Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 4325 artikelen

x


Artikel

De bijzondere conflictregel van art. 24 Europese Erfrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden toelaatbaarheid en geldigheid uiterste wilsbeschikking, aparte verwijzingsregel, rechtskeuze
Auteurs Prof. Mr. A.H.N. Stollenwerck
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de toelaatbaarheid en materiële geldigheid van uiterste wilsbeschikkingen geeft art. 24 ErfVo een aparte van de algemene verwijzingsregel van art. 21 ErfVo afwijkende verwijzingsregel. Die bijzondere collisieregel geldt op grond van art. 25 ErfVo ook voor de in het Nederlandse erfrecht niet voorkomende erfovereenkomst. Art. 26 van de verordening leert wat onder de materiële geldigheid van een uiterste wilsbeschikking moet worden verstaan.


Prof. Mr. A.H.N. Stollenwerck
Prof. mr. A.H.N. Stollenwerck is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag en hoogleraar Estate Planning aan de VU Amsterdam.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

Lundbeck en pay-for-delay schikkingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Lundbeck, pay-for-delay, schikking, farmaceutische industrie, Actavis
Auteurs Mr. J. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2015 publiceerde de Europese Commissie de boetebeschikking in de zaak Lundbeck. Lundbeck werd samen met een aantal producenten van generieke geneesmiddelen beboet voor pay-for-delay schikkingen die zij hadden getroffen. Door middel van deze schikkingen kwamen de betrokken producenten van generieke geneesmiddelen overeen dat zij markttoegang zouden uitstellen in ruil voor een betaling. In dit artikel wordt de Lundbeck-beschikking besproken en een vergelijking gemaakt met de beoordeling van pay-for-delay schikkingen door de Amerikaanse mededingingsautoriteit en rechter.
    Commissie beschikking nr. C(2013) 3803 final, zaak AT.39226 (19 juni 2013)


Mr. J. Fanoy
Mr. J. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is medewerker binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

    Thuiszorg; opzegging zorgovereenkomst; norm artikel 7:460 BW; gewichtige reden; KNMG-richtlijn

Jurisprudentie

2015/199 Rechtbank Midden-Nederland 8 april 2015 (m.nt. prof. mr. J.G. Sijmons)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Art. 13 Zvw, vergoeding voortgezette behandeling, ononderbroken zorgverlening, cessie op zorgaanbieder, onrechtmatige daad zorgverzekeraar
Samenvatting

    Uitleg artikel 13 lid 5 Zvw; cessieverbod recht op vergoeding van zorg; onrechtmatigheid van handelen in strijd met artikel 13 lid 5 Zvw

Artikel

An all-European holiday?

De vakantieregeling in de Arbeidstijdenrichtlijn en het Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vakantieregeling, Arbeidstijdenrichtlijn, Europees recht, Implementatie
Auteurs Mr. dr. H.J. van Drongelen, Mr. J. TenHoor en Mr. dr. S.J. Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht op vakantie is inmiddels niet meer weg te denken uit het arbeidsrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de samenhang tussen het Europese recht op vakantie dat is neergelegd in de Arbeidstijdenrichtlijn en de regeling van het recht op vakantie in onze nationale wetgeving. Daarbij komt een aantal vragen aan de orde. Wat betekent de Europese regelgeving en rechtspraak voor het recht op jaarlijkse vakantie van de Nederlandse werknemer? Op welke punten is het Nederlandse recht geharmoniseerd en op welke punten, wellicht ten onrechte, (nog) niet? Ook komt aan de orde of daar waar de Nederlandse wetgever heeft geprobeerd om het nationale recht te harmoniseren, dit wel succesvol is geweest. De beantwoording van deze vragen leert dat er een aantal onduidelijkheden bestaat rondom het Europese recht op vakantie en de vertaling daarvan door de Nederlandse wetgever.


Mr. dr. H.J. van Drongelen
Mr. dr. H.J. van Drongelen is universitair hoofddocent Sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg en tevens adviseur bij De Voort Advocaten en Mediators.

Mr. J. TenHoor
Mr. J. TenHoor is wetgevingsjurist bij de Raad van State.

