Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1166 artikelen

x
Jaar 2010 x
Artikel

Openbaar brandmeldsysteem: historie, kosten en opbrengst

Onderzoek naar historie, kosten en opbrengst van het openbaar brandmeldsysteem in de veiligheidsregio Twente

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Brandmelding, Kosten-baten analyse, Veiligheidsopbrengst, Openbaar meldsysteem, Incidentrapporten
Auteurs Ron de Wit en Ira Helsloot
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands fire safety regulations require certain types of buildings to have a direct connection between the building fire alarm system and the dispatch centre of the fire brigade. These automatic fire alarm systems are mandatory for example in premises where inhabitants such as small children or elderly people have limited self-evacuation capabilites in case of fire. These automatic fire alarms aim at saving lives by a faster response of the fire brigade. However, the fast majority of these automatic alarms are false. As a result these calls constitute a considerable and undesirable drain on the fire brigade resources. These calls cause unwanted direct costs (salaries) and indirect costs (road accidents due to fire brigade mobilisation) apart from the regular maintenance costs. Up to now no data is available for the costs and benefits of the system of automatic fire alarms. This article describes the results of a study of the automatic fire alarm system in the region Twente. The yearly social costs are calculated at about € 3 million. In order to calculate the benefits all incident reports from automatic fire alarms during a period of 29 months have been investigated. In this period no call form an automatic fire alarm system has occured in which the fire brigade had to deploy its resources for a live saving or evacuation action.


Ron de Wit
Ir. Ron de Wit is brandweerofficier en plaatsvervangend regionaal commandant brandweer in de veiligheidsregio Twente. Daarnaast is hij onderzoeker bij crisislab aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Contactadres: R.A.C. de Wit, Lansinkweg 33, 7553 AG Hengelo. E-mail: rac.dewit@kpnmail.nl.

Ira Helsloot
Prof. dr. Ira Helsloot is hoogleraar crisisbeheersing en fysieke veiligheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Artikel

Downloaders van kinderporno

Een overzicht van de literatuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Kinderporno, Downloaden, Zedencriminaliteit, Literatuurstudie
Auteurs Anton van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike the physical abusers of children, little is known about downloaders of child pornography. The key questions in this article are: who are the downloaders, what are their backgrounds, why and how they download child pornography, how they behave offline and online and what types of downloaders can be distinguished? A simple answer to these questions is currently impossible to give. There is more, preferably longitudinal, research needed on risk factors for downloading child pornography and the various types of downloaders. Combating the downloaders requires a lot of the police in terms of international cooperation and up to date knowledge and expertise. This also served the treatment practices, which is partly dependent on a properly conducted police investigation.


Anton van Wijk
Dr. mr. A.Ph. van Wijk is criminoloog en directeur van Bureau Beke. E-mail: a.vanwijk@beke.nl.

Tom Daems
Dr. Tom Daems is postdoctoraal onderzoeker Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (FWO), Instituut voor Strafrecht en Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), Katholieke Universiteit Leuven, België. E-mail: Tom.Daems@law.kuleuven.be.
Artikel

Gekocht, maar niet gekregen

Slachtofferschap van online oplichting nader onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Online oplichting, Slachtofferschap, Slachtofferenquête, Lage zelfcontrole
Auteurs Johan van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    Consumer fraud seems to be widespread, yet little research is devoted to understanding why certain social groups are more vulnerable to this type of victimization than others. The present paper deals with internet consumer fraud victimization, and uses an explanatory model that combines insights from self control theory and routine activity theory. The results from large-scale victimization survey data among the Dutch general population (N=6,201) reveal that people with low self-control run substantially higher victimization risk, as well as people performing ‘risky’ routine activities, such as online shopping and participation in online forums. Though a minority share of the self-control-victimization link is indirect – because people with low self-control are more involved in risk-enhancing routine activities – a large direct effect on internet fraud victimization remains. This suggests that, within similar situations, people with poor impulse control respond differently to deceptive online commercial offers.


