Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1493 artikelen

x
Jaar 2017 x
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor schade door gasboringen

Rb. Noord-Nederland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715 (Eisers/NAM en Staat)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden gasboringen, Groningen, EVRM, staatsaansprakelijkheid, NAM
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. E.C. Gijselaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 maart 2017 besliste de Rechtbank Noord-Nederland dat de NAM aansprakelijk is voor door inwoners van het Groningenveld geleden en nog te lijden immateriële schade en vermogensschade in de zin van gemist ongestoord woongenot waarvoor uitgaven zijn gedaan die vanwege de aardbevingen doel hebben gemist. De Rechtbank Noord-Nederland besliste voorts dat de Staat onzorgvuldig en aldus onrechtmatig heeft gehandeld jegens de 127 eisers in deze gevoegde zaak. Een schadevergoedingsverplichting heeft dat laatste oordeel echter niet opgeleverd. In deze bijdrage staat dit vonnis centraal en wordt zowel de beslissing in de verhouding eisers/NAM als die in de verhouding eisers/Staat bezien in het licht van rechtspraak van de Hoge Raad en het EHRM.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra Ucall en Renforce, en is SIM-fellow.

Mr. E.C. Gijselaar
Mr. E.C. Gijselaar is als promovenda verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum Ucall. Zij bereidt een proefschrift voor over de doorwerking van positieve verplichtingen uit het EVRM op het civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheidsrecht.
Jurisprudentie

HR 7 oktober 2016, NJ 2017/73, m.nt. J. Spier (Vennemans-Kropmans/Gemeente Nijmegen)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden wegbeheerdersaansprakelijkheid, gebrek, schade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vennemans-Kropmans/Gemeente Nijmegen oordeelt de Hoge Raad dat voorwerpen die niet behoren tot de weg in de zin van artikel 6:174 BW een weg niet gebrekkig kunnen maken. Hij bevestigt daarmee de lijn in lagere rechtspraak. In de literatuur werd echter door sommigen verdedigd dat ieder voorwerp een weg gebrekkig kan maken, mits de weg daardoor niet meer voldoet aan de eisten van redelijk onderhoud. Die opvatting volgt de Hoge Raad niet, maar de vraag is of – met de komst van een directe verkeersverzekering – dat criterium niet toch weer aan betekenis zal gaan winnen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Voordeelstoerekening: leuker kunnen wij het niet maken, wel inzichtelijker

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden artikel 6:100 BW, voordeelstoerekening, schadeverweer, toerekening naar redelijkheid, eenzelfde gebeurtenis, condicio sine qua non
Auteurs Mr. S.S.Y. Engelen en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 8 juli 2016 in zijn arrest TenneT/ABB een nieuwe maatstaf geformuleerd voor voordeelstoerekening. Hierbij komt hij expliciet terug op zijn eerdere rechtspraak over dit leerstuk, zoals neergelegd in artikel 6:100 BW. De nieuwe maatstaf geeft niet alleen meer houvast bij de beoordeling van een beroep op voordeelstoerekening, maar schakelt het leerstuk van voordeelstoerekening bovendien gelijk met de wijze waarop de omvang van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:95 tot met 6:98 BW dient te worden vastgesteld. In deze bijdrage bespreken de auteurs de inhoud en implicaties van de nieuwe maatstaf voor personenschadezaken.


Mr. S.S.Y. Engelen
Mr. S.S.Y. (Sara) Engelen is docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. (Anne) Keirse is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Jurisprudentie

Het verlies van een kans op een beter behandelingsresultaat

HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden causaal verband, kansschade, medische aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.P. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze zaak betreft de vraag of door het handelen van een medisch beroepsbeoefenaar een verlies op een beter behandelingsresultaat verloren is gegaan en vormt daarmee de eerste medische-aansprakelijkheidszaak waarin de Hoge Raad het leerstuk van kansschade toepast. De Hoge Raad verduidelijkt hoe de vaststelling van het condicio sine qua non-verband bij kansschade dient te geschieden.