Mr. dr. S.J. Rombouts
Mr. dr. S.J. Rombouts is universitair docent Sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg.
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).
Jurisprudentie

Grenzen aan sociale concurrentie bij vrij verkeer van diensten en bij mededinging

HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vrijheid van diensten, Mededinging, Europees recht, Sociale concurrentie
Auteurs A.P.C.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)
    In deze annotatie worden twee arresten van het Hof van Justitie van de EU besproken onder de noemer van sociale concurrentie die het gevolg zouden kunnen zijn van de toepassing van twee grondbeginselen van de Europese Unie: vrij verkeer en mededinging. In de zaak Bundesdruckerei is aan de orde of een overheidsinstantie in haar aanbestedingsvoorwaarden mag opnemen dat het bedrijf dat de opdracht uitvoert, moet garanderen dat het minimumuurloon dat geldt voor de lidstaat waarin het bedrijf gevestigd is, ook wordt betaald aan werknemers van een bedrijf in een andere lidstaat waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Het VWEU verbiedt dat in artikel 56, tenzij de inbreuk op het vrij verkeer objectief gerechtvaardigd wordt. Het HvJ EU komt met toepassing van de criteria, doel, geschikt en noodzakelijk, tot de conclusie dat er een gerechtvaardigd doel kan zijn – bescherming van werknemers – maar dat de voorwaarde niet geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
    De andere zaak (FNV KIEM) sluit aan op staande rechtspraak van het HvJ EU dat cao’s zijn uitgezonderd van het mededingingsrecht, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Mag een vakbond minimumtarieven voor zelfstandigen in een cao vastleggen? Als een vakbond dat doet, treedt hij dan op als werknemers- of als werkgeversvereniging? Doorslaggevend is of er sprake is van ‘echte’ zelfstandigheid of van schijnzelfstandigheid. Naast de bekende criteria als vrijheid van uitvoering van de werkzaamheden, afhankelijkheid van de opdrachtgever, het dragen van financiële en commerciële risico’s introduceert het HvJ EU het criterium: is de betrokkene als gewone werknemer in de onderneming van de opdrachtgever werkzaam ofwel is hij met de werknemer gelijk te stellen? Een vraag voor de nationale rechter.


A.P.C.M. Jaspers
A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Artikel

Zekere zekerheid

Het belang van zekere zekerheid voor de financiering van het bedrijfsleven

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden goederenrechtelijke zekerheidsrechten, kapitaal, banken, leningen, proefprocedures
Auteurs Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem en Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Goederenrechtelijke zekerheidsrechten bepalen (mede) het kapitaal dat banken moeten aanhouden ten opzichte van de leningen die zij verstrekken. Onzekerheid over de hardheid, houdbaarheid, en uitwinbaarheid van die rechten is kostbaar. Een bank is er dus veel aan gelegen daarover duidelijkheid te krijgen, via proefprocedures die in deze bijdrage worden beschreven.


Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem
Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem is juridisch adviseur ING, hoogleraar onderneming en financiering aan de Radboud Universiteit Nijmegen, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland.

Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is bedrijfsjurist bij ING.
Artikel

De invloed van Europees recht op alternatieve wijzen van geschillenbeslechting (ADR)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden Europees consumentenrecht, ADR, ambtshalve toepassing, toetsing
Auteurs Mr. drs. I. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de doorwerking van Europees consumentenrecht in ADR-procedures aan de hand van het arrest Heesakkers/Voets (NJ 2014/274). Vastgesteld wordt dat de rechterlijke controle op de handhaving van het Europees consumentenrecht in ADR-procedures is uitgebreid. Ook buitengerechtelijke geschillenbeslechters dienen (ambtshalve) toepassing te geven aan Europese consumentbeschermende bepalingen.


Mr. drs. I. Brand
Mr. drs. I. Brand is rechter in de Rechtbank Den Haag.
Artikel

De grenzen van de bedenktijd

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden bedenktijd, misbruik van recht, koop op afstand, waardevermindering, gebruiksvergoeding
Auteurs Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een consument door zijn eigen gedragingen het recht verspelen om gebruik te maken van een wettelijke bedenktijd? Bij de koop op afstand is het antwoord inmiddels gegeven. Art. 6:230s lid 3 BW beperkt de consequenties tot een verplichting tot vergoeding van de waardevermindering van de zaak.


Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd
Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

MvV: Mededelingsplicht, verzwijging en Vergoeding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden dwaling, mededelingsplicht, schadevergoeding, verkeersopvattingen, vernietiging
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Verkeersopvattingen bepalen het bestaan van precontractuele mededelingsplichten. De kennis van de betrokken partijen alsook wettelijke mededelingsplichten zijn daarbinnen van grote betekenis. Wat betreft de gevolgen van verzwijging zouden contractueel bedongen garanties ook bij vernietiging van de overeenkomst van betekenis kunnen blijven, mits de overeenkomst zonder terugwerkende kracht wordt vernietigd.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Eigenlijke (wettelijke) en oneigenlijke (contractuele) lossing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden eigenlijke (wettelijke) lossing, oneigenlijke (contractuele) lossing, uitwinning van zekerheden, verleggingsregeling omzetbelasting
Auteurs Prof. mr. N.E.D. Faber en Mr. N.S.G.J. Vermunt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad komt terug van eerdere jurisprudentie en ziet oneigenlijke (contractuele) lossing thans als een vorm van uitwinning.


Prof. mr. N.E.D. Faber
Prof. mr. N.E.D. Faber is hoogleraar burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, lid van het dagelijks bestuur van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, adviseur bij Clifford Chance en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.

Mr. N.S.G.J. Vermunt
Mr. N.S.G.J. Vermunt is secretaris van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en adviseur bij Linklaters.
Artikel

De bestuurder-aandeelhouder en toepasselijkheid van regels van particuliere borgtocht ‘revisited’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden particuliere borg, toestemmingsvereiste art. 1:88 lid 5 BW, criteria ‘normale bedrijfsuitoefening’
Auteurs Mr. C.R. Christiaans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het zakelijke verkeer wordt veelvuldig gebruik gemaakt van door natuurlijke personen af te geven borgtochten. Daarbij dient aan de eisen van art. 1:88 lid 5 BW en aan die van het minder bekende art. 7:857 e.v. BW te worden voldaan. De rechtspraak past deze criteria echter niet consequent toe, waardoor met name bestuurders-aandeelhouders soms ten onrechte bescherming wordt onthouden.


Mr. C.R. Christiaans
Mr. C.R. Christiaans is Legal Director bij DLA Piper Nederland N.V.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

De procesovereenkomst

Bespreking van de dissertatie van Marte Knigge

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. W.D.H. Asser
Auteursinformatie

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Grote diversiteit en enige rechtsgelijkheid

Juridische samenlevingsvormen voor paren van gelijk geslacht in Europa

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2015
Trefwoorden family life, same-sex partners, registered partnership, cohabitation, non-discrimination
Auteurs Prof. mr. K. Waaldijk
SamenvattingAuteursinformatie

    This article gives a compact overview of developments in national and European law regarding same-sex partners. Over the last decades, new legal family formats (such as registered partnership and de facto union) have been made available in a growing number of countries. The number of countries that have opened up marriage to same-sex couples is also growing. Authors of comparative family law have proposed various classifications of the new legal family formats. Meanwhile, an increasing number of EU laws now acknowledge non-marital partners. The European Courts have been asked several times to rule on controversial differentiations between different legal family formats or between same-sex and different-sex partners. In the case law of the European Court of Human Rights one can find examples of affirmative eloquence which suggest that more steps towards full legal recognition of same-sex families could be expected.


Prof. mr. K. Waaldijk
Prof. mr. Kees Waaldijk is als hoogleraar comparative sexual orientation law verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies van Universiteit Leiden, www.law.leidenuniv.nl/waaldijk. Eerdere versies van dit artikel verschenen in het Engels (Waaldijk 2015; Waaldijk 2014). Momenteel leidt hij een onderzoek naar de rechtsgevolgen van huwelijk, partnerschap en samenwonen in een groot aantal Europese landen. Vandaar de volgende acknowledgement: The research leading to these results has received funding from the European Union’s Seventh Framework Programme (FP7/2007-2013) under grant agreement no. 320116 for the research project FamiliesAnd Societies (www.familiesandsocieties.eu). De auteur dankt José Maria Lorenzo Villaverde, onderzoeker in dit project, voor zijn nuttige opmerkingen en Jingshu Zhu voor haar hulp bij het vinden van de EU-regelingen.

