Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2109 artikelen

x
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl
Artikel

Over verwatering en politisering van het mededingingstoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden mededinging, toezicht, publieke belangen, politisering, ACM
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het mededingingstoezicht is volop in beweging en daarin schuilen kansen, maar ook bedreigingen. De binnenlandse omgeving is het afgelopen decennium vijandig geweest ten aanzien van marktwerking en mededinging. Tegelijk ziet het ernaar uit dat de toezichthouder zich heeft aangepast aan de veranderende omgeving, en heeft hij aangegeven ook andere publieke belangen dan mededinging te willen meewegen in de beoordeling van concentraties, kartels en misbruikzaken. Hierin schuilt het gevaar van verwatering en verdere politisering van het mededingingstoezicht.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. b.baarsma@seo.nl

    Uit de koker van de Europese Commissie kwam bij voorstel voor een verordening van 8 februari 2012 een Europese stichting van algemeen nut te voorschijn. Het voorstel is niet goed doordacht. Ook kunnen de beoogde doelen op eenvoudigere wijze worden bereikt. Dat zullen de auteurs in dit artikel inzichtelijk maken.
    Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE), COM(2012) 35 final


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, alsmede buiten-promovendus en docent aan de RUG.

Mr. M. Goorts
Mr. M. Goorts is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: beweging in de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden handvest, grondrechten, reikwijdte, EVRM, solidariteit
Auteurs Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen en Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In het laatste deel van een drieluik over het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, nadat dit juridisch bindend is geworden op 1 december 2009, constateren de auteurs dat de Europese en Nederlandse rechtspraak over het Handvest duidelijk in beweging is, al zijn er nog steeds vragen onbeantwoord. Twee terreinen zijn met name interessant om ook in de nabije toekomst te blijven volgen: de reikwijdte van het Handvest, dat wil zeggen de vraag wanneer het toepasbaar is ten aanzien van de lidstaten, en de relatie van het Handvest tot andere mensenrechtenverdragen zoals het EVRM.


Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Artikel

Met de schrik vrij?

Een exploratief onderzoek naar de afschrikwekkende werking van vreemdelingendetentie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Irregular migrants, immigration detention, deterrence, return
Auteurs Mieke Kox MA en Dr. Arjen Leerkes
SamenvattingAuteursinformatie

    Immigration detention is formally not a punishment, but governments do seem to use it to deter irregular migrants from staying in the territory. This study explores whether and how practices of immigration detention in the Netherlands affect detainees’ decision-making processes regarding return and result in ‘specific deterrence’. 81 unauthorized irregular migrants were interviewed in immigration detention and their casefiles were examined. We find evidence for a limited deterrence effect: a minority of the respondents indeed wanted to return to their countries of origin in order to end their (repeated) stay in immigration detention. For some respondents the detention experience contributed to a desire to migrate from the Netherlands to a different European country. We go into the relevance of these findings for the continuing societal debate on the use of immigration detention.


Mieke Kox MA
Mieke Kox MA is als wetenschappelijk docent en onderzoeker verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: kox@law.eur.nl

Dr. Arjen Leerkes
Dr. Arjen Leerkes is als universitair docent verbonden aan de sectie sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam en onderzoeker bij het WODC/Ministerie van Veiligheid en Justitie. E-mail: leerkes@fsw.eur.nl
Artikel

Verbanning en brandmerking in de 21ste eeuw?

De toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag in combinatie met de ongewenstverklaring

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Asylum, war crimes, 1F, banishment
Auteurs Dr. Joris van Wijk en Drs. Joke Reijven
SamenvattingAuteursinformatie

    On the basis of article 1F Refugee Convention alleged perpetrators of serious crimes can be excluded from refugee protection. Under certain circumstances this exclusion can be regarded a unique type of contemporary banishment and branding. The rationale to exclude is primarily motivated by moral arguments, rather than security related arguments. In case Dutch government cannot deport the excluded persons, the exclusion is not limited to a certain place but (de facto) universal in nature. When the banished alleged perpetrators are declared undesirable aliens they are ‘branded’ as actual perpetrators.