Mr. H.P. Verdam
Mr. H.P. Verdam is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Access_open Burgers op zoek naar rechtsbescherming in het sociaal domein

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Auteurs Prof. mr. dr. A.T. Marseille en Mr. dr. M.F. Vermaat
Auteursinformatie

Prof. mr. dr. A.T. Marseille
Prof. mr. dr. A.T. (Bert) Marseille is werkzaam bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. (Matthijs) Vermaat is advocaat-partner bij Van der Woude De Graaf Advocaten en heeft zich gespecialiseerd in onder meer de Wmo 2015 en de Jeugdwet.
Jurisprudentie

Meer duidelijkheid over het begrip ‘handicap’

Daouidi t. Bootes Plus SL e.a., HvJ EU 1 december 2016, C-395/15

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden begrip handicap, omkeerbare aandoening, sociale model van handicap, Europees recht, Richtlijn 2000/78
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Het begrip ‘handicap’ is lang niet altijd eenduidig. In het arrest Daouidi t. Bootes Plus SL e.a. van december 2016 geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘het Hof’) aanwijzingen over de vraag wanneer van een handicap sprake is. Lange tijd gold de uitspraak Chacón Navas uit 2006 als richtinggevend voor de uitleg van het begrip. Toen bepaalde het Hof dat een ziekte niet gelijk gesteld kon worden aan een handicap en dat ontslag wegens een ziekte niet dezelfde bescherming genoot als ontslag wegens een handicap. Na de toetreding van de Europese Unie tot het VN-verdrag Handicap in 2010 heeft het Hof zijn omschrijving van ‘handicap’ aangepast. In een reeks arresten hanteert het Hof het uitgangspunt dat van een handicap sprake is als er een langdurige aandoening bestaat, die in wisselwerking met drempels in de samenleving de betrokkene kan belemmeren om in de samenleving te participeren. In het arrest Daouidi geeft het Hof verdere duiding aan het element ‘langdurig’. Ook al gaat het om een omkeerbare aandoening, zoals een ontwrichte elleboog, dan kan de langdurigheid ervan toch tot een handicap leiden. Daarmee komt bescherming onder het gelijkebehandelingsrecht binnen bereik.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Drempels voor een rolstoel in de bus

Onderzoek naar de toegankelijkheid van het openbaar busvervoer

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden openbaar vervoer, toegankelijkheid, rolstoel, College voor de Rechten van de Mens, reizen met een beperking, VN-verdrag Handicap, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)
Auteurs J.L. Hoegen Dijkhof MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen mensen in een rolstoel mee met bussen in het openbaar vervoer? Die vraag liet het College voor de Rechten van de Mens onderzoeken. Voor het onderzoek werden concessievoorwaarden van OV-autoriteiten bekeken, voerden rolstoelgebruikers meer dan 400 anonieme testritten door heel Nederland uit en werd gesproken met busvervoerbedrijven over toegankelijkheid. Uit het onderzoek komt een aantal knelpunten naar voren die erop duiden dat het Nederlands openbaar busvervoer nog niet optimaal toegankelijk is voor mensen met een rolstoel. Zo lopen reizigers met een rolstoel het risico om niet te worden meegenomen met de bus. Vaak is het probleem dat de automatische rolstoelplank niet werkt. Ook de assistentie die de buschauffeurs leveren, is volgens rolstoelgebruikers nog niet geheel naar behoren. Chauffeurs lijken niet altijd goed op de hoogte te zijn van de regels en procedures ten aanzien van reizigers met een beperking. Verder ervaren vervoersbedrijven spanning in het op tijd rijden en het aanbieden van toegankelijk busvervoer. Anderzijds rapporteren rolstoelgebruikers ook veel positieve ervaringen met het openbaar busvervoer. In reactie op het onderzoek roept het College concessieverleners en vervoerbedrijven op om aandacht te besteden aan de waargenomen knelpunten.


