Zoekresultaat: 120 artikelen

x

    A historical analysis demonstrates that religious minorities and their protection needs played an important role in the emergence and the first developments of fundamental rights. It is indeed possible to denote a close correlation between the protection needs of religious minorities on the one hand and the fundamental rights enshrined in declarations and treaties on the other. Closer scrutiny reveals that this correlation can actually be explained by evolving views about the special vulnerability of religious minorities in the periods concerned. More recent developments of the human rights paradigm reveal that in the meantime other groups in particular are considered vulnerable and thus in need of special protection.


Kristin Henrard
Prof. dr. K. Henrard is hoogleraar Minderhedenbescherming aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). khenrard@yahoo.com.

    This article deals with employee board-level representation (EBLR) in the case of a cross-border merger. Article 16 CBM Directive (Tenth Directive 2005/56/EC) contains a provision to preserve this form of employee participation on national level. One of the fundamental principles of this article is the so called 'before and after principle'. This means that a cross-border merger may not be used to escape from already existing rights on employee participation. This article discusses the role of article 16 CBM Directive in the context of Dutch company law from the point of view of this fundamental principle. I will focus on two aspects: (i) the application of the said article and (ii) the embedding thereof in Dutch company law. This will lead to the conclusion that article 16 CBM Directive does not always protect what it should protect according to its objectives.


mr. Femke Laagland
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verslagjaar 2011-2012 weer meer zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar. Onder de uitspraken en ontvankelijkheidsbeslissingen van het Hof bevinden zich er verschillende die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn. Hierbij kan worden gedacht aan zaken over het zonder informed consent steriliseren van vrouwen, de gedwongen behandeling van onvrijwillig opgenomen patiënten, het ontslag van een arts na kritiek op het functioneren van een afdelingshoofd en het verwijderen van de naam van een arts op de lijst van toegelaten zorgaanbieders. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2011-2012.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Artikel

Een nationaal mensenrechteninstituut: door de bomen het bos weer zien?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Netherlands Human Rights Institute, protection of human rights, Equal Treatment Commission, civil society organisations, legislation
Auteurs P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    At October the 2nd, the Netherlands Human Rights Institute (NHRI) opened its doors in Utrecht. The NHRI has been established by law, which entered into force October the 1st. The object of the Institute is to protect human rights in the Netherlands and promote the observance of such rights. In order to achieve this goal, the Institute has many tasks and competences, such as advising on legislation and regulations, draft legislation and policy, conducting inquiries and investigations, reporting and making recommendations. It will also encourage the ratification, implementation and observance of treaties, guidelines and recommendations. In addition, the NHRI will collaborate with national, European and international institutions and civil society organisations engaged in the protection of one or more human rights and increase awareness and knowledge of human rights through information, teaching and publicity. Finally, the Institute will take over the present duties of the Equal Treatment Commission, namely investigating whether discrimination as referred to in the equal treatment legislation has taken or is taking place and publishing its findings on this. This will be the responsibility of a separate division of the Institute. This article describes the background of the establishment of the NHRI, elaborates the different tasks and considers what is necessary for the NHRI’s effectiveness.


P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. Paul van Sasse van Ysselt, BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam.
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

De constitutionele toetsing door de Raad van State

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden advisering, constitutionele toetsing, interpretatiemethoden, Raad van State, rechtsvergelijking, verdragsconforme grondwetsuitleg
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad van State heeft de achterliggende jaren stappen gezet om de toetsing aan constitutionele normen te versterken. In deze bijdrage komt het begrip constitutionele toetsing aan de orde zoals dat door de Afdeling wordt gehanteerd. Vervolgens worden de redenen aangestipt voor de inzet om de constitutionele toetsing binnen de Raad en met name de Afdeling te versterken. Ook wordt geschetst waartoe dit streven de afgelopen jaren heeft geleid. De bijdrage sluit af met een verwachting ten aanzien van de constitutionele vragen die de komende tijd op het bord van – onder meer – de Afdeling zullen komen te liggen.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen is lid van de Raad van State. b.vermeulen@raadvanstate.nl

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is jurist bij de Raad van State. h.vanroosmalen@raadvanstate.nl
Artikel

College voor de rechten van de mens en constitutionele toetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden College voor de rechten van de mens, constitutionele toetsing, mensenrechten, grondrechten,, advisering
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort na de zomer van 2012 treedt de Wet College voor de rechten van de mens in werking en opent het College zijn deuren. Het College krijgt tal van taken en bevoegdheden om in Nederland de rechten van de mens te beschermen, het bewustzijn ervan te vergroten en de naleving ervan te bevorderen. Eén van die taken betreft wetgevingsadvisering. In deze bijdrage wordt geanalyseerd of, en zo ja op welke wijze en onder welke voorwaarden, het College kan bijdragen aan de versterking van de ex-ante constitutionele toetsing van conceptwetgeving. Deze vraagstelling wordt mede geplaatst in het kader van de (internationale) achtergrond van het College en het belang van constitutionele dialoog.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voormalig verbindingsofficier bij het EU Grondrechtenagentschap en gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam. paul.sasse@minbzk.nl

Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

    Een procesrechtelijke bijzonderheid in de ontbindingsprocedure van art. 7:685 BW ziet op de niet integrale toepasselijkheid van het wettelijk bewijsrecht van afdeling 9, titel 2 uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Volgens de memorie van toelichting bij de Wet tot herziening van het burgerlijk procesrecht kan de spoedeisendheid van de ontbindingsprocedure zich tegen toepassing van het wettelijke bewijsrecht verzetten. In dit artikel wordt allereerst betoogd dat niet iedere ontbindingsprocedure per definitie spoedeisend is en zich tegen de toepasselijkheid van het wettelijk bewijsrecht verzet en tevens dat in een spoedeisende ontbindingsprocedure onderscheid moet worden gemaakt tussen bewijsregels die wel en die niet aan een spoedige beslissing in de ontbindingsprocedure in de weg staan. Vervolgens onderzoekt de auteur of de ontbindingsprocedure wat betreft de bewijsvoering in overeenstemming is met art. 6 EVRM en het recht van de Europese Unie.


mr. Vivian Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Lautsi versus Italië: moeilijk evenwicht tussen neutraliteit en godsdienstvrijheid

EHRM 18 maart 2011, nr. 30814/06 (Lautsi/Italië)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Lautsi, EHRM, grondrechten, godsdienstvrijheid, appreciatiemarge
Auteurs Mr. F. Atto
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Lautsi/Italië heeft de Grote Kamer van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de veel bekritiseerde eerdere uitspraak van de enkele Kamer vernietigd en geoordeeld dat de Italiaanse traditie van kruisbeelden op openbare scholen valt binnen de appreciatiemarge die Italië als lidstaat toekomt. De auteur zet het arrest uiteen en onderzoekt de vraag welke arbeidsrechtelijke betekenis het arrest voor Nederland zou kunnen hebben. De ruime appreciatiemarge die het Hof in Lautsi/Italië aan de lidstaten toekent, wordt geacht brede implicaties te hebben die ook voor Nederlandse publieke en private werkgevers van belang kunnen zijn.


Mr. F. Atto
Mr. F. Atto is jurist en schreef onderhavige annotatie in het kader van haar scriptie voor de master arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden EHRM, EVRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het verslagjaar 2010-2011 weer meer zaken afgedaan dan in 2009-2010. Onder de uitspraken bevinden zich er vele die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn, waaronder zaken over een ‘vernederende’ behandeling van een zwangere vrouw door artsen, extra waarborgen voor minderjarigen bij een medische behandeling en de betekenis van persoonlijke autonomie bij beslissingen aan het begin en het einde van het leven. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2010-2011.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Discussie

Dik of dun?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden European Court of Human Rights, constitutional questions, fundamental principles of justice, judicial activism
Auteurs Thierry Baudet
SamenvattingAuteursinformatie

    In a footnote on the last page of her article, Janneke Gerards writes: ‘Here I will leave to one side the debate on the involvement of the ECHR with questions that are not really constitutional.’ But it is precisely the involvement of the ECHR with questions that are ‘not really constitutional’ – and therefore not really fundamental – that the debate is about. It is regrettable that those who are indignant about my critique of the course that the ECHR is currently taking hardly – if ever – respond to my arguments against such an expansive course. The fact that the Court is now facing a pile of waiting cases rapidly approaching 200,000, as well as problems of legitimacy after taking a stand in undeniably political cases such as prisoners’ voting rights, limits to the freedom of speech, as well as its hinting that it would disapprove of a ban on the burqa, all undermine and impede what the ECHR was originally set up for: to be an effective, swift and authoritative voice in the protection of ‘fundamental principles of justice’. By indulging in meddlesomeness and political correctness, the ECHR is digging its own grave.


Thierry Baudet
Thierry Baudet studeerde geschiedenis en rechten aan de Universiteit van Amsterdam en zit thans in de eindfase van zijn promotieonderzoek in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Tevens schrijft hij een tweewekelijkse column voor NRC Handelsblad.
Discussie

De waarde van een Europees mensenrechtenhof

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden European Court of Human Rights, judicial review, fundamental rights, supranational protection of human rights
Auteurs Janneke Gerards
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last few months, the European Court of Human Rights has been heavily criticised in the Dutch media and by Dutch politicians. Although the criticism is mainly directed at the perceived overextension of the Court’s fundamental rights protection, it also concentrates on fundamental issues such as the interference with national sovereignty that is affected by supranational adjudication and the anti-democratic character of supranational judicial review. In this contribution to the debate, it is argued that the present criticism of the Court is largely misconceived. Although the Court and its case law should certainly not be accepted uncritically, the arguments on which the criticism is based either lack nuance or disregard the Court’s specific function as a protector of fundamental rights. To provide a better basis for sensible and relevant criticism of how the Court functions, this contribution therefore aims to revisit the main roles of the European Convention on Human Rights and of international human rights protection, as well as the classic debate on judicial review.


