Zoekresultaat: 135 artikelen

x
Jaar 2009 x
Artikel

Aansprakelijkheid van DNB: immuniteit in crisistijd?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2009
Trefwoorden aansprakelijkheid, toezichthouder, immuniteit, overheidsaansprakelijkheid, DNB
Auteurs Mr. V.H. Affourtit en Mr. A.C. Beck
SamenvattingAuteursinformatie

    Moet voor De Nederlandsche Bank aansprakelijkheidsrechtelijke immuniteit of semi-immuniteit in het leven worden geroepen? Aan de hand van recente jurisprudentie, waaronder het arrest van het Hof Amsterdam in de zaak BeFra, en de onderzoeken naar de overname van ABN Amro en het faillissement van Icesave wordt beoordeeld of het noodzakelijk en wenselijk is om De Nederlandsche Bank immuun te maken voor potentiële claims.


Mr. V.H. Affourtit
Mr. V.H. Affourtit is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. A.C. Beck
Mr. A.C. Beck is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Krediet(relatie) opzeggen of voortzetten?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2009
Trefwoorden kredietopzegging, kredietvoortzetting, kredietrelatie, leningsovereenkomst, rekening-courantovereenkomst
Auteurs Mr. M.C.J.A. Schröeder-van Waes
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer en tegen welke voorwaarden kan een krediet- en/of leningsovereenkomst of de gehele kredietrelatie worden opgezegd en hoe verhoudt zich dit tot de risico’s van kredietvoortzetting?


Mr. M.C.J.A. Schröeder-van Waes
Mr. M.C.J.A. Schröeder-van Waes is advocaat te Rotterdam.
Artikel

Next Generation Networks: Elektronische communicatieregelgeving uitgedaagd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden next generation access, elektronische communicatie, BEREC, Universele dienstverlening, roaming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. M.A. Prinsen Geerligs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een volgende generatie netwerken, zoals de glasvezelnetwerken, dient zich aan om de traditionele koperen telefoonnetwerken te vervangen. Het regelgevend kader zal enerzijds de vereiste investeringen moeten aanmoedigen en anderzijds het niveau van concurrentie moeten vasthouden of verhogen.Naar verwachting wordt dit jaar een herzien Europees regelgevingskader voor elektronische communicatie aangenomen. Tevens is op 1 juli 2009 de Europese Verordening voor roaming op mobiele netwerken binnen de Europese Unie gewijzigd. Ondertussen wordt in Nederland werk gemaakt van de implementatie van een nieuwe ronde marktanalysebesluiten van de toezichthouder OPTA, gebaseerd op een herziene Aanbeveling Relevante Markten van de Europese Commissie.Reden genoeg voor een overzicht van deze recente ontwikkelingen. We hanteren zoveel mogelijk een chronologische volgorde. Dat betekent dat eerst de herziene Aanbeveling Relevante Markten en de nieuwe marktanalysebesluiten van OPTA aan bod komen. Vervolgens bespreken we de herziene Roaming Verordening. Daarna volgt een beschrijving van het nieuwe Europese kader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, waarbij de belangrijkste onderwerpen kort inhoudelijk worden besproken.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is werkzaam bij KPN en is tevens gastdocent bij elaw@leiden, Universiteit Leiden.

Mr. M.A. Prinsen Geerligs
Mr. M.A. Prinsen Geerligs is werkzaam bij KPN.
Jurisprudentie

T-Mobile Netherlands: het Hof schenkt klare wijn over de uitleg van een doelbeperking bij een economische benadering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden doelbeperking, economische benadering, ervaringsregel, onderling afgestemde feitelijke gedraging, causaliteitsvermoeden
Auteurs Mr. drs. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof heeft in zijn uitspraak in T-Mobile Netherlands uiteengezet aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat in het geval van een onderling afgestemde feitelijke gedraging een doelbeperking is aangetoond zoals bedoeld in artikel 81, eerste lid, EG-Verdrag. Hierna volgt eerst een korte weergave van de standpunten die de betrokken instanties hadden ingenomen in de aanloop naar de prejudiciële procedure. Daarna worden de antwoorden van het Hof behandeld. Die antwoorden worden vervolgens langs de economische meetlat gelegd.