Johan van Wilsem
Dr. Johan van Wilsem is werkzaam als universitair docent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Contactadres: postbus 9520, 2300 RA Leiden. Tel. 071-5277418. E-mail: J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.
Boekbespreking

De veranderende rol van de burgemeester

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Burgemeester
Auteurs Arnt Mein
Auteursinformatie

Arnt Mein
Mr. Arnt Mein is als onderzoeker werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut en de Erasmus Universiteit Rotterdam (sectie criminologie). Contactadres: Kromme Nieuwegracht 6, 3512 HG Utrecht. E-mail: amein@verwey-jonker.nl.
Artikel

Forensisch-medische expertise voor slachtoffers van huiselijk geweld

Hoe werken politie en forensische artsen samen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden huiselijk geweld, forensische geneeskunde, medische verklaringen, letselverklaring
Auteurs Tina Dorn, Manon Ceelen, Olga Boeij e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, police can request a physical examination of victims of domestic violence. These examinations can be either carried out by the physician who has treated the victim, or, alternatively, by a forensic physician. From a medico-legal point of view, an examination by a forensic physician has several advantages, as forensic physicians are independent and trained in examining victims of violence and reporting to the police. The aim of the current study was to (1) describe the structure of forensic services for victims of domestic violence in the Netherlands, (2) establish with whom the police request physical examinations of victims (forensic physician vs. physicians who have treated the victim), (3) explore the underlying reasons for the choice made and (4) elaborate how the current cooperation of police and forensic physicians can be improved in favour of victims of domestic violence. For this purpose, interviews were carried out with police professionals and forensic physicians throughout the country. The results demonstrated that victims can access forensic services almost exclusively on referral by the police. Furthermore, the police in most cases request physical examinations from physicians who have treated the victim and not from forensic physicians. Reasons for referring victims to treating physicians instead of forensic physicians are costs and lack of information on forensic services. Reports provided by treating physicians are criticized by the police for being illegible, incomprehensible, and lacking information on aspects which are of importance for the legal procedure. In short, the legal position of victims could be strengthened by requesting physical examinations from forensic physicians instead from treating physicians. A major obstacle to change is a lack of funding. Furthermore, forensic services for victims of domestic violence in the Netherlands could be improved if victims could access forensic services without referral of the police.


Tina Dorn
Dr. Tina Dorn is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam. Contactadres: GGD Amsterdam, afd. EDG, Postbus 2200, 1000 CE Amsterdam. Tel. 020-5555911. E-mail: tdorn@ggd.amsterdam.nl.

Manon Ceelen
Dr. Manon Ceelen is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam.

Olga Boeij
Dr. Olga Boeij is onderzoeker, afdeling Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering, GGD Amsterdam.

Kees Das
Dr. Kees Das is hoofd afdeling Forensische Geneeskunde, GGD Amsterdam.

Mariëtte Christophe
Mariëtte Christophe is programmaleider, Landelijk Programmabureau Huiselijk Geweld en de Politietaak.
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Praktijk

Wetgevingscuriosa voor de West

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden wetgeving, Statuut voor het Koninkrijk, BES, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de inhoud en het proces rond de ‘wetten voor de West’ is inherent dat zich daarbij tal van bijzonderheden voordeden. Diverse saillante ‘curiosa’ worden in deze bijdrage beschreven. Onder andere wordt ingegaan op de omvorming van Nederlands-Antilliaanse regelingen tot Nederlandse ‘BES-regelingen’ en de bekendmaking daarvan. Ook komen terminologische kwesties ter sprake. Verder wordt ingegaan op de (record)omvang van de nieuwe wetgeving en de aanpassingswetgeving. Ook wetsprocedurele kwesties komen ter sprake, waaronder bijzonderheden rond de adviesprocedure bij de Raad van State, het houden van wetgevingsoverleg over voorstellen van rijkswet, de taal in het parlement en kwesties rond amendering door bijzondere gedelegeerden.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Discussie

