Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 193 artikelen

x
Artikel

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT): (in) werking

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WNT, topfunctionaris, publieke en semipublieke sector, ontslagvergoeding, overgangsrecht
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 trad de Wet normering bezoldigingen topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking. Deze bijdrage bevat een beschouwing over deze ‘unieke’ wet: het doel, de keuzes, de middelen, het overgangsrecht en natuurlijk de vraag of de WNT bestand is tegen lieden die het beloningsspel niet (ruiterlijk) willen meespelen. Een uitvoerige beschouwing over het belangrijke thema van de uitkering wegens de beëindiging van het dienstverband (de ontslagvergoeding) − inclusief het terrein van de op non-actiefstelling − laat zien dat de WNT allerminst waterdicht is. De WNT laat daarbij een belangrijk gebied onbelicht: de praktijk van het maken van afspraken over een afkoop van wachtgeld/bovenwettelijke WW-rechten. De auteur doet de suggestie dat het kabinet het (zoals eerder toegezegd) in de loop van 2013 te verwachten wetsontwerp tot aanpassing van de WNT aangrijpt om enige verduidelijking te bieden omtrent de wijze waarop de praktijk volgens de wetgever met een en ander moet omgaan.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het aanzien van de Staat

Over de praktijk van tenuitvoerlegging van de levenslange straf

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, effects of life imprisonment, reintegration, pardon policy, pardon cases
Auteurs W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1870 in the Netherlands the death penalty was replaced by the sanction nearest to that effect: lifelong imprisonment. For the government though this penalty was acceptable only in connection with the possibility of mercy. The sanction was to be executed humanely and should not result in torture. The way the sanction was executed since, the administration developed a policy of mercy taking into account the devastating effects of the sanction. This policy resulted in mental care for the convicted and his release after approximately twenty years imprisonment. More than hundred years later, about 2004, the policy of mercy changed. Since then, according to the responsible ministers, life imprisonment should end by the onset of death. In this article the practice under the old and the new policy is illustrated by a case study. The conclusion is that like the death penalty lifelong imprisonment corrodes the prestige of the State.


W.F. van Hattum
Mr. dr. Wiene van Hattum is universitair docent bij de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en voorzitter van het in 2008 opgerichte Forum Levenslang.
Artikel

Het advies van de rechter in de gratieprocedure levenslanggestraften

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, history of life imprisonment, pardon procedure, judicial advisement, pardon cases
Auteurs D.J.G.J. Cornelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides an overview of the development of the prerogative of mercy. From the outset, the king (now: the Crown) is empowered with this prerogative and the judiciary is appointed as an advisory institution. The author focused on this judicial advisement in the procedure of pardon. First the different competent advisory courts are outlined. Initially, the highest court of justice was the only competent advisory body. For practical reasons the task was eventually shifted to the judge who imposed the sentence. Secondly, the impact and meaning of the advice are valued by researching sixteen pardon cases. In approximately half of the cases the judicial advisement was acknowledged by the Crown. In six of the sixteen studied pardon cases the Crown deviated from the judicial advisement in favour of the convict. According to the author, these deviations are in line with the policy of pardon of the last century.


D.J.G.J. Cornelissen
Mr. Daan Cornelissen is senior secretaris bij het Ressortsparket, vestiging Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.
Artikel

Perspectief voor levenslanggestraften?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, High Court jurisprudence, parole procedures, reducing life sentences, judicial verdict
Auteurs T. de Bont en S. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the ‘de iure’ and ‘de facto’ possibilities in Dutch penal law to reduce a life sentence. The question is whether the current legal framework offers sufficient perspective to life prisoners as required by the European Court of Human Rights. It also addresses the disadvantages of the current procedures. The authors argue that it is desirable that a legal possibility for release on probation of life prisoners is introduced in the Netherlands. They will set out a bill written by the NGO ‘Forum Levenslang’ that would make this possible.