Mr. drs. E.M.H. Loozen
Mr. drs. E.M.H. Loozen is docent bij het International and European Law Masters Programme van de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Werkgeversaansprakelijkheid

HR 17 april 2009, LJN BH1996

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2009
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, rollerskate-arrest, verzekeringsplicht
Auteurs Mevrouw mr. M. van den Steenhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bedrijf M/V Communicatie (hierna: M/VC) organiseert eens per kwartaal op vrijdagmiddag na werktijd een ontspanningsactiviteit voor de ongeveer vijftien medewerkers. De personeelsleden stellen om de beurt een activiteit voor. De directeur dient toestemming te geven voordat de activiteit plaatsvindt.Onderdeel van de activiteit die op deze wijze op vrijdag 1 februari 2002 plaatsvindt, is een workshop dansen op rollerskates in de marmeren hal van M/VC. Twee professionele rollerskaters, ingehuurd door M/VC, geven de workshop en nemen rolschaatsen mee.Een werkneemster van M/VC, toentertijd 47 jaar, werkt niet op vrijdag, maar komt wel naar de activiteit op 1 februari 2002. In de daarvoor bestemde kantoorruimte met vloerbedekking trekt zij de rollerskates aan. De workshop was nog niet begonnen. De medewerkers van het ingehuurde bedrijf waren nog bezig met de muziekinstallatie. De werkneemster gaat wel vast op de rollerskates van de kantoorruimte naar de marmeren hal en komt daar op zeker moment, voor aanvang van de workshop, ten val en breekt haar linkerpols.Voor het ongeval en de gevolgen ervan stelt zij M/VC aansprakelijk, primair op grond van artikel 7:658 BW en subsidiair op grond van artikel 7:611 BW, dan wel artikel 6:162 jo. art. 6:76 BW. Zij stelt het door M/VC ingehuurde rollerskatebedrijf niet aansprakelijk.


Mevrouw mr. M. van den Steenhoven
Mevrouw mr. M. van den Steenhoven is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.
Artikel

Regionale handhaving van omgevingsrecht: een noodzakelijk goed

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Commissie Mans, omgevingsdiensten, regionale uitvoeringsdiensten, package deal, handhaving
Auteurs Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kabinet heeft, in overleg met VNG en IPO, gekozen voor regionale uitvoeringsdiensten voor de handhaving van het milieurecht. Tevens worden gemeenten in meer gevallen bevoegd gezag. Beschreven wordt hoe deze package deal tot stand is gekomen en wat hij precies inhoudt. Er kan zowel positief als negatief tegen het resultaat worden aangekeken: regionale, professionele diensten gaan er nu eindelijk komen, maar hun taken zijn beperkter dan voor een goede handhaving van het omgevingsrecht nodig is. Deze professionele diensten kunnen echter door hun succesvolle werkwijze de twijfelaars de komende jaren gaandeweg overtuigen.


Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels
Prof. mr. drs. F.C.M.A. (Lex) Michiels is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder handhavingsrecht, aan de Universiteit van Tilburg en was lid van de Commissie Mans.
Artikel

Ervaringen van klagers en aangeklaagde artsen met het tuchtrecht

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2009
Trefwoorden tuchtrecht, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Yasmine Alhafaji, Mr. dr. Brenda Frederiks en Prof. mr. Johan Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    If a patient is not satisfied with any aspects of health care, he or she can file a complaint. In the Netherlands, as in other countries, there are several ways for handling patients’ complaints. One of the possibilities is to lodge a complaint with the medical disciplinary board. In 1997, the Individual Health Care Professions Act came into force. The main goals of this Act are to promote the quality of professional practice and to protect patients against unprofessional health care professionals.In 2008 research was undertaken into the experiences of patients (or others acting on behalf of them) with the disciplinary procedure. A sample of both complainants and practitioners against whom a complaint was lodged were interviewed about their expectations and experiences. The main conclusion is that for several reasons both parties are dissatisfied with the current procedure. This paper provides an overview of the outcome of the interviews. In addition, some concrete proposals are made regarding the improvement of the current disciplinary procedure.


Mr. Yasmine Alhafaji
Yasmine Alhafaji is als onderzoekster verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.

Mr. dr. Brenda Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht en is verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.

