Zoekresultaat: 244 artikelen

x

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.

    Comparative methodology is an important and a widely used method in the legal literature. This method is important inter alia to search for alternative national rules and acquire a deeper understanding of a country’s law. According to a survey of over 500 Dutch legal scholars, 61 per cent conducts comparative research (in some form). However, the methodological application of comparative research generally leaves much to be desired. This is particularly true when it comes to case selection. This applies in particular to conceptual and dogmatic research questions, possibly also allowing causal explanations for differences between countries. This article suggests that the use of an interdisciplinary research design could be helpful, and Hofstede’s cultural-psychological dimensions can offer a solution to improve the methodology of selection criteria.


Dave van Toor
D.A.G. van Toor, PhD LLM BSc works as a researcher and lecturer in Criminal (Procedural) Law and Criminology at the Universität Bielefeld.

    In the last few decades, we have witnessed the renaissance of Comparative Constitutional law as field of research. Despite such a flourishing, the methodological foundations and the ultimate ratio of Constitutional comparative law are still debated among scholars. This article starts from the definition of comparative constitutional law given by one of the most prominent comparative constitutional law scholars in Italy, prof. Bognetti, who defined comparative constitutional law as the main joining ring between the historical knowledge of the modern law and the history of the humankind in general and of its various civil realizations. Comparative constitutional law is in other words a kind of mirror of the “competing vision of who we are and who we wish to be as a political community” (Hirschl), reflecting the structural tension between universalism and particularism, globalization and tradition.
    The article aims at addressing the main contemporary methodological challenges faced by the studies of the field. The article argues that contemporary comparative constitutional studies should address these challenges integrating the classical “horizontal” comparative method with a vertical one - regarding the international and supranational influences on constitutional settings - and fostering an interdisciplinary approach, taking into account the perspective of the social sciences.


Antonia Baraggia
Emile Noël Fellow, Jean Monnet Center for International and Regional Economic Law & Justice, NYU School of Law and Post-doc Fellow in Constitutional Law, University of Milan. For helpful comments on an earlier draft I am grateful to Luca Pietro Vanoni, Sofia Ranchordas and two anonymous reviewers.
Artikel

Europerikelen: consequenties van uittreding uit de euro voor in euro’s luidende verbintenissen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2017
Trefwoorden euro, redenominatie, valutarisico, conversie, rekeneenheid
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt of een Nederlandse leninggever een valutarisico loopt als hij uitzettingen heeft in euro’s in een ander Euroland en dat Euroland op enig moment de Eurozone verlaat en een nieuwe valuta invoert ter vervanging van de euro. Bepalend is daarbij welke valuta uiteindelijk als de contractvaluta moet worden aangemerkt.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden en advocaat te Amsterdam.

    The purpose of this article is to investigate whether the notion of an interest should be taken more seriously than the notion of a right. It will be argued that it should; and not only because it can be just as amenable to the institutional taxonomical structure often said to be at the basis of rights thinking in law but also because the notion of an interest has a more epistemologically convincing explanatory power with respect to reasoning in law and its relation to social facts. The article equally aims to highlight some of the important existing work on the notion of an interest in law.


Geoffrey Samuel
Professor of Law, Kent Law School, The University of Kent, Canterbury, Kent, U.K. This article is a much re-orientated, and updated, adaption of a paper published a decade ago: Samuel 2004, at 263. The author would like to thank the anonymous referees for their very helpful criticisms and observations on an earlier version of the manuscript.
Praktijk

Update jurisprudentie agentuurovereenkomsten 2015-2017

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Agentuur, Klantenvergoeding, beëindiging agentuurrelatie, artikel 7:428 BW, Provisie
Auteurs Mr. drs. H.S. Kleinjan
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de in de periode 1 januari 2015 tot en met 22 mei 2017 gewezen jurisprudentie over agentuurovereenkomsten besproken. Een breed scala aan onderwerpen met betrekking tot agentuurovereenkomsten passeerde de revue de afgelopen twee jaar bij de rechtbanken, de gerechtshoven en het HvJ EU. Gemeenschappelijke noemer was dat vrijwel alle besproken uitspraken verband hielden met de beëindiging van de agentuurovereenkomsten. Een algemeen beeld dat naar voren komt, is dat de agent nog altijd veel bescherming wordt geboden.


