Zoekresultaat: 173 artikelen

x
Artikel

Scripts, de voertuigen van kennis

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden knowledge of law, scripts, medical treatment at the end of life, findings of empirical research
Auteurs Heleen Weyers en Donald van Tol
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents the results of a study into the knowledge of doctors regarding three kinds medical treatment regulation at the end of life, the so-called KOPPEL study. One of the findings of this study is that most doctors know the law that regulates ending life at request (euthanasia) and guideline for palliative sedation quite well. However, hardly any of them know Book 7, Section 450.3 of the Dutch Civil Code, the section that regulates written treatment refusals. Apart from the description of the findings, we elaborate on three reasons that Aubert distinguishes for knowledge of the law: the period the regulation exists, the congruence between habits and norms of the law, and experience with the law. We conclude that Aubert’s factors do indeed explain the differences in knowledge of the doctors. In the discussion we come to the conclusion that sociology of law should not only pay attention to ‘what knowledge of the law is’ (Griffiths, Van Tol) and ‘which factors influence this knowledge’ (Aubert) but also to ‘how knowledge of law can be ascertained’. In our opinion the idea of scripts, as introduced by Schank and Abelson, can be of great help in this respect.


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt zij zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.

Donald van Tol
Donald van Tol is werkzaam als docent bij de Afdeling Huisartsgeneeskunde, UMC Groningen en bij de afdeling Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappij Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verzorgd onderwijs in medische ethiek, medische sociologie, arts-patiënt communicatie en medische professionaliteit. In onderzoek en publicaties gaat zijn aandacht uit naar (de regulering van) medisch handelen rond het levenseinde en naar vraagstukken rondom medicalisering. Van Tol is tevens ethicus-lid van een van de vijf Regionale Toetsingscommissies Euthanasie in Nederland.
Artikel

Weet wat je tweet

Het gebruik van Twitter door de wijkagent en het vertrouwen in de politie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden social media, Twitter, police, confidence, trust, community policing
Auteurs Dick Roodenburg en Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    Community policing is a common strategy in the Dutch police organization: working in a geographically bounded area, in close proximity and engagement with the local population. The use of Twitter by local police-officers is an increasingly popular way of communicating in this context. Prior research has indicated that there is a positive relation between the use of Twitter by the local police officer and citizens’ confidence in the police. But what factors determine this confidence and how can it be strengthened by using Twitter? This article examines the nature of police tweets and shows how tweets can contribute to improving the degree of confidence between citizens and the police. To determine what factors influence confidence we made use of the model of trust and confidence by Jackson and Bradford. This model differentiates between ‘effectiveness’, ‘fairness’, and ‘engagement’. These three factors are used to explore the way tweets might influence confidence in policing. The empirical research included interviews with three police officers who twitter actively, as well as interviews with 30 ‘followers’ living in the neighbourhood where the police officer works. Also an analyses has been carried out of the tweets made by the police officers in one year, 3.506 tweets in total, by categorizing the tweets according to the model of Jackson and Bradford. We conclude that the model of Jackson and Bradford is useful to explore the possible relationship between the use of Twitter and citizens confidence in the police. Using Twitter by the local police officers seems to make a possible contribution to the degree of confidence in the police. Our categorization of Twittermessages allowed us to give practical recommendations to local police officers how to use Twitter in order to improve confidence among citizens. The data also suggest that followers appreciate the fact that local police officers show their knowledge of current affairs in the neighbourhood.


Dick Roodenburg
Dick Roodenburg is beleidsadviseur en coördinator integrale veiligheid bij de gemeente De Ronde Venen (Utrecht).

Hans Boutellier
Hans Boutellier is bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lid van de raad van bestuur van het Verwey-Jonker Instituut.
Artikel

Hoe de belastingheffer de mens ontdekt

Een praktijkperspectief op de relatie tussen belastingregels en belastinggedrag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden belastingheffing, gedragsregulering, gedragsbeïnvloeding, communicatie, nudging
Auteurs H.J.M. van Rooij en D. Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Effectiviteit van belastingwetgeving is niet alleen afhankelijk van de wijze waarop de regels zijn ingericht en worden uitgevoerd door de belastingheffer, maar ook van de instelling en het gedrag van de belastingbetaler. De Belastingdienst zet vanuit deze gedachte niet alleen in op toezicht en handhaving, maar ook op service, ondersteuning en vormen van samenwerking. Inzichten uit gedragswetenschappen zijn hierbij onmisbaar om ervoor te zorgen dat inspanningen effectief zijn en niet averechts uitpakken. De auteurs gaan in op een aantal kenmerken van het gedrag van belastingbetalers (aan wie niets menselijks vreemd blijkt) en de wijze waarop daarmee door de Belastingdienst rekening wordt gehouden bij de uitvoering van zijn taken. Daarnaast besteden ze aandacht aan enige lessen die hieruit ook door de wetgever te trekken zijn.