Prof. mr. Johan Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht en is verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.
Artikel

Criminogeniteit in Amsterdam

Een nieuw concept, een monitor en een index

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2009
Trefwoorden criminogeniteit, criminogeniteitsindex, criminogene factoren, risicofactoren
Auteurs Hans Boutellier, Ruben David Scholte en Merijn Heijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In criminology a lot of attention is paid to risk factors in the development of criminal behaviour. It is also not uncommon to speak of criminogenic factors. In the reported research project a monitor of relevant risk factors on an aggregated level (city, city councils and boroughs) was developed. In addition the data were combined into a so-called criminogenity index for the city of Amsterdam. The article discusses the development and results of the monitor and index. It elaborates on an article which was published earlier (TvV, 2007 (6) 2), but can be read as a stand alone article.


Hans Boutellier
Hans Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut alsmede bijzonder hoogleraar van de onderzoeksgroep Veiligheid en Burgerschap bij de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de VU te Amsterdam. E-mail: jcj.boutellier@fsw.vu.nl.

Ruben David Scholte
Ruben David Scholte is als onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Veiligheid en Burgerschap bij de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de VU te Amsterdam. E-mail: r.d.scholte@minjus.nl

Merijn Heijnen
Merijn Heijnen werkt bij de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam.
Artikel

Het wettelijk pandrecht: afgeleid of eigen karakter?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2009
Trefwoorden wettelijk pandrecht, ontstaan, inhoud, uitwinning
Auteurs Mr. L.W. Kelterman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de verhouding tussen het wettelijk pandrecht op aandelen als bedoeld in artikel 3:259 BW en een ‘gewoon’ pandrecht op aandelen onderzocht.


Mr. L.W. Kelterman
Mr. L.W. Kelterman is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff.

    Uit een vergelijking tussen de teksten van het juist geïntroduceerde Rome I en het EVO volgt dat Rome I verandering brengt in de regeling van de rechtskeuze. Die veranderingen worden in dit artikel onder de loep genomen. Daartoe wordt aan de volgende onderwerpen aandacht besteed: (1) de totstandkoming van een rechtskeuze; (2) vrijheid van de contractspartijen een contractuele rechtskeuze te maken; (3) bepalingen en regels die de werking of de effecten van een geldige rechtskeuze beperken; en (4) de vraag in hoeverre een keuze voor niet-statelijk recht is toegestaan.


Mw. mr. A. van der Kruk
Mw. mr. A. van der Kruk is advocaat bij Simmons & Simmons te Rotterdam.
Artikel

Kanttekeningen bij de Invoeringswet-BES

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2009
Trefwoorden invoeringswet-BES, wetgever, grondwet, attributie van bevoegdheden, regelstellende bevoegdheden
Auteurs mr. M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    De Invoeringswet-BES zet relevante Antilliaanse regelgeving om in Nederlandse normen. Deze omvorming vindt plaats door vermelding van de desbetreffende regelingen op de bijlage bij het wetsvoorstel. In deze bijlage wordt voor de daarin genoemde regelingen vermeld of zij de status verkrijgen van formele wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling. De wetgever kan de regelstellende bevoegdheden van regering en bewindspersonen echter niet zelf uitoefenen. De wetgever is niet bevoegd om te knutselen met de grondwettelijke attributie van bevoegdheden. Bovendien levert dit problemen op in het kader van de rechterlijke toetsing en de ministeriële verantwoordelijkheid.


mr. M. Nap
Mr. M. Nap is verbonden aan de Vakgroep Staatsrecht en Internationaal recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. m.nap@rug.nl
Artikel

Negen aanwijzingen voor wetsevaluatief onderzoek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2009
Trefwoorden wetsevaluatie, wetsevaluatief onderzoek, beleidstheorie, ex ante evaluatie, impact assessment
Auteurs prof. dr. G.J. Veerman en dr. C.M. Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsevaluatie staat op de wetgevingsagenda, reden om in te gaan op het wat en hoe van wetsevaluatief onderzoek. Op basis van literatuuronderzoek en eigen inzicht worden negen aanwijzingen gegeven: 1. Weet wat je wilt weten; 2. Laat altijd de beleidstheorie onderzoeken; 3. Laat de beschikbaarheid van voorzieningen onderzoeken; 4. Laat bij ex ante evaluatie primair het probleem onderzoeken; 5. Gebruik bij ‘impact assessments’ een methodenmix; 6. Doe niet louter doelbereikingsonderzoek. Omdat men 7. beter wat terughoudend kan zijn met doeltreffendheidsonderzoek (laat, als het gebeurt, de diverse betrokkenen een schatting maken van de bijdrage van de wet aan de doelbereiking) en zeker 8. met oeverloos effectonderzoek (men weet niet waar men het zoeken moet), wordt aanbevolen te kiezen voor 9. procesevaluaties: de omgang van diverse betrokkenen met de wet; laat daarbij ook kijken naar de invloed van het flankerend beleid.


