Zoekresultaat: 117 artikelen


Access_open At the Crossroads of National and European Union Law. Experiences of National Judges in a Multi-level Legal Order

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3/4 2013
Trefwoorden national judges, legal pluralism, application of EU law, legal consciousness, supremacy and direct effect of EU law
Auteurs Urszula Jaremba Ph.D.

    The notion and theory of legal pluralism have been witnessing an increasing interest on part of scholars. The theory that originates from the legal anthropological studies and is one of the major topical streams in the realm of socio-legal studies slowly but steady started to become a point of departure for other disciplines. Unavoidably it has also gained attention from the scholars in the realm of the law of the European Union. It is the aim of the present article to illustrate the legal reality in which the law of the Union and the national laws coexist and intertwine with each other and, subsequently, to provide some insight on the manner national judges personally construct their own understanding of this complex legal architecture and the problems they come across in that respect. In that sense, the present article not only illustrates the new, pluralistic legal environment that came into being with the founding of the Communities, later the European Union, but also adds another dimension to this by presenting selected, empirical data on how national judges in several Member States of the EU individually perceive, adapt to, experience and make sense of this reality of overlapping and intertwining legal orders. Thus, the principal aim of this article is to illustrate how the pluralistic legal system works in the mind of a national judge and to capture the more day-to-day legal reality by showing how the law works on the ground through the lived experiences of national judges.

Urszula Jaremba Ph.D.
Urszula Jaremba, PhD, assistant professor at the Department of European Union Law, School of Law, Erasmus University Rotterdam. I am grateful to the editors of this Special Issue: Prof. Dr. Sanne Taekema and Dr. Wibo van Rossum as well as to the two anonymous reviewers for their useful comments. I am also indebted to Dr. Tobias Nowak for giving me his consent to use the data concerning the Dutch and German judges in this article. This article is mostly based on a doctoral research project that resulted in a doctoral manuscript titled ‘Polish Civil Judges as European Union Law Judges: Knowledge, Experiences and Attitudes’, defended on the 5th of October 2012.

Still a rule of law guy

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden rule of law, sociology of law, suppression of arbitrary power, normative theory
Auteurs Martin Krygier

Martin Krygier
Martin Krygier is Gordon Samuels Professor of Law and Social Theory at the University of New South Wales, co-director of its Network for Interdisciplinary Studies of Law, Adjunct Professor at the Regulatory Institutions Network, Australian National University, and a Fellow of the Australian Academy of Social Sciences. His most recent book is Philip Selznick. Ideals in the World, Stanford University Press, 2012. He has written extensively on the rule of law: its nature, conditions, and challenges. Apart from some 40 essays on these themes, he has edited and contributed to Spreading Democracy and the Rule of Law? (Springer Verlag, 2006); Rethinking the Rule of Law after Communism (CEU Press, 2005); Community and Legality: the Intellectual Legacy of Philip Selznick (Rowman & Littlefield, 2002), The Rule of Law after Communism (Ashgate, 1999), Marxism and Communism. Posthumous Reflections on Politics, Society, and Law (Rodopi, 1994). He is on the editorial boards of the Hague Journal on the Rule of Law, Annual Review of Law and Social Science, Ratio Juris, East Central Europe, and is a contributing jurisprudence editor to Jotwell (Journal of things we like lots).

A sociology of the rule of law: why, what, where? And who cares?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden rule of law, sociology of law, suppression of arbitrary power, normative theory
Auteurs Marc Hertogh

Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden. Hij is (Co-)Editor-in-Chief van het International Journal of Law in Context (Cambridge University Press) en lid van de redactieraad van Recht der Werkelijkheid.

Wetsvoorstel Zorg en dwang: impact van de recente wijzigingen voor het veld en de cliënt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden onvrijwillige zorg, stappenplan, wilsonbekwaamheid, cliëntenvertrouwenspersoon, vergelijking met wetsvoorstel Verplichte GGz
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks en mr. dr. K. Blankman

    Het wetsvoorstel Zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, dat in de zomer van 2009 aan de Tweede Kamer werd aangeboden, heeft in 2012 belangrijke wijzigingen ondergaan. De auteurs wijzen behalve op de voordelen hiervan voor de rechtsbescherming van kwetsbare cliënten ook op een aantal nadelen. Zo worden het voorgestelde stappenplan, de omschrijving van onvrijwillige zorg en de regeling inzake vertegenwoordiging van wilsonbekwaamheid kritisch tegen het licht gehouden. Een vergelijking met het wetsvoorstel Verplichte GGz valt niet zonder meer positief uit voor het wetsvoorstel Zorg en dwang.

Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht bij het VUMC/EMGO+

mr. dr. K. Blankman
Kees Blankman is universitair docent familie- en gezondheidsrecht bij de VU.

Tegenspraak bij de politie

Distantie, betrokkenheid en doorwerking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2013
Trefwoorden tunnel vision, critical review, criminal investigation, police
Auteurs Mr. drs. Renze Salet en Prof. dr. ir. Jan Terpstra

    After some serious failures in criminal justice procedures, in 2006 ‘critical review’ was introduced in the Dutch police as a measure to prevent tunnel vision in criminal investigation. An analysis of 26 review cases and interviews with representatives of the Dutch police forces shows that in practice reviewers are confronted with a fundamental dilemma of distance vs. involvement in their relation with criminal investigation team. Critical review proves to have concrete effects on the criminal investigation process, although their scope usually appears to be limited. Although these effects are modest and review takes scarce police resources, the authors recommend a continuation of critical review.

Mr. drs. Renze Salet
Mr. drs. Renze Salet is onderzoeker aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is hoogleraar aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.


Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2012
Auteurs Rob Schwitters en Bert Niemeijer

Rob Schwitters
Rob Schwitters is associate professor (sociology of law) and member of the Paul Scholten Centre (University of Amsterdam). He publishes on tort law, responsibility and liability, the welfare state, compliance and methodological issues.

Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is part-time professor of sociology of law at the VU University of Amsterdam and coordinator of strategy development at the Dutch Ministry of Security and Justice. His research interests concern family law, evaluation of law, the social working of rules and courts, trust and confidence in law and courts and the development of legal disputes.

    This editorial offers an introduction to the current issue.

Koen Van Aeken
Koen Van Aeken is universitair docent aan Tilburg Law School. Na zijn studies politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen vervolmaakte hij zich aan de University of Essex in sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden. In 2002 promoveerde hij met een rechtssociologisch proefschrift over wetsevaluatie aan zijn alma mater. Zijn onderzoek situeert zich op het domein van de methodologie en institutionalisering van evaluatie van regelgeving, democratische functies van reguleringsmanagement en informele processen in een publiekrechtelijke context. Hij doceert Recht en Maatschappij in Tilburg en geeft daarnaast cursussen over zijn onderzoeksthema’s aan binnen- en buitenlandse bestuurlijke professionals, en adviseert binnen- en buitenlandse besturen over consultatie en evaluatie.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.

Erhard Blankenburg
Erhard Blankenburg is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

De consulent en de niet-aanspreekbare patiënt

Een commentaar op de nadere uitleg van het euthanasiestandpunt van de KNMG

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden consultatieplicht, Euthanasiewet, gevorderde dementie, niet-aanspreekbare patiënt, schriftelijke wilsverklaring
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh

    De KNMG heeft onlangs in een nadere uitleg van het Standpunt euthanasie uit 2003 de ‘medisch-professionele norm’ geformuleerd dat bij de wettelijk vereiste consultatie de consulent met de patiënt over de euthanasie moet hebben gecommuniceerd. Daarbij wordt erkend dat toepassing van de norm ertoe kan leiden dat een euthanasie als onzorgvuldig moet worden beschouwd hoewel die aan alle zorgvuldigheidseisen van de Euthanasiewet voldoet. Ik betoog in dit commentaar dat de KNMG weinig argumenten aanvoert waarom het nodig zou zijn strikter te zijn dan de wet en dat geen van deze argumenten overtuigt.

Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam en was lid van een regionale toetsingscommissie euthanasie van 1998 tot 2010.

