Zoekresultaat: 179 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

TenneT/ABB: een mijlpaal voor kartelschade én het algemene schadevergoedingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden kartelschade, voordeelstoerekening, bewijslast(verdeling), passing-on verweer, doorberekeningsverweer
Auteurs Mr. J.A. Möhlmann en Mr. M.R. Fidder
SamenvattingAuteursinformatie

    Het TenneT/ABB-arrest van de Hoge Raad vormt een mijlpaal voor kartelschade en het algemene schadevergoedingsrecht. Het biedt duidelijkheid over het bij kartelschade belangrijke passing-on verweer en herziet de vereisten voor voordeelstoerekening. Het arrest werpt echter ook nieuwe vragen op met betrekking tot de bewijslastverdeling bij toerekening van voordeel.


Mr. J.A. Möhlmann
Mr. J.A. Möhlmann is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. M.R. Fidder
Mr. M.R. Fidder is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.
Artikel

De studenten-OV is niet in strijd met het EU recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Burgerschap van de Unie, discriminatie op grond van nationaliteit, steun voor levensonderhoud, Richtlijn 2004/38/EG, artikel 18 VWEU
Auteurs Mr. dr. M. de Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest geeft het Hof van Justitie uitleg over artikel 24 lid 2 van Richtlijn 2004/38/EG. Deze bepaling is een uitzondering op het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit voor studiebeurzen en studieleningen voor levensonderhoud. Uit het eerdere arrest Commissie/Oostenrijk blijkt dat niet alle steun aan studenten kan worden gekwalificeerd als een studiebeurs of een studielening in de zin van deze bepaling. In het onderhavige arrest oordeelt het Hof van Justitie dat de Nederlandse studenten-OV er wel onder valt, omdat die de kenmerken vertoont van en verwant is aan ofwel een studiebeurs ofwel een studielening.
    HvJ 2 juni 2016, zaak C-233/14, Commissie/Nederland (studenten OV), ECLI:EU:C:2016:396.


Mr. dr. M. de Mol
Mr. dr. M. (Mirjam) de Mol is onderzoeker aan het Maastricht Centre of European Law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

Wederzijds vertrouwen in EAB-zaken op de helling?

Law in action vs. law in the books

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel, overleveringswet, wederzijds vertrouwen en erkenning, grondrechtenbescherming, artikel 4 Handvest
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het beginsel van wederzijds vertrouwen en de erkenning van rechterlijke uitspraken in de EU is vanaf de invoering van het Europees aanhoudingsbevel in 2004 het uitgangspunt geweest. Het Hof van Justitie heeft daaraan ook strak de hand gehouden. Met het arrest in de zaken Pál Aranyosi en Robert Căldăraru erkent het Hof van Justitie dat een uitzondering mogelijk is in het geval van een dreigende schending van het in artikel 4 Handvest neergelegde verbod van een onmenselijke of vernederende behandeling op grond van de detentieomstandigheden in de aangezochte staat. In deze bijdrage wordt de betekenis van dit arrest bezien voor de Europese strafrechtelijke samenwerking.
    HvJ 5 april 2016, gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU, Pál Aranyosi en Robert Căldăraru, ECLI:EU:C:2016:198


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Viermaal auteursrecht in de digitale eengemaakte markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Digitale eengemaakte markt, Auteursrecht, Digitaal en grensoverschrijdend gebruik, Online-uitzendingen van omroeporganisaties, Visueel gehandicapten
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Als onderdeel van haar strategie voor een ‘digitale eengemaakte markt’ (Digital Single Market, afgekort DSM) heeft de Europese Commissie op 14 september 2016 voorstellen gedaan voor maar liefst vier verschillende instrumenten op het gebied van het auteursrecht: een richtlijn en een verordening over digitaal en grensoverschrijdend gebruik én een richtlijn en een verordening over gebruik voor visueel gehandicapten. Deze voorstellen worden in deze bijdrage besproken.

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt- COM(2016)593. (‘DSM-richtlijn’)

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s - COM(2016)594. (‘Online Omroep verordening’, (OOV))

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde door het auteursrecht en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben - COM(2016)595 (‘Marrakesh’-verordening).