Mr. drs. H.S. Kleinjan
Mr. drs. H.S. Kleinjan is advocaat bij Lexence N.V.
Artikel

Uitleg in commerciële verhoudingen naar Nederlands en Engels recht: de betekenis van ‘business common sense’ als gezichtspunt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden uitleg, Haviltex, commerciële verhoudingen, rechtsvergelijking, Engels recht
Auteurs Mr. drs. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de Nederlandse uitspraak Parkking Ontwikkeling B.V. c.s./Alberts q.q. en de Engelse uitspraak Wood v Capita Insurance Services, respectievelijk gewezen door de Hoge Raad en het Supreme Court. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de vraag of, en zo ja in welke mate, in uitlegkwesties in professionele, commerciële verhoudingen rekening gehouden wordt met ‘zakelijke logica’, ofwel ‘business common sense’. Met andere woorden: kent de rechter gewicht toe aan het argument dat het vanuit commercieel oogpunt onwaarschijnlijk is dat een van beide partijen een bepaalde uitleg heeft voorgestaan?


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is werkzaam als universitair docent privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Criminologie van de internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Auteurs Prof. dr. Alette Smeulers en Dr. mr. Joris van Wijk
Auteursinformatie

Prof. dr. Alette Smeulers
Prof. dr. A.L. Smeulers is werkzaam als hoogleraar strafrecht en criminologie van de internationale misdrijven aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. mr. Joris van Wijk
Dr. mr. J. van Wijk is als universitair hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Tele2: de afweging tussen privacy en veiligheid nader omlijnd

Een tweede arrest over de bewaarplicht van telecommunicatiegegevens in het Europees recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Bewaarplicht, telecommunicatie, privacy
Auteurs Mr. N. Falot en Dr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 21 december 2016 (gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, Tele2 Sverige en Watson, hierna: Tele2) heeft het Hof van Justitie de voorwaarden voor het bewaren van en toegang tot telecommunicatiegegevens gepreciseerd. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de ePrivacyrichtlijn 2002/58/EG zich verzet tegen een algemene en ongedifferentieerde nationale regeling voor de bewaring van alle verkeersgegevens en locatiegegevens. Bovendien moet de toegang van politie en justitie tot die gegevens duidelijk worden geclausuleerd en worden beperkt tot de bestrijding van ernstige criminaliteit. Ook vereist die toegang voorafgaand toezicht door een rechter of onafhankelijke bestuurlijke instantie. Voorts moeten de gegevens op het grondgebied van de EU worden bewaard.
    HvJ 21 december 2016, gevoegde zaken C-203/15 en C-698/15, Tele2 Sverige en Watson e.a., ECLI:EU:C:2016:970.


Mr. N. Falot
Mr. N. (Nathalie) Falot is senior juridisch adviseur bij Considerati.

Dr. H. Hijmans
Mr. Dr. H. (Hielke) Hijmans is Of Counsel bij Considerati en verbonden aan Centre for Information Policy Leadership, voorheen EDPS.

    Op grond van minimalisatieverplichting voor zeer zorgwekkende stoffen dienen scherpere emissiegrenswaarden te worden gesteld dan de waarde in het BREF die volgens verweerder overeenkomt met de best beschikbare technieken (bbt).