Normontwikkeling door Thematisch Toezicht

De invloed van risicogebaseerde responsiviteit op normontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden toezicht, normontwikkeling, risico’s, responsiviteit, Inspectie voor de Gezondheidszorg
Auteurs Drs. F.C.J. Neefjes, Prof. dr. R. Bal en Prof. dr. P.B.M. Robben

    Responsiviteit van toezichthouders wordt veelal beschreven in procedurele zin dan wel in de zin van rekening houden met de nalevingsbereidheid van ondertoezichtstaanden. In dit artikel introduceren wij een derde vorm van responsiviteit, gericht op het type risico dat centraal staat in het toezicht. In dit artikel wordt de invloed van risicogebaseerde responsiviteit op normontwikkeling door ondertoezichtstaanden onderzocht. Het kwalitatief onderzoek bestaat uit een analyse van twee Thematisch Toezichtsprojecten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en laat een samenhang zien tussen de mate van responsiviteit en het type risico dat centraal staat in het Thematisch Toezicht. Naarmate er een betere match is tussen de aard van de interacties die de inspectie aangaat met het veld enerzijds en de aard van de risico’s die centraal staan in het toezicht, blijkt het toezicht door te werken in normontwikkeling. Hoewel wordt gepleit voor het gebruik van het concept van risicogebaseerde responsiviteit in het toezicht, is nader onderzoek nodig naar de werkingsmechanismen en de effecten daarvan.

Drs. F.C.J. Neefjes
Drs. F.C.J. Neefjes is inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, Amsterdam.

Prof. dr. R. Bal
Prof. dr. R. Bal is hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. P.B.M. Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is werkzaam bij de Afdeling Onderzoek en Innovatie, Inspectie voor de Gezondheidszorg en hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Access_open The Destruction and Reconstruction of the Tower of Babel

A Comment to Gunther Teubner’s Plea for a ‘Common Law Constitution’

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden global society, constitutionalism, social systems theory, Teubner, law and order
Auteurs Bart van Klink

    This article presents some critical comments concerning the conceptual, normative and institutional foundations of Teubner’s plea for a ‘common law constitution’. My comments question the desirability of the means chosen for attaining this objective as well as their efficacy. In particular, I have difficulties with the ambivalent role that is assigned to man, either as a person or as a human being; with the reduction of social problems to problems of communication; and, finally and most importantly, with the attempt to conceive of law and politics beyond established legal and political institutions, which in my view is doomed to fail. The conclusion offers some tentative suggestions for an alternative approach.

Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology at the Faculty of Law of the VU University Amsterdam, the Netherlands.

Verplichte kost voor hardcore juristen?!

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden review, Marc Hertogh, Heleen Weyers, judicial sociology
Auteurs Hans den Tonkelaar

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Beleid en Maatschappij.

Hans den Tonkelaar
Hans den Tonkelaar is vicepresident van de Rechtbank Arnhem en hoogleraar rechtspraak aan de rechtenfaculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Wonen, wijken en diversiteit

Een interpretatieve beleidsanalyse van de legitimering van de relatie tussen huisvesting en integratie in ‘probleemwijken’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden legitimacy, housing, integration, interpretative policy analysis
Auteurs Marleen van der Haar en Ashley Terlouw

    In this article we study ways in which the relationship between housing and integration of migrants are being justified and legitimated in policy documents from the cities of Arnhem and Nijmegen. Making use of a critical frame analysis, we are particularly interested in the assumptions made with regard to the preferred population composition of neighbourhoods, images of ‘normality’ and ‘the ideal society’. Based on the analysis of a set of policy documents (such as the most recent coalition agreement, housing policy document and several neighbourhood plans of each city) and a pilot study that includes interviews with local administrators and residents of twelve neighbourhoods, we found that most problems that are being related to residential segregation in neighbourhoods are defined in socio-economic terms. In general, the data show that the mixing of people with different socio-economic positions is thought to be the solution to this problem. References to migrants are mainly indirect: many documents mention that a large part of the poor people are migrants. The issue of integration is mostly dealt with in documents that focus on so-called ‘problem neighbourhoods’. We conclude that the desirability of diverse neighbourhoods in terms of types of housing and groups of people is widespread. Yet the assumptions on which these ideas are built remain largely implicit.

