Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 374 artikelen

x

    Ten onrechte geen rekening gehouden met BBT-conclusies. Rechtsgevolgen blijven in stand.

    Kosteneffectiviteit is al afgewogen bij het vaststellen van de desbetreffende BBT-documenten. Geen bijzondere omstandigheden die nopen tot een nadere afweging van de kosteneffectiviteit.

Artikel

Delegatie van Regelgevingsbevoegdheid aan de Europese Commissie post-Lissabon

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden delegatie, gedelegeerde handelingen, uitvoeringshandelingen
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Verdrag van Lissabon heeft in het VWEU twee nieuwe artikelen opgenomen op grond waarvan de Europese Commissie de bevoegdheid kan worden toegekend gedelegeerde handelingen (art. 290 VWEU) of uitvoeringshandelingen (art. 291 VWEU) vast te stellen. De artikelen roepen tal van vragen op waarvan er twee in de in deze bijdrage te bespreken zaken aan het Hof van Justitie werden voorgelegd. De eerste, en de belangrijkste, betreft de scheidslijn tussen de artikelen 290 en 291 VWEU: wanneer dient er te worden gekozen voor een gedelegeerde handeling en wanneer voor een uitvoeringshandeling? De tweede vraag, die meer ziet op de techniek van wetgeving, betreft het in artikel 290 VWEU gemaakte onderscheid tussen het wijzigen en het aanvullen van een wetgevingshandeling.
    HvJ 16 Juli 2015, zaak C-88/14 Commissie/Parlement en Raad (Visa), ECLI:EU:C:2015:499 en HvJ 17 maart 2016, zaak C-286/14, Parlement/Commissie (Connecting Europe Facility), ECLI:EU:C:2016:183


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht. Met dank aan Ellen Vos voor haar commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.

    Het is aan de drijver van een inrichting om te bepalen voor welke inrichting hij vergunning wenst te verkrijgen. Indien in de praktijk blijkt dat de niet aangevraagde in- en uitrit een deel van de inrichting is, mag deze niet worden gebruikt zonder dat daarvoor eerst vergunning is verleend.


Hans Paul Nijhoff
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2016
Auteurs Mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen en Mr. M.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek rechtspraak bestuursrecht bespreekt de jurisprudentie van 9 april 2014 tot en met 15 april 2016. De kroniek bevat een overzicht van de belangrijkste bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg: algemeen bestuurs(proces)rechtelijke onderwerpen, uitspraken over de Wet BIG, diverse uitspraken op het terrein van handhaving, Wob-jurisprudentie, een uitspraak over de Wbp, jurisprudentie over de Geneesmiddelenwet, varia en de rapporten van de Nationale Ombudsman.


Mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen
Juliette van der Jagt-Jobsen en Merle de Vries zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag. Juliette is met ingang van 15 juni 2016 in dienst getreden als staats- en bestuursrechtjurist in dienst bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Mr. M.A. de Vries
Juliette van der Jagt-Jobsen en Merle de Vries zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

    Van onafhankelijke toezichthouders wordt verwacht dat zij verantwoording afleggen. De gedachte is dat hoe onafhankelijker zij zijn, hoe meer verantwoording ze moeten afleggen om balans te houden in het systeem van checks and balances. Toezichthouders leggen via verschillende partijen verantwoording af, maar ook over een veelheid aan criteria. Is de toezichthouder binnen zijn wettelijke mandaat gebleven? Hoe heeft hij de aan hem ter beschikking staande middelen aangewend? Vooral in het financieel toezicht hebben zich op deze terreinen de laatste jaren ontwikkelingen voorgedaan. Deze ontwikkelingen roepen vragen op ten aanzien van de verantwoording door de toezichthouder. In dit artikel worden deze ontwikkelingen vanuit een juridisch perspectief bekeken en in relatie gezet tot het vertrouwen van het publiek in de toezichthouder.


Prof. mr. dr. Femke de Vries
Prof. mr. dr. F. de Vries is bijzonder hoogleraar Toezicht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens lid van het bestuur van de AFM.

Mr. dr. Margot Aelen
mr. dr. M. Aelen is toezichthouderspecialist bij DNB.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Stefan Molin en Gurgen Hakopian
Auteursinformatie

Stefan Molin
Mr. S.C.H. Molin is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

Gurgen Hakopian
Mr. G.R. Hakopian is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Brussel.
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Robin Struijlaart, Marc Custers en Marc Wiggers
Auteursinformatie

Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Marc Custers
Mr. drs. M.G.A.M. Custers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Gone fishing? Grenzen aan de toelaatbaarheid van ‘toevallig’ tijdens een inspectie verkregen bewijs in Deutsche Bahn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden rechten van de verdediging, Recht op onschendbaarheid van de woning, dawn raid, toevallig gevonden materialen, fishing expeditions
Auteurs Dr. B. van Bockel
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Deutsche Bahn verduidelijkte het Hof van Justitie waar enkele grenzen liggen voor wat betreft de toelaatbaarheid van informatie die ‘toevallig’ door Commissieambtenaren wordt verkregen tijdens een inspectie. Het Hof van Justitie bepaalde eerder, in het arrest Dow Benelux, dat toevallig gevonden aanwijzingen van andere overtredingen dan die welke in de inspectiebeschikking zijn opgenomen, aanleiding mogen vormen voor verder onderzoek. In Deutsche Bahn werd geoordeeld dat de betrokken Commissieambtenaren echter niet gericht mogen zoeken naar informatie die niet ziet op de overtreding zoals omschreven in de inspectiebeschikking.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-583/13 P, Deutsche Bahn e.a./Commissie, ECLI:EU:C:2015:404


