Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 994 artikelen

x
Artikel

De richtsnoeren handhavingsprioriteiten artikel 82 EG-Verdrag

Het voorbeeld van een reis die boeiender was dan de eindbestemming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden misbruik van machtspositie, richtsnoeren 82, handhavingsprioriteiten Commissie, uitsluitingsgedrag, effects-based approach
Auteurs Mr. O. Brouwer en mr. M. Knapen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 2 december 2008 publiceerde de Commissie haar Richtsnoeren betreffende de handhavingsprioriteiten bij de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag op uitsluitingsgedrag (hierna: Richtsnoeren).Artikel 82 EG-Verdrag bevat een verbod op misbruik van machtspositie. Onder dit verbod valt uitbuitingsgedrag door een dominante onderneming, zoals het hanteren van buitensporig hoge prijzen, en uitsluitingsgedrag waarmee een dominante onderneming concurrenten op een mededingingsverstorende wijze uitsluit van de markt. De Richtsnoeren gaan in op deze laatste categorie van misbruik en geven inzicht in de handhavingsprioriteiten die de leidraad zullen vormen voor het optreden van de Commissie op basis van artikel 82 EG-Verdrag.In een eerdere bijdrage in NTER is ingegaan op het consultatiedocument van de Commissie van 2005 over de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag op onrechtmatig uitsluitingsgedrag door ondernemingen met een machtspositie (hierna: Consultatiedocument) en de achtergrond van de herziening van artikel 82 EG-Verdrag. Deze bijdrage behandelt een aantal kernpunten van de Richtsnoeren en plaatst een aantal kanttekeningen.


Mr. O. Brouwer
Mr. O. Brouwer is advocaaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Access_open Recht op een bankrekening?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2009
Trefwoorden betaalrekening, banken, universele dienstverplichting, contractdwang
Auteurs Mw. mr I.S.J. Houben
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden verscheidene mogelijkheden voor de burger om te ageren tegen weigeringen om een betaalrekening te openen behandeld. Tevens wordt ingegaan op de beschikbaarheid van betaaldiensten als zodanig en de initiatieven die de Europese Commissie op dat terrein ontplooit.


Mw. mr I.S.J. Houben
Mw. mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht, Universiteit Leiden.
Artikel

Afgewezen: het beroep op verjaring van verbeurde dwangsommen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden dwangsommen, afstand verjaring, uitleg, vaststellingsovereenkomst
Auteurs Mr. M.M. Stolp en Mr. M.H.J. van Maanen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad wijst in deze zaak een beroep op verjaring van verbeurde dwangsommen af, nu dit recht impliciet zou zijn prijsgegeven in een vaststellingsovereenkomst. De consequenties van de uitspraak voor de rechtspraktijk achten schrijvers op diverse gronden minder gelukkig.


Mr. M.M. Stolp
Mr. M.M. Stolp is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. M.H.J. van Maanen
Mr. M.H.J. van Maanen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Praktijk

Leerstukken | Onderzoeks- en mededelingsplichten

HR 20 maart 2009 (LJN BG8788) laat zich moeilijk rijmen met HR 14 november 2008, (RvdW 1030) voor zover het de rol van de onderzoeksplicht van de koper betreft

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2009
Trefwoorden onderzoeksplicht koper, mededelings- en onderzoeksplicht, dwaling, Rebel/PKF
Auteurs Mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad lijkt in zijn arrest van 20 maart 2009 aan te geven dat wanneer de koper reden heeft tot twijfel ter zake de eigenschappen van de zaak die twijfel eerst dient te worden weggenomen omdat deze twijfel aan het gerechtvaardigd verwachtingspatroon ten aanzien wat de koper mag verwachten in de weg staat. De Hoge Raad lijkt in dit arrest een andere richting op te gaan dan de Hoge Raad eerder koos in het arrest van 14 november 2008, waarbij de Hoge Raad lijkt te suggereren dat de normering ten aanzien van de mededelingsplichten en onderzoeksplichten bij dwaling en non-conformiteit hetzelfde is. Het is niet goed mogelijk om uit de combinatie van beide arresten de juiste koers te ontwaren.