Marleen van der Haar
Marleen van der Haar is postdoc onderzoeker en docent bij het Institute for Management Research, Radboud Universiteit Nijmegen. Op dit moment doet zij (samen met Mieke Verloo en Iris van Huis) een studie naar organisaties in de publieke sector die projecten uitvoeren met als doel bepaalde mannen te emanciperen en te activeren. Hiervoor deed zij (samen met Dvora Yanow) aan de Vrije Universiteit onderzoek naar de implicaties van het gebruik van de beleidstermen allochtoon en autochtoon. In 2007 promoveerde zij op een proefschrift over de manieren waarop professionele repertoires van maatschappelijk werkers beïnvloed worden door hulpverlening aan een cultureel divers cliëntenbestand. Kenmerkend voor haar werk is het gebruik van een combinatie van kritische frameanalyse en etnografisch onderzoek.

Ashley Terlouw
Ashley Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht en werkte onder meer als wetenschappelijk medewerker bij het stafbureau Vreemdelingenzaken van de Rechtbank Den Haag en als hoofd van de afdeling Vluchtelingen bij Amnesty International Nederland. In 2003 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit op een rechtssociologisch onderzoek naar samenwerking tussen vreemdelingenrechters. In de periode 2004-2008 was zij als commissielid verbonden aan de Commissie gelijke behandeling. Zij publiceert op het gebied van gelijke behandeling, rechtspleging en migratierecht.

Zijn Nederlandse burgers écht enthousiast over de nieuwe antiterrorismemaatregelen?

Een vergelijking van attitudes en willingness to pay

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden counterterrorism policy, public opinion, willingness to pay, legitimacy
Auteurs Johan van Wilsem en Maartje van der Woude

    Since 2001, the Netherlands have broadened their array of antiterrorism legislation and policies. However, there is hardly any insight into the level of public support for them. This article assesses the Dutch public opinion on four measures that were recently made effective: enhanced possibilities for stop-and-search, broadening of possibilities for special investigative resources, increased obligations for identification, and body scans in airports. Two randomly selected, comparable groups were asked different questions about these issues: attitudes or willingness to pay. The results show that respondents have positive attitudes towards newly introduced antiterrorism measures, yet simultaneously, they have low willingness to pay. Both groups were also asked how they would allocate an imaginary fixed budget to various criminal justice policies and tax rebate. These results show similar relations for both attitudes and willingness to pay, suggesting they both measure the relative importance assigned to antiterrorism policies. A right political orientation predicts both positive attitudes and high willingness to pay. Furthermore, people with high income have higher willingness to pay. The results underline the necessity to pay attention to the subtleties underlying public opinion on crime control.

Johan van Wilsem
Dr. J.A. (Johan) van Wilsem is universitair hoofddocent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.

Maartje van der Woude
Mr. dr. M.A.H. (Maartje) van der Woude is universitair docent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: m.a.h.vanderwoude@law.leidenuniv.nl.

Vertrouwen in een lerende wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden wetgevingsbeleid, vertrouwen, regeldruk, zelfregulerend vermogen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel

    De laatste jaren is in het wetgevingsbeleid het begrip vertrouwen centraal komen te staan. Vertrouwen zou de sleutel zijn tot de ‘regellichte samenleving’. De idee hierachter is dat je in een samenleving van ‘high trust’ minder regels nodig hebt. Professionals in het onderwijs, de politie, de zorg enzovoort zouden daarom meer keuze- en beslissingsvrijheid moeten krijgen. Daarnaast wordt vaak verdedigd dat de overheid meer zaken over dient te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties. De vraag die de auteur aan de orde wil stellen, luidt daarom: in hoeverre is aannemelijk dat het gebrek aan vertrouwen bij de wetgever in het zelfregulerend vermogen van de samenleving een aanjager is voor toenemende regelverdichting?

Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg. R.A.J.vanGestel@uvt.nl

Bregje Dijksterhuis
Bregje Dijksterhuis is docent en onderzoeker bij de opleiding HBO-Rechten van de Hogeschool van Amsterdam. Zij publiceert over onder andere landelijke rechterlijke samenwerking (haar proefschrift), de taak van de Hoge Raad, echtscheidingsrecht, ontslagrecht en diversiteit in de rechterlijke macht.

Friso Kulk
Friso Kulkstudeerde in 2003 cum laude af in Arabische Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna studeerde hij de tweejarige master Staats- en Bestuursrecht, eveneens aan de UvA. Hij werkte onder meer als juridisch adviseur bij Vluchtelingenwerk, vertaler en docent Arabisch. Zijn promotieonderzoek gaat over de familierechtelijke relatie tussen ouders en kinderen in Egyptisch-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gezinnen.

