Zoekresultaat: 137 artikelen

x
Artikel

Ruimte krijgen en ruimte nemen

De onwenselijkheid van ruime delegatiebepalingen naar aanleiding van de nieuwe zorgwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden delegatie, Zorgverzekeringswet, Meststoffenwet, motie-Jurgens, tijdelijke delegatie, vrijstelling
Auteurs D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2014 sneuvelde de nieuwe zorgwet van minister Schippers in de Eerste Kamer. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen suggereerden vervolgens dat de regering dan misschien maar een algemene maatregel van bestuur zou moeten opstellen om de beoogde maatregelen alsnog door te voeren. De basis daarvoor zou worden gevormd door een zeer ruim geformuleerde delegatiebepaling in de Zorgverzekeringswet. Deze suggestie leidde tot veel commotie, zowel binnen het parlement als daarbuiten, omdat het parlement blijkbaar zomaar opzij zou kunnen worden gezet door de regering. Dit artikel gaat in op dergelijke algemene delegatiebepalingen aan de hand van twee casus: de delegatiebepaling in de Zorgverzekeringswet en de eveneens zeer algemene vrijstellingsmogelijkheid in de Meststoffenwet. Bij beide casus wordt eerst besproken hoe de desbetreffende bepaling recentelijk dreigde te worden, respectievelijk werd ingezet. Vervolgens wordt bezien hoe deze delegatiebepalingen in de wet terecht zijn gekomen: wat is er in de wetsgeschiedenis over gewisseld. Ten slotte worden conclusies getrokken over de wenselijkheid van dergelijke bepalingen en hoe ermee zou moeten worden omgegaan als ze er eenmaal zijn.


D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Jurisprudentie

Rechter brengt balans aan in onevenwichtige bestuurlijke boete

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bestuurlijke boete, Fraudewet, uitkeringsfraude, UWV
Auteurs Mr. Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 24 november 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een uitspraak gedaan over een door het UWV opgelegde bestuurlijke boete wegens overtreding van de zogenoemde inlichtingenverplichting van artikel 25 van de Werkloosheidswet (WW). De uitspraak is interessant omdat de rechter het tamelijk rigide boetestelstel voor de SZW-wetgeving aanzienlijk verruimt.


Mr. Arnt Mein
Mr. A.G. Mein is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2015
Trefwoorden kroniek, concentratiecontrole, ACM, concurrentie
Auteurs S.M.M.C. Vinken, M.J. van Joolingen en M.W.J. Jongmans
Auteursinformatie

S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij Banning N.V. te ’s-Hertogenbosch en Rotterdam.

M.J. van Joolingen
mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij Banning N.V. te ’s-Hertogenbosch en Rotterdam.

M.W.J. Jongmans
Mr. drs. M.W.J. Jongmans is advocaat bij Banning N.V. te ’s-Hertogenbosch en Rotterdam.
Artikel

Bestuurderstoets voor de zorg (of niet)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden bestuursverbod, geschiktheidstoets, disfunctioneren, kwaliteit van zorg
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of een bestuurderstoets voor de zorg wenselijk is, gezien de huidige en voorgestelde instrumenten, zoals het strafrechtelijk en civielrechtelijk bestuursverbod en de vergewisplicht, om (potentieel) disfunctionerende bestuurders uit de zorg te weren. De auteur is van mening dat de bestuurderstoets een aanvullend instrument kan zijn. Daarmee is het antwoord op de wenselijkheidsvraag nog niet gegeven omdat er een aantal nadelen verbonden is aan een bestuurderstoets. Daarnaast wordt een alternatieve oplossing onderzocht om disfunctionerende bestuurders te weren, namelijk een bepaling in de herziene Woningwet. Daaraan zitten ook de nodige haken en ogen. De drempels voor het weren van bestuurders mogen in elk geval niet te laag zijn.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht en geeft het vak Organisatie en bestuur van de zorg in de master Recht van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; zij is lid van een raad van toezicht van een stichting in de eerstelijnsgezondheidszorg.
Artikel

