Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1466 artikelen

x
Discussie

Kafka en de verbeelding van bureaucratie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden bureaucratie, rechtsstaat, autonomie
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Bureaucratie is een dubbelzinnig regime. Het is enerzijds een interpretatie van het ideaal van een democratische rechtsstaat, waarin bestuur neutraal is en onderworpen aan politiek gezag (Weberiaans). Anderzijds is bureaucratie een nachtmerrie, waarin burgers geen toegang hebben tot de wet die hun rechten en verplichtingen vaststelt (kafkaësk). Om deze dubbelzinnigheid hanteerbaar te maken en vermijdbare bureaucratie op te sporen en bespreekbaar te maken wordt lezing aanbevolen van de romans van Kafka en bestudering van de werkwijze van de Kafkabrigade.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Meer wetgeving voor het Europese Hof van Justitie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Verdrag van Lissabon, wetgevingshandelingen, Europese Hof van Justitie
Auteurs Mr. T.M. de Gans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Verdrag van Lissabon brengt de nodige wijzigingen voor het Europese Hof van Justitie met zich, die ook van invloed zijn op nationale en EU-regelgeving. In dit artikel worden deze wijzigingen beschreven. De rechtsmacht van het Hof wordt substantieel uitgebreid, maar niet zo ver dat het nationale regelgeving nietig kan verklaren. Naast de uitbreiding van de rechtsmacht zijn de mogelijkheden voor particulieren om in beroep te gaan tegen regelgevingshandelingen van de Europese Unie uitgebreid. Ook de nationale parlementen hebben een beperkte mogelijkheid gekregen om tegen wetgevingshandelingen in beroep te gaan. Voorts kunnen lidstaten eerder een boete of een dwangsom krijgen als zij met hun wetgeving het Unierecht niet naleven.


Mr. T.M. de Gans
Mr. T.M. de Gans is werkzaam bij de afdeling Europees Recht en het Expertisecentrum Europees Recht (ECER) van de Directie Juridische Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken. tom-de.gans@minbuza.nl
Artikel

De stelselmatige dader als zondebok en slachtoffer van risicojustitie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Risicojustitie, Maatregel ISD, Stelselmatige dader, Zondebok
Auteurs Mr. Marene van Zwet
SamenvattingAuteursinformatie

    De maatregel ISD is een uiting van risicojustitie. De maatregel zet in op een risicovolle groep in de samenleving, waarbij het strafrecht prospectief wordt ingezet. In de behoefte de maatschappij te beveiligen tegen toekomstige risico’s is niet langer de ernst van de daad van belang, maar de ernst van het criminele verleden van de dader. De maatregel ISD zet in op het onschadelijk maken van stelselmatige daders om zodoende de maatschappij te beveiligen. Daarbij worden fundamentele strafrechtelijke waarden geschonden en wordt ernstig tekortgedaan aan de rechtsbeschermende positie van de stelselmatige dader. De stelselmatige dader is zondebok en slachtoffer van risicojustitie.


Mr. Marene van Zwet
Mr. Marene van Zwet studeerde Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden en is daar nu bezig met de master Encyclopedie en filosofie van het recht.
Artikel

Mark of Cain op het voorhoofd van de jeugdige verdachte?

Over stigmatisering en privacy in het jeugdstrafrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden privacy jeugdigen, stigmatisering, labeling, proportionaliteit, bescherming, overlast
Auteurs MSc LLM BA Maria de Jong-de Kruijf en Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Labeling van jongeren in het jeugdstrafrecht kan leiden tot stigmatisering. Stigmatisering van jongeren moet voor zover mogelijk worden voorkomen, ook in het jeugdstrafrecht. Verschillende recente ontwikkelingen in het jeugdstrafrecht, zoals de toenemende neiging om jongeren met probleemgedrag te registreren in databases en om naar aanleiding van dit gedrag in casusoverleggen met deelnemers afkomstig uit jeugdstrafrecht en (jeugd)zorg in brede zin gegevens uit te wisselen, leiden mogelijk tot meer stigmatisering van de jeugdige (verdachte). De ontwikkelingen die wij in deze bijdrage beschrijven zijn registratiesystemen, met name ProKid en JCO Support, justitiële documentatie en Halt-afdoeningen, casusoverleggen in de Veiligheidshuizen en groepsgerichte aanpakken. Deze probleemgebieden tasten de privacy van de minderjarige (verdachte) aan en leiden in mindere of meerdere mate tot stigmatisering. Wij zullen voor elke ontwikkeling bespreken in hoeverre sprake is van (te veel) stigmatisering en zo ja of en hoe dit zo veel mogelijk kan worden beperkt.


