Zoekresultaat: 171 artikelen

x
Artikel

Het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz): een versterking van medezeggenschapsrechten van de cliënt(enraad)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden cliënt, cliëntenraad, medezeggenschap, Wcz, WMCZ
Auteurs Mr. X.R. Ras en mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de nieuwe medezeggenschapsregeling in het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz) en wordt ingegaan op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ). Deze wijzigingen blijken – overeenkomstig het doel van de Wcz – op veel punten te leiden tot een versterking van de rechtspositie van de cliënt(enraad). Anderzijds kunnen kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de inperking van het toepassingsgebied van de nieuwe medezeggenschapsregeling ten opzichte van het toepassingsgebied van de huidige WMCZ. Tot slot wordt geconstateerd dat een aantal mogelijkheden tot (verdere) verbetering van de medezeggenschapsregeling onbenut is gebleven.


Mr. X.R. Ras
Xandra Ras is werkzaam als cliëntenraad ondersteuner bij Stichting Onder Een Dak.

mr. dr. G.W. van der Voet
Gerdien van der Voet is als arbeidsrechtadvocaat verbonden aan de Branchegroep Zorg van AKD en daarnaast als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law (ESL).
Artikel

De IGZ: van stille kracht naar publieke waakhond

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden fusietoets, governance, IGZ, tuchtrecht, verscherpt toezicht
Auteurs Prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de IGZ is sprake van een verschuiving in aandacht voor risicovolle situaties naar aandacht voor kwaliteit van zorg in meer algemene zin. Het opsporen van echte risico’s in de gezondheidszorg behoort echter meer tot de taak van de IGZ dan het toezicht op de governance van zorginstellingen in algemene zin of het uitvoeren van een specifieke fusietoets. De oprichting van het Nationaal Kwaliteitsinstituut vormt een extra aanleiding voor een kritische toets van taakuitoefening en gebruik van bevoegdheden door de IGZ, waaronder de praktijk van het verscherpt toezicht en het indienen van klachten bij het tuchtcollege.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar Gezondheidsrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid en het UMCG, Rijksuniversiteit Groningen en advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Jurisprudentie

2012/2 Governancecommissie Gezondheidszorg 1 november 2011 (m.nt. prof. mr. J.G. Sijmons)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Governancecommissie gezondheidszorg, Zorgbrede Governancecode
Samenvatting

    Governancecommissie gezondheidszorg; benoeming bestuurder in strijd met Zorgbrede Governancecode: klacht tegen schending gegrond.

Artikel

De rechtspersoon als enquêtegerechtigde

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden wetsvoorstel tot aanpassing van het enquêterecht, toegang tot enquêteprocedure, rechtspersoon, vennootschap, enquêtegerechtigden
Auteurs Mr. S.C. van Gendt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel tot aanpassing van het enquêterecht dat op 8 september 2011 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Er wordt met name ingegaan op de uitbreiding van de kring van enquêtegerechtigden met de rechtspersoon zelf. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel.


Mr. S.C. van Gendt
Mr. S.C. van Gendt is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Toegang tot de enquêteprocedure en de kapitaalseis van artikel 2:346 sub b BW

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden ênqueterecht, ênquetebevoegdheid, kapitaalseis, ontvankelijkheid, peilmoment
Auteurs Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op welk moment moeten de verzoekers tot enquête aan de kapitaalseis voldoen? In deze bijdrage bespreekt de auteur de Emba-beschikking (HR 8 juli 2011, NJ 2011, 306) en haar implicaties voor de toegang tot de enquêteprocedure.


Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens
Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Casus

Certificering in Wetsvoorstel Flex-BV – gevolgen voor de praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Wetsvoorstel Flex-BV, certificaathouders, vergaderrecht, bewilligde certificaten, niet-bewilligde certificaten
Auteurs Mw. mr. S.C. van Gendt
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Wetsvoorstel Flex-BV is het onderscheid tussen bewilligde en niet-bewilligde certificaten afgeschaft. Het wetsvoorstel bevat voorts enkele bepalingen die het doel hebben duidelijkheid te scheppen ten aanzien van het bestaan van vergadergerechtigdheid van certificaathouders. In deze bijdrage worden enkele aspecten besproken die in de praktijk van belang kunnen zijn ten aanzien van de registratie van reeds uitgegeven certificaten en het vergaderrecht van de certificaathouder onder het wetsvoorstel. Allereerst wordt ingegaan op het juridische verschijnsel ‘certificering van aandelen’ in het algemeen, het verschil tussen bewilligde en niet-bewilligde certificaten en de rechten die worden toegekend aan de houders van bewilligde certificaten. Vervolgens bespreekt de auteur de afschaffing van het onderscheid tussen bewilligde en niet-bewilligde certificaten en de mogelijkheid die in het wetsvoorstel wordt gecreëerd om bij de statuten vergaderrechten te verbinden aan certificaten. Ten slotte komt de vraag aan de orde wat de praktische implicaties zijn van de invoering van het Wetsvoorstel Flex-BV voor de bestaande houders van bewilligde certificaten.