Mr. T.H.M. van Wechem
Mr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie, advocaten, notarissen en belastingadviseurs.
Discussie

Crisis en contract

Een aantal opmerkingen over de toepassing van artikel 6:258 BW in tijden van recessie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2009
Trefwoorden artikel 6:258 BW, kredietcrises, contract, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Mr. M.E.M.G. Peletier
SamenvattingAuteursinformatie

    Peletier meent dat art. 6:258 - conform het parool van de wetgever – tot nu toe door de rechter met de nodige terughoudendheid werd bejegend. Peletier signaleert dat door de crisis veroorzaakte contractuele perikelen vooralsnog echter vooral buiten rechte lijken te worden opgelost en concludeert dat waar in de literatuur op goede grond voor een heronderhandelingsplicht als alternatief voor rechterlijk ingrijpen bij onvoorziene omstandigheden is gepleit, zo’n eventuele, buiten het zicht van de rechter ontstane praktijk als winst kan worden beschouwd.


Mr. M.E.M.G. Peletier
Mr. M.E.M.G. Peletier is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

De boot gemist

Aanspraak op vergoeding van tevergeefs gemaakte kosten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2009
Trefwoorden kostenvergoeding, toerekenbare tekortschieting, vermogensschade, wanprestatie
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Keirse meent dat wie door een toerekenbare tekortkoming genot waarvoor is betaald daadwerkelijk derft, er recht op heeft dat genot alsnog te verwerven. Het feit dat de schuldeiser in een dergelijk geval niet tijdig de contractuele prestatie heeft ontvangen waarop hij recht had, zal steeds gevoelens van ongenoegen oproepen, maar vertegenwoordigt in beginsel slechts voor vergoeding in aanmerking komend gemist onstoffelijk voordeel als gezegd kan worden dat de financiële investering die ter verkrijging van het genot is gedaan in een relevante mate het doel heeft gemist. Als het genot niet (meer) door herstel van de prestatie door de schuldenaar kan worden verschaft, dan is de herstelfunctie van het contractuele aansprakelijkheidsrecht gediend door de schuldeiser door middel van een aanspraak op vergoeding van tevergeefs gemaakte kosten financieel in staat te stellen opnieuw gelden aan te wenden om het eerder gekochte maar gemiste genot alsnog te verkrijgen.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Utrecht.
Case

Licentieovereenkomsten; exploitatierecht, maar ook exploitatieplicht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2009
Trefwoorden licentieovereenkomsten, exploitatierecht, exploitatieplicht
Auteurs Mw. mr. S.H. Poelmann-Teijgeler
SamenvattingAuteursinformatie

    Poelmann-Teijgeler adviseert contractspartijen de verwachtingen met betrekking tot een exploitatierecht in een licentieovereenkomst voorvoorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst over en weer uit te spreken en de afspraken die daaruit resulteren in de licentieovereenkomst vast te leggen, ten einde het niet op interpretatiekwesties te laten aankomen. Als dat niet is gebeurd hangt het van de concrete omstandigheden van het geval af of het verkregen exploitatierecht ook een exploitatieplicht inhoudt.