H.J.M. van Rooij
H.J.M. van Rooij werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.

D. Geurts
D. Geurts werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Vraag en aanbod binnen het Arubaanse forensisch-psychiatrische veld

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Therapeutische maatregelen, Terbeschikkingstelling (tbs), Strafrechtelijke opvang verslaafden (sov), Ondercuratelestelling met last tot plaatsing, Plaatsing psychiatrisch ziekenhuis
Auteurs Mr. R.S.T. Gaarthuis en Prof. dr. F. Koenraadt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop van 2014 zal op Aruba een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking treden. Dit wetboek voorziet onder andere in de introductie van een aantal nieuwe op therapeutische leest geschoeide beveiligingsmaatregelen, zoals tbs, SOV en de strafrechtelijke ondercuratelestelling. De auteurs inventariseren de beschikbaarheid van (bestaande en aanstaande) juridische titels binnen het Arubaanse recht ten behoeve van gedwongen opneming van psychisch gestoorde of verslaafde volwassenen die vanwege onaangepast, zelfdestructief en/of delinquent gedrag met politie of justitie in aanraking komen. Deze titels worden besproken en aan een kritische analyse onderworpen. Daarnaast wordt bezien in hoeverre het huidige aanbod van forensisch-psychiatrische voorzieningen op het eiland toereikend zal zijn in het licht van de behoefte die zal ontstaan zodra het nieuwe wetboek in volle omvang in werking treedt.


Mr. R.S.T. Gaarthuis
Mr. R.S.T. Gaarthuis is als wetenschappelijk medewerker straf- en strafprocesrecht werkzaam aan de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. F. Koenraadt
Prof. dr. F. Koenraadt is hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij als wetenschappelijk adviseur verbonden aan het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en aan de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen. Hij heeft een eigen praktijk voor forensische psychologie te Amsterdam en hij verzorgde afgelopen jaren tevens onderwijs aan de Universiteit van Aruba en de Universiteit van Curaçao.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Verschillen tussen burgers in vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, framing, windtunneling
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals have confidence in the judiciary varies substantially. In this paper, we take the heterogeneity of the population as a starting-point. Our basic idea is that signals about the judiciary acquire significance through frames, schemes of interpretation. Using focus groups we portrayed contrasting frames of citizens. These frames enable us to test the consequences of measures to promote confidence. Measures that tend to increase confidence according to one frame may decrease confidence according to another. This yields dilemmas for those looking for possibilities to promote confidence. One possibility to deal with these dilemmas is to differentiate between different audiences.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

Geen woorden maar daden

De invloed van legitimiteit en vertrouwen op het nalevingsgedrag van verkeersovertreders

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden perceptions of legitimacy, Compliance, procedural justice
Auteurs Marc Hertogh, Bert Schudde en Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For many years, most regulatory research focused on instrumental motivations for compliance, which emphasize the role of rewards and punishments related to (dis)obeying the law. However, more recent studies have also emphasized the potential role of normative motivations. Using survey data collected from a sample of 1,182 traffic offenders in the Netherlands, and building on the ‘procedural justice model’ which was first developed in Why People Obey the Law (Tyler 1990), this paper explores how perceptions of legitimacy shape regulatory compliance. The study makes three contributions to the literature. First, this study is one of the few studies in which the procedural justice model is tested in Continental Europe. Second, following recent critiques in the literature, the paper introduces three modifications to the original model. Third, and unlike most previous studies, this study is not entirely based on self-reporting by drivers, but includes actual evidence about their behavior as well. With regard to the self-reported level of compliance, our study largely confirms Tyler’s (1990) original findings. Yet with regard to the observed level of compliance, there are also important differences between both studies. These findings will be explained by shifting our focus of attention from Tyler’s ‘universalistic’ approach to ‘legitimacy-in-context’ (Beetham 1991).