Dr. B. van Bockel
Dr. B. (Bas) van Bockel is als universitair docent Economisch Publiekrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht en als gasthoogleraar EU-mededingingsrecht verbonden aan Università Ca’ Foscari, Venetië. Met veel dank aan Marc Fierstra voor diens waardevolle commentaar.
Artikel

Kanttekeningen bij de Utrechtse kantorenaanpak

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1-2 2016
Trefwoorden kantorenaanpak, leegstand, inpassingsplan, instructieregels, Omgevingswet
Auteurs Dr. mr. F.A.G. (Frank) Groothuijse en Dr. mr. D. (Daan) Korsse
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage plaatsen de auteurs enige kritische kanttekeningen bij de Utrechtse kantorenaanpak, zoals besproken door Henk de Vries in TO 2015, afl. 3 p. 113-132


Dr. mr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
Dr. mr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.

Dr. mr. D. (Daan) Korsse
Dr. mr. D. (Daan) Korsse is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Rechtsbescherming onder de Omgevingswet: op een gelijkwaardig niveau?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1-2 2016
Trefwoorden Omgevingswet, rechtsbescherming, omgevingsplan, omgevingsvergunning, projectbesluit
Auteurs Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de ontwerpprincipes van de Omgevingswet is dat de rechtsbescherming op een gelijkwaardig niveau blijft. In dit artikel wordt toegelicht hoe de rechtsbescherming voor de verschillende instrumenten is geregeld in de Omgevingswet en wat er verandert ten opzichte van de huidige situatie. De vraag is daarbij niet alleen of de mogelijkheden tot rechtsbescherming gelijkwaardig zijn, maar ook of die mogelijkheden gelijkwaardig zijn voor de diverse spelers binnen het omgevingsrecht. Daarbij zijn in ieder geval het bestuursorgaan, de initiatiefnemer (aanvrager) en de derde-belanghebbende te onderscheiden.


Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman
Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman is advocaat bij Holla Advocaten te Den Bosch.

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat te Curaçao.

Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J.‍ Rogier is emeritus hoogleraar Staats- en Bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao.

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft zij als gastdocent en gastonderzoeker enige tijd gewerkt aan de University of Curaçao, toen nog Universiteit van de Nederlandse Antillen. In die periode heeft zij op Bonaire het onderzoek ter zitting in eerste aanleg bijgewoond.
Artikel

National en European champions: moet een hierop gericht industriebeleid onder de Europese concentratiecontroleregels als illusoir worden beschouwd?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden National en European champions, industriebeleid, concentratiecontrole, gewettigde belangen
Auteurs Pim Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De vergaande overheidsbemoeienis in het kader van de overnamestrijd rondom Alstom en AstraZeneca roept de vraag op of er in een Europese context juridisch gezien nog ruimte is voor een industriebeleid dat is gericht op het creëren, ondersteunen of beschermen van European en national champions. In dit artikel wordt deze vraag benaderd vanuit de Europese concentratiecontroleregels. Voor zover het gewenste beleid niet reeds op grond van de materiële toets in de CoVo kan worden verwezenlijkt, wordt ingegaan op de vraag welke mechanismen de CoVo bevat om te bepalen of, en zo ja, wanneer de mededinging in dat verband zou moeten wijken.


Pim Jansen
Mr. P. Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteur. Het artikel werd gefinaliseerd op 3 september 2015. Met dank aan Wolf Sauter, Hannelore Buelens en Quirijn Bongaerts voor hun commentaren.
Artikel

Geen pauliana? Gelukkig hebben we de onrechtmatige daad nog …

Commentaar bij HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2930, JOR 2014/297 (Kameleon Beheer IV/Bisscheroux q.q.)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden pauliana, onrechtmatige daad, samenloop, bestuurdersaansprakelijkheid, ernstig verwijt
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    In een reeks vastgoedtransacties werden koopsommen betaald onder de feitelijke waarde. Het hof nam aansprakelijkheid van de betrokken BV en haar bestuurder aan wegens schuldeisersbenadeling; de pauliana-vordering werd afgewezen. De Hoge Raad onderschrijft dit. Met het stranden van een pauliana-vordering is dus niet meteen de kans op een succesvolle onrechtmatige-daadactie verkeken.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is professional support lawyer bij NautaDutilh te Amsterdam en als fellow verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Zaaien en oogsten bij enquêteprocedures

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden onderzoeksverslag, Ondernemingskamer, Fortis, aansprakelijkheidsprocedures, enquêterecht
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op het onderzoeksverslag als sluitstuk van de eerste fase bij de Ondernemingskamer. Wie heeft recht op inzage? En wanneer is het toegestaan mededelingen uit het onderzoeksverslag aan derden te doen? De auteur komt tevens met aanbevelingen om een onredelijke informatieasymmetrie in opvolgende civiele aansprakelijkheidsprocedures te voorkomen.


Mr. F.G.K. Overkleeft
Mr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    Woningsplitsingen. Toepassing Bor. Begripsbepaling inzake dakopbouw. Vergunning van rechtswege. Parkeerdruk.

    De neerslag van fijn stof op gewassen wordt niet beoordeeld in het kader van de toetsing aan de geldende grenswaarden voor fijn stof.

    Slopen rijksmonument. Toetsingskader in Wabo. Jurisprudentielijn.

Toont 81 - 100 van 374 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 18 19
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.