T. de Bont
Mr. Tim de Bont is als advocaat werkzaam bij Cleerdin & Hamer Advocaten.

S. Meijer
Mr. dr. Sonja Meijer is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Praktijk

Van ‘Wij Beatrix’ naar ‘Wij Willem-Alexander’: enkele beschouwingen bij het afkondigingsformulier

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afkondigingsformulier, aanhef van wetten en AMvB’s, troonswisseling, koningschap, ‘bij de gratie Gods’
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de tekst van het afkondigingsformulier van wetten geldt ingevolge additioneel artikel XIX Grondwet nog steeds het formulier uit de oude Grondwet: ‘Wij’ enz. ‘Koning der Nederlanden’ enz. Al sinds de vorming van ons Koninkrijk tweehonderd jaar geleden is de praktijk dat ter invulling van het eerste ‘enz.’ de formule ‘bij de gratie Gods’ wordt gebezigd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij enkele achtergronden van dit gedeelte van het afkondigingsformulier. Ingegaan wordt op de historie, met uitgebreide verwijzingen naar wetsgeschiedenis en literatuur. De bijdrage spitst zich toe op het uitblijven van de grondwettelijke opdracht om een regeling van het afkondigingsformulier te treffen en op de formule ‘bij de gratie Gods’. Bepleit wordt om na de troonswisseling tot een wettelijke regeling van het afkondigingsformulier te komen, zowel voor wetten als voor AMvB’s. Met de kwestie van het al dan niet opnemen van de formule ‘bij de gratie Gods’ zou dan pragmatisch te werk moeten worden gegaan. Het gebruik van de formule behoeft niet wettelijk te worden geregeld en kan net als nu aan de praktijk worden overgelaten. Wettelijke regeling van het afkondigingsformulier lost ook enkele kwesties op rond de vermelding van de advisering door de Raad van State in het afkondigingsformulier.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. t.c.borman@minvenj.nl
Artikel

Juridische verkaveling van publieke taken: een historische vergelijking van dijkonderhoud en re-integratietaken

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden allotment, legal continuity, work reintegration, collective action
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands the task of reintegrating partially disabled workers into the labour market, that used to be accomplished by collective institutions, has been redistributed by the government to private actors: those who were the last to employ these workers. It is pointed out that this policy choice implies reusing a medieval legal technique and that its use regenerates typical legitimacy problems. Building on Ostrom’s theory of ‘institutions for collective action’, a historical comparison of the organization of dyke maintenance in the Dutch bog peat areas of the 11th-13th centuries and of these recent policies reveals that both are to be analysed in terms of a ‘double allotment’: duties as to collective tasks are allotted to individual participants in a collectivity by linking them up with a preceding allotment of usage rights, legally formalized in terms of ‘private law’. While neoliberal ideology may account for the direction that recent reintegration policies have taken, it is only in the Netherlands that this legal technique has to such an extent been mobilized. This observation raises questions as to long-term continuities in Dutch policies.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia).

Willem Konijnenbelt
Emeritus hoogleraar staat- en bestuursrecht Universiteit van Amsterdam, oud-staatsraad.
Diversen

Staatsrechtconferentie 2012

The Powers That Be – op zoek naar nieuwe checks and balances in de verhouding tussen wetgever, bestuur, rechter en media in de veellagige rechtsorde

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Artikel

Kerend tij

Criminalisering van de kraakbeweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2012
Trefwoorden criminalizing, squatters, social movement, frames
Auteurs Dr. Frank van Gemert, Deanna Dadusc MSc en Rutger Visser MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In October 2010 squatting in the Netherlands was prohibited by law. This timing seems strange, because, in the 80s, the squatters’ movement had its heyday, with many very violent confrontations with police. Isn’t it strange that squatting is prohibited now the movement has shrunk and lost much of its significance? We investigate this criminalization of squatting by describing the rise and decline of the movement similar to the turning tide. Based on literature, media reports and our own research data, we demonstrate that the power of the parties in this process is reflected by frames, reasoning and the language they use, and by their position in the media.


Dr. Frank van Gemert
Dr. F.H.M. van Gemert is universitair docent bij de sectie criminologie van de Vrije Universiteit.

Deanna Dadusc MSc
D. Dadusc, MSc is als promovenda verbonden aan de Universiteit Utrecht en aan de University of Kent (VK).