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij - COM(2016)596. (‘Marrakesh’-richtlijn)


Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is hoogleraar Intellectuele Eigendom in Leiden en advocaat in Amsterdam.
Artikel

Afstemming in de eenentwintigste eeuw: de rol van bewijsvermoedens voor onderling afgestemde feitelijke gedraging door deelname aan online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden mededingingsrecht, bewijsvermoeden, procedurele autonomie, onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Prof. mr. A. Gerbrandy en T. Binder
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Eturas werd het Hof van Justitie gevraagd om een nadere uitleg te geven aan het begrip ‘afstemming tussen ondernemingen’ in de zin van een onderling afgestemde feitelijke gedraging (art. 101 lid 1 VWEU). Het belang van dit arrest ligt ten eerste in de constatering dat afstemming plaats kan vinden door middel van deelname van ondernemingen aan een online platform beheerd door een derde (niet-concurrerende) partij, en ten tweede in de verdere verfijning van de toelaatbaarheid van bewijsvermoedens; meer specifiek van de grenzen die het onschuldbeginsel daaraan stelt.
    HvJ 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42.


Prof. mr. A. Gerbrandy
Prof. mr. A. (Anna) Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

T. Binder
T. (Tom) Binder is student in de master European Law aan de Universiteit Utrecht en als student-assistent verbonden aan het Europa Instituut van die universiteit.
Artikel

De voorrang van het Unierecht anno 2016: van een absolute regel naar een zwaarwegend principe?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Voorrang van het Unierecht, Handhaving gevolgen van een met het Unierecht strijdige nationale regeling, Winner Wetten, Inter-Environnement Wallonie, Verplichting nationale rechter tot het stellen van prejudiciële vragen
Auteurs Mr. drs. R. van der Hulle
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage staat in het teken van het arrest Association France Nature Environnement. In dit arrest staat de bevoegdheid van de nationale rechter om de gevolgen van een met het Unierecht strijdige nationale regeling te handhaven centraal. Deze bevoegdheid raakt aan de voorrang van het Unierecht en de daaraan gekoppelde verplichting voor iedere nationale rechter om met het Unierecht strijdig nationaal recht buiten toepassing te laten. Het arrest maakt duidelijk dat het Hof van Justitie in zeer uitzonderlijke gevallen bereid zou kunnen zijn om de voorrang van het Unierecht niet langer als een absolute regel te hanteren.
    HvJ 28 juli 2016, zaak C-379/15, Association France Nature Environnement/Premier Ministre en Ministre de l’Écologie, du Développement durable et de l’Énergie, ECLI:EU:C:2016:603


Mr. drs. R. van der Hulle
Mr. drs. R. (Rob) van der Hulle is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Samenwerking tussen inspecties over de grenzen heen: vormen, redenen, uitdaging en strategie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Europese regelgeving, samenwerken, inspectiediensten, internationaal
Auteurs Prof. dr. Martijn Groenleer
SamenvattingAuteursinformatie

    In vrijwel alle beleidssectoren is sprake van afstemming tussen nationale inspecties over de wijze waarop ze toezicht houden op de uitvoering van Europese regels. In sommige gevallen wordt verregaand Europees samengewerkt tussen inspecties of vindt zelfs centralisering van toezicht plaats op Europees niveau. De vraag is dus niet zozeer of nationale inspecties samenwerken, veel meer in welke vorm ze dat doen en met welke redenen. Deze vragen staan centraal in dit artikel. Het artikel maakt een eerste inventarisatie en classificatie van de institutionele vormgeving van Europese samenwerking en ontwikkelt een voorlopige typologie van de overwegingen die inspectiediensten hebben voor zulke samenwerking.


Prof. dr. Martijn Groenleer
M.L.P. Groenleer is hoogleraar recht en bestuur aan Tilburg University en directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Artikel

Overnamegevechten, ongewenste investeerders en vitale vennootschappen

Is een investeringstoets ter waarborging van ‘het algemeen belang’ wenselijk?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden overname, algemeen belang, ongewenste investeerder, investeringstoets, KPN
Auteurs Mr. P.W.M. van Slobbe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de waarborging van het algemeen belang binnen overnames centraal. Besproken wordt of het wenselijk is dat (in het licht van een mogelijk wetsvoorstel) het verkrijgen van zeggenschap in bepaalde voor Nederland vitale vennootschappen, zoals KPN, wordt getoetst op mogelijke bedreigingen voor het algemeen belang.


Mr. P.W.M. van Slobbe
Mr. P.W.M. van Slobbe is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Duale Master Onderneming en Recht.
Praktijk

Corporate Governance in Nederland: lange termijn waardecreatie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, cultuur, Lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof.mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Voorstel voor herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code d.d. 11 februari 2016 wordt de nadruk gelegd op de focus op lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming. Het huidige richtsnoer: “het creëren van aandeelhouderswaarde op lange termijn” zou dan uit de Code verdwijnen. Het is kennelijk de bedoeling dat de lange termijn waardecreatie ten bate van alle stakeholders geschiedt. Onder het door de Commissie gehanteerde begrip “stakeholders” vallen ook maatschappelijke groeperingen. De auteur beantwoordt de vraag wat het richtsnoer en de reikwijdte van het begrip stakeholders in de nieuwe Code zouden moeten zijn.