Article

Access_open Legal Constraints on the Indeterminate Control of ‘Dangerous’ Sex Offenders in the Community: The English Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Dangerous, sex offenders, human rights, community supervision, punishment
Auteurs Nicola Padfield
SamenvattingAuteursinformatie

    This article explores the legal constraints imposed on the rising number of so-called ‘dangerous’ sex offenders in England and Wales, in particular once they have been released from prison into the community. The main methods of constraint are strict licence conditions, Multi-Agency Public Protection Arrangements and civil protective orders such as Sexual Harm Prevention Orders. ‘Control’ in the community is thus widespread, but is difficult to assess whether it is either effective or necessary without a great deal more research and analysis. Post-sentence ‘punishment’ has been largely ignored by both academic lawyers and criminologists. The article concludes that financial austerity might prove to be as important as the human rights agenda in curbing the disproportionate use of powers of control.


Nicola Padfield
Nicola Padfield, MA, Dip Crim, DES, Reader in Criminal and Penal Justice, University of Cambridge. I thank Michiel van der Wolf for involving me in this project and for his many useful insights and comments.
Article

Access_open Legal Constraints on the Indeterminate Control of ‘Dangerous’ Sex Offenders in the Community: The French Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Preventive detention, mandatory supervision, sex offenders, retrospective penal laws, legality principle
Auteurs Martine Herzog-Evans
SamenvattingAuteursinformatie

    France literally ‘discovered’ sexual abuse following neighbour Belgium’s Dutroux case in the late 1990s. Since then, sex offenders have been the focus of politicians, media and law-makers’ attention. Further law reforms have aimed at imposing mandatory supervision and treatment, and in rare cases, preventive detention. The legal framework for mandatory supervision and detention is rather complex, ranging from a mixed sentence (custodial and mandatory supervision and treatment upon release or as a stand-alone sentence) to so-called ‘safety measures’, which supposedly do not aim at punishing an offence, but at protecting society. The difference between the concepts of sentences and safety measures is nevertheless rather blurry. In practice, however, courts have used safety measures quite sparingly and have preferred mandatory supervision as attached to a sentence, notably because it is compatible with cardinal legal principles. Procedural constraints have also contributed to this limited use. Moreover, the type of supervision and treatment that can thus be imposed is virtually identical to that of ordinary probation. It is, however, noteworthy that a higher number of offenders with mental health issues who are deemed ‘dangerous’ are placed in special psychiatric units, something that has not drawn much attention on the part of human rights lawyers.


Martine Herzog-Evans
Martine H-Evans, PhD, is a Professor at the Department of Law, Universite de Reims Champagne-Ardenne.

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is wetenschappelijk directeur van het Innovations in Government Program op Harvard University’s John F. Kennedy School of Government en Faculty Director van het Bloomberg Harvard City Leadership Initiative.
Diversen

Bankentoezicht en het Verdrag van Maastricht: het Nederlandse debat in perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Verdrag van Maastricht, bankentoezicht, bankenunie, ECB
Auteurs Dr. Bart van Riel en Marko Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds november 2014 is de Europese Centrale Bank de belangrijkste toezichthouder voor de banken in de eurozone. De overdracht van toezichtstaken aan de ECB is opmerkelijk omdat het Verdrag van Maastricht hiervoor – vooral onder Duitse druk – hoge drempels opwierp. Destijds werd overdracht van toezichtstaken ook niet nodig geacht vanwege de harmonisatie van de regulering van banken. De crisis in de eurozone heeft laten zien dat dit echter geen substituut vormde voor centralisatie van het bankentoezicht. Bovendien vertoonde deze regulering ernstige tekortkomingen. Een derde les uit de crisis is dat toezicht op afzonderlijke instellingen onvoldoende is voor het waarborgen van financiële stabiliteit: het geheel is meer dan de som der delen.


Dr. Bart van Riel
Dr. B. van Riel is senior beleidsmedewerker bij de SER.

Marko Bos
M. Bos is directeur Economische Zaken bij de SER.
Artikel

Access_open What Does it Mean to Justify Basic Rights?

Reply to Düwell, Newey, Rummens and Valentini

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2016
Auteurs Rainer Forst
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper, I reply to the four comments on my paper ‘The Justification of Basic Rights: A Discourse-Theoretical Approach’ given by Laura Valentini, Marcus Düwell, Stefan Rummens and Glen Newey.