    Op 11 februari 2015 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation aangenomen. Dit is het eerste Europese instrument over het verhuizen met kinderen na scheiding. De Recommendation heeft een duidelijk tweeledig doel: het voorkomen van conflicten over verhuizingen met kinderen en, indien een conflict is gerezen, het bieden van richtsnoeren voor het oplossen daarvan. In deze bijdrage staan in de eerste plaats de inhoud van de Recommendation en de daarbij gemaakte keuzes centraal. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat deze Recommendation kan betekenen voor het Nederlandse recht en de toepassing daarvan in verhuiszaken. In de Recommendation worden enige, naar het oordeel van de auteur verstandige keuzes gemaakt. Zo verdient het stevig inzetten op alternatieve geschiloplossing steun. Daarnaast is de aanbevolen afzonderlijke beoordeling van het belang van het kind, zonder dat dit belang echter de doorslag hoeft te geven, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad in verhuiszaken. Ook het pleidooi voor een neutrale, kind-gecentreerde, casuïstische benadering door de rechter strookt met de wijze waarop Nederlandse rechters tot hun beslissingen in verhuiszaken komen. Specifieke verhuiswetgeving op deze punten, zoals de Recommendation voorstelt, acht de auteur dan ook niet nodig. Wel zou de wettelijke verankering van de in de Recommendation voorgestelde formele notificatieplicht kunnen bijdragen aan het voorkomen van verhuisconflicten. Krachtens deze plicht dient de ouder met een verhuiswens de andere ouder – schriftelijk en binnen een redelijke termijn – te informeren over de voorgenomen verhuizing. Hoewel de verwachtingen van het daadwerkelijke effect van de Recommendation als niet-bindend instrument niet al te hoog gespannen moeten zijn, draagt deze bij aan de erkenning van verhuizing met kinderen als een (hoog)potentieel conflictueuze aangelegenheid.
    On the 11th February 2015 the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation. This is the first European instrument on child relocation. The aim of the Recommendation is twofold: preventing relocation disputes, and in case of a dispute, providing guidelines for solving them. This contribution firstly intends to examine the principles of the Recommendation and the choices that has been made during the drafting process. Secondly, it will look at the question of to what extent the Recommendation could lead to any adjustments of Dutch law and its application in relocation cases. In the opinion of the author, a number of prudent choices have been made in the Recommendation. In the first place, the encouragement of alternative dispute resolution ought to be supported. Secondly, the recommended individual and separate assessment of the best interests of the child (whose interests are, however, not decisive) is in accordance with the case law of the Supreme Court of the Netherlands in relocation cases. The plea for a neutral, child centered, case-by-case approach by the court is also consistent with the way in which Dutch courts make their decisions in relocation cases. Specific relocation legislation in this regard is not necessary in the opinion of the author. However, a legislative provision requiring the relocating parent to inform the other parent prior to the intended relocation might contribute to the prevention of disputes on child relocation. Although expectations concerning the actual effect of the Recommendation as a non-binding instrument should not be too high, it nevertheless contributes to the recognition of child relocation as an issue with a high potential for conflict.


Prof. mr. Lieke Coenraad
Prof. mr. Lieke Coenraad is Professor of Private Law and Dispute Resolution at the law faculty of VU University Amsterdam. She is also deputy judge at the Court of Appeal of Amsterdam.
Artikel

Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg: zit de wetgever op het goede spoor?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden elektronische informatie-uitwisseling, gegevens, EPD, toestemming
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bepalingen van het wetsvoorstel ‘cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ in het licht geplaatst van en vergeleken met de huidige regels voor gegevensuitwisseling in de zorg. Geconcludeerd wordt dat het huidige juridische kader wordt aangescherpt met het van kracht worden van het wetsvoorstel. Dat is een goede zaak, al is bij de toegankelijkheid en de praktische uitvoerbaarheid van de nieuwe wetsbepalingen nog wel een aantal kanttekeningen te plaatsen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Toont 961 - 980 van 4325 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 49
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.