prof. dr. G.J. Veerman
Prof. dr. Gert-Jan Veerman is bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie belast met werkzaamheden voor het Clearing House voor Wetsevaluatie en is deeltijdhoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit aan de Universiteit Maastricht. gertjan.veerman@maastrichtuniversity.nl

dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij het WODC en docent sociologie aan de Universiteit Utrecht. c.m.kleinhaarhuis@uu.nl
Artikel

Alle wegen leiden naar Rome (I), alle wegen vertrekken vanuit Rome (I)!?

Mogelijkheden tot opheldering van ipr-onduidelijkheden bij internationale detachering

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nabije toekomst treedt de Rome I-Verordening in werking. De Rome I-Verordening vervangt het EVO-Verdrag. In de Rome I-Verordening worden, net zoals in het EVO-Verdrag, regels van toepasselijk recht inzake verbintenissen uit overeenkomst vastgesteld, daarin begrepen ipr-regels inzake internationale arbeidsovereenkomsten. Opzet van deze bijdrage is na te gaan in hoeverre de inwerkingtreding van de Rome I-Verordening, mét de daaraan gekoppelde uitleggingsbevoegdheid van het Hof van Justitie, (nieuwe) kansen biedt tot opheldering van ipr-onduidelijkheden bij internationale detachering.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is verbonden aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen.
Artikel

De Maritieme Arbeidsconventie van de IAO van 2006 en de Conventie nr. 188 over de arbeid in de visserij

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Internationaal arbeidsrecht, maritiem arbeidsrecht, arbeid in de visserij
Auteurs Dr. A. Charbonneau, Mr. G. Proutiere-Maulion en Prof. P. Chaumette
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de ontstaansgeschiedenis en de inhoud van de IAO Maritieme Arbeidsconventie (2006) en de IAO-Conventie nr. 188 over de arbeid in de visserij in kaart gebracht. Beide conventies worden geduid als de vierde pijler van het internationaal maritiem transportrecht. Historisch volgde de arbeidsrechtelijke pijler op de veiligheidspijler, de ecologische pijler en op een pijler die gericht was op de certificering van competenties en op de organisatie van de wachtdienst. De interactie tussen de Internationale Maritieme Organisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie wordt onderzocht. De bijdrage gaat in op de eigenheid van de arbeidsverhoudingen in de maritieme sector. Ze illustreert de dilemma’s waarmee de IAO worstelt in haar streven naar een zo ruim mogelijke toepassingssfeer en een zo optimaal mogelijk niveau van bescherming in een economische sector waarin diversiteit troef is.


Dr. A. Charbonneau
Dr. A. Charbonneau is Docteur en droit, Droit et Changement social, UMR CNRS nr. 3168.

Mr. G. Proutiere-Maulion
Mr. G. Proutiere-Maulion is Maître de Conférences, HDR, en Directrice du Centre de Droit Maritime et Océanique EA nr. 1165.

Prof. P. Chaumette
Prof. P. Chaumette is Professeur, CDMO, Maison des Sciences de l’Homme Ange Guépin aan de Universiteit te Nantes.
Artikel

De leer van de bindende eindbeslissing in dezelfde instantie, in hoger beroep en na verwijzing na HR 25 april 2008, NJ 2008, 553 (De Vries/Gemeente Voorst)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2009
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, bindende eindbeslissing, gemeente Voorst, gebondenheid, hoger beroep, verwijzing
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot voorkort was het voor de rechter slechts mogelijk terug te komen van een bindende eindbeslissing, indien de gegeven omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan die eindbeslissing zou zijn gehouden. Nadat in dit leerstuk in de loop van 2006 en 2007 al beweging is gekomen, heeft de Hoge Raad in het De Vries/Gemeente Voorst-arrest (HR 25 april 2008, NJ 2008, 553) een nieuw criterium ontwikkeld dat erop neerkomt dat de rechter - mits hij partijen daaromtrent allereerst hoort - terug mag komen op een bindende eindbeslissing, indien deze berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag.In dit artikel wordt ten eerste nagegaan hoever deze nieuwe maatstaf nu precies strekt en ten tweede in hoeverre het verruimde criterium ook invloed heeft op de gebondenheid van de appèlrechter en de verwijzingsrechter aan eindbeslissingen uit een eerdere instantie.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is advocaat te Den Haag.
Artikel