Rainer Forst
Professor of Political Theory and Philosophy at the Goethe Universität, Frankfurt am Main.
Artikel

Positieve veiligheid en positieve vrijheid

Meningen van wijkbewoners in Rotterdam-Zuid over Buurt Bestuurt

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Big Society, Isaiah Berlin, Charles Taylor, positive liberty, security management
Auteurs dr. mr. Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    The article is an ethnographical study of Rotterdam’s experience with a program called ‘Community Governs’ (Buurt Bestuurt). Community Governs, a Dutch version of the Chicago Alternative Policing Strategy (CAPS), is a community-based program which goal is to solve neighbourhood crime and disorder problems. Community commitment and involvement are a main component of this program. The article emphasizes the effects that this program had on three levels of trust (performances, intentions and skills) of the residents in police officers and municipal service agencies as partners in the fight against crime and disorder. The results indicate that a ‘positive exercise’ of liberty through political participation of civilians is difficult to realise in poor, inner city, neighbourhoods.


dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Positieve veiligheid. Een inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2016
Trefwoorden state of nature, trust, empathy, care, ethics
Auteurs dr. mr. Marc Schuilenburg en dr. Ronald van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminology has come under the spell of thinking negatively about safety and security. It’s focus merely lies on themes such as control, punishment and exclusion. Much interest therefore goes to public policing, private security, CCTV camera’s, anti-social behaviour orders, gated communities and prisons. Of course, this definition of security and security governance as the protection of citizens against crime and disorder must not be rejected out of hand. Without a minimum level of security, society would fall apart in chaos and despair. At the same time, however, we feel increasingly uncomfortable about the dominance of current negative – control and risk-oriented – approaches to (in)security as they overlook positive interpretations associated with trust, community and care. This introduction therefore provides an overview of academic literature that nuance, counter or resist hegemonic and negative meanings of security. In so doing, our aim is to introduce a positive turn in criminology’s interests and concerns regarding crime and disorder problems.


dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

dr. Ronald van Steden
Dr. Ronald van Steden is universitair hoofddocent Bestuurswetenschappen & Politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Afstemming in de eenentwintigste eeuw: de rol van bewijsvermoedens voor onderling afgestemde feitelijke gedraging door deelname aan online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden mededingingsrecht, bewijsvermoeden, procedurele autonomie, onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Prof. mr. A. Gerbrandy en T. Binder
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Eturas werd het Hof van Justitie gevraagd om een nadere uitleg te geven aan het begrip ‘afstemming tussen ondernemingen’ in de zin van een onderling afgestemde feitelijke gedraging (art. 101 lid 1 VWEU). Het belang van dit arrest ligt ten eerste in de constatering dat afstemming plaats kan vinden door middel van deelname van ondernemingen aan een online platform beheerd door een derde (niet-concurrerende) partij, en ten tweede in de verdere verfijning van de toelaatbaarheid van bewijsvermoedens; meer specifiek van de grenzen die het onschuldbeginsel daaraan stelt.
    HvJ 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42.


Prof. mr. A. Gerbrandy
Prof. mr. A. (Anna) Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

T. Binder
T. (Tom) Binder is student in de master European Law aan de Universiteit Utrecht en als student-assistent verbonden aan het Europa Instituut van die universiteit.
Artikel

Het belang van grootouders in hedendaagse gezinnen en het recht op omgang met kleinkinderen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2016
Trefwoorden grandparents, grandchildren, child care, rights of access, intergenerational solidarity
Auteurs Dr. T. Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the context of a recent call for the strengthening of the legal position of grandparents with regards to visitation rights, this article presents a brief review of major conceptual notions and empirical findings within the literature on grandparent-grandchild relationships. Three major topics for understanding the intergenerational relationship are addressed: the historical context, the importance of the relationship, and changes over individual time.


Dr. T. Geurts
Dr. Teun Geurts is als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.


Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.
Toont 81 - 100 van 244 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.