Mw. mr. S.C. van Gendt
Mw. mr. S.C. van Gendt is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Artikel

Goed bestuur in de Wet cliëntenrechten zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden bestuur, Boek 2 BW, cliëntenraad, toezichthoudend orgaan, Wet cliëntenrechten zorg
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de paragraaf ‘Goed bestuur’ (art. 39-41) uit de Wet cliëntenrechten zorg beoordeeld in het licht van Boek 2 BW. De auteur is van mening dat deze bepalingen op een aantal punten verbeterd kunnen worden. Sommige afwijkingen van Boek 2 BW zijn in haar ogen niet altijd noodzakelijk. Bovendien zouden dwingende regels hun grondslag moeten vinden in de wet en niet in de statuten. Meer inzicht in de motivering van de gemaakte keuzes is dan ook wenselijk.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, sectie Handels- en ondernemingsrecht.
Artikel

De onderzoeker in de enquêteprocedure

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden aanbevelingen, richtlijnen, enquêteonderzoek, onderzoeker
Auteurs Mr. J. Beurskens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de door de Ondernemingskamer gepubliceerde aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers wordt in deze bijdrage ingegaan op enkele praktische beschouwingen ten aanzien van de persoon, de taak en de werkwijze van de onderzoeker in de enquêteprocedure.


Mr. J. Beurskens
Mr. J. Beurskens is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

De Interventiewet: een uitgebreider toezichtinstrumentarium

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Interventiewet, toezichtmaatregelen, onteigening, gedwongen overdacht
Auteurs Mr. R.P. Vrolijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het (concept)wetsvoorstel voor de Wet bijzondere maatregelen financiële ondernemingen (Interventiewet).


Mr. R.P. Vrolijk
Mr. R.P. Vrolijk is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

HR Inter Access: food for thought over procederen in enquêtezaken

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2011
Trefwoorden enquêterecht, cassatie, artikel 1 EP EVRM, onmiddellijke voorziening
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de recente beschikking van de Hoge Raad inzake Inter Access (HR 25 februari 2011, ARO 2011, 41). Een oordeel van de Hoge Raad over de mogelijkheid om een aandeelhouder bij onmiddellijke voorziening gedwongen te laten verwateren in het licht van artikel 1 Eerste Protocol EVRM bleef uit, maar de beschikking kent zeker andere interessante punten. Daarbij besteedt de auteur met name aandacht aan de lessen die uit de beschikking zijn te trekken voor wat betreft het procederen in enquêtezaken.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Goed toezicht in ziekenhuizen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden toezicht, cliëntenrechten, governance, verantwoording, bestuur
Auteurs prof. mr. F.C.B. van Wijmen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat mag anno 2011 van de raad van toezicht van een ziekenhuis verwacht worden? Van allerlei affaires in de gezondheidszorg gedurende de laatste vijftien jaren hebben we veel kunnen leren. Voeg daarbij dat de overheid en adviesorganen hun opvattingen en eisen op het terrein van governance hebben aangescherpt. De Zorgbrede Governancecode en plannen voor nieuwe patiëntenwetgeving (Wet cliëntenrechten zorg) leveren een indrukwekkende agenda voor een eigentijdse raad van toezicht, die in kritische wisselwerking staat met de raad van bestuur, die een dynamische verbinding onderhoudt met opdrachtgevers en belanghebbenden en die als het moet krachtig en correctief kan ingrijpen.


prof. mr. F.C.B. van Wijmen
Prof. mr. F.C.B. van Wijmen is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Procesrechtelijke kwesties in KPNQwest

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2011
Trefwoorden onmiddellijke voorzieningen, enquêteprocedure, belangenafweging, onderzoeksfase, proceshouding
Auteurs Mr. E.N. de Jong en Mr. P.D. Olden
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft enkele beschouwingen over de meest recente KPNQwest-beschikking. Er wordt ingegaan op de oordelen die de Hoge Raad heeft gegeven over de ruimte die de Ondernemingskamer heeft om een belangenafweging te maken in geval van een verzoek tot beëindiging van een enquêteprocedure gedurende de onderzoeksfase en op de vraag in hoeverre de curatoren in deze procedure konden veranderen van proceshouding gedurende het geding.