Janneke Gerards
Janneke Gerards is als onderzoekshoogleraar fundamentele rechten verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze bijdrage is een uitwerking van de bijdrage die zij leverde aan een debatbijeenkomst over de rol van het EHRM die op 12 mei 2011 plaatsvond aan de Universiteit van Amsterdam.

    Boekbespreking van A. Supiot, L’esprit de Philadelphie. La justice sociale face au marché total


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Diversen

De informatierechten van de patiënt: te weinig en te veel

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden keuze-informatie, recht op informatie, zelfbeschikking
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De informatierechten van de verzekerde en de patiënt zijn in beweging. Het recht op informatie heeft niet alleen een grote intrinsieke betekenis, maar is vaak ook een voorwaarde om andere patiëntenrechten te kunnen effectueren. Nieuwe ontwikkelingen in de gezondheidszorg leiden tot nieuwe vragen over bestaande wetgeving en rechtspraak op dit gebied. De huidige en de voorgenomen wetgeving biedt de patiënt zowel te veel als te weinig informatierechten. Aan patiënten wordt niet alleen relevante informatie maar ook non-informatie aangeboden. De ondersteuning van bepaalde patiëntengroepen met betrekking tot de uitoefening van hun informatierechten verdient verbetering.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan het AMC/Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Artikel

Loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen; gerechtvaardigd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden loyaliteitsdividend, Corporate Governance, loyaliteitsregeling, DSM-beschikking, loyaliteitsdividendregeling
Auteurs Mr. S.F. de Beurs
SamenvattingAuteursinformatie

    Al enige tijd gaan stemmen op in het Corporate Governance-debat om aandeelhouders, met name institutionele beleggers, meer te betrekken bij het reilen en zeilen van de vennootschap. De gedachte is dat loyaliteitsregelingen zoals loyaliteitsdividend – het toekennen van extra dividend aan trouwe aandeelhouders– hieraan kunnen bijdragen. In deze bijdrage wordt aan de hand van de door DSM in 2006 bedachte loyaliteitsregeling ingegaan op de vennootschapsrechtelijke mogelijkheden voor het introduceren van loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen. Hiertoe wordt er allereerst ingegaan op de regeling die door DSM was opgesteld en de statutaire vereisten voor loyaliteitsdividend. Vervolgens bespreekt de auteur het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders en wordt het model dat het HvJ EG hanteert voor toetsing aan publiekrechtelijke varianten van het gelijkheidsbeginsel behandeld. Daarna wordt er bezien hoe loyaliteitsdividend kan worden ingevoerd binnen een bestaande vennootschap. De bijdrage wordt afgesloten met een analyse omtrent het nut van wettelijke facilitering van loyaliteitsdividend.


Mr. S.F. de Beurs
Mr. S.F. de Beurs is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open EHBO bij vragen over kerk en staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden church-state, subsidy
Auteurs Stuart Mac Lean
SamenvattingAuteursinformatie

    Within municipalities there is much uncertainty as to whether religious organizations may be subsidized or not. It is often thought that the separation between church and state is at stake. Although legalists have addressed this problem before, a link with the everyday practice is often lacking. The flowchart that is created in this article makes a connection between legal science and practical questions policymakers are confronted with. By ‘pouring’ a subsidy request into the chart, it flows past three questions in a preset order. Based on research into (inter)national laws and jurisprudence, it is concluded that religious activities may be subsidized as long as the principles of neutrality, equality and separation between church and state are respected.


Stuart Mac Lean
Mr. J.S.F. Mac Lean is werkzaam als juridisch professional bij Eiffel.
Artikel

Een algemene periodieke keuring van de nationale grondrechten

Korte analyse van de grondrechtenparagraaf van de Staatscommissie Grondwet 2009/2010

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, grondrechten, mensenrechten, toegevoegde waarde
Auteurs Mr. dr. R. Nehmelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatscommissie Grondwet doet in haar rapport enkele prikkelende voorstellen tot het opnemen van nieuwe grondrechtelijke bepalingen. In een korte analyse van de grondrechtenparagraaf staat de auteur kritisch stil bij de specifieke voorstellen die de Staatscommissie over de grondwettelijke grondrechten doet. Geconcludeerd wordt dat een beperkt aantal van deze voorstellen dient te worden nagevolgd. De meerderheid van de voorgestelde vernieuwingen heeft volgens de auteur echter geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige nationale en internationale grondrechtenbescherming.


Mr. dr. R. Nehmelman
Mr. dr. R. Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. r.nehmelman@uu.nl
Jurisprudentie

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2010
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks

Prof. mr. A.C. Hendriks
Toont 81 - 100 van 120 gevonden teksten
1 2 3 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.