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden. Recente publicaties: Scheidende machten: de relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak (Boom Juridische uitgevers 2012) en (met Heleen Weyers) Recht van onderop: antwoorden uit de rechtssociologie (Ars Aequi Libri 2011).

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies. Daarnaast is hij in Groningen bijzonder hoogleraar Toezicht. Hij is veelvuldig betrokken bij wetsevaluaties, waarover hij ook publiceert. Recente publicaties over toezicht zijn ‘Waar blijft het interbestuurlijk toezicht?’, in: Publicaties van de Staatsrechtkring nr. 16 (Wolf Legal Publishers 2012) en ‘Meten van de effecten van toezicht. Yes we can?’, Tijdschrift voor Toezicht 2012/2, p. 63-80. In 2013 schreef hij met Bert Marseille de handleiding Professioneel behandelen van bezwaarschriften voor BZK/Prettig contact met de overheid.
Artikel

‘Wat ik ervan vind; de stem van het kind’

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Minderjarigen, Communicatie, Bijzondere curator, Kinderverhoor, kindgesprek
Auteurs Lisanne van Heel LL.B., Majse Hofman LL.B. en Mandy Kooijman LL.B.
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent research by the National Children’s Ombudsman shows that minors are, or at least feel, insufficiently heard in civil legal procedures such as divorce and guardianship procedures. In response, a conference about the role of minors in the often complex civil litigation was organized at the Erasmus University in Rotterdam, on the 31st of May 2013. Based on the results of this conference, this article identifies both bottlenecks and potential areas for improvement in providing minors with a voice during legal procedures. The main improvement areas include the communication process with minors, child hearings and the appointment of the guardian ad litem and awareness of his role. Specifically, more attention should be paid to the communication between legal professionals and minors. In addition, consensus should be achieved between the courts and tribunals about children’s hearings. The most crucial improvement area is to change the name ‘child hearing’ into ‘conversation with children’. This modification will reduce the associations with criminal law.


Lisanne van Heel LL.B.
Lisanne van Heel LL.B. is masterstudent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Majse Hofman LL.B.
Majse Hofman LL.B. is masterstudent Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.

Mandy Kooijman LL.B.
Mandy Kooijman LL.B. is masterstudent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Artikel

Het aanzien van de Staat

Over de praktijk van tenuitvoerlegging van de levenslange straf

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, effects of life imprisonment, reintegration, pardon policy, pardon cases
Auteurs W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1870 in the Netherlands the death penalty was replaced by the sanction nearest to that effect: lifelong imprisonment. For the government though this penalty was acceptable only in connection with the possibility of mercy. The sanction was to be executed humanely and should not result in torture. The way the sanction was executed since, the administration developed a policy of mercy taking into account the devastating effects of the sanction. This policy resulted in mental care for the convicted and his release after approximately twenty years imprisonment. More than hundred years later, about 2004, the policy of mercy changed. Since then, according to the responsible ministers, life imprisonment should end by the onset of death. In this article the practice under the old and the new policy is illustrated by a case study. The conclusion is that like the death penalty lifelong imprisonment corrodes the prestige of the State.


W.F. van Hattum
Mr. dr. Wiene van Hattum is universitair docent bij de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en voorzitter van het in 2008 opgerichte Forum Levenslang.
Artikel

Met de schrik vrij?

Een exploratief onderzoek naar de afschrikwekkende werking van vreemdelingendetentie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Irregular migrants, immigration detention, deterrence, return
Auteurs Mieke Kox MA en Dr. Arjen Leerkes
SamenvattingAuteursinformatie

    Immigration detention is formally not a punishment, but governments do seem to use it to deter irregular migrants from staying in the territory. This study explores whether and how practices of immigration detention in the Netherlands affect detainees’ decision-making processes regarding return and result in ‘specific deterrence’. 81 unauthorized irregular migrants were interviewed in immigration detention and their casefiles were examined. We find evidence for a limited deterrence effect: a minority of the respondents indeed wanted to return to their countries of origin in order to end their (repeated) stay in immigration detention. For some respondents the detention experience contributed to a desire to migrate from the Netherlands to a different European country. We go into the relevance of these findings for the continuing societal debate on the use of immigration detention.


