Zoekresultaat: 144 artikelen

x
Artikel

Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, strafrechtelijke inbeslagname, verschoningsrecht
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de jurisprudentie over strafrechtelijke inbeslagname van medische gegevens bij de medisch verschoningsgerechtigde blijkt dat de Hoge Raad het criterium van de zeer uitzonderlijke omstandigheden, dat rechtvaardigt dat het beroepsgeheim wordt doorbroken, zowel bij de verdachte verschoningsgerechtigde als bij de niet verdachte verschoningsgerechtigde ruim toepast.Van een uitzonderingssituatie is in feite geen sprake meer. In die gevallen waarin de (afgeleid) verschoningsgerechtigde geen verdachte is van een strafbaar feit, ten onrechte. De Hoge Raad dient terug te keren naar zijn jurisprudentie waarin hij het standpunt van de verschoningsgerechtigde dat kennisneming van de gegevens zonder zijn toestemming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim respecteert, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het standpunt onjuist is.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is werkzaam als advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.

    Inbeslagname bij therapeut van video-opname van behandeling die mogelijk bewijs bevat van seksueel misbruik van minderjarige door zijn vader; verschoningsrecht; beroepsgeheim; artikelen 105 en 552a Sv, 457 en 465 WGBO, 3 en 8 EVRM


Mr. H.F.M. Hofhuis
Mr. H.F.M. Hofhuis is oud-president van de rechtbanken ’s-Hertogenbosch en ’s-Gravenhage. Hij is thans rechter-plaatsvervanger in de Haagse rechtbank.
Artikel

Åkerberg Fransson: ruim toepassingsgebied van Handvest op handelingen van lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Toepassingsgebied recht van de Europese Unie, Handvest, beginselen van het recht van de Europese Unie, ne bis in idem-beginsel, volle werking van het recht van de Europese Unie, prejudiciële procedure
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 februari 2013 heeft het Hof van Justitie het lang verwachte arrest Åkerberg Fransson gewezen. Gespannen werd naar dit arrest uitgekeken omdat de beantwoording van de prejudiciële vragen van de Zweedse verwijzende rechter duidelijkheid moesten brengen over de vraag wanneer lidstaten aan de verplichtingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zijn gebonden. Het arrest Åkerberg Fransson is daarmee van betekenis voor de rechtsgevolgen van het Handvest in de rechtsordes van de lidstaten. Deze bijdrage duidt de betekenis van dit arrest door het te plaatsen tegen de achtergrond van eerdere rechtspraak en de ontwikkelingen die hebben geleid tot een juridisch bindend Handvest en de analyse van het hoofdgeding op grond waarvan de verwijzende rechter heeft besloten het Hof van Justitie te adiëren.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-617/10, Åklagaren/Hans Åkerberg Fransson


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NTER.
Discussie

Hoezo veiligheidscultuur? Het aantal gedetineerden daalt alleen maar…

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2013
Trefwoorden prison rates, penal climate, tolerance, rehabilitation
Auteurs Prof. mr. Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    Until approximately 1995, the Netherlands had a very low prison rate compared to the surrounding countries. David Downes, who made a comparison between the Dutch and the British penal policy, choose as a title for his book: Contrasts in Tolerance. He attributed the differences between England & Wales and the Netherlands, partly to the tolerant culture in the Netherlands compared to England & Wales (Downes, 1985: 69 e.v.). What exactly did he mean by tolerance in this context and in how far can this characteristic of Dutch penal policy explain the recent downfall of the Dutch prison population.


Prof. mr. Miranda Boone
Prof. dr. Miranda Boone is universitair hoofddocent straf(proces)recht en criminologie bij het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht en bijzonder hoogleraar penitentiair recht en penologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. E-mail: m.m.boone@uu.nl.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Jurisprudentie

2013/23 Hoge Raad 12 maart 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Niet BIG-geregistreerde behandelaar, handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, gedragingen waardoor buiten noodzaak schade aan de gezondheid wordt toegebracht of aanmerkelijke kans daarop ontstaat, geen schending zorgplicht, geen verhoging gevaar dat gevolg aan handelen kan worden toegerekend
Artikel

Het effect van de slachtofferverklaring op straftoemeting: een experimenteel onderzoek onder rechtenstudenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2013
Trefwoorden victim impact statement, sentence, written, videotape, injuries
Auteurs Mr. Maaike Kampen, Dr. Jan de Keijser en Mr. dr. Ard Schoep
SamenvattingAuteursinformatie

    Annually hundreds of victims make use of their right to speak in court. Victims often expect this will result in more punitive sentences. According to judges this is unlikely. This experiment among law students examines the influence of victim impact statements (VIS) on the sentencing outcome. Furthermore the effect of how the statement is delivered is examined. Is there a difference between the VIS as document in the case file and one delivered by the victim in court? Does it matter if the victim still has visible injuries? Study findings indicate that neither the presence of a VIS, nor the mode of delivery and visible injuries affect sentence length.


Mr. Maaike Kampen
Mr. P.M. Kampen is parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie in Den Haag.