Calvino en de onzichtbare wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden dialoog, macht, proces van wetgeving, persoon van de wetgever
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is geen persoon maar een procedure. Dit staatsrechtelijke adagium is zowel correct als onvolledig. Niet duidelijk wordt immers wat voor rol personen zinvol kunnen hebben in de wetsgang als procedure. Om dit aspect naar voren te brengen wordt het adagium omgedraaid. De wetgever die geen procedure is maar een persoon komen we onder andere tegen in de literatuur. Aan de hand van een lezing van Italo Calvino’s roman De onzichtbare steden wordt de relatie tussen de wetgever en de adviseur beschreven en doemt een beeld op van een ideale, zij het onzichtbare wetgever.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Redactioneel

Wetten voor de West

Over de wetgeving in het vernieuwde Koninkrijk der Nederlanden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

De wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden staatkundige hervormingen, staatkundige vernieuwingen, Statuut voor het Koninkrijk, Antillenproject, wijziging van het Statuut
Auteurs Mr. dr. S. Hillebrink
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste wijzigingen van het Statuut betroffen de samenstelling van het Koninkrijk: Suriname werd in 1975 onafhankelijk, Aruba kreeg in 1986 een status aparte, en nu dus de in 1986 al door velen als onvermijdelijk beschouwde opheffing van de Nederlandse Antillen. Ook deze keer is ervoor gekozen om de hoofdlijnen van het Statuut intact te laten en alleen die wijzigingen door te voeren die noodzakelijk waren om de overeengekomen staatkundige veranderingen te realiseren. Over dit uitgangspunt is de nodige discussie gevoerd in de Staten-Generaal tijdens de behandeling van het wetsvoorstel, naast de vragen waarom de Grondwet niet gewijzigd werd voor de BES-eilanden, wat de betekenis is van de Statuutbepaling over de BES-eilanden (art. 1 lid 2), wat voor geschillenregeling de regering voor ogen heeft (art. 12a en 38a) en wat precies het probleem is met de implementatie van verdragen (art. 27). In deze bijdrage gaat de auteur (kort) op deze onderwerpen in en bespreekt hij twee vragen waarover in de openbare stukken vrijwel niets te vinden is, maar die in de ambtelijke voorbereiding van de Statuutwijziging een rol speelden, namelijk de vraag wie de Antillen opheft, en welke formele rol de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten konden spelen bij de totstandkoming van de rijkswetgeving die op basis van de Slotverklaring van 2006 tot stand zou komen.


Mr. dr. S. Hillebrink
Mr. dr. S. Hillebrink werkt bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en was in het kader van de staatkundige hervormingen gedetacheerd bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Consensuswetgeving: een bijzonder concept

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden consensusrijkswet, artikel 38 van het Statuut, onderlinge regeling, Antillenproject, staatkundige hervorming
Auteurs Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juli 2010 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in met tien voorstellen van rijkswet die verband houden met de staatkundige hervorming van het Koninkrijk. Vijf van die voorstellen zijn gebaseerd op artikel 38 lid 2 van het Statuut. Deze grondslag betekent dat het gaat om onderlinge regelingen tussen landen in het Koninkrijk die worden vastgesteld bij rijkswet. Rijkswetten die zijn gebaseerd op genoemde Statuutsbepaling worden ook wel aangeduid als consensusrijkswetten, omdat over deze wetgeving overeenstemming moet bestaan tussen de betrokken landen. In deze bijdrage gaat de auteur op basis van de opgedane ervaringen bij de ambtelijke voorbereiding en tijdens de parlementaire behandeling in op een aantal procedurele en algemene aspecten van de figuur van consensusrijkswetgeving.


Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
Mw. mr. drs. A.G. van Dijk is hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Jurisprudentie

Positie regresnemer

Hof Arnhem 12 mei 2009, LJN BI5030

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden regres, eigen schuld, billijkheidscorrectie, ernst van het letsel
Auteurs Prof. mr. T. Hartlief
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de positie van regresnemers in het kader van de billijkheidscorrectie? Profiteren zij enkel van meer objectieve factoren zoals de (uiteenlopende) mate van verwijtbaarheid of kunnen ook meer subjectieve factoren zoals de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer aanleiding geven voor een billijkheidscorrectie ten voordele van regresnemers? Om te voorkomen dat ‘subrogatie in zieligheid’ plaatsvindt, zou toepassing van de billijkheidscorrectie naar het oordeel van de auteur in regres beperkt moeten blijven tot factoren als de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten en de mate van verwijtbaarheid van ieders gedrag.