Access_open De problematie van strafbaarheid van hulp bij zelfdoding door een niet-medicus

De zaak Heringa en de maatschappelijke roep om zelfbeschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (2001), Hulp bij zelfdoding door een niet-arts, Zelfbeschikking, Zaak Heringa
Auteurs Mr. Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there’s a lot of debate within the Netherlands about the criminality of assistance by someone who’s not a doctor towards the death of a loved one. In the Heringa lawsuit a son has helped his (step)mother who wished to no longer live (considered her life to be ‘completed’) to die at an age of 99. The helper non-doctor risks criminal pursuit and punishment. The central argument of the lobby to establish a more humane approach towards the persevered need is personal autonomy. This article aims to clarify the debate and to stimulate another way of thinking towards the situation of, mostly, elderly who want to decide and act independently regarding their death.


Mr. Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel MA is geestelijk verzorger, auteur van twee boeken over spirituele intelligentie en publiciste.

    Zorgverzekering; hinderpaal-criterium; art. 13 Zorgverzekeringswet; vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg, vrije artsenkeuze

Artikel

Als de inspecteurs slapen

Mysteryshoppen door jongvolwassenen bij handhaving tabak- en alcoholwetgeving en de casus van overtredingen van het rookverbod in cafés in de avond en nacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden rookverbod, horeca, naleving, mysteryshop, Nederland
Auteurs Dr. Gera Nagelhout, Prof. dr. Marc Willemsen, Dr. Joris van Hoof e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Mysteryshoppen is de standaard bij onderzoek naar naleving van tabak- en alcoholwetgeving. Vaak worden jongvolwassenen ingezet, zodat verkopers of eigenaren minder snel vermoeden dat een inspectie of observatie gaande is. In twee pilotstudies hebben we gebruikgemaakt van de mysteryshopmethode om te onderzoeken in hoeverre naleving van het rookverbod samenhangt met het tijdstip van het cafébezoek. Beide pilotstudies lieten zien dat het aantal overtredingen verdubbelde na 23.00 uur. Bij het gebruik van de mysteryshopmethode voor onderzoeks- of handhavingsdoeleinden moet daarom rekening gehouden worden met het feit dat de steekproef van bezoekmomenten bepalend kan zijn voor de uitkomsten.


Dr. Gera Nagelhout
Dr. G.E. Nagelhout is post-doc onderzoeker bij de Universiteit Maastricht (CAPHRI) en tevens werkzaam bij de Alliantie Nederland Rookvrij.

Prof. dr. Marc Willemsen
Prof. dr. M.C. Willemsen is hoogleraar tabaksontmoediging bij de Universiteit Maastricht (CAPHRI) en tevens werkzaam bij de Alliantie Nederland Rookvrij.

Dr. Joris van Hoof
Dr. J.J. van Hoof is universitair docent aan de Universiteit Twente, faculteit Gedragswetenschappen.

Dr. Marcel Pieterse
Dr. M.E. Pieterse is universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente, faculteit Gedragswetenschappen.
Artikel

Oorzaken van fraude in de zorgsector

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden health care fraud, reimbursement system, lack of transparency, compliance, cultural change
Auteurs W. Groot en H. Maassen van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Health care fraud and abuse has long been ignored or downplayed in the Netherlands. Increased media attention has put the issue more on the agenda. Health care fraud can erode the willingness to pay the compulsory contributions for health care among the population. Exact figures on health care fraud are still unavailable, although examples of fraudulent behavior are manifold. The risk of health care fraud is high due to the complexity and lack of transparency of the reimbursement system, the autonomy of the health care professional, the lack of adequate control, governance and attention for compliance in health care. What is needed to combat fraud in health care is a ‘zero tolerance’ policy. For this more attention to compliance and a change in the culture that ignores and condones fraud in health care are necessary.