Dr. Jan de Keijser
Dr. J.W. de Keijser is universitair hoofddocent criminologie aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie.

Mr. dr. Ard Schoep
Mr. dr. G.K. Schoep is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie.
Discussie

Victimalisering van het strafproces

Een herstelrechtelijk commentaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden slachtofferrechten, procespartij, strafproces, herstelrecht
Auteurs John Blad
SamenvattingAuteursinformatie

    The author discusses the proposals done by Richard Korver, a Dutch victim-solicitor, with regard to the legal position of the victim in the Dutch penal procedure. They amount to making the victim a fully equipped party to the procedure with – as it were – the same arms as the offender and his solicitor has. These proposals include an autonomous right to appeal against the verdict in first instance, a right to make a victim statement of opinion, the right to rebuke the bench, and the right to be heard in almost every procedural and substantial decision of any authority in the penal process and in the execution of punishment. The authors comment is that these proposals, when realized, will imply an intensification of the polarized legal debate in the penal procedure, with more risks of secondary victimization. The problem is not that the defendant will oppose two prosecutors, but that the victim will find the public prosecutor not on his side when the latter does his job as he should: serving the interests of justice. The inquisitorial procedure does allow for participation of victims, but only in so far as this participation can serve the interests of establishing the truth of the matter and determining proportionate and equal punishment. Meanwhile the risk of instrumentalising the victim and his needs in interests in punitive strategies exists. Restorative practices offer a much better context for an assertive victim to defend his interests and satisfy his needs, staying out of a debate in which the measure of punishment functions as the yardstick of his suffering. Regular civil law procedures could be the second option and criminal procedures should be relegated again to their rightful place as ultima ratio.


John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen aan de Erasmus Law School Rotterdam, hoofdredacteur van dit tijdschrift en visiting fellow aan de Renmin University en de China University of Politics and Law, Beijing.
Artikel

Strafrecht en Verlichting

Over het karakter van een waarlijk verlicht strafrechtssysteem

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden criminal law system, Enlightenment, legal theory, retribution, risk assessment
Auteurs J.A.A.C. Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the influence of the Enlightenment on the development of our criminal law system, using a legal theory perspective. On the basis of the dialectical character of this movement and the enlightened view on mankind, it is postulated that a true enlightened criminal law system is one in which there is both room for retribution, free will and responsibility as well as for prevention, causal determinism and risk. Furthermore, it is put forth that the daily practice of the criminal law has by now moved too far into the direction of prevention, causal determinism and risk, due to the ‘scientification’ and the simultaneous demoralisation of criminal law. As a result of these developments, it is out of the question to talk of a balanced and, consequently, of a truly enlightened criminal law system. Within the framework of the ‘scientification’ of the criminal law system, additional attention is devoted to the recent topic of neuroscience.


J.A.A.C. Claessen
Mr. dr. Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Hij is tevens rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg.
Artikel

De psychiater en toerekeningsvatbaarheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden forensic psychiatrists, criminal responsibility, administration of criminal justice, legal insanity, legal insanity standard
Auteurs G. Meynen
SamenvattingAuteursinformatie

    Currently, there is a vivid debate in the Netherlands about the possible non-existence of free will and its implications for criminal law, in particular for the concept of ‘criminal responsibility’. Especially forensic psychiatrists who advise the court on a defendant’s legal insanity feel uneasiness because of this discussion on free will. In this contribution the author suggests to reconsider the current practice in the Netherlands in which psychiatrists explicitly advise the court on legal insanity and to consider the option to leave the judgment on legal insanity entirely to the judge. Meanwhile, of course, psychiatrists will have to inform the judge about the defendant’s mental condition at the time of the crime and its influence on the defendant’s behaviour. If needed, in order to optimize communication between the medical domain (psychiatrist) and the legal domain (judge), a legal insanity standard could be developed and introduced.


G. Meynen
Prof. dr. Gerben Meynen is als bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Welke vrije wil heeft het strafrecht nodig?

Over bewustzijn, brein en capaciteitsverantwoordelijkheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden free will, criminal responsibility, metaphysics, causal control, capacity control
Auteurs D. Roef
SamenvattingAuteursinformatie

    Various leading neuroscientists argue that free will does not exist and that therefore any traditional notion of criminal responsibility is based upon an illusion. This article attempts to make clear that the ‘free will’, which is now empirically denied, is conceptually not the one we use and need in criminal law. The neuroscientific argument depends on the assumption that undetermined causal control is necessary to responsibility. It supposes that someone has no free will when his conscious will is not the ultimate cause of his behaviour. However, the legal practice of criminal responsibility is not rooted in such a metaphysically free will, but on an alternative, more realistic understanding of control, i.e. the capacity sense of control. Criminal law bases responsibility on certain mental capacities people have, for instance the capacity to act for reasons, according to socially constructed standards. The so-called illusion of free will forms therefore not a serious threat to the foundations of our criminal responsibility system.