MSc LLM BA Maria de Jong-de Kruijf
Maria de Jong-de Kruijf MSc LLM BA is onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning
Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning is hoogleraar jeugdrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Vakmanschap is meesterschap

Risico’s van classificatie, risicotaxatie en registratie van delinquente jongeren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden diagnostiek, classificatie, risicotaxatie, stigmatisering
Auteurs Dr. Nils Duits
SamenvattingAuteursinformatie

    Betrokkenen bij het jeugdstrafrecht denken vanuit verschillende domeinen anders over wat er aan de hand is met jongeren die in aanraking komen met justitie en over wat nodig en mogelijk is om daar verandering in aan te brengen. Dat leidt soms tot te hoge verwachtingen en misverstanden en het kan leiden tot stigmatisering van delinquente jongeren als geclassificeerd risico- en probleemgeval.In dit artikel worden de verschillende domeinen en domeinverschillen van de betrokkenen belicht. Vervolgens wordt stilgestaan bij de noodzaak en beperkingen van psychiatrische diagnostiek, classificatie en risicotaxatie van delinquente jongeren en welke rol overleg en registratie en het delen van informatie daarbij kunnen spelen.


Dr. Nils Duits
Dr. Nils Duits is kinder- en jeugdpsychiater en is programmaleider Kwaliteit en Innovatie bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP).
Artikel

Access_open De droom van Beccaria

Over het strafrecht en de nodale veiligheidszorg

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Beccaria, criminal law, nodal governance, social contract
Auteurs Klaas Rozemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Les Johnston and Clifford Shearing argue in their book, Governing Security, that the state has lost its monopoly on the governance of security. Private security arrangements have formed a networked governance of security in which the criminal law of the state is just one of the many knots or ‘nodes’ of the security network. Johnston and Shearing consider On Crimes and Punishment, written by Cesare Beccaria in the 18th century, as the most important statement of the classical security program which has withered away in the networked governance of the risk society. This article critizes the way Johnston and Shearing analyze Beccaria’s social contract theory and it formulates a Beccarian theory of the criminal law and nodal governance which explains the causes of crime and the rise of nodal governance and defends the central role of the state in anchoring security arrangements based on private contracts and property rights.


Klaas Rozemond
Klaas Rozemond is associate professor at the Department of Criminal Law, Faculty of Law, VU University Amsterdam.

    Ownership, sustainability and capacity building are the buzz words of development cooperation; that is not different in the legal field. Five years of experience in legal development cooperation in Rwanda, both on the side of the northern and the southern partner, shows that this is not a merely southern responsibility. The fact that a project is demand-driven instead of donor-driven is only the start. The northern partner has the responsibility to seduce the southern partner each and every day again, and keep him at the steering wheel. This implies that the northern partner shows personal involvement, and leaves the southern partner deciding about what is happening and when. This implies certain flexibility in the execution of a project, both time and content wise. And it means that the northern partner recognizes that the southern partner does not exist merely for the northern project. Otherwise it will lead to a southern partner that says ‘yes’ and picks the best cherries, but for the rest does ‘no’ and obstructs where possible.


R.H. Haveman
Mr. dr. Roelof Haveman is Field Programme Manager voor de IDLO in Juba, Zuid-Soedan.
Artikel

De opbouw van de rechtsstaat in Afghanistan

Een bezinning op tien jaar buitenlandse hulp

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2010
Auteurs V.L. Taylor
SamenvattingAuteursinformatie

    In this essay the author looks back at ten years of rule of law foreign assistance in Afghanistan. She first surveys the elements that make Afghanistan particularly challenging as a development. This is followed by a brief outline of foreign donor-assisted efforts at rule of law reform in the last decade. The features of law and legal systems in Afghanistan that are salient for would-be foreign reformers are analyzed. The concept of judicial independence serves as example of well-intentioned rule of law interventions that have not fared well in this complex environment. The author argues that better prepared international advisors with a better grasp of legal history and comparative law may have produced stronger outcomes. Ultimately, however, a pre-post-conflict setting constrains conventional rule of law programs in important ways and calls for more realism about what can be achieved, within what time frame and with what degree of sustainability.