J.L. Hoegen Dijkhof MSc
J.L. (Justin) Hoegen Dijkhof Msc is onderzoeker en beleidsadviseur bij het College voor de Rechten van de Mens. Met dank aan mr. A. Swarte (stafjurist bij het College) voor de juridische bijdrage aan het artikel.
Artikel

‘Een verdrag met potentieel vérstrekkende gevolgen’

De toepassing van het VN-verdrag Handicap door de Nederlandse rechter

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Auteurs Mr. G.J.W. Pulles
SamenvattingAuteursinformatie

    De toetreding van het Koninkrijk der Nederlanden tot het VN-verdrag Handicap zal leiden tot nieuwe rechtsontwikkelingen op het gebied van bescherming van de rechten van personen met een handicap. Een belangrijke rol zal daarbij zijn weggelegd voor de rechter, die immers over de toepassing en interpretatie van het Verdrag zal gaan oordelen in concrete gevallen. De rechter zal daarbij rekening moeten houden met de regels die gelden voor de toepassing van internationaal recht. Dit artikel handelt over de wijzen waarop de rechter het Verdrag kan toepassen en op die manier kan laten doorwerken in de Nederlandse rechtsorde. Het gaat in op de Nederlandse regels voor rechtstreekse, indirecte en horizontale toepassing. Daarbij wordt aandacht besteed aan de uitspraak van 10 oktober 2014 van de Hoge Raad, waarin een hele nieuwe maatstaf voor rechtstreekse toepassing van internationaal recht werd aangelegd. Daarnaast komen de rol en de invloed van Europese rechtspraak van het EHRM en van het HvJ EU en van uitspraken van internationale verdragscomités aan de orde. Het artikel verschaft praktijkjuristen daarmee hopelijk extra argumenten om bij te dragen aan een wezenlijke bescherming van de rechten en waardigheid van personen met een handicap.


Mr. G.J.W. Pulles
Mr. G.J.W. (Gerrit Jan) Pulles is advocaat in Amsterdam en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij werkt aan een proefschrift over doorwerking van economische en sociale rechten.

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

De kleur van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, milieu, ruimtelijke ordening, Lex Michiels
Auteurs Prof. dr. Ch.W. (Chris) Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur stelt de Utrechtse oratie van Michiels uit 2001 ‘Kleur in het omgevingsrecht’ centraal. In deze oratie ging Michiels in op de relatie tussen het ruimtelijkeordeningsrecht en het milieurecht en stelde de vraag of wij niet naar een integrale omgevingswet zouden moeten en wat de kleur daarvan zou moeten zijn. Auteur gaat in op de vraag welke kleur de Omgevingswet heeft gekregen. Is er sprake van een grijsbruin mengsel of van een kleurrijk schilderij?


Prof. dr. Ch.W. (Chris) Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar Omgevingsrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL).
Artikel

De Lex Michiels

Handhaving van de asbestregelgeving: met effect en op niveau?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden asbest, handhaving, LAVS, Lex Michiels
Auteurs Drs. H.E. (Hans Erik) Woldendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur behandelt in zijn bijdrage de handhaving van de asbestregelgeving. Deze regelgeving behoort volgens de Rekenkamer tot de slechtst nageleefde regelgeving. Auteur gaat vanuit de invalshoek van de wetgevingsjurist in op de vraag of integratie van de versnipperde regelgeving iets kan bijdragen aan een betere handhaving.


Drs. H.E. (Hans Erik) Woldendorp
Drs. H.E. Woldendorp is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tevens is hij vrijwillig medewerker bij de Universiteit Gent alsmede adviseur bij het Instituut voor Infrastructuur, Milieu en Innovatie (IMI) te Brussel.
Artikel

De opmars van de bestuurlijke boete in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, bestuurlijke boete, handhaving, Lex Michiels
Auteurs Mr. dr. A.B. (Aletta) Blomberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur gaat in op de opmars van de bestuurlijke boete in het omgevingsrecht. Michiels heeft met zijn wetenschappelijke werk in belangrijke mate aan deze opmars en de ‘route’ van die opmars bijgedragen. In haar artikel laat auteur zien dat de bestuurlijke boete steeds meer voet aan de grond krijgt in het omgevingsrecht.