Mr. E.N. de Jong
Mr. E.N. de Jong is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh.

Mr. P.D. Olden
Mr. P.D. Olden is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh.

    Enquêteverzoek centrale cliëntenraad en centrale vertegenwoordigersraad Stichting; ernstig verstoorde verhoudingen; twijfel aan juist beleid gegrond; onmiddellijke voorziening; voorzitter raad van toezicht geschorst; benoeming tijdelijke voorzitter raad van toezicht.

Jurisprudentie

2011/3 Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam 29 april 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden enquêteverzoek Centrale Cliëntenraad Stichting, onmiddellijke voorziening
Samenvatting

    Enquêteverzoek Centrale Cliëntenraad Stichting; twijfel aan juistheid beleid gegrond; OK beveelt een onderzoek; onmiddellijke voorziening; benoeming nieuwe voorzitter raad van toezicht.

Jurisprudentie

Een uitgelezen uitgever geeft vooral geld uit

OK 27 mei 2010, LJN BM5928, JAR 2010/181

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden enquêterecht, toetsing bij enquêterecht in vergelijking tot toetsing bij medezeggenschapsrecht, strategische aspecten van een zogeheten LBO, ondernemingsraad
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft bij beschikking van 27 mei 2010 beslist dat rond de zogeheten leveraged buy-out (LBO) van PCM Holding door Apax sprake is geweest van wanbeleid. Daarbij kwamen vragen van strategie aan de orde en werd gewezen op de risico’s die een LBO naar zijn aard meebrengt. De OK was van oordeel, kort samengevat, dat PCM Holding een onderneming zonder duidelijke strategie was en dat ook daardoor bij de keuze voor Apax als partner voor een LBO niet voldoende doordacht was gehandeld.In de annotatie wordt bezien hoe de toetsing onder de vigeur van het enquêterecht in een geval als dit zich verhoudt tot de toetsing die de OK zou hebben toegepast wanneer de zaak via een beroep op artikel 26 Wet op de ondernemingsraden aan haar oordeel zou zijn onderworpen. Conclusie is dat die toetsing langs vergelijkbare lijnen zou zijn verlopen, aangenomen dat de betrokken centrale ondernemingsraad op dat moment zou hebben beschikt over de informatie die de OK op grond van het uitgevoerde onderzoek had.


Mr. R.A.A. Duk
Mr. R.A.A. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Den Haag.
Artikel

De uitstoting van een aandeelhouder op grond van artikel 2:336 BW; nieuwe jurisprudentie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2010
Trefwoorden uitstoting aandeelhouder, nieuwe jurisprudentie, artikel 2:336 BW, prijsbepaling, toetsingscriterium
Auteurs Mr. M.J. Ubbens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur twee uitspraken waarin een vordering tot uitstoting van een aandeelhouder op de voet artikel 2:336 BW is toegewezen. Aan de hand van de jurisprudentie, de literatuur en de in de bijdrage behandelde uitspraken wordt de invulling van de uitstotingsregeling van artikel 2:336 BW besproken.


Mr. M.J. Ubbens
Mr. M.J. Ubbens is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Zorgplichten in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Concern, zorgplichten, moedermaatschappij, concernholding, maatschappelijk verantwoord ondernemen, MVO
Auteurs Prof. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het begrip zorgplicht een rol speelt of zou kunnen spelen in concernverhoudingen, binnen groepen van vennootschappen. Daarbij wordt er in het bijzonder ingegaan op de moedermaatschappij of concernholding. In dit kader komen onder meer de volgende vragen aan bod: welk belang wordt er met zorgplicht gediend? Op welke wijze dient de moedermaatschappij de zorgplichten te vervullen? Wat zijn de gevolgen van schending van de zorgplicht? En hoe dient het fenomeen zorgplicht tegen de achtergrond van de daarmee beoogde doelen, als deze al expliciet gemaakt kunnen worden, te worden beoordeeld?


Prof. J.B. Huizink
Prof. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. E.R. Helder
Artikel

Inzage in het onderzoeksverslag in enquêteprocedures

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2010
Trefwoorden enquêterecht, inzage, onderzoeksverslag, bewijs, Fortis
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het door de Ondernemingskamer gehanteerde beleid voor terinzagelegging van het onderzoeksverslag in enquêteprocedures. Aanleiding is een recent geschil over het inzagerecht in de Fortis-enquête. De auteur bespreekt deze casus mede tegen de achtergrond van het mogelijke gebruik van het onderzoeksverslag als bewijs in civielrechtelijke procedures.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en is tevens als docent-onderzoeker verbonden aan het Center for Company Law, Universiteit van Tilburg.
Toont 81 - 100 van 171 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.