Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2791 artikelen

x
Artikel

De stekker eruit? Over de relatie tussen cybercrime en geweld in afhankelijkheidsrelaties

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2015
Trefwoorden geweld in afhankelijkheidsrelaties, cybercrime
Auteurs Dr. Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    People have all kinds of dependency relationships, for example in family life and on the work floor. Since almost a decade, the Dutch government uses the term ‘violence in dependency relationships’ for all kinds of violence that are applied in these dependency relationships: domestic violence, honour-based violence, child abuse, abuse of the elderly, abuse by professionals for example in homes for children or the elderly and violence related to prostitution and the trafficking of humans. In this article an overview is given that demonstrates how in all these forms of violence elements of cybercrime can be recognized.


Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is lector ‘Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties’ aan de Avans Hogeschool in Den Bosch en hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie. Zij is tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Kinderrechten in hart, hoofd en hand ter bevordering van veiligheid

Passen we kinderrechten genoeg toe?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Veiligheid van kinderen, Kinderrechten, Toepassing, Wetgeving kindermishandeling, Wetgeving huiselijk geweld
Auteurs Dr. Channa Al
SamenvattingAuteursinformatie

    Child safety is an important condition for the healthy development of children. Child maltreatment is an extensive problem in society with significant medical, emotional, cognitive, social and economic consequences. In policy-making, attention for this phenomenon has increased, resulting in new laws and measures. However, the Committee for Childs Rights of the United Nations formulated numerous recommendations for a better implementation of the Convention on the Rights of the Child in the Netherlands. This article focuses on how child safety and children’s rights are related and explores the implementation of the convention, considering relevant new laws and scientific (field) research.


Dr. Channa Al
Dr. Channa Al is sociaal psycholoog en werkt als adviseur jeugd bij BMC Implementatie.
Artikel

Publicatie van de jaarrekening op grond van het effectenrecht: effectieve openbaarmaking of (slechts) verregaand transparant?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden publicatieplicht, beursvennootschappen, jaarrekening, effectenrecht, Fondsenreglement
Auteurs Prof. mr. J.B.S. Hijink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin is uitgemaakt dat met het voldoen aan effectenrechtelijke publicatieverplichtingen ook is voldaan aan de publicatieplicht op grond van Boek 2 BW. Tegen de achtergrond van de uiteenlopend vormgegeven publicatieverplichtingen in het vennootschapsrecht enerzijds en het effectenrecht anderzijds, plaatst de auteur daarbij enige kanttekeningen.


Prof. mr. J.B.S. Hijink
Prof. mr. J.B.S. Hijink is hoogleraar jaarrekeningenrecht en toezicht financiële verslaggeving aan de Erasmus School of Law te Rotterdam en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Multilevel regulation op het terrein van de lucht-, zee- en binnenvaart

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden multilevel regulation, betrokkenheid nationale parlementen bij internationale besluitvorming, afstemming tussen nationaal en internationaal recht
Auteurs Mr. N. Kohll
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over multilevel regulation in de luchtvaart-, zeevaart- en binnenvaartwetgeving. Multilevel regulation ontstaat doordat naast nationale overheden ook veel andere organisaties regelgeving tot stand brengen. Aan de hand van steeds een actueel dossiers uit elk van de drie genoemde wetgevingscomplexen, wordt in dit artikel beschreven hoe regelgeving op internationaal niveau tot stand komt, de regelgeving van de Europese Unie beïnvloedt en uiteindelijk doorwerkt in nationale regelgeving. Ook wordt beschreven hoe in elk van de genoemde wetgevingscomplexen de wisselwerking tussen deze niveaus in de praktijk werkt, hoe de onderlinge afstemming is vormgegeven en op welke wijze in Nederland steeds is voorzien in parlementaire betrokkenheid. Geconcludeerd wordt dat de invloed van de EU de laatste jaren steeds belangrijker lijkt te worden. Eindconclusie is dat er op dit moment geen redenen zijn om de huidige werkwijze bij de voorbereiding van uitvoerende besluitvorming in internationaal en EU-verband te veranderen.