Dr. Joris van Wijk
Dr. Joris van Wijk is universitair hoofddocent bij het Center for International Criminal Justice van de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam (www.cicj.org). E-mail: j.van.wijk@vu.nl

Drs. Joke Reijven
Drs. Joke Reijven is onderzoeker bij het Center for International Criminal Justice van de afdeling strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam (www.cicj.org). E-mail: j.e.p.reijven@vu.nl
Jurisprudentie

E.ON en GDF tegen de Europese Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Potentiële concurrentie, Counterfactual, Volledige rechtsmacht, Nevenrestrictie, Duur van overtreding
Auteurs Mr. B.H.J. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt een tweetal arresten van het Gerecht van 29 juni 2012 (zaak T-360/09, E.ON/Europese Commissie en zaak T-370/09, GDF Suez SA/Europese Commissie). Beide arresten behandelen de beroepen tegen een beschikking van de Commissie van 8 juli 2009 waarin E.ON en GDF waren beboet voor marktverdelingsafspraken. In zijn arresten onderzoekt het Gerecht minutieus of E.ON en GDF überhaupt voor de volledige duur van de overtreding wel als (potentiële) concurrenten konden worden aangemerkt. Daarnaast is het arrest van belang omdat het Gerecht gebruikmaakt van de volledige rechtsmacht op grond van Verordening 2003/1/EG en de boete vaststelt op een hoger niveau dan zou voortvloeien uit de boeterichtsnoeren van de Commissie.


Mr. B.H.J. Braeken
Mr. B.H.J. Braeken is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.

Prof. dr. M.P. Schinkel
Prof. dr. M.P. Schinkel is hoogleraar Competition Economics and Regulation aan de Universiteit van Amsterdam en co-director van het Amsterdam Centre for Law and Economics (ACLE).
Artikel

Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder

Verslag van de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WCAM, collectieve actie, art. 3:305a BW, nadeelcompensatie, motie Dijksma
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely en Mr. A.N.L. de Hoogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de voorjaarsvergadering 2012 van de Nederlandse Vereniging van Procesrecht over ‘Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder’. In drie inleidingen wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan (1) de toepassing van de WCAM vanuit het perspectief van de rol en de taak van de rechter, (2) knelpunten rond de oproeping en aankondiging als bedoeld in art. 1013 lid 5 en 1017 lid 3 Rv en de vraag of het verbod van art. 3:305a BW zou moeten worden afgeschaft (motie Dijksma), en (3) de afwikkeling van massaschade in het bestuursrecht, in het bijzonder door nadeelcompensatie.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.

Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.

    Op 1 oktober 2012 is de Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) in werking getreden. De Wrgt is niet van toepassing op de reactieve en proactieve aanwijzingsbevoegdheid in de Wet ruimtelijk ordening (Wro). Dit is gebaseerd op de (onjuiste) aanname dat de aanwijzingen geen interbestuurlijk toezicht zouden zijn, zoals door de Wrgt wordt gereguleerd. In deze bijdrage wordt beargumenteerd waarom de aanwijzingsbevoegdheden wel tot het interbestuurlijk toezicht behoren. Betoogd wordt dat de reactieve aanwijzing geen meerwaarde heeft ten opzichte van de instrumenten die de Wrgt biedt. In de aankomende Omgevingswet kan de reactieve aanwijzing van Rijk en provincie dan ook worden gemist.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Managementondersteuning van de provincie Utrecht.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Hoge Raad
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschenen arresten van de Hoge Raad over de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep en de devolutieve werking.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock is raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Creatief gebruik van bevoegdheden