Mw. mr. S.H. Poelmann-Teijgeler
Mw. mr. S.H. Poelmann-Teijgeler is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Naar herstel van vertrouwen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Adviescommissie Toekomst Banken, governance en risk management, maatschappelijke rol banken, toezicht en regulering, toekomst banken Nederland
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 april 2009 verscheen het rapport ‘Naar herstel van vertrouwen’ van de Adviescommissie Toekomst Banken. Deze commissie is in november 2008 ingesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Het was de belangrijkste taak van de commissie aanbevelingen te doen ter verbetering van het functioneren van de Nederlandse bancaire sector en zo handvatten te bieden voor het herstel van vertrouwen in de banken. Een belangrijk begin van herstel van vertrouwen in de bancaire sector is dat in dit rapport de maatschappelijke rol van banken wordt onderschreven. Positief is ook dat in het rapport het accent wordt gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van de banken en wordt onderkend dat de kredietcrisis is veroorzaakt door het structureel onderschatten van risico’s, vooral door banken. Ook de aanbeveling dat banken bij de afweging van belangen het primaat weer bij de klant moeten leggen, wordt besproken. In zijn bijdrage gaat Oostwouder na of aanbevelingen uit dit rapport door de commissie door middel van het comply or explain-beginsel dwingend kunnen worden opgelegd. Vervolgens bespreekt hij diverse aanbevelingen uit dit rapport kritisch en beantwoord onder meer de vraag of (de gedachte achter) het primaat van de klant hierin consequent wordt doorgevoerd.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht en redacteur van O&F. Hij coördineert samen met prof. dr. E.J.J. Schenk, hoogleraar economische organisatie aan de Universiteit Utrecht, het multidisciplinair onderzoeksprogramma Corporate Governance, Corporate Control and Performance.
Artikel

De overheidscommissaris revisited

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden overheidscommissarissen, taak, norminstructie en zelfstandigheid, tipverbod, beheer staatsdeelnemingen door agentschap
Auteurs Prof. mr. G.T.M.J. Raaijmakers en Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgend op kapitaalinjecties door de Nederlandse Staat in het najaar van 2008, werden op voordracht van de minister van Financiën commissarissen benoemd bij enkele financiële instellingen. Hoewel de publieke perceptie anders is, handelen ‘overheidscommissarissen’ zonder last en ruggespraak en is hun richtsnoer het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Zij mogen zich niet laten leiden door politieke of beleidsmatige doelstellingen van de minister. Tevens mogen zij geen koersgevoelige informatie delen met de minister, tenzij dat ‘strikt noodzakelijk’ is. Tegen deze achtergrond onderzoeken Raaijmakers en Prinsen in hun bijdrage of het beheer van staatsdeelnemingen (naar Engels voorbeeld) kan worden ondergebracht bij een ‘Agentschap Staatsdeelnemingen Financiële Instellingen’.


Prof. mr. G.T.M.J. Raaijmakers
Prof. mr. G.T.M.J. Raaijmakers is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Op weg naar één Europese bv?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden SPE, Societas Europaea Privata, Europese besloten vennootschap, Verordening inzake Europese BV, Statuut voor een Europese bv
Auteurs Mr. J. Oostenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    Oostenbrink bespreekt in zijn bijdrage het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening van de raad betreffende het Statuut van de Europese besloten vennootschap (Societas Europaea) en het door de Europese Parlement gewijzigde voorstel, in het licht van de huidige besloten vennootschap en de Flex-bv. Hij is van mening dat de Societas Europaea gebaat is bij meer uniforme regelgeving die zo veel mogelijk door de verordening zelf en niet door het nationale recht dient te worden uitgelegd.


Mr. J. Oostenbrink
Mr. J. Oostenbrink is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen LLP.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie

Artikel

Principes voor beheerst beloningsbeleid: mooi in theorie én in de praktijk?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2009
Trefwoorden principes, AFM, DNB, beloningsbeleid, financiële instellingen
Auteurs Mr. N. Veldhoven en Mr. M.F. Landkroon
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 mei 2009 publiceerden financieel toezichthouders DNB en AFM hun ‘Principes voor beheerst beloningsbeleid’ gericht op financiële ondernemingen en bepaalde pensioenfondsen. In deze bijdrage worden de verschillende principes - en de juridische status ervan, besproken, mede in het licht van het op 7 april 2009 verschenen rapport van de Adviescommissie Toekomst banken.