Mr. N. Kohll
Mr. N. Kohll is hoofd van de afdeling Lucht- en Scheepvaart van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Wetgeving en andere normenstelsels: zes aanwijzingen aan de Nederlandse wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden meergelaagde rechtsorde, private regulering
Auteurs Prof. dr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    Het doel van deze bijdrage is om na te gaan hoe de nationale wetgever heeft te reageren op de toename van rechtens relevante normenstelsels. Er worden zes vragen verkend waar de nationale wetgever praktisch mee heeft te rekenen. De voorzichtige conclusie is dat de wetgever zich tot nu toe onvoldoende realiseert wat het betekent om in een meergelaagd rechtssysteem te functioneren. Het zou goed zijn indien door politici en wetgevingsjuristen een fundamenteler discussie wordt gevoerd over onder meer de ‘wie doet wat’-vraag, de kenbaarheid en coherentie van het recht, de implementatie van EU-recht, verwijzing naar private regulering en de positionering van Nederland op de internationale ‘rechtsmarkt’. Eén ding moet daarbij vooropstaan: een meergelaagde rechtsorde is geen bedreiging voor de nationale wetgever, maar biedt vooral een kans om opnieuw invulling te geven aan de eisen die in een rechtsstaat aan regelgeving moeten worden gesteld.


Prof. dr. J.M. Smits
Prof. dr. J.M. Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Casus

Urgenda: een typisch gevalletje rechter, wetgever of politiek?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Urgenda, klimaatverandering, gevaarzetting, beleidsvrijheid, doorkruising machtenscheiding
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vonnis van de Haagse rechtbank in de zaak Urgenda tegen de Staat der Nederlanden heeft wereldwijd de aandacht getrokken. Het bevel van de rechter aan de Staat om meer te doen om de uitstoot van broeikasgassen met 25 procent ten opzichte van 1990 te verminderen heeft zowel lof als kritiek geoogst in de (internationale) media en literatuur. Milieuorganisaties loven de durf van de rechtbank om de Staat via het onrechtmatigedaadsrecht te houden aan internationaal overeengekomen CO2-reductiedoelstellingen. Staatsrechtgeleerden hekelen het vonnis daarentegen omdat de rechter te activistisch zou hebben geopereerd, te veel op de stoel van de wetgever en de politiek zou zijn gaan zitten en onvoldoende rekening houdt met de beleidsvrijheid van de Staat. De vraag is echter of deze kritiek niet uitgaat van een te eenzijdige lezing van het vonnis en van verouderde denkbeelden over de rol van de rechter binnen de trias politica.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Nieuw fiscaal procesrecht op de Caribische eilanden

Something old, something new

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Trefwoorden fiscaal bestuursrecht, tweede feitelijke instantie, hertoetsing, cassatie, Curaçao
Auteurs Mr. D.G. Barmentlo en Mr. B. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Caribische delen van het Koninkrijk overzee wordt in 2015, tien jaar na de invoering in Nederland, de tweede feitelijke instantie in belastingzaken ingevoerd. Daarmee wordt ook de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden geopend. Op Aruba bestaat hoger beroep sinds 1 januari 2015. Per 30 juni 2015 hebben Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden) zich aangesloten bij de ‘Arubaanse regeling’. De verwachting is dat ook Curaçao en Sint Maarten snel, waarschijnlijk in 2015, zullen volgen. Cassatie bij de Hoge Raad is mogelijk zodra alle eilanden hoger beroep hebben ingevoerd.


Mr. D.G. Barmentlo
Mr. D.G. Barmentlo is als advocaat-belastingkundige per 1 juli 2015 verbonden aan Jaegers & Soons advocaten te Amsterdam.

Mr. B. Jongmans
Mr. B. Jongmans is als advocaat-belastingkundige verbonden aan Gaming Legal Dutch Caribbean te Willemstad.

Mr. J. de Vries
Mr. J. de Vries is waarnemend afdelingshoofd Juridische Zaken & Wetgeving Sint Maarten.
Artikel

De koningseed als moreel en realistisch venster op koninkrijksrelaties

Een ministaatsleer van het Euro-Caribische Koninkrijk der Nederlanden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Trefwoorden koningseed, koninkrijksrelaties, rechtswaarborgen voor bevolking, vrije associatie, onafhankelijkheid
Auteurs Prof. mr. J.B.J.M. ten Berge
SamenvattingAuteursinformatie

    De koningseed is een ministaatsleer van het Koninkrijk der Nederlanden als doelgemeenschap van volkeren met elk een eigen nationalisme. De staatkundige vorm van deze volkerengemeenschap is een postkoloniale mengvorm van integratie in het oude moederland en een vrije associatie. Doelen zijn het voor de bevolking waarborgen van (1) externe veiligheid (defensie), (2) een interne democratische rechtsorde, (3)welvaart en (4) internationaal burgerschap. In de steeds weer oplaaiende discussies over onafhankelijkheid zal dan ook gezocht moeten worden naar alternatieve garanties voor de bevolking op alle vier punten.