D. Roef
Dr. David Roef is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Registratie bij staandehouding en preventief fouilleren in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden racial profiling, stop and search forms, police powers, stigmatization
Auteurs BSc. Yannick van Eijk, BSc. Roel Holman en BSc. Linde Lamboo
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the desirability of implementing a registration system as a means of control on the discretionary space in police powers of stop and search. Firstly, the legal background concerning these powers is sketched, and the discretionary space therein is highlighted. This is then placed within the current social context in the Netherlands. Finally, the desirability of implementing a registration system in the Netherlands will be discussed by analyzing a similar system that has been implemented in the UK. We conclude that implementing a registration system is an essential step in coming closer to a solution for ethnic profiling.


BSc. Yannick van Eijk
Yannick van Eijk BSc. is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

BSc. Roel Holman
Roel Holman BSc. studeerde Criminologie aan de Universiteit Leiden.

BSc. Linde Lamboo
Linde Lamboo studeert Culturele Antropologie & Ontwikkelingssociologie aan de Universiteit Leiden
Artikel

Arrest Toshiba: toepassing ne bis in idem-beginsel in kartelzaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden Toshiba, Ne bis in idem, gasgeïsoleerd schakelmateriaal, Artikel 11 Verordening 2003/1/EG
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest betreft prejudiciële vragen gesteld door de regionale rechtbank te Brno, Tsjechië1x Voluit: Krajský soud v Brně. met betrekking tot het gasgeïsoleerd schakelmateriaalkartel. Aan de orde komen de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en nationale mededingingsautoriteiten op grond van Verordening 2003/1/EG en het ne bis in idem-beginsel.

Noten

  • 1 Voluit: Krajský soud v Brně.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.

mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is eveneens advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Artikel

Afbakening van bevoegdheden en de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in het mededingingsrecht na het Toshiba-arrest

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Ne bis in idem-beginsel, Verordening 2003/1/EG, competentieverdeling, handhaving, boete
Auteurs Mr. R. Elkerbout LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    43 jaar na het Walt Wilhelm-arrest heeft de grote kamer van het Hof van Justitie zich in het Toshiba-arrest opnieuw uitgelaten over de onderlinge afbakening van bevoegdheden tussen de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten alsook over de betekenis van het ne bis in idem-beginsel bij de handhaving van het mededingingsrecht in grensoverschrijdende kartelzaken. De auteur bespreekt in deze bijdrage het arrest en de implicaties daarvan voor de afbakening van bevoegdheden binnen het Europese netwerk van mededingingsautoriteiten. Voorts wordt een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij het oordeel van het Hof van Justitie aangaande de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in de onderhavige kartelzaak.


Mr. R. Elkerbout LL.M
Ruben Elkerbout is advocaat bij Stek in Amsterdam.
Artikel

Promis: een belofte?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2012
Trefwoorden motivering, promis
Auteurs Mr. Jeannette Bruins
SamenvattingAuteursinformatie

    Van Geuns vroeg in 1922 aandacht voor de motivering van strafvonnissen. In negentig jaar is op dat vlak veel veranderd. Een nieuw Wetboek van Strafvordering zag het licht, waarin de eisen aan de motivering aanvankelijk hoog waren. De praktijk van het verkorte vonnis maakte echter de aspiraties van de wetgever niet waar. Sinds een tiental jaren is daarin verandering gekomen met het Project Motiveringsverbetering in Strafvonnissen (Promis) van de Raad voor de Rechtspraak. Het verkorte vonnis moet verleden tijd worden, want de ervaringen met de zogenaamde Promisvonnissen zijn positief. Aan de oproep van Van Geuns heeft de rechtspraak inmiddels gehoor gegeven.


Mr. Jeannette Bruins
Mr. Jeanette Bruins is rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Utrecht en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam. Zij is tevens sinds 2005 redactielid van PROCES.

Mr. J.R. Sijmonsma
Mr J.R. Sijmonsma is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel

De exfiltratie van verdachte en veroordeelde criminelen

Over de onmisbaarheid van een effectieve regeling voor coöperatieve criminele getuigen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs C. Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Code of Criminal Procedure and the related guidelines of the College of Procurators-General are for all sorts of historical and ideological reasons heavily restrictive when it comes to the use of cooperative witnesses in criminal proceedings. What strikes most is that even in very serious cases it is not possible to grant a witness complete or partial immunity in exchange for his important cooperation. This contribution describes the problems arising sometimes in criminal cases wherein prosecutors, despite the existing narrow framework, make a deal with such a witness. The article outlines not only the historical and international background of the use of cooperative witnesses, but also its contemporary legal framework in the United States, Italy, the United Kingdom and Germany. The outcome of this comparative exercise is that at least the current legal provisions should be evaluated and that this evaluation should take into account the system and experiences in other countries as well as the problems of serious crime in the Netherlands and the leniency policies that govern the efforts to contain serious white collar crime like e.g. cartels.


C. Fijnaut
Prof. dr. em. Cyrille Fijnaut was tot voor kort als hoogleraar internationaal en vergelijkend strafrecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans voorzitter van de Toegangscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS).
Toont 81 - 100 van 144 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.