Prof. mr. T. Hartlief
Prof. mr. T. Hartlief is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Fundamentele rechten in de personenschadepraktijk

Een verslag van het jaarcongres van PEOPIL

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden PEOPIL, fundamentele rechten, persoonsschadepraktijk
Auteurs Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Pan European Organisation for Personal Injury Lawyers (PEOPIL) werd opgericht in 1997. Zij heeft zich onder andere ten doel gesteld op Europees niveau op te komen voor onder andere het recht op schadevergoeding en toegang tot het recht. PEOPIL organiseert regelmatig seminars en jaarlijks een congres. In juni van dit jaar vond het jaarcongres plaats in Genève, waar de fundamentele rechten in de personenschadepraktijk centraal stonden. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van de lezingen die tijdens het congres werden gegeven.


Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mevrouw mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is president bij PEOPIL en advocaat bij Legaltree.
Jurisprudentie

Voordeelsverrekening bij letselschade

HR 1 oktober 2010, LJN BM7808

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden sommenverzekering, schadeverzekering, voordeelsverrekening, arbeidsongeschiktheidsverzekering, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    Na veertig jaar heeft de Hoge Raad zich opnieuw uitgesproken over het antwoord op de vraag of een uitkering op grond van een sommenverzekering bij letselschade moet worden verrekend of niet. Het meest recente arrest daarover dateert uit 1969. Het arrest van 1 oktober 2010 verdient bespreking, omdat het (veel) meer richting geeft aan de discussie, of en zo ja, in hoeverre een uitkering uit hoofde van een sommenverzekering bij letselschade voor verrekening in aanmerking komt en wat dat voor invloed heeft op voor die verzekering in de loop der tijd betaalde premie.


Mr. dr. E.J. Wervelman
Mr. dr. E.J. Wervelman is advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.
Jurisprudentie

Kwalitatieve aansprakelijkheid jegens medebezitter

HR 8 oktober 2010, LJN BM6095, RvdW 2010, 1164

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, medebezit, hangmat, gebrekkige opstal
Auteurs Mevrouw mr. F. Leopold
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 oktober 2010 wees de Hoge Raad het baanbrekende Hangmat-arrest, waarin werd geoordeeld dat een vrouw die medebezitter was van een opstal haar echtgenoot die eveneens medebezitter was, kon aanspreken voor 50% van haar schade. In haar noot bij het arrest plaatst de auteur enige kanttekeningen bij het oordeel van de Hoge Raad. Zij gaat daarbij in op het relativiteitsvereiste, de aangenomen gedeeltelijke aansprakelijkheid van de medebezitter en de te verwachten impact van het arrest op ons aansprakelijkheidsrecht en de verzekeringsbranche. Het Hangmat-arrest levert vanuit dogmatisch oogpunt in elk geval het nodige voer voor discussie op.


Mevrouw mr. F. Leopold
Mevrouw mr. F. Leopold is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

De Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen herzien: een overzicht van wijzigingen en consequenties voor de personenschadepraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden wijziging Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen, functionele eenheid, inzage in medische informatie, medische machtiging
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    De Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen is onlangs gewijzigd. Deze wijzigingen betreffen met name de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid en zijn derhalve bijzonder relevant in het kader van de verwerking van medische informatie in de personenschadepraktijk. De auteur gaat in deze bijdrage in op de belangrijkste wijzigingen met betrekking tot de verwerking van medische informatie. Deze wijzigingen roepen een aantal fundamentele vragen en onduidelijkheden op (die deels overigens ook al onder de oude versie van de Gedragscode bestonden). Dit betreft onder andere de vraag welke personen aan verzekeraarszijde de medische informatie van het letselschadeslachtoffer mogen inzien en wat de juridische grondslag daarvoor is.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is onderzoeker bij de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van de VU en het VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Jurisprudentie

Medezeggenschap na overgang onderneming: behoud van eenheid is geen synoniem van identiteitsbehoud

