingen en knelpunten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2016
Trefwoorden energietransitie, duurzame warmte, Warmtewet, geothermie, netbeheer
Auteurs Mr. S. Simonetti
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel beschrijft recente ontwikkelingen en stimuleringsmaatregelen met betrekking tot warmtenetten en duurzame warmteprojecten, waaronder geothermie. Hierbij komen juridische knelpunten aan de orde die van belang zijn voor projectontwikkelaars, financiers, netbeheerders, leveranciers en afnemers. De auteur gaat ook in op wetsvoorstellen voor herziening van de Warmtewet en Wet Voortgang Energietransitie.


Mr. S. Simonetti
Mr. S. Simonetti is advocaat en director energy & sustainability bij HVG Advocaten en Notarissen in Amsterdam.
Artikel

Regulering van crowdfundingplatforms: een goede stap in de verkeerde richting

Het huidige systeem van regulering, het Wijzigingsbesluit financiële markten 2016 en de wenselijkheid van een (meer) toegesneden regelgevend kader

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden crowdfunding, crowdfundingplatform, regulering, wijzigingsbesluit, platform
Auteurs Mr. J.R.C. Tangelder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de regulering van crowdfunding centraal. Al geruime tijd worstelen wetgever, toezichthouder en marktpartijen met niet voor crowdfunding geschreven wet- en regelgeving. Besproken worden knelpunten in de huidige systematiek en een alternatieve wijze van regulering van de crowdfundingpraktijk.


Mr. J.R.C. Tangelder
Mr. J.R.C. Tangelder is als promovendus verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Tussen Scylla en Charybdis

Spanningsvelden en taakopvattingen in het licht van schadelijk maar legaal ondernemingsgedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden reflectief toezicht, buitenwettelijk toezicht, spanningsvelden, taakopvatting, dialoog
Auteurs Mr. drs Aute Kasdorp
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederlandse toezichthouders worstelen met schadelijk maar legaal ondernemingsgedrag. Dit artikel laat spanningsvelden zien die toezichthouders in dit kader ondervinden, en plaatst dit in een kader van vier mogelijke taakopvattingen. Een dialoog over deze spanningsvelden en taakopvattingen kan de discrepantie verkleinen tussen wat toezichthouders doen en wat de samenleving van hen verwacht.


Mr. drs Aute Kasdorp
Mr. drs. E.A. (Aute) Kasdorp MBA is promovendus in het ‘Modern Toezicht’ onderzoeksprogramma van de Rotterdam School of Management (RSM), Erasmus University, en manager bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Het artikel is geschreven op persoonlijke titel. Aute Kasdorp verwelkomt contact naar aanleiding van dit artikel via

    The contribution assesses Germany’s better regulation system as quality assurance system. At first, the paper outlines the development of the system over the last years and describes its main characteristics. The introduction of the Nationaler Normenkontrollrat (National Regulatory Control Council) in 2006 can be seen as a cornerstone in this respect. The competency of the National Regulatory Control Council was extended in 2011 and a new concept of cost measurement of regulatory costs - compliance costs - was introduced. The new concept captures not only the costs arising from information obligations, but all compliance costs of a regulation. Secondly, the paper discusses the challenges to the better regulation system, in particular, those due to Germany’s federal structure providing in most legislative areas for a separation of actual law making at the federal level and execution of laws by the German Länder (and their municipalities).


Dirk Zeitz
Research Fellow at Deutsches Forschungsinstitut für öffentliche Verwaltung (FÖV).Contact details: Freiherr-vom-Stein-Str. 2, 67346 Speyer, Email: zeitz@foev-speyer.de, Phone: +49 (0)6232 654-301.

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.


Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.
Artikel

Copy, paste

Over de uitleg van boilerplate-bedingen en wat kunnen we leren van het Amerikaanse recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
Auteursinformatie

Mr. J.W.A. Dousi
Mr. J.W.A. Dousi is promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen en legal counsel bij Koninklijke FrieslandCampina N.V.
Artikel

De functie van de kwaliteitsborging in het zorgstelsel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden kwaliteit van zorg, professionele standaard, private regulering
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In het gezondheidsrecht is de ontwikkeling van private normen van groot belang. Tussen normen van de wetgever en toetsing door de rechter ontwikkelt zich steeds meer een laag van standaarden, richtlijnen en protocollen. Deze geven invulling aan de meer globale normen en plichten die in formele wetgeving zijn neergelegd. Het Zorginstituut Nederland speelt hierin een belangrijke rol door registratie van richtlijnen en protocollen. De auteur gaat onder meer in op de ontwikkeling en vormgeving van de kwaliteitsnormering en plaatst enkele kanttekeningen daarbij. Zo zal de verwachting dat met deze ontwikkeling ook transparantie bij kwaliteit van zorg kan worden bevorderd, voorlopig niet zijn gerealiseerd. Integendeel, het heeft eerder de ondoorzichtigheid van het kwaliteitsvraagstuk in beeld gebracht. Het is zelfs de vraag of met een tendens naar standaarden als algemene, minimale kwaliteitsnormen met optimale doelmatigheid met de registratie wel de goede sleutel tot het goed functioneren van het stelsel is gevonden.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. (Jaap) Sijmons is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nysingh te Zwolle.
Artikel

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.


Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Predictive policing: politiewerk aan de hand van voorspellingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2016
Trefwoorden predictive policing, prescriptive policing, Big Data, risks, legal safeguards
Auteurs Ir. A. de Vries en Dr. S. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Law enforcement around the world, including the Netherlands, is currently experimenting with predictive policing: policing based on crime predictions. Big Data on past crimes and the help of sophisticated machine learning enable police to use reliable predictions about when and where the next offense will take place. If the effectiveness of policing actions is stored in the system, it can also predict which intervention is most effective. This is called prescriptive policing. The authors explain how these methods work, how reliable and effective they are and which associated risks can be identified. The authors emphasize that legal, ethical and organizational safeguards are necessary for a responsible implementation.


Ir. A. de Vries
Ir. Arnout de Vries is senior onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en veiligheid bij TNO en auteur van het boek Social media: het nieuwe DNA.

Dr. S. Smit
Dr. Selmar Smit is aan de Vrije Universiteit Amsterdam gepromoveerd op het onderwerp machine learning en sindsdien werkzaam als data scientist bij TNO.
Boekbespreking

Optische regelnaleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Auteurs Dr. Karin van Wingerde
Auteursinformatie

Dr. Karin van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent, sectie criminologie aan Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Article 60(1)(g) of the Romanian Labour Code does not allow an employer to dismiss trade union leaders for reasons other than disciplinary misconduct or judicial reorganisation, dissolution or bankruptcy of the employer. The Constitutional Court has recently ruled that Article 60(1)(g) is unconstitutional.


Andreea Suciu
Andreea Suciu is Head of Employment & Pensions with Noerr in Bucharest, www.noerr.com.

    An employee challenged whether her employer’s refusal to provide childcare vouchers during maternity leave was discriminatory. The Employment Appeal Tribunal (EAT) determined, somewhat tentatively, that where childcare vouchers are provided through a salary sacrifice scheme, it is not discriminatory for employers to cease to provide childcare vouchers during maternity leave.


Catherine Hayes
Catherine Hayes is an Associate at Lewis Silkin LLP: www.lewissilkin.com.

    Following the latest case law of the Supreme Court of Lithuania, it is not enough to state that an employee cannot work for a competitor during their employment. It is necessary to pay compensation in order for the non-compete obligation to be legally enforceable, because of the onerous nature of the obligation.


Inga Klimašauskienė
Inga Klimašauskienė is an Associate Partner at GLIMSTEDT in Vilnius, www.glimstedt.lt.

    The Supreme Court in this case establishes conditions to be met in order for the member of a Board of Directors to qualify as a self-employed “entrepreneur”. In light of these conditions, Directors must be considered to have the status of “individual contractor”, obligating them to pay increased social security contributions.


Marcin Wujczyk Ph.D.
Marcin Wujczyk, Ph.D., is a partner with Ksiazek & Bigaj in Krakow, www.ksiazeklegal.pl.

    The employee, a public servant, criticised her employer’s director in an email that she sent all of her co-workers. The email made its way into a newspaper. She was dismissed. She challenged her dismissal successfully: the Supreme Court, weighing the employee’s right to freedom of speech against the employer’s right to protect its reputation and business interests, held the dismissal to be unfounded.


Nives Slemenjak
Nives Slemenjak is an associate at Schoenherr, in Ljubljana: www.schoenherr.eu.
Case Reports

2016/33 Supreme Court clarifies rules on redundancy selection methods (NO)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Redundancy selection
Auteurs Tore Lerheim en Ole Kristian Olsby
SamenvattingAuteursinformatie

    The basic rule in Norwegian law is that an employer planning to reduce headcount must apply the rules for selecting those to be dismissed (based on seniority, qualifications, personal circumstances, etc.) to the entire workforce within the relevant legal entity. However, there are circumstances under which the employer may limit the pool of employees within which to apply those rules. In this case, the employer was justified in limiting that pool to one employee, thereby avoiding the need to make a selection.