Iris Sportel
Iris Sportelstudeerde Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en Arabische Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Voor haar masterscriptie deed zij in Egypte onderzoek naar ziyara, het bezoeken van heiligen. Sinds 2008 doet zij promotieonderzoek naar echtscheiding in Neder-lands-Egyptische en Nederlands-Marokkaanse gezinnen.

Constitutioneel bewustzijn in Nederland:

Van burgerzin, burgerschap en de onzichtbare Grondwet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Barbara Oomen

    Faced with increased individualization, debates on immigration and interna-tionalization, the Dutch government has recently appointed a Constitutional Review Commission to strengthen the Dutch constitution and enhance its social relevance. It is against this background that this article examines the place that the Dutch constitution currently holds in empirical and discursive understand-ings of citizenship in the Netherlands. From the vantage point of citizenship discourse, the interpretation of citizenship (burgerschap) in the Netherlands amongst policy-makers and the public at large hinges on civicness rather than on democratic citizenship, and departs from a strongly assimilationist perspec-tive: ‘burgerschap’ is essentially about participating in and adapting to the dominant culture. From the vantage point of the constitution, the current consti-tution’s main function is legal: constituting government powers and limiting their exercise. Legal scholars emphasize that the Dutch constitution hardly has a more symbolic or social role. These facts are contrasted with data from a representative survey under the Dutch adult population, which demonstrates how the Dutch hardly know anything about the contents of the constitution, but do have great confidence in the document, and consider it to be very important. Interestingly, respondents also emphasize the symbolic and societal function, in addition to the legal function of the constitution. This seems to point towards the possibility of an understanding of Dutch citizenship more firmly based upon the values embodied in the constitution.

Barbara Oomen
Barbara Oomenis docent rechten aan de Roosevelt Academy en is bij-zonder hoogleraar rechtspluralisme aan de Universiteit van Amsterdam. Haar belangstelling gaat uit naar rechtssociologische vraagstukken op het terrein van culturele diversiteit, constitutionalisme en de doorwerking van internationale mensenrechten. Zij is voorzitter van het Platform Mensenrechteneducatie, lid van de Commissie Mensenrechten van de Adviesraad Internationale Vraag-stukken en lid van de Staatscommissie Grondwet.

In blijde verwachting?

Een analyse van de oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling over zwangerschapsdiscriminatie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Kirsten Bolier en Nienke Doornbos

    In this article we report on our research which aimed to investigate which fac-tors influence the outcome of pregnancy discrimination cases of the Dutch Equal Treatment Commission (CGB) and the compliance of respondents with this outcome. We studied equal treatment legislation and all 188 cases between the period of September 1994 and March 2008. The results show that equal treatment legislation hardly leaves any room for objections raised by the re-spondents. The arguments made by the employers are often based on financial or other business-related burdens, even though these arguments are legally irrelevant. We assume that the strictness of the legislation might cause the lack of willingness to comply with the outcome. This presumption is confirmed by the fact that the legal representatives of employers put forward these irrelevant arguments as well. Furthermore, the results show that the nature of the relation of the applicant with the respondent has an influence on the compliance of the respondent with the outcome. Respondents are more likely to comply in cases where the applicant is already working for the employer instead of applying for a job. The results also show that non-profit organizations are more likely to comply with the outcome than profit organizations.

Kirsten Bolier
Kirsten Boliervolgt de Legal Research Master van het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij deed in opdracht van de Commissie Gelijke Behandeling onderzoek naar de oordelen met betrekking tot zwangerschapsdiscriminatie. Haar afstudeeronderzoek betreft een juridisch onderzoek naar algemene rechtsbeginselen in het EG-recht.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbosis universitair docente Rechtssociologie bij het Depar-tement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2006 op een rechtssociologisch onderzoek naar de wijze waarop asielzoekers worden gehoord in het kader van de asielprocedure. Haar onderzoeksinteresses betref-fen onder meer de wisselwerking tussen recht en communicatie en het functio-neren van klachten- en geschillenprocedures.

Toont 81 - 100 van 117 gevonden teksten
1 2 3 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.