Hof van Justitie EG 29 juli 2010, C-151/09 (UGT-FSP)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden overgang van onderneming, overgang van medezeggenschap, behoud van eenheid, behoud van entiteit, ondernemingsraad
Auteurs Mr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij een overname van de activa van een onderneming gaat het personeel op grond van de Richtlijn inzake overgang van onderneming automatisch mee over op de verkrijger, met behoud van alle rechten en plichten uit de (collectieve) arbeidsovereenkomst. Wanneer bij de vervreemder een medezeggenschapsorgaan is ingesteld, rijst de vraag of deze na overgang blijft bestaan. Op grond van artikel 6 van de Richtlijn 2001/23 behoudt de werknemersvertegenwoordiging haar functie en positie wanneer de onderneming na overgang ‘als eenheid blijft bestaan’. In de uitspraak UGT-FSP geeft het Hof van Justitie nadere invulling aan dit begrip. In haar annotatie analyseert de auteur deze uitspraak en past deze – aan de hand van een aantal casusposities – toe op de Nederlandse rechtspraktijk. Haar belangrijkste conclusie is dat de Nederlandse wetgever artikel 6 van de richtlijn alsnog moet implementeren.


Mr. I. Zaal
Mw. mr. I. Zaal is werkzaam als junior docent onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft een proefschrift over medezeggenschap.
Artikel

De Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren: trial and error again?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren, onderzoek, evenredigheidsbeginsel, fishing expedition, geprivilegieerde gegevens
Auteurs Mr. M. Knapen en Mr. R. Elkerbout LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 17 augustus 2010 voert de NMa een deel van haar toezichts- en onderzoeksbevoegdheden uit op basis van de Werkwijze NMa analoog en digitaal rechercheren. Deze werkwijze vervangt de NMa Digitale Werkwijze 2007 en beschrijft in hoofdlijnen de procedure die de toezichthoudende ambtenaar volgt bij het opsporen van overtredingen van de Mededingingswet en de vervoers- en energiewetten. In deze bijdrage wordt de nieuwe werkwijze kritisch tegen het licht gehouden en wordt ingegaan op de vraag of de nieuwe werkwijze het beoogde evenwicht heeft bereikt tussen effectief onderzoek en de waarborgen voor ondernemingen. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de waarborgen die zogenoemde fishing expeditions moeten voorkomen en de bescherming van geprivilegieerde gegevens.


Mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is werkzaam als advocaat in dienstbetrekking bij Philips.

Mr. R. Elkerbout LL.M.
Mr. R. Elkerbout LL.M. is advocaat bij Stek.
Artikel

Het compromis van artikel 16 Tiende Richtlijn

Werknemersmedezeggenschap bij een grensoverschrijdende juridische fusie

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Tiende Richtlijn, (vennootschappelijke) medezeggenschap, grensoverschrijdend, (juridische) fusie en werknemers
Auteurs Mr. F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na meer dan twintig jaar discussiëren is op 26 oktober 2005 de Tiende Richtlijn inzake grensoverschrijdende juridische fusies aangenomen. Belangrijkste knelpunt was de vennootschappelijke medezeggenschap. Uiteindelijk hebben de lidstaten een compromis bereikt dat is neergelegd in artikel 16 Tiende Richtlijn. Dit artikel is zeer complex en bevat veel onduidelijkheden. Bovendien blijkt dat Nederland en Duitsland bepaalde aspecten op eigen wijze in het nationale recht hebben geïmplementeerd en vanuit hun nationale medezeggenschapsperspectief benaderen. Dit vergroot de populariteit van een grensoverschrijdende juridische fusie niet. Deze bijdrage tracht de ingewikkelde materie van artikel 16 Tiende Richtlijn wat inzichtelijker te maken en de toepasbaarheid te bevorderen.


Mr. F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is als docent/onderzoeker verbonden aan de vaksectie Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en doet onderzoek naar de rechtspositie van de Nederlandse werknemer bij een grensoverschrijdende juridische fusie.
Toont 81 - 100 van 1166 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.