Mr. N. Veldhoven
Mr. N. Veldhoven is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Mr. M.F. Landkroon
Mr. M.F. Landkroon is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Jurisprudentie aansprakelijkheden bodemverontreiniging 2005-2008

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2009
Trefwoorden conformiteitsvereiste, verjaring, onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking, kostenverhaal
Auteurs Mr. J.J. Hoekstra en Mr. G.A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs bespreken de belangrijkste civielrechtelijke jurisprudentie over bodemverontreiniging uit de periode 2005-2008. Deze periode toont betrekkelijk weinig procedures over kostenverhaal door de overheid op grond van onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking. De geringere hoeveelheid verhaalsjurisprudentie geeft schrijvers de ruimte voor een meer omvattend overzicht van de civielrechtelijke aansprakelijkheidsjurisprudentie, waarbij zowel de contractuele als de buitencontractuele aansprakelijkheden aan bod komen. De nadruk ligt daarbij ditmaal op de contractuele aansprakelijkheid, waarover de Hoge Raad een aantal interessante arresten gewezen heeft. Daaropvolgend komt het buitencontractuele recht aan bod. Aandacht krijgen de verhaalsacties van de overheid op grond van onrechtmatige daad en de actie uit ongerechtvaardigde verrijking. De aansprakelijkheid voor het in het verkeer brengen van verontreinigde grond volgt daarop. Auteurs sluiten af met een korte afronding.


Mr. J.J. Hoekstra
Mr. J.J. Hoekstra is advocaat bij AKD Prinsen van Wijmen.

Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. van der Veen is advocaat bij AKD Prinsen van Wijmen.
Artikel

Uitoefening van goederenrechtelijke zekerheidsrechten in de (bank)praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden zekerheidsrechten, bankpraktijk, goederenrechtelijke zekerheidsrechten
Auteurs Mr. R. van den Bosch en Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem
SamenvattingAuteursinformatie

    In de kredietbehoefte van bedrijven en ondernemingen wordt voor het grootste deel voorzien door professionele financiers, in de regel (groot)banken. Tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van de kredietnemers is een substantieel deel van de leningen afgedekt door goederenrechtelijke zekerheidsrechten. Binnen de financiële praktijk heeft zich echter een aantal varianten ontwikkeld waarbij de in zekerheid gegeven goederen op een alternatieve wijze te gelde worden gemaakt. Een aantal rechterlijke uitspraken van de laatste jaren legt de mogelijkheden om efficiënt en vrijelijk te manoeuvreren aan banden. Aan de hand van deze uitspraken zal voor de verschillende goederenrechtelijke zekerheidsrechten de problematiek worden belicht. Daarbij worden valkuilen aangegeven en oplossingsrichtingen geschetst.


Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is bedrijfsjurist bij ING.

Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem
Prof. mr. drs. Beekhoven van den Boezem is bedrijfsjurist bij ING.
Artikel

De werking van de WBP in kaart gebracht: onbekend maakt onbemind

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden privacybescherming, evaluatieonderzoek, toezicht, handhaving, open normen
Auteurs Dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 is empirisch onderzoek uitgevoerd naar de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens die op 1 september 2001 in werking trad. Het onderzoek naar de effecten van de wet volgt op een eerdere juridische analyse van de knelpunten (hierna: het knelpuntenonderzoek), waartoe de wet aanleiding geeft en die zich overwegend baseerde op de literatuur over de wet. Bij de uitvoering van het empirisch onderzoek zijn verschillende methoden van gegevensverzameling gehanteerd: schriftelijke en telefonische enquêtes, interviews, casestudies en expertmeetings. Het beeld dat het onderzoek verschaft van de toepassing van de wet, stemt niet erg tevreden. De wet leeft niet erg in de rechtspraktijk, rechtssubjecten achten de wet moeilijk hanteerbaar, en een privacygemeenschap en -cultuur van geïnteresseerde beroepsbeoefenaars en betrokkenen komt maar moeizaam van de grond. In deze beschouwing ga ik nader in op de achtergronden van die vaststelling en probeer ik die conclusie te duiden.