Een explorerend onderzoek binnen de Nederlandse politie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Policing, Creative Use of Authorities, Noble Cause Corruption;, Organizational Misbehavior (OMB), Case study
Auteurs Robin Christiaan van Halderen en Karin Lasthuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    Police officers sometimes use creative ways in deploying their authorities when they deal with obstacles that hinder the pursuit for higher organizational goals or the common interest. By doing this, the boundaries of legislative rules might be stretched or even exceeded. This article reports the findings of a Dutch case study within the police into this phenomenon, which the authors described as the ‘creative use of authorities’. By means of observations and interviews within the researched police forces 57 cases were described and analyzed. The cases enabled a first categorization of distinctive forms of creative use of authorities with 4 essential core elements, that is: abstain from use, abuse, improper use and selective use of authorities.


Robin Christiaan van Halderen
Drs. Robin Christiaan van Halderen is als onderzoeker verbonden aan het Expertisecentrum Veiligheid, Avans Hogeschool (www.expertisecentrum-veiligheid.nl) E-mail: rc.vanhalderen@avans.nl

Karin Lasthuizen
Dr. Karin Lasthuizen is universitair hoofddocent en senior-lid van de onderzoeksgroep Quality of Governance van de Afdeling Bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: k.m.lasthuizen@vu.nl
Artikel

De Wet BOB tegen het (zon)licht gehouden

De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden in Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bijzondere opsporingsbevoegdheden, strafvordering, BOB, dwangmiddelen
Auteurs Mr. E. Witjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in dit artikel een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden uit de Wet BOB, die in 2012 in werking is getreden op Aruba (en Curaçao en Sint Maarten). Achtereenvolgens worden planmatige observatie, infiltratie, pseudokoop of -dienstverlening, stelselmatig inwinnen van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats, het opnemen van (vertrouwelijke) communicatie, burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinnen van informatie en burgerinfiltratie besproken. Hierbij worden de ervaringen betrokken die in Nederland zijn opgedaan met deze wet (de Wet BOB functioneert daar reeds een decennium), voor zover dit relevant is voor de Caribische situatie. Het artikel beoogt naast een algemene introductie ook enkele pijnpunten bloot te leggen en suggesties te doen ten behoeve van het functioneren van de Wet BOB in kleinschalige rechtsordes.


Mr. E. Witjens
Mr. E. Witjens is wetenschappelijk hoofdmedewerker straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Aruba.
Artikel

Access_open Financiële verhoudingen tussen overheid, kerk en religieuze organisaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Financiële betrekkingen tussen overheid, kerk en religieuze organisaties, Scheiding van kerk en staat., Gebedshuizen, Geestelijk bedienaren, Geestelijk verzorgers
Auteurs Paul van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Financial relationships between state, churches and religious organisations have existed for a long time in Dutch history. This could be understood from a general interest point of view in the nineteenth century and the social welfare state. However, that century and the welfare state do not exist anymore. Also society and people have changed. Do the financial relationships still exist nowadays and if so, to what extent and how should one assess these financial relationships? In order to deal with these questions, the article gives a comprehensive overview of the current situation of different financial relationships between state and religious organisations against a constitutional and historical background. It is argued that most of these relations are legitimate under certain conditions and that the constitutional framework of separation of church and state should not be overestimated in this field.


Paul van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is coördinerend senior adviseur constitutionele zaken/grondrechten, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en gastdocent/-onderzoeker, afdeling Staats- en bestuursrecht, VU Amsterdam. Paul.Sasse@minbzk.nl.
Jurisprudentie

Access_open Het verbod op gezichtsbedekkende kleding

Getoetst door het Grondwettelijk Hof van België

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Auteurs Carla Zoethout
SamenvattingAuteursinformatie