Prof. mr. J.B.J.M. ten Berge
Prof. mr. J.B.J.M. ten Berge is emeritus hoogleraar staats-en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De zaak van Sinterklaas

Zwarte Piet staat terecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Zwarte Piet, racisme, uitingsvrijheid, rechtsstaat
Auteurs Dr. A. Bijnaar en Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In De zaak van Sinterklaas: Zwarte Piet staat terecht bespreken Aspha Bijnaar en Cees Maris de maatschappelijke en juridische controverses rond Zwarte Piet vanuit het rechtsfilosofische ideaal van de liberale rechtsstaat. Ze betogen dat Zwarte Piet is besmet met het racisme van het koloniale verleden. Wegens het belang van de uitingsvrijheid moet de overheid discriminerende uitingen niet verbieden, maar met argumenten tegenspreken. Een neutrale rechtsstaat mag zelf niet discrimineren: Sinterklaasevenementen waarbij overheidsinstellingen direct zijn betrokken, moeten vrij zijn van racistische smetten.


Dr. A. Bijnaar
Dr. A. Bijnaar is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis.

Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is emeritus hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Article

Access_open Religie en cultuur in familierechtelijke beslissingen over kinderen

Tijdschrift Family & Law, september 2015
Auteurs Mr. dr. Merel Jonker, Rozemarijn van Spaendonck en Mr. dr. Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de resultaten gepresenteerd van een uitgebreid jurisprudentieonderzoek naar de wijze waarop religie en cultuur betrokken worden in de overwegingen van de rechter in familierechtelijke beslissingen over kinderen in Nederland. Naast een kwantitatief overzicht van de gepubliceerde jurisprudentie worden de uitspraken inhoudelijk ontsloten en geanalyseerd aan de hand van thema's zoals bloedtransfusies, cultuurverschillen en identiteitsontwikkeling, rituelen (besnijdenis en doop) en schoolkeuze. Bij de analyse wordt onderscheid gemaakt tussen de rechten van het kind en de rechten van ouders, en wordt ingegaan op de vraag welke criteria de rechter hanteert voor de afweging van de rechten van het kind en diens ouders. Ook wordt besproken in hoeverre internationale normen herkenbaar zijn in de overwegingen van de rechter. Uit de 79 rechtszaken waarin de rechter overwegingen wijdt aan religie en cultuur, blijkt dat deze aspecten zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben op het belang van het kind en met name op de identiteitsontwikkeling van het kind. De rechter hanteert hierbij criteria zoals: schade voor de gezondheid van het kind, sociale aansluiting met anderen van dezelfde religieuze of culturele achtergrond, en praktische overwegingen.
    This contribution presents the results of an extensive Dutch case law study on the way in which religion and culture play a role in the considerations of judges in family law decisions regarding children. In addition to a quantitative overview of the published case law in the Netherlands, the decisions are analysed on the basis of themes such as blood transfusion, culture differences and identity development, rituals (circumcision and baptism), and choosing a school. In the analysis, a distinction is made between the rights of the child and the rights of parents. Furthermore, the criteria which the judge deploys to balance the rights of the child and the rights of its parents are addressed. Finally, the extent to which international legal standards can be identified in the considerations of the judge is discussed. From the 79 cases in which the judge consider to religion and culture, it appears that these aspects can have both positive and negative effects upon the best interests of the child, and in particular upon the identity development of the child. In these cases, the judge uses criteria such as: harm to the health of the child, social connections with others of the same religious and cultural background, and practical day-to-day considerations.


Mr. dr. Merel Jonker
Merel Jonker is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en aan het Utrecht Centre for European research into Family Law (UCERF).

Rozemarijn van Spaendonck
Rozemarijn van Spaendonck is Legal Research Master student en is vanaf 1 november 2015 als aio verbonden aan de vakgroep Strafrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. Jet Tigchelaar
Jet Tigchelaar is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Staats- en bestuursrecht en rechtstheorie van de Universiteit Utrecht en aan het Utrecht Centre for European research into Family Law (UCERF).