V.L. Taylor
Prof. Veronica Taylor is als hoogleraar en directeur verbonden aan de School of Regulation, Justice and Diplomacy van de Australian National University. Dit artikel is gebaseerd op de Van Vollenhoven Lezing die zij op 20 mei 2010 uitsprak ter gelegenheid van haar benoeming als The Hague Visiting Professor of Rule of Law aan de Universiteit Leiden.


Jurisprudentie

2005/35 Kindercardioloog; tekortschieten bij complexe medische ingreep bij een jong kind, bezit van kinderporno; dood door schuld: gevangenisstraf en ontzetting uit beroep

Rechtbank Utrecht (mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter; mrs. I.P.H.M. Severeijns en H. Manuel, rechters, bijgestaan door mr. A. van Beek als griffier) d.d. 30 november 2004.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2005
Auteurs


Jurisprudentie

Kroniek strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2005
Auteurs W.L.J.M. Duijst

W.L.J.M. Duijst

.J.J.M. Linders
Jurisprudentie

2005/29 Huisarts; actieve levensbeëindiging zonder verzoek; geen overmacht in de zin van noodtoestand; geen palliatieve zorg

Hoge Raad der Nederlanden (F.H. Koster, vice-president/voorzitter; J.P. Balkema, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink en J. de Hullu, raadsheren; S.P. Bakker, griffier) d.d. 9 november 2004.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2005
Auteurs


Jurisprudentie

2005/21 Huisarts; langdurig en ernstig disfunctioneren; tuchtrechtelijk verleden: doorhaling van de inschrijving in het register

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (mr. R.A. Torrenga, voorzitter; mrs. W. Jonkers en H.S. Pruiksma, leden-juristen; F.M.M. van Exter en M.G.M. Smid-Oostendorp, leden-beroepsgenoten; mr. H.J. Walter-Ebbenhout, secretaris) d.d. 25 januari 2005.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2005
Auteurs



D. Joeloemsingh
Jurisprudentie

2005/3 Immateriële schadevergoeding; onrechtmatige daad niet melden (dreigende) gevaarssituatie door psychotherapeut?

Gerechtshof Leeuwarden (mrs. Mollema, voorzitter, Bax-Stegenga en De Bock, raden) d.d. 22 december 2004.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2005
Auteurs



J.G. Sijmons
Jurisprudentie

2005/7 Verschoningsrecht; strafbare feiten

Hoge Raad (vice-president mr. C.J.G. Bleichrodt, voorzitter, mrs. G.J.M. Corstens, A.J.A. van Dorst, J.W. Ilsink en J. de Hullu, raadsheren) d.d. 29 juni 2004.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2005
Auteurs


Artikel

Het Spector-arrest: het weerlegbare vermoeden in een strafrechtelijke en mensenrechtelijke context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Europees strafrecht, EVRM, harmonisatie, richtlijnconforme interpretatie, marktmisbruik
Auteurs Mr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Spector-arrest, waarin prejudiciële vragen van de Belgische rechter worden beantwoord, heeft al heel wat Nederlandse pennen in beweging gebracht. Daar is alle reden toe, want de uitspraak bevat op meerdere fronten interessante materie. Centraal in de uitspraak staat de duiding van het in de richtlijn marktmisbruik opgenomen verbod op handel met voorwetenschap, dat in Nederland is geïmplementeerd in artikel 5:56 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De door het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) gekozen invulling van deze verbodsbepaling roept enkele vragen op over de inpassing in het Nederlandse (bestuurs)strafrecht. Daarnaast spelen vraagstukken over al dan niet beoogde volledige harmonisatie van de richtlijn, de doorwerking van het EVRM en richtlijnconforme interpretatie.


Mr. J.M.W. Lindeman
Mr. J.M.W. Lindeman is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

L.F. Markenstein
Toont 961 - 980 van 1466 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 49
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.