Rutger Visser MSc
R. Visser, MSc is criminoloog en verbonden aan de faculteit sociale wetenschappen van de Vrije Universiteit.
Artikel

Toetsing in het wetgevingsproces versterkt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondrechten
Auteurs Prof. mr. R.J.B. Schutgens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de adviezen van de Nationale conventie en de Staatscommissie Grondwet en naar aanleiding van het (nog aanhangige) voorstel-Halsema wordt in deze bijdrage de constitutionele toetsing door de wetgever opnieuw aan een beschouwing onderworpen. Daarbij is vooral aandacht voor de toetsing aan de grondrechten. Er komen verschillende manieren aan bod om de toetsing tijdens de wetsprocedure te versterken: verbeteringen in de wetgevingsadvisering door de Raad van State; de instelling van een algemene Kamercommissie voor grondrechten en constitutionele toetsing naar Brits voorbeeld; een kritischere en onafhankelijke rol voor de Kamers ten opzichte van de regering; het vaststellen van een toetsingskader waarin regering, Staten-Generaal en Raad van State gezamenlijk vastleggen aan welke materiële normen zij (nader) toetsen bij toetsing aan de Grondwet. Tot slot wordt betoogd dat de rechter de kwaliteit van de toetsing in de wetsprocedure kan bevorderen door bij zijn toetsing aan de verdragsgrondrechten de toetsing door de wetgever kritisch te beoordelen.


Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. r.schutgens@jur.ru.nl
Artikel

De politierechter: na negentig jaar in het tij der verandering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2012
Trefwoorden politierechter, Openbaar Ministerie, rechterlijke macht
Auteurs Prof. dr. Arthur Hartmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1922 werd in Nederland binnen de rechterlijke macht de interne competentieverdeling aangepast. De enkelvoudige kamer onder de naam ‘politierechter’ werd ingevoerd. In de eerste jaargang van het Maandblad voor Berechting en Reclassering van Volwassenen en Kinderen (MBR) werd deze ontwikkeling enthousiast ontvangen. Negentig jaar na dato blijkt de politerechter nog steeds een levend instituut te zijn. Dat neemt niet weg dat er wel veranderingen op til zijn. Zo wordt ter vergroting van doelmatigheid en slagvaardigheid van het strafrecht onder meer met snelrecht gewerkt en inmiddels wordt aan het Opnebaar Ministerie ook een zelfstandige sanctiebevoegdheid toegekend in de vorm van een strafbeschikking. De toekomst moet leren hoe dergelijke ontwikkelingen het functioneren van de politierechter binnen de strafrechtspleging zal gaan beïnvloeden.


Prof. dr. Arthur Hartmann
Prof. dr. Arthur Hartmann is bijzonder hoogleraar Bestuursstrafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. c.m.zoethout@uva.nl
Artikel

Access_open Scheiding tussen kerk en staat als bevrijding

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden church and state, France, history, The Netherlands
Auteurs Ben Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches the relationship between the churches and the State since the end of the reign of the Stadtholders (1795). The decision of the Batavian Republic to recognize independence and equal rights of each church (1796) appears to be effective not before the midst of the 19th century, under influence of liberal policy. It opened the way to co-operation between church and state, aimed at a democratic society. The churches should not be reluctant in implementing their freedom to act as free partners in the social debate.


Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen heeft diverse studies over de relatie tussen religie en samenleving in historisch perspectief gepubliceerd. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. gmjmkoolen@tele2.nl
Artikel

Access_open Burgerschap en islam sluiten elkaar niet uit

Indonesische moslims in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Indonesian Muslims, migrants, citizenship, integration
Auteurs Jennifer Vos en Sandra van Groningen
SamenvattingAuteursinformatie

    The policy document Integration, commitment and citizenship concludes that the Islam ‘worries parts of the Dutch society’ because of beliefs that according to them are incompatible with the democratic constitutional state. In this article we look at the relationship between Islam en citizenship from within the Indonesian Muslim community in the Netherlands. This article is based on research on positioning and self-definition of Indonesian Muslims in the Netherlands. Indonesian Muslims are in general well integrated in Dutch society. They work or study in the Netherlands and they are active in social life. Newcomers respect the pluriform and democratic legal order they already know from Indonesia. At the same time Indonesian Muslims are remarkably silent in the public debate on Islam. On the one hand this derives from their individualistic and inward interpretation of Islam, on the other hand it derives from their Indonesian national character and it partially comes from the changed political climate in the Netherlands.