Prof.mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen (www.meerkennis.nl) te Hoofddorp.
Praktijk

Uitoefening aandeelhoudersrechten, in de Code en de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, aandeelhoudersrechten, herziening, responstijd
Auteurs Mr.dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Anatoli van der Krans gaat in zijn artikel in op de wijzigingen die de Monitoring Commissie Corporate Governance voorstelt rondom het thema ‘relatie met aandeelhouders’. Dit betreffen achtereenvolgens (i) de aanwezigheid van voorgedragen bestuurders en commissarissen; (ii) de responstijd; (iii) certificering; en (iv) taal. Verder signaleert hij een aantal belangrijke punten die momenteel schuren en bij een meer fundamentele discussie kunnen worden meegenomen. Met name de vrijwel totale scheiding tussen dialoog en het maken van een stembeslissing enerzijds en de formele besluitvorming op de AVA anderzijds bij grote beursvennootschappen is zorgwekkend en onderstreept de noodzaak tot verdere gedachtenvorming over de rol van de AVA


Mr.dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is als advocaat bij Corona Legal (Amsterdam) gespecialiseerd in het bijstaan van institutionele beleggers in het uitoefenen van hun aandeelhoudersrechten en het vorderen van beleggingsverliezen via rechtszaken. Hij is tevens redacteur van dit blad.
Diversen: Trending Topics

Het UBO-register

Achtergrond en stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden UBO, UBO-register, witwassen, begunstigde, Wwft
Auteurs T.R. van Roomen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vierde Europese anti-witwasrichtlijn wordt aan lidstaten de verplichting opgelegd om een centraal register in te stellen met informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen en andere juridische entiteiten – het zogenaamde UBO-register. Inmiddels heeft de minister van Financiën de contouren gepresenteerd van het Nederlandse UBO-register. Dit artikel bevat een overzicht van de achtergrond en stand van zaken.


T.R. van Roomen LLM
Mevrouw mr. T.R. van Roomen is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.

Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is emeritus hoogleraar Staats- en Bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao.
Artikel

De EU-Richtlijn procedurele waarborgen minderjarige verdachten en het Nederlandse jeugdstrafprocesrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden jeugdstrafproces, minderjarige verdachten, procedurele waarborgen, EU-Richtlijn, Europese Commissie
Auteurs Mr. M.A.H. Kempen en Mr.dr. J. uit Beijerse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 mei 2016 is de Richtlijn betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure vastgesteld. Het in november 2013 gepresenteerde richtlijnvoorstel had geen zachte landing. De regering beoordeelde de proportionaliteit negatief en de Tweede Kamer liet de Europese Commissie weten het voorstel ook nog strijdig te achten met het beginsel van subsidiariteit. In deze bijdrage zullen de voornaamste punten van discussie in het Nederlandse parlement en in Brussel worden geïnventariseerd en worden bezien hoe daaraan tegemoet is gekomen. De auteurs concluderen dat de richtlijn zoals deze er nu ligt, niet alleen toegevoegde waarde kan hebben bij de internationale samenwerking maar vooral ook voor de inrichting van het Nederlandse jeugdstrafprocesrecht.
    Richtlijn (EU) 2016/800 van 11 mei 2016, PbEU 2016, L 132.


Mr. M.A.H. Kempen
Mr. M.A.H. (Maurice) Kempen is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en was namens Nederland betrokken bij de onderhandelingen in Brussel. De bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr.dr. J. uit Beijerse
Mr. dr. J. (Jolande) uit Beijerse is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het verbod op geoblocking en geodiscriminatie

Het voorstel voor een verordening betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie nader bezien

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden geoblocking, geodiscriminatie, mededinging, e-commerce, COM(2016)289
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 mei 2016 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een voorstel gepubliceerd voor een verordening waarin geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie (dat wil zeggen discriminatie op grond van nationaliteit, woon- of vestigingsplaats) worden verboden. De conceptverordening kent een ruim toepassingsbereik. Het voorstel beoogt met het verbod op geoblocking zowel discriminatie ten aanzien van de leveringsbereidheid en verkoopprijzen als discriminatie in de wijze van verkoop of betalingsmethoden bij online verkoop uit te bannen. Naast een bespreking van dit toepassingsgebied wordt aandacht besteed aan de wisselwerking met het mededingingsrecht, waaronder de e-commerce sector inquiry die de Europese Commissie (DG Concurrentie) momenteel ook uitvoert en ten slotte de gevolgen van de conceptverordening voor de praktijk.
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging binnen de eengemaakte markt en wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, COM(2016) 289.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en M.A.M.L. (Mariska) van de Sanden zijn beiden werkzaam als advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
Artikel