Dr. H.B. Winter
Dr. H.B. Winter is universitair hoofddocent bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij directeur van bestuurskundig en bestuursjuridisch onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto BV. Hij was projectleider van het onderzoeksteam van Pro Facto en RuG dat de werking van de WBP onderzocht.
Artikel

Access_open Op de bres voor rechtszekerheid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2009
Trefwoorden rechtszekerheid, in dubio pro libertate, Brouwer, rechtspositivisme, constructivisme
Auteurs Marc Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper addresses the principle of legal certainty, which was central in the work of Bob Brouwer. He both regretted and disputed the decline of this principle in the theory and practice of law, trying to defend it against the spirit of the time. I argue that this attempt was in vain, because it opposes recent developments in law, as is illustrated by a notorious case of the European Court of Human Rights. Moreover, these developments invoke a constructivist account of legal certainty, which opposes Brouwer’s legal positivist account. Additionally, this meta-level shows that legal certainty in its classical form is indefensible, which – of course – does not mean that it is senseless altogether. On the contrary, the principle of legal certainty does have meaning in current legal systems, and it is the task of new generations of young scholars to try to get a grip on it. In doing so, they will undoubtedly make use of Brouwer’s work, which excels both in the depth of thinking and the clarity of writing.


Marc Loth
Marc Loth is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Zorgfusies getoetst

Een juridisch perspectief

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Auteurs Mr. M. Snoep, Mr. D. Schrijvershof en Mr. S. Chamalaun
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de toetsing van zorgfusies door de NMa komt een aantal onderwerpen geregeld terug. In deze bijdrage zullen de belangrijkste onderwerpen worden besproken. Ook bespreken wij twee onderwerpen die nog niet of weinig aan de orde zijn geweest, maar die in de toekomst wel eens in belang zouden kunnen toenemen, meer in het bijzonder vanwege het recente besluit van de NMa in de zaak van de Zeeuwse ziekenhuizen.


Mr. M. Snoep
Mr. M. Snoep is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.

Mr. D. Schrijvershof
Mr. D. Schrijvershof is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.

Mr. S. Chamalaun
Mr. S. Chamalaun is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.

    Renée Kool reageert op het artikel De komende emancipatie van het slachtoffer van Jan van Dijk.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent strafrecht en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut te Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Daderschap van kartelovertredingen, de facilitator beboet

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden Facilitator, Medeplegen, Daderschap, Legaliteitsbeginsel, Artikel 81 EG-Verdrag
Auteurs Mr. Robbert de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is bij bepalen de normadressaat/het daderschap van kartelovertredingen een begrip als medeplegen of medeplichtigheid een aan te leggen criterium? Richt het kartelverbod zich ook tegen een facilitator? En verhoudt zich dat wel met het legaliteitsbeginsel? Voor die vragen zag het Gerecht van Eerste Aanleg zich gesteld in de zaak van AC-Treuhand AG, waarin het op 8 juli 2008 arrest wees (T-99/04 AC Treuhand AG t. Commissie).


Mr. Robbert de Bree
Robbert de Bree is werkzaam als advocaat bij Wladimoroff & Waling te ’s-Gravenhage
Discussie

Uitleg van schriftelijke overeenkomsten

Over de onzalige trend naar een primair taalkundige uitleg van contracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2009
Trefwoorden taalkundige uitleg, Haviltex, Meyer Europe/PontMeyer, Vodafone
Auteurs Mr. M. Wolters LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Wolters geeft blijk van zijn ongenoegen over de – in zijn ogen – doorgeschoten primair taalkundige uitleg van overeenkomsten tussen professionele partijen. Een primair taalkundige uitleg leidt tot willekeur, het lokt ongewenst gedrag uit van partijen en hun advocaten, en rechters maken gebruik van de kortste weg om snel vonnis te kunnen wijzen. Wolters meent dat de rechtsvorming in Nederland, en zeker in het contractenrecht, te gemakkelijk geleend wordt bij de common law.


Mr. M. Wolters LL.M.
Mr. M. Wolters LL.M. is advocaat bij Höcker Advocaten te Amsterdam.
Toont 901 - 920 van 994 gevonden teksten
1 2 42 43 44 46 48 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.