Jennifer Vos
J.C.A. Vos MA is master of arts in International Business Communication en master of arts in Religious Studies. Zij is junior onderzoeker bij het Centre for World Christianity and Interreligious Studies, Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet onderzoek naar relaties tussen christen- en moslimmigranten in Nederland. j.vos@ftr.ru.nl

Sandra van Groningen
A.J.B. van Groningen BA is bachelor of arts in Religious Studies en masterstudent Religiewetenschappen en Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor haar masterstage Religiewetenschappen werkte zij mee aan het onderzoek naar relaties tussen christen- en moslimmigranten in Nederland van het Centre for World Christianity and Interreligious Studies. svangroningen@student.ru.nl

    Een bekende uitzondering op het uitgangspunt van toezicht in twee feitelijke instanties is het appelverbod bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Krachtens art. 7:685 lid 11 BW kan tegen een ontbindingsbeschikking hoger beroep noch cassatie worden ingesteld. Dit roept vragen op met betrekking tot de rechtsbescherming van werknemers en werkgevers, mede gegeven de eisen die daaraan vanuit art. 6 EVRM gesteld kunnen worden. De auteur onderzoekt of het appelverbod in overeenstemming is met de voornoemde hogere norm en of eventuele misslagen in de ontbindingsbeschikking, ondanks het wettelijk appelverbod, hersteld kunnen worden. Aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden van doorbreking van het appelverbod, herstel, herroeping en het leerstuk van de onrechtmatige rechtspraak. Onderzocht wordt of, en zo ja, voor welke gebreken in de ontbindingsbeschikking en de ontbindingsprocedure deze acties uitkomst kunnen bieden.


mr. Vivian Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Tijd voor een ruimere eedspraktijk

Laat ieder de eed afleggen volgens eigen godsdienstige gezindheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Eed, andere religies, belijdenisvrijheid
Auteurs Jurn de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    It fits in with the objective of the oath that everybody is given the opportunity to swear an oath in compliance with his or her own faith. In The Netherlands this has already been legally possible since 1911. It is in agreement with the articles 1 and 6 of the Constitution and with tradition. After all, those who take the oath must fully realize the obligations they enter into. There is, however, some uncertainty about the scope and purport of the law of 1911. Therefore we are making three recommendations to clarify the rules.


Jurn de Vries
Dr. J.P. de Vries is onderzoeker aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vr.) in Kampen. vries.jpde@tiscali.nl.

Prof. dr. M. Lückerath-Rovers
Prof. dr. M. Lückerath-Rovers is hoogleraar Corporate Governance aan de Nyenrode Business Universiteit en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

De levenslange gevangenisstraf, gratie en voorwaardelijke invrijheidstelling in rechtsvergelijkend perspectief

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2012
Trefwoorden mandatory life sentence, parole, European Convention on Human Rights, comparative law
Auteurs Mr. Wesley Welten
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, a person sentenced to life imprisonment (lifer) cannot be pardoned or paroled. This has led to debate. I have investigated if this impossibility also exists in other countries (Canada, England, Germany, Belgium). This article shows that in all the other countries studied, lifers can be pardoned after a certain period of time. A law comparative interpretation of article 3 ECHR would therefore lead to the conclusion that the current Dutch policy is contradictory to this article. The results in this article could contribute to the debate that has arisen in the Netherlands.


Mr. Wesley Welten
Mr. Wesley Welten is werkzaam als buitengriffier bij de Rechtbank Rotterdam, sector strafrecht.
Artikel

Papaja’s met peren vergelijken

Hoe de Nederlandse wetgever onderscheid maakt tussen Caribisch en Europees Nederland aan de hand van artikel 1 lid 2 Statuut

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2012
Trefwoorden BES-eilanden, wetgever, differentiatiebepaling, gelijkheid, sociaaleconomisch
Auteurs D.J. Misiedjan en H. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse wetgever maakt inconsistent gebruik van de differentiatiemogelijkheid geboden door artikel 1 lid 2 Statuut. Factoren zoals de economische en sociale omstandigheden op de BES-eilanden rechtvaardigen verschil in wetgeving tussen Europees en Caribisch Nederland. Echter, de Nederlandse wetgever maakt alleen gebruik van de differentiatiebepaling wanneer het gaat om sociaaleconomische kwesties als de hoogte van uitkeringen en de AOW, maar niet ten aanzien van ethische kwesties als abortus, euthanasie en homohuwelijk. Dit is in strijd met constitutionele normen.


D.J. Misiedjan
D.J. Misiedjan is masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht.

H. Palm
H. Palm is masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht.

Markha Valenta
Markha Valenta is an Assistant Professor in the department of American Studies at Radboud University Nijmegen. Her current research concerns the politics of religion and culture in global cities, international relations and secular democracies, Her work is interdisciplinary and internationally comparative, with a focus on the United States, the Netherlands, and India.
Toont 81 - 100 van 193 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.