Mieke Kox MA
Mieke Kox MA is als wetenschappelijk docent en onderzoeker verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: kox@law.eur.nl

Dr. Arjen Leerkes
Dr. Arjen Leerkes is als universitair docent verbonden aan de sectie sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam en onderzoeker bij het WODC/Ministerie van Veiligheid en Justitie. E-mail: leerkes@fsw.eur.nl
Artikel

Vergelding en herstel: de behoeften van het slachtoffer

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden slachtoffers, intentie, strafdoelen, herstel, excuses
Auteurs Marijke Malsch, Robin P. Kranendonk en Vicky De Mesmaecker
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims of crime entertain various wishes regarding the criminal justice system. This paper present the results of a study that made use of vignettes. Victim wishes regarding the goals of punishment were examined, and the relation with degree offender intent (intent, negligence) has been established. The results show that when the perpetrator acted intentionally, victims have a greater wish for retribution and the other punishment goals, but they have a smaller need for restoration. Victims wish to be compensated and to receive apologies from the offender, but generally are reluctant to meet with the perpetrator in person.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en rechter-plaatsvervanger.

Robin P. Kranendonk
Robin P. Kranendonk is als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Vicky De Mesmaecker
Vicky De Mesmaecker is vrijwillig medewerker bij het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) van de KU Leuven en visiting researcher aan Yale University.
Artikel

Tegenspraak bij de politie

Distantie, betrokkenheid en doorwerking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2013
Trefwoorden tunnel vision, critical review, criminal investigation, police
Auteurs Mr. drs. Renze Salet en Prof. dr. ir. Jan Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    After some serious failures in criminal justice procedures, in 2006 ‘critical review’ was introduced in the Dutch police as a measure to prevent tunnel vision in criminal investigation. An analysis of 26 review cases and interviews with representatives of the Dutch police forces shows that in practice reviewers are confronted with a fundamental dilemma of distance vs. involvement in their relation with criminal investigation team. Critical review proves to have concrete effects on the criminal investigation process, although their scope usually appears to be limited. Although these effects are modest and review takes scarce police resources, the authors recommend a continuation of critical review.


Mr. drs. Renze Salet
Mr. drs. Renze Salet is onderzoeker aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is hoogleraar aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Zorg om het kind. Bescherming van minderjarigen en het gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden minderjarigen, kinderbescherming, kindermishandeling, beroepsgeheim, toestemming medisch handelen
Auteurs Prof. mr. drs. M.R. Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Als het gaat om zorg voor minderjarigen, worden de uitgangspunten uit het familie- en jeugdrecht – de ouderlijke autonomie staat voorop en de belangen van het kind zijn een bepalende factor – in het gezondheidsrecht niet altijd voldoende gewaarborgd. Toestemming van beide ouders met gezag, ook na scheiding, levert voor artsen soms knelpunten op. Bij vermoedens van kindermishandeling of ‘niet-pluis’ gevoelens heeft de arts vanuit een zorgrelatie met het kind een bijzondere verantwoordelijkheid. Bepleit wordt dat het (gezondheids)recht op bepaalde punten aanpassing behoeft en dat de wetgever bij wijzigingen en vernieuwingen in het jeugdzorg- en jeugdbeschermingsdomein het gezondheidsrecht uit boek 7 BW niet vergeet.


Prof. mr. drs. M.R. Bruning
Mariëlle Bruning is hoogleraar Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. Deze bijdrage is gebaseerd op de najaarslezing op 2 november 2012 in de Domus Medica te Utrecht voor de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Redactioneel

Introduction

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2012
Auteurs Rob Schwitters en Bert Niemeijer
Auteursinformatie

Rob Schwitters
Rob Schwitters is associate professor (sociology of law) and member of the Paul Scholten Centre (University of Amsterdam). He publishes on tort law, responsibility and liability, the welfare state, compliance and methodological issues.

Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is part-time professor of sociology of law at the VU University of Amsterdam and coordinator of strategy development at the Dutch Ministry of Security and Justice. His research interests concern family law, evaluation of law, the social working of rules and courts, trust and confidence in law and courts and the development of legal disputes.
Toont 81 - 100 van 173 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.