    Dit is een verslag van het symposium over de knelpunten van de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen, dat op 22 mei 2015 aan de Universiteit Utrecht werd gehouden. Het wetsvoorstel houdt - kort samengevat - in, dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en giften niet langer in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Op dit symposium werd het wetsvoorstel besproken en de daarop gerichte kritiek samengevat in 4 knelpunten. Ook werd het wetsvoorstel in internationaal perspectief geplaatst door sprekers uit Duitsland, Zweden en België. In internationaal opzicht is de algehele gemeenschap uniek en zowel in binnen- als buitenland wordt zij als ouderwets beschouwd.
    Als probleem van het voorgestelde stelsel wordt ervaren dat men tijdens het huwelijk geen administratie bijhoudt en dat dat bij de afwikkeling na ontbinding problemen gaat opleveren. Echter, het huidige bewijsvermoeden, zoals dat is neergelegd in art. 1:94 lid 6 BW, blijft van kracht in het wetsvoorstel. De zaaksvervangingsregel van 1:95 lid 1 BW wordt ook gehandhaafd. Besproken is de Belgische oplossing voor mogelijke problemen, inhoudende dat een goed dat voor meer dan de helft van de prijs uit eigen vermogen is gefinancierd alleen dan buiten de gemeenschap valt als partijen dat verklaren bij notariële akte.
    Het wetsvoorstel geeft een regeling om de echtgenoot mee te laten profiteren van het ondernemingsvermogen dat de ander buiten de gemeenschap opbouwt. De moeilijkheid hierbij is hoe de vergoeding jegens de niet-werkende echtgenoot berekend moet worden. Ten slotte is in het nieuwe wetsvoorstel geprobeerd tegemoet te komen aan het probleem dat een echtgenoot geconfronteerd wordt met schuldeisers van de andere echtgenoot. Om dit te bereiken zijn art. 1:96 BW en art. 61 Fw gewijzigd met als gevolg dat de positie van de schuldeiser tot normale proporties wordt teruggebracht.
    Een grote meerderheid van de aanwezigen bleek positief te zijn over het nieuwe wetsvoorstel: ongeveer 90 procent was voor invoering in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
    This is a conference report on a symposium held at the University of Utrecht on the 22nd of May on the legislative proposal for the introduction of a limited community of property in the Netherlands. The legislative proposal entails – in a nutshell – that pre-matrimonial property, inheritances and gifts no longer form a part of the community of property. During this symposium, the legislative proposal was discussed and the critique was summarized into four key issues. The legislative proposal was also placed in an international perspective by speakers from Germany, Sweden and Belgium. In the international perspective the Dutch community of property regime is unique and it is regarded as outdated in both the Netherlands and abroad. In the proposed new regime it is considered that spouses do not keep an administration of their assets during their marriage, which can cause problems after dissolution of the community. However, the rebuttal presumption of Article 1:94 para. 6 Dutch Civil Code, is upheld in the new proposal. The current rule of substitution as stated in Article 1:95 Dutch Civil Code is also maintained. The Belgian solutions to possible difficulties is discussed, in which property is only excluded from the community of property when more than half of the price has been financed by personal assets and this is declared in a notarial deed.Furthermore, the legislative proposal allows the non-working spouse to share in the profits of the business assets acquired by the work of the other spouse which are built up outside the community. The remaining difficulty is how the reimbursement claim should be calculated. Lastly, the legislative proposal attempts to prevent a spouse from being confronted by creditors of the other spouse. In order to achieve this, Article 1:96 Dutch Civil Code and Art. 61 Insolvency Law are amended in such a way that the position of the creditor is brought back tonormal proportions.A great majority of those present appeared to be positive about the legislative proposal; 90 percent voted in favour of incorporating it into Book 1 of the Dutch Civil Code.