W. Groot
Prof.dr. Wim Groot is hoogleraar Gezondheidseconomie en hoogleraar Evidence based education aan de Universiteit Maastricht. E-mail: w.groot@maastrichtuniversity.nl.

H. Maassen van den Brink
Prof.dr. Henriette Maassen van den Brink is hoogleraar Economie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Evidence based education aan de Universiteit Maastricht. E-mail: h.maassenvandenbrink@uva.nl.

Prof. Arnaud de Graaf
Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Prof. dr. Klaus Heine
Erasmus School of Law, Tax Law Department, Erasmus University Rotterdam.
Article

Access_open Tax Competition within the European Union – Is the CCCTB Directive a Solution?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2014
Trefwoorden tax competition, tax planning, European Union, Common Consolidated Corporate Tax Base, factor manipulation
Auteurs Maarten de Wilde LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    The author addresses the phenomenon of taxable profit-shifting operations undertaken by multinationals in response to countries competing for corporate tax bases within the European Union. The central question is whether this might be a relic of the past when the European Commission’s proposal for a Council Directive on a Common Consolidated Corporate Tax Base sees the light of day. Or would the EU-wide corporate tax system provide incentives for multinationals to pursue artificial tax base-shifting practices within the EU, potentially invigorating the risk of undue governmental tax competition responses? The author’s tentative answer on the potential for artificial base shifting and undue tax competition is in the affirmative. Today, the issue of harmful tax competition within the EU seems to have been pushed back as a result of the soft law approaches that were initiated in the late 1990s and early 2000s. But things might change if the CCCTB proposal as currently drafted enters into force. There may be a risk that substantial parts of the EU tax base would instantly become mobile as of that day. As the EU Member States at that time seem to have only a single tool available to respond to this – the tax rate – that may perhaps initiate an undesirable race for the EU tax base, at least theoretically.


Maarten de Wilde LL.M
LL.M, Researcher/lecturer, Erasmus University Rotterdam (<dewilde@law.eur.nl>), lecturer, University of Amsterdam, tax lawyer, Loyens & Loeff NV, Rotterdam, the Netherlands. This article was written as part of the Erasmus School of Law research programme on ‘Fiscal Autonomy and Its Boundaries’. The author wishes to thank the anonymous reviewers for their constructive comments on an earlier draft of this article.
Redactioneel

De grenzen van de polder

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2014
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken

Mr. drs. J.J. Rijken
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

Directe horizontale werking van primair Unierecht in de praktijk

Een illustratie aan de hand van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2013
Trefwoorden directe horizontale werking, Unierecht, nietigheid, recht op schadevergoeding, ambtshalve toepassing
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage maakt inzichtelijk welke mogelijkheden het Unierecht de praktijk biedt. Een illustratie aan de hand van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen laat zien hoe het Unierecht kan leiden tot de nietigheid van een rechtshandeling, een recht op schadevergoeding of een plicht tot ambtshalve toepassing.


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. Hoyer studeerde Onderneming & Recht en Biomedische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Diversen 2

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verslag jaarvergadering VGR, medische aansprakelijkheid, ontwikkelingen in België
Auteurs Mr. L. Beij
SamenvattingAuteursinformatie

    De jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht op 19 april 2013 te Rotterdam stond in het teken van de medische aansprakelijkheid. Tijdens deze vergadering is uitvoerig gesproken over het preadvies ‘Ontwikkelingen rond medische aansprakelijkheid’ van prof. mr. dr. J.L. Smeehuijzen, prof. mr. dr. A.J. Akkermans en prof. dr. T. Vansweevelt. Voorafgaand aan het wetenschappelijke gedeelte van de vergadering droeg prof. mr. A.C. Hendriks zijn voorzittersrede over Europeesrechtelijke ontwikkelingen rond medische aansprakelijkheid voor.