    The Court recognizes the appeal to the freedom of religion, as laid down in Article 10 European Convention of Human Rights. This freedom is not illimitable, however. According to the Court, the prohibition of wearing face-covering clothes is legitimate and the aims of public security, equality of men and women, and the wish to express a specific viewpoint on ‘living together in society’, are in conformity with the limitation clause of Article 10 ECHR. The Court considers the law proportionate and ‘necessary in a democratic society’ with a view to the aims of the law, with the caveat that the law is not applicable in places of worship open to the public.
    In the annotation, the parliamentary debate leading to the adoption of the law is analyzed. The law is a clear expression of a specific stance towards society in general and the position of men and women in particular. As it is a choice by the democratic institutions, the Court takes an attitude of restraint in this matter. All the same, the question is raised whether the term ‘in publicly accessible places’ may prove to be too vague and with that, not proportional to the legitimate aims pursued.


Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. C.M.Zoethout@uva.nl.
Artikel

Access_open De staat als ‘neutral organiser of religions’?

Een analyse van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden religie, godsdienstvrijheid, EVRM, secularisme, neutraliteit, Europees Hof voor de rechten van de mens
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2001 the European Court of Human Rights (ECtHR) regularly applies the normative characterization of the state as a ‘neutral and impartial organiser of religions’ in its cases. This qualification has no explicit basis in the European Convention on Human Rights (ECHR). Where does it come from, how does the ECtHR understand this, in which type of cases does the ECtHR use it and with which result? This essay analyses the use of this qualification by the ECtHR and aims to provide an answer to these questions. It asserts that the qualification of the state as ‘neutral and impartial organiser of religions’ is an inadequate standard and examines wether it may harbor other normative dimensions that are important in the relation between state and religion. After introducing the first case in which the ECtHR used this qualification, the first part deals with cases concerning conflicts within and between churches, equal treatment of religious groups in multi-tiered church and state systems, and pupils in public schools wearing religious garb. The second part will appear in the next issue of this Journal and continues with an analysis of cases concerning the place of religion in education, and various alleged interferences of religious liberty. It concludes with a reflection on the use by the ECtHR of the qualification of the state as ‘neutral and impartial organizer of religious’.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Artikel

De implementatie van de richtlijn betalingsachterstanden: een kritische beschouwing en enkele wenken voor de praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden betalingsachterstand, betalingstermijn, handelsrente, implementatie, effectiviteit
Auteurs Mr. R. van Tricht en Mr. D.J. Beenders
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs is de wet ter implementatie van de Richtlijn betalingsachterstanden in werking getreden. Bij de wijze waarop de wetgever de richtlijn in het Burgerlijk Wetboek heeft geïmplementeerd, is een aantal vermogensrechtelijke kanttekeningen te plaatsen die niet bijdragen aan het beoogde doel van wet en richtlijn: het verminderen van betalingsachterstanden.


Mr. R. van Tricht
Mr. R. van Tricht is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam. E-mail: rene.vantricht@debrauw.com.

Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam. E-mail: daan.beenders@debrauw.com.
Artikel

De hanteerbaarheid van een akte uit 1700

Beschouwingen naar aanleiding van Hof Amsterdam 2 oktober 2012, LJN BY1161

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden naasting, nakoopsrecht, zakenrecht, oude zakelijke rechten, Overgangswet
Auteurs Mr. E. Koops
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Amsterdamse hof bepaalde recent dat een in 1700 gevestigd ‘nakoopsrecht’ gerespecteerd moet worden door de huidige eigenaar van de bezwaarde grond. Dit recht heeft de invoering van het oud en nieuw BW overleefd. De auteur gaat in op de oude zakelijke rechten. Hoe bezwaarlijk zijn zij voor de huidige praktijk?


Mr. E. Koops
Mr. E. Koops is universitair docent goederenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Milieuvergunning terecht geweigerd wegens gevaar van verspreiding van dierziekten


Valérie van ’t Lam

    Ondanks het bestaan van een milieuvergunning voor de inrichting kan de vergunning voor een in zo’n inrichting te organiseren evenement worden geweigerd vanwege de gevolgen van dat evenement voor het milieu

Toont 961 - 980 van 2109 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 49
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.