Bas Legger
Bas Legger is student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Tiddo Bos
Tiddo Bos is research master student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.
Praktijk

Recente internationale ontwikkelingen in de aanpak van belastingontwijking door multinationals

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden belastingontwijking multinationals, Base Erosion and Profit Shifting, BEPS-Actieplan, fiscale structuren
Auteurs A.J. van Herwaarden
SamenvattingAuteursinformatie

    De belastingheffing van multinationals staat vandaag de dag in het middelpunt van de publieke belangstelling. Met behulp van fiscale structuren kunnen multinationals op legale wijze hun effectieve (wereldwijde) belastingdruk op behaalde winsten aanzienlijk verlagen. Ter bestrijding van belastingontwijking door multinationals hebben de OESO en de G20 in 2013 het grootschalige project ‘Base Erosion and Profit Shifting’ (BEPS) opgezet. Ook binnen de EU staat belastingontwijking door multinationals hoog op de politieke agenda. Deze bijdrage bevat een bespreking van belastingontwijkingsmogelijkheden voor multinationals en de daartegen door de OESO/G20 en de EU voorgestelde oplossingsrichtingen.


A.J. van Herwaarden
A.J. van Herwaarden, LLM, MSc is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

MVO-gedragscodes, contracten en aansprakelijkheid: van goede bedoelingen naar het beperken van aansprakelijkheidsrisico’s

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Maatschappelijk verantwoord ondernemen, Gedragscodes, Aansprakelijkheid, Handelsketens, Multinationals
Auteurs Dr. A.L. Vytopil
Auteursinformatie

Dr. A.L. Vytopil
Dr. A.L. Vytopil is als universitair docent werkzaam bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en is redactiesecretaris van Contracteren. Zij promoveerde in 2015 op een proefschrift over dit onderwerp.

Dr. Tamar Fischer
Dr. T.F.C. Fischer is Universitair Docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het episodisch geheugen en getuigenverhoor

Wat weten politieverhoorders hiervan?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2015
Trefwoorden interview, interviewer, police, witness, episodic memory
Auteurs Dr. Geralda Odinot, Drs. MCI Roel Boon en Laura Wolters BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study, we examined what police interviewers know about factors that affect the reliability of eyewitness testimony. We asked 143 specialist investigative interviewers from the Dutch police to complete a questionnaire about eyewitness memory. The results indicate that the police interviewers have limited knowledge of episodic memory and accompanying interviewing issues. In addition, we analyzed the interview manual from the Dutch Police Academy on coverage of the topics in our questionnaire. The poor level of knowledge of the police interviewers was correlated with lack of knowledge in the manual. Results are discussed in relation to education in police interviewing in the Netherlands.


Dr. Geralda Odinot
Dr. G. Odinot is onderzoeker op de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties bij het WODC, Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Drs. MCI Roel Boon
Drs. R. Boon MCI is operationeel specialist bij de Nationale Politie.

Laura Wolters BSc
L.C.M. Wolters BSc is operationeel specialist bij de Nationale Politie.
Redactioneel

Toezicht en wetenschap

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. dr. Judith van Erp
Auteursinformatie

Prof. dr. Judith van Erp
Prof. dr. J.G. van Erp is Hoogleraar Public Institutions aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

Maaike Voorhoeve
Maaike Voorhoeve (Amsterdam, 1979) is Humboldt Fellow aan het Forum Transregionale Studien van het Wissenschaftskolleg zu Berlin en de Philipps Universität Marburg. Ze schreef een proefschrift over de rechtspraktijk van twee vrouwelijke familierechters aan de rechtbank in Tunis (UvA, 2011, gepubliceerd door I.B. Tauris als Gender and Divorce Law in North Africa). Zij voltooide post-docposities aan Harvard University, het Wissenschaftskolleg zu Berlin en de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales in Parijs. Voorhoeves onderzoek concentreert zich op de rechtsantropologische studie van hedendaags Tunesië.
Artikel

Digitalisering: kans of bedreiging voor wetgeving?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden internet, governance, jurisdiction, legal theory
Auteurs Bart Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bart Schermer, describes the difficulties in regulating the internet. The global reach of the internet, the fact that it is for the most part owned by private actors and creates opportunities for anonymity challenge regulators. The article describes issues related to sovereignty and jurisdiction, ambiguity in legal texts and dependence on private sector actors. Possible solutions lie in global internet governance, institutional innovation and the internet’s architecture itself.


Bart Schermer
Bart W. Schermer (1978) is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Bart is fellow bij het E.M. Meijers Instituut, redacteur bij het Tijdschrift voor Internetrecht en lid van de Cybercrime expertgroep van het Hof Den Haag.
Toont 961 - 980 van 2791 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 49
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.