Mr. dr. A.B. (Aletta) Blomberg
Mr. dr. A.B. Blomberg is advocaat-partner, gespecialiseerd in het omgevingsrecht, bij ngnb advocaten in Amsterdam. Van 1 maart 2010 tot 1 maart 2016 was zij in deeltijd als bijzonder hoogleraar Rechtshandhaving verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Samen met Lex Michiels en Gerdy Jurgens publiceerde zij vorig jaar het handboek Handhavingsrecht.
Redactioneel

Lex Special

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. M.N. (Marlon) Boeve
Auteursinformatie

Mr. M.N. (Marlon) Boeve
Mr. M.N. Boeve is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL) van de Universiteit Utrecht en is tevens redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Lex Michiels als godfather van de Omgevingswet

Lexplicatie welkom

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, Lex Michiels
Auteurs Mr. dr. J.H.G. (Jan) van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van een bespreking van de regeling over milieubelastende activiteiten in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving laat auteur zien dat er nog veel vragen zijn te beantwoorden door Lex als ‘godfather aan de Kneuterdijk’.


Mr. dr. J.H.G. (Jan) van den Broek
Mr. dr. J.H.G. van den Broek is Senior Legal Counsel bij VNO-NCW en MKB-Nederland in Den Haag en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Oost-Brabant. In 1981 studeerde hij af aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, waarbij Lex deel uitmaakte van het triumviraat dat ‘zijn’ mondeling examen afnam. In 2012 promoveerde hij in Maastricht op Bundeling van omgevingsrecht, waarbij Lex deel uitmaakte van ‘zijn’ beoordelingscommissie.
Artikel

Is er een verplichting tot het uitvoeren van het tracébesluit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Tracéwet, Omgevingswet, Lex Michiels
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur gaat in zijn bijdrage in op de relatie tussen het tracébesluit en het leerstuk van voorwaardelijke verplichtingen en handhaving.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is werkzaam als wetgevingsjurist ruimtelijke ordening en als gemachtigde beroepszaken bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tevens is hij als geassocieerd medewerker verbonden aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

De Omgevingswet en het privaatrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, privaatrecht, kostenverhaal, handhaving, Lex Michiels
Auteurs Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur belicht drie privaatrechtelijke onderwerpen en hun relatie met de Omgevingswet: het stellen van regels via het privaatrecht, het privaatrechtelijke kostenverhaal en de privaatrechtelijke handhaving.


Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
Prof. mr. G.A. van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam, bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Over hoe rechtmatige bestemmingsplannen een onrechtmatige daad kunnen opleveren: verleden, heden en toekomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, bestemmingsplan, omgevingsplan, Lex Michiels
Auteurs Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse en Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs verkennen aan de hand van jurisprudentie of de burgerlijke rechter mogelijk meer materiële rechtsbescherming bij bestemmingsplangeschillen kan bieden dan de bestuursrechter. Daarbij kijken zij niet alleen naar het verleden en heden, maar ook naar de toekomst. Zij betogen dat als onder de Omgevingswet meer globale omgevingsplannen worden vastgesteld, de burgerlijke rechter wel eens een effectievere rechtsbescherming aan gehinderden zou kunnen bieden.


Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. Groothuijse is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL) van de Universiteit Utrecht en is tevens redactielid van dit tijdschrift.

Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
Mr. dr. H.J. de Vries is beleidsadviseur bij de provincie Utrecht en eveneens redactielid van dit tijdschrift. Hij is tevens annotator van Tijdschrift voor Bouwrecht.
Artikel

Successierechtelijke bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.

Een fictieve bedrijfsopvolging is niet echt

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 24 2017
Trefwoorden Schenking

Prof. mr. dr. W. Burgerhart
Praktijk

De nieuwste maatstaf van de Hoge Raad bij 403-aansprakelijkheid: ‘onmiskenbaar ongegrond’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden 403-verklaring, overblijvende aansprakelijkheid, onmiskenbaar ongegrond, verzet, niet-ontvankelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 31 maart 2017 heeft de Hoge Raad beslist dat een partij die verzet doet tegen een voorgenomen beëindiging van overblijvende 403-aansprakelijkheid (art. 2:404 BW), alleen niet als schuldeiser kan worden aangemerkt als de vordering waarop het verzet is gebaseerd, ‘onmiskenbaar ongegrond’ is. De Hoge Raad voegt eraan toe dat een verzet gegrond dient te worden verklaard indien de schuldeiser als gevolg van de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in een slechtere positie zou komen te verkeren. De auteur analyseert de beschikking van de Hoge Raad en plaatst er enkele kritische kanttekeningen bij.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij CORP. advocaten.
Toont 861 - 880 van 1493 gevonden teksten
1 2 40 41 42 44 46 47 48 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.