De verpanding van rekening-courantsaldi

De stand van zaken in tijden van recessie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden pandrecht, rekening-courantsaldo, aard, openbaar, inning
Auteurs Mr. J.E. Drinkhill
SamenvattingAuteursinformatie

    Een behandeling van en een overzicht van de literatuur aangaande verschillende aspecten van het pandrecht op rekening-courantsaldi, waaronder de aard van dergelijke saldi, de vorm van verpanding – stil of openbaar – en de inningsbevoegdheid van het verpande saldo.


Mr. J.E. Drinkhill
Mr. J.E. Drinkhill is advocaat bij Houthoff Buruma te Londen.
Praktijk

Kroniek Rechtspraak Mededingingszaken in 2008

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden mededinging, Nma, misbruik van machtspositie, gunjumping
Auteurs Mr. K. Defares, Mr. S. Goossens en Mr. J. Langer
SamenvattingAuteursinformatie

    Was er vóór 1998 een relatief beperkt aantal beoefenaren van het mededingingsrecht, destijds neergelegd in de Wet Economische mededinging, de laatste jaren voor de inwerkingtreding van de Mededingingswet aangevuld met een aantal generieke verboden, inmiddels heeft het Nederlandse mededingingsrecht zich ontwikkeld tot een volwassen en zelfstandige juridische discipline, die haar aantrekkingskracht op een groot aantal juristen heeft bewezen. In deze tien jaar heeft de rechtspraak over de Mededingingswet een ontwikkeling doorgemaakt en in belangrijke mate bijgedragen aan het tot volle wasdom komen van dit rechtsgebied. In die rechtspraakontwikkeling heeft de NMa een bepalende rol gespeeld.


Mr. K. Defares
Mr. K. Defares is advocaat bij Stek.

Mr. S. Goossens
Mr. S. Goossens is advocaat bij Stek.

Mr. J. Langer
Mr. J. Langer was vooorheen werkzaam als advocaat bij Stek en is nu werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Handel in credit default swaps met voorwetenschap: slim of strafbaar?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden voorwetenschap, credit default swap, SEC v. Rorech and Negrin, waardeafhankelijke effecten, afgeleid instrument
Auteurs Mr. E.N. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen in de markt ten gevolge van de kredietcrisis, waaronder de zaak SEC v. Rorech and Negrin, de vraag hoe handel in credit default swaps met gebruikmaking van voorwetenschap moet worden geplaatst binnen het kader van de Nederlandse voorwetenschapsregelgeving.


Mr. E.N. de Jong
Mr. E.N. de Jong is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

De territoriale werking van buitenlandse faillissementen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden territorialiteitsbeginsel, buitenlands faillissement, rechtsgevolgen, bevoegdheden curator, openbare orde
Auteurs Mr. Y.M. van Beek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het Yukos-arrest, waarin de Hoge Raad zich heeft uitgelaten over de territoriale werking van buitenlandse faillissementen.


Mr. Y.M. van Beek
Mr. Y.M. van Beek is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Jurisprudentie

Hartlauer: reguleren van zorgverlening begrensd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden vrij verkeer, recht van vestiging, reguleren zorgmarkt, geschikheid en proportionaliteit, diensten van algemeen economisch belang (daeb)
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie EG heeft in het voorjaar een belangwekkende uitspraak gedaan, die meer inzicht geeft in de Europeesrechtelijke grenzen van het op nationaal niveau reguleren van het verlenen van zorg. Eerdere rechtspraak van het Hof had vooral betrekking op de regulering van de inkoop c.q. het verzekeren van zorg, en daarmee op de mobiliteit van patiënten en slechts indirect op het verlenen van zorg. Met deze eerste uitspraak over de aanbodzijde van de zorgmarkt is de cirkel rond. De mogelijkheden van zorgregulering zijn niet onbegrensd, maar Europa laat wel een grote mate van vrijheid aan de lidstaten om hun volksgezondheidstelsel naar eigen inzichten in te richten.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij GMW Advocaten in Den Haag.
Toont 61 - 80 van 135 gevonden teksten
1 2 4 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.