Mr. L. Beij
Lenore Beij was tot 1 mei 2013 werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten. Thans is zij werkzaam als jurist gezondheidsrecht bij VvAA rechtsbijstand.
Artikel

Het voorgestelde verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verticale integratie, zorgverzekeraars, zorgaanbieders, Wet marktordening gezondheidszorg
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsvoorstel 33 362 introduceert in de Wet marktordening gezondheidszorg een verbod op verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Het verbiedt zorgverzekeraars, AWBZ-verzekeraars en zorgkantoren om (a) zelf zorg te verlenen en (b) direct of indirect zeggenschap te hebben over een zorgaanbieder. In dit artikel wordt betoogd dat dit verbod niet noodzakelijk en niet proportioneel is om het daarmee beoogde doel te bereiken. Gewezen wordt op het belang om (alternatieve) maatregelen te nemen om het vertrouwen in zorgverzekeraars en de transparantie met betrekking tot de kwaliteit van zorg te verbeteren.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts in opleiding tot specialist, farmaceut en gezondheidsjurist.

Mr. D.W.L.A. Schrijvershof
Mr. D.W.L.A. Schrijvershof is advocaat bij Van Doorne NV.
Artikel

Inrichting van meervoudig toezicht op marktwerking

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden marktwerking, semipublieke sectoren, afbakening, algemeen mededingingstoezicht, sectorspecifiek toezicht
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    In semipublieke sectoren is naast het algemene mededingingstoezicht krachtens de Mededingingswet ook sprake van aanvullend, sectorspecifiek toezicht op marktwerking. De reden daarvoor is dat de algemene mededingingsbevoegdheden niet altijd toereikend zijn om zeker te stellen dat marktwerking in deze sectoren ook daadwerkelijk het algemeen belang dient. Het AMM-instrument, dat de mogelijkheid biedt om ondernemingen die beschikken over ‘aanmerkelijke marktmacht’ ex ante te reguleren, beschermt het publieke mededingingsbelang. Sectorspecifiek fusietoezicht is gericht op de bescherming van andere publieke belangen. In deze bijdrage wordt de afbakening tussen het aanvullende toezicht en het algemene mededingingstoezicht besproken.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. loozen@bmg.eur.nl

    The SGP does not allow women to stand for election for general representative political bodies. This position is based on the biblically inspired conviction that the exercise of such elected functions is against the vocation of women, since men and women have different roles in society. The European Court of Human Rights considers this position unacceptable in the light of Article 3 of Protocol No. 1 (obligation of the states to hold free elections) taken together with Article 14 (right to equal treatment in the enjoyment of Convention rights and freedoms). In a unanimous decision the Court considered the application manifestly ill-founded and, therefore, declared it inadmissible. By doing so, the European Court fails to deal with the real issues at hand and fails to consider the specifics of the case. The mere fact that the highest civil court and the highest administrative court in the Netherlands reached contrary conclusions regarding the human rights dimension of the case already should have led the European Court to deal with case substantively.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Artikel

Bemiddeling en conflicthantering in Vlaamse echtscheidingsovereenkomsten

Een empirisch-juridische analyse

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2012
Trefwoorden divorce agreements, mediation arrangements, content analysis, empirical-legal study
Auteurs Ruben Hemelsoen PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    In this empirical-legal study, the mediation arrangements concluded in the context of a divorce by mutual consent are studied by using the social scientific method of content analysis. Within a representative sample of Flemish divorce agreements, these clauses are both quantitatively and qualitatively analyzed. The quantitative results show that the number of mediation arrangements and ADR clauses in the dataset are rather low. The qualitative content analysis reveals that most mediation provisions can be improved. Ultimately, this contribution contains suggestions to improve the terminology and stipulation of the investigated clauses.


Ruben Hemelsoen PhD
Ruben Hemelsoen is vrijwillig postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Burgerlijk Recht van de Universiteit Gent. Ruben.Hemelsoen@ugent.be.

Mr. dr. M.C. Ploem
Toont 81 - 100 van 137 gevonden teksten
1 2 3 5 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.