Tore Lerheim
Tore Lerheim and Ole Kristian Olsby are partners with Homble Olsby advokatfirma in Oslo, www.Homble-olsby.no.

Ole Kristian Olsby

    It has become evident that the use of performance and image enhancing drugs (PIEDs) is becoming an important societal issue, with ramifications extending beyond elite sport. A particular concern of authorities is that the majority of PIEDs are not legally obtained through a physician, by means of a prescription, but instead are illegally purchased on the illicit market. Currently little research exists on the illegal production and supply of PIEDs. However, understanding illicit PIED markets is important for policy decisions as knowledge on the production and supply of these substances may assist in designing law enforcement efforts, harm reduction initiatives and other measures. This article will, therefore, focus on the production and supply of PIEDs in Belgium and the Netherlands. Specifically, it will examine the general characteristics of PIED suppliers and the ways in which the behaviour of dealers are influenced by cultural factors. In particular the role of the legal profession of PIED suppliers is examined, taking the fitness industry as an example. This research is based on a content analysis of 64 PIED-dealing cases initiated by criminal justice agencies in the Netherlands (N=33) and Belgium (N=31). This article illustrates that the dealing of PIEDs is a rather specialised business and that not everyone has the suitable ties, opportunities and/or knowledge to enter the PIED market. Many PIED dealers are already devoted to a gym, sport, medical, or other subculture before becoming involved in dealing. Importantly, the embeddedness of PIED-related supply-side activities in legitimate professions, roles, and institutional settings form an integral part of the market culture these dealers engage in. We, therefore, need to examine the production, distribution and use of PIEDs, as embedded within a diverse combination of social, economic and cultural processes, in which none is simply reducible to the other.


dr. Katinka van de Ven
Dr. Katinka van de Ven is werkzaam als Lecturer in Criminology aan de Birmingham City University. Zij is daarnaast oprichter en coördinator van het Human Enhancement Drug Network (HEDN) (www.humanenhancementdrugs.com).

    GHB is an anaesthetic that in Netherlands since the 1990s is used as a drug by various groups. Although GHB is often defined as a ‘party drug’, particularly in rural areas it is also used in street cultures. GHB is mainly used recreationally, but a minority uses the drug frequently and/or becomes addicted. GHB use and associated problems are disproportionately spread across the Netherlands and are concentrated in certain rural areas (‘trouble spots’), especially in low SES villages or neighbourhoods. Predominantly based on qualitative research, this article describes supply and use of GHB in rural ‘trouble spots’. The profile of experienced current GHB users in rural areas is characterized by a wide age range, a low level of education, often multiple psychosocial problems and poly drug use. They are almost exclusively ‘white’, in majority male users, of whom a large part has been arrested on several occasions. From a supply perspective, GHB could spread quickly because of the short distribution chain, the limited social distance between dealers and users, as well as the closeness an reticence of user groups. Even though as a drug GHB is very different from methamphetamine, there are striking similarities in set and setting characteristics between rural GHB use in the Netherlands and rural methamphetamine use in the US.


Dr. Ton Nabben
Dr. Ton Nabben is onderzoeker en docent op het Bonger Instituut voor Criminologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is medeauteur van het jaarlijks verschijnende Antenneonderzoek naar trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. In 2010 kwam zijn proefschrift uit over het gebruik van uitgaansdrugs in Amsterdam.

prof. dr. Dirk J. Korf
Prof. dr. Dirk J. Korf is bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Hoe denken Zuidas-advocaten over mediation?

Advocaten van de grote zakelijke kantoren (NL) geïnterviewd over mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Business-mediation, zakelijke mediation, interviews, advocaten
Auteurs Lodewijk Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    It is often assumed business mediation in The Netherlands is not used to its full potential. This article reports on 17 interviews with lawyers from leading Dutch business law firms about their considerations regarding mediation. Most reasons mentioned to turn to mediation are in line with the advantages of mediation described in the literature. Unique positive considerations are: (i) mediation may serve as a substitute for confidential discussions between lawyers and (ii) a mediator may help to sidetrack the sub-standard lawyer on the other side. Reasons mentioned to refrain from mediation are: (i) attempts to resolve the conflict have already been made at various hierarchical levels of the companies involved; (ii) for lawyers with adequate negotiation skills a mediator has little added value; (iii) parties require a formal judgement; (iv) mediation implies some sort of compromise; (v) lack of trust between parties; (vi) not knowing any sufficiently skilled business mediators.


Lodewijk Smeehuijzen
Lodewijk Smeehuijzen is hoogleraar privaatrecht aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Toont 61 - 80 van 115 gevonden teksten
1 2 4 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.