Zoekresultaat: 118 artikelen

x
Jurisprudentie

Meelzaak – beperking aansprakelijkheid investeringsmaatschappijen door ACM?

ACM-besluiten inzake Bencis en CVC d.d. 30 november 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Meel, Toerekening, Ne bis in idem, Investeringsmaatschappij, Boeteberekening
Auteurs Paul van den Berg en Jeannette ten Cate
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de ACM-besluiten inzake Bencis en CVC van 30 november 2014. Met deze besluiten heeft ACM, in navolging van de praktijk van de Europese Commissie, voor het eerst investeringsmaatschappijen beboet voor een inbreuk begaan door een dochtervennootschap. In eerste instantie is alleen de dochtervennootschap, Meneba, aansprakelijk gehouden voor een gestelde kartelinbreuk. In twee nieuwe besluiten zijn Bencis en CVC, beide investeerders, alsnog beboet als gevolg van de inbreuk begaan door hun dochtervennootschap Meneba. De besluiten roepen een aantal interessante vragen op, waaronder met betrekking tot (1) de – in lijn met Europese jurisprudentie – lage standaard die ACM toepast voor toerekening van de inbreuk aan moedervennootschappen, in lijn met recente Europese jurisprudentie; (2) het nemen van een nieuw besluit ten aanzien van de moedervennootschappen; en (3) de wijze van omzetberekening voor de boete.


Paul van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Jeannette ten Cate
Mr. drs. J.J. ten Cate is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.

    Strafvorderlijk vergaard bewijsmateriaal kan via artikel 55 AWR of door spontane verstrekking in handen van de fiscus geraken en worden gebruikt voor belastingheffing en/of bestuurlijke beboeting. De vraag rijst wat er moet gebeuren als het materiaal op strafvorderlijk onrechtmatige wijze is verkregen. Deze noot gaat in op deze vraag en vergelijkt daarbij het beoordelingskader ten aanzien van bewijsuitsluiting van de belastingrechter met dat van de strafrechter.


mr. C. Hofman

mr. dr. J.S. Nan
Artikelen

Verhullen van de herkomst bij witwassen

Een stand van zaken en handvatten voor de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2015
Auteurs mr. W.H. Hulst en mr. S. Visser
Samenvatting

    Witwassen is in het Wetboek van Strafrecht in art. 420bis lid 1 sub b strafbaar gesteld. Naar de tekst van de wet is het enkele voorhanden hebben van een goed uit eigen misdrijf voldoende voor een witwasveroordeling. De Hoge Raad ontwikkelde daarop wat in de dogmatiek de kwalificatieuitsluitingsgrond wordt genoemd. Dit artikel geeft een juridisch kader waarin wordt uitgelegd wat deze kwalificatieuitsluitingsgrond inhoudt, hoe de rechterlijke macht deze kwalificatieuitsluitingsgrond heeft toegepast in de praktijk, hoe deze kwalificatieuitsluitingsgrond zich verhoudt tot het begrip herkomst genoemd in sub a van art. 420bis lid 1 en tot slot worden enkele handvatten voor de praktijk (opsporing, vervolging, rechterlijk oordeel en verdediging) geboden.


mr. W.H. Hulst

mr. S. Visser

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns
Artikel

Verslag najaarsvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2014

Thema: ‘Strafrecht als waarborg voor kwaliteit van zorg’

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden strafrecht, handhaving, kwaliteit van zorg
Auteurs Mr. J.C. Smeur
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de op vrijdag 7 november 2014 gehouden najaarsvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht die als thema had: ‘Strafrecht als waarborg voor kwaliteit van zorg’. Het inhoudelijke gedeelte van de vergadering bestond in hoofdzaak uit twee voordrachten over de toenemende nadruk op het handhavende deel van het (gezondheids)recht, waaronder het strafrecht, ten aanzien van zowel reguliere zorgverleners als alternatieve behandelaren.


Mr. J.C. Smeur
Judith Smeur is senior parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het Openbaar Ministerie
Artikel

Strafrecht en de (kwaliteit van) zorg

Een benadering vanuit de gezondheidsrechtelijke praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden strafrecht, tuchtrecht, kwaliteit van zorg, meldingsprocedure IGZ-OM
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is het effect van het gebruik van het strafrecht in de zorg op de kwaliteit van zorg? Bij een vergelijking van de jurisprudentie in tucht- en strafzaken lijkt de strafrechter bij hetzelfde feitencomplex grondiger onderzoek te doen. Vanuit die optiek is het feit dat er, mede ten gevolge van een onvoldoende instroom van zaken bij het OM, weinig levensdelicten in de zorg strafrechtelijk worden getoetst een gemiste kans. Die instroom zou wellicht beter kunnen worden gewaarborgd door een meldingsprocedure bij IGZ met een ‘doormelding’ aan het OM van potentiële levensdelicten in de zorg, vergelijkbaar met de meldingsprocedure euthanasie.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/partner bij Nysingh advocaten en notarissen te Zwolle.
Diversen

Procedurele en distributieve rechtvaardigheid

Verslag van de voorjaarsvergadering 2014 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2014
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. P.E. Ernste
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. P.E. Ernste
Mr. P.E. Ernste is universitair docent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Probleemoplossingsgericht denken bij witwassen van uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Witwassen, Eigen misdrijf, Uitzondering, Poging tot witwassen
Auteurs Mr. Joost Verbaan en Mr. dr. Joost Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the text of the law and the meaning of the (international and) Dutch legislator, someone can also commit the crime of money laundering when the illegal proceeds originate from a crime he committed himself. The acquisition or possession of property that was derived from criminal activity is also considered as money laundering regardless whose criminal activity it was. The Dutch Supreme Court made an exception for situations in which the defendant has done nothing to conceal or disguise the criminal background of the property. This means that, for instance, when a drug dealer has hidden his ‘dirty money’ in or around his house, it cannot be qualified as money laundering. This poses problems for investigative authorities. In this article, the possibility of regarding the act of hiding and keeping hidden money as an attempt to launder money, based on the presumption that every act involving the hidden or kept money will result in money laundering, is researched.


Mr. Joost Verbaan
Mr. Joost Verbaan is docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van het Erasmus Centre for Penal Studies van die universiteit.

Mr. dr. Joost Nan
Mr. dr. Joost Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Gilhuis Advocaten te Dordrecht.

    Gynaecoloog; dood baby; zwaar lichamelijk letsel moeder; schuld; geen strafoplegging

Artikel

De schadeclaim van het slachtoffer van strafbare feiten; bruggenbouwer tussen twee rechtsgebieden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Slachtoffer, voeging in het strafproces, civiele vordering, financiële afwikkeling, immateriële genoegdoening
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart en Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het strafrecht als in het civiele letselschaderecht is (toenemende) aandacht voor de behoeften van slachtoffers. Bij beide categorieën slachtoffers leven zowel materiële als immateriële behoeften. Toch geven de beide disciplines op eigen wijze invulling aan deze behoeften. In deze bijdrage signaleren de auteurs overeenkomsten en verschillen in de benadering van het slachtoffer in het strafrecht en het civiele letselschaderecht en verkennen zij de mogelijkheden voor kruisbestuiving tussen de beide disciplines. Zij gaan onder andere in op de mogelijkheid om de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces onder te brengen in een parallel civiel traject.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij de sectie Cassatie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en medewerker van dit tijdschrift.

Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij de sectie Verzekeringen en Aansprakelijkheid van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Ex-neuroloog; strafvervolging; hulpeloosheid; voorwaardelijke opzet; mishandeling

Praktijk

Kroniek rechtspraak strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden strafrecht, medisch beroepsgeheim, AMK-melding
Auteurs Prof. mr. T.M. Schalken
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan bod komt de jurisprudentie van 1 maart 2012 tot 1 januari 2014. In deze kroniek wordt stilgestaan bij uitspraken betreffende het medisch beroepsgeheim en het verschoningsrecht, in het bijzonder bij de doorbreking van het beroepsgeheim wegens ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’. In het verlengde daarvan bespreekt de auteur jurisprudentie naar aanleiding van AMK-meldingen en de aan die meldingen te stellen voorwaarden. Ook wordt aandacht besteed aan de verantwoordelijkheid van de al dan niet regievoerende specialist en het verschil tussen een tuchtrechtelijke en een strafrechtelijke beoordeling van die verantwoordelijkheid.


Prof. mr. T.M. Schalken
Tom Schalken is emeritus hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht Vrije Universiteit Amsterdam (www.tomschalken.nl).
Artikel

Legitimatie van de rechterlijke bewijsbeslissing door het opnemen van alternatieve scenario's in de motivering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden legal proof in criminal law, judicial motivation, miscarriage of justice
Auteurs Mirnah Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there have been several miscarriages of justice in the Netherlands, which were widely reported in the media. They show that much can go wrong with legal proof in criminal cases and that judges sometimes give limited justification for their decisions. Insights from the so-called story-based approach to legal proof can potentially assist to improve and to critically assess judicial decisions in criminal cases, thereby helping to reduce the chance of mistakes. The story-based approach involves constructing and critically analyzing at least two stories about what (might have) happened in a case that explain the evidential data. These stories have to be compared to each other in order to decide which story is the most plausible. The judge has to include the different scenarios in his judgment and he must explain why the scenario he had chosen is the most plausible. In my paper I first discuss why it is important that judges justify their decision in a verdict. Then I explicate the story based approach. After that I explain how applying the story based approach in the motivation can be useful and help to reduce the chance of a miscarriage of justice.


Mirnah Scholten
Mirnah Scholten is promovenda bij de vakgroep rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek gaat over de motivering van de bewijsbeslissing van de rechter in strafzaken.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Jurisprudentie

2013/23 Hoge Raad 12 maart 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Niet BIG-geregistreerde behandelaar, handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, gedragingen waardoor