De rol van het Europees Parlement in de EU-procedure voor het sluiten van internationale overeenkomsten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Europees Parlement, internationale overeenkomsten, gemeenschappelijk buitenlands veiligsheidsbeleid
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon wordt het Hof van Justitie zeer regelmatig verzocht de in artikel 218 VWEU verankerde procedure voor het sluiten namens de EU van internationale overeenkomsten met derde staten of andere internationale organisaties te verduidelijken. In de in deze bijdrage te bespreken twee arresten doet het Hof van Justitie dat wat betreft twee aspecten van de procedure. Het eerste betreft de bevoegdheden van het Parlement bij het sluiten van (GBVB-)overeenkomsten, het tweede de omvang van de plicht van de Raad het Parlement in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle te informeren.
    HvJ 14 juni 2016, zaak C-263/14, Parlement/Raad (Tanzania), ECLI:EU:C:2016:435
    HvJ 24 juni 2014, zaak C-658/11, Parlement/Raad (Mauritius), ECLI:EU:C:2014:2025


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht.

    Over the last years the expectations of Belgian clients have changed and the Flemish lawyer needs to adapt his positioning. Clients are looking for a personalized solution that not only provides a solution for the substantive (pure legal) aspect of the dispute, but also meets, at least takes into account, the more emotional and relational aspects of the conflict.
    In collaborative negotiation (also called principled or interest-based negotiation), the approach is to treat the relationship as an important and valuable element while seeking an equitable and fair agreement for all parties.
    As part of the collaborative law method, each party engages its own specially trained Collaborative attorney whose job consists in helping to settle the dispute outside the court. If one of the parties however decides to go to court, the collaborative law process terminates and both attorneys are disqualified from any further involvement in the case.
    The Association of French- and German-speaking Bars of Belgium has integrated collaborative law in its code of ethics. The Association of Dutch speaking Bars of Belgium looks in which way collaborative law can also become a part of the practice of the Flemish lawyer.


Anne-Sofie D’Herde
Anne-Sofie D’Herde is als advocaat verbonden aan de Nederlandse Orde van advocaten bij de Balie van Brussel, alwaar zij een werkgroep collaboratief recht voorzit. Zij is erkend bemiddelaar in Familiezaken, Burgerlijke en Handelszaken en gevormd in collaboratief recht. Zij is werkzaam bij het advocatenkantoor Justia.

Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, hoofddocent aan de Erasmus Universiteit en vicevoorzitter van de examencommissie Stichting Kwaliteit Mediators. Zij heeft diverse malen als key expert voor de Europese Commissie meegewerkt aan projecten, met name op het gebied van arbeidsrechtelijke mediation.
Artikel

40 jaar Europa en mediation

Beschouwing naar aanleiding van het eindverslag van de Europese Commissie inzake toepassing van de Mediationrichtlijn in de lidstaten

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Mediation Directive, Geschiedenis ADR, Verslag Europese Commissie, Mediationrichtlijn
Auteurs Annie de Roo en Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Taking the recent European Commission’s Report on the application of Mediation Directive 2008/52/EC as a starting point, the authors set out to reconstruct the pattern of ADR/mediation activities undertaken by the EU and the Council of Europe over the past 40 years. The authors conclude that the European initiatives have been conducive to a broadening and deepening of the ADR debate. Remarkable shifts can be observed in the emphasis placed by the European agencies during this period, notably a shift from emancipatory to efficiency-based arguments. The inherent coupling of private mediation and public adjudication entails risks however for each of these distinct conflict resolution strategies. The authors call for advanced research designs to generate the data needed for a genuine evidence-based policy in this domain.


Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, hoofddocent aan de Erasmus Universiteit en vicevoorzitter van de examencommissie Stichting Kwaliteit Mediators. Zij heeft diverse malen als key expert voor de Europese Commissie meegewerkt aan projecten,met name op het gebied van arbeidsrechtelijke mediation.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is onder andere verbonden aan de Erasmus Universiteit en is TMD redactielid. Hij trad enkele malen op als rapporteur-generaal voor de Raad van Europa op het gebied van ADR/mediation.
Toont 61 - 80 van 179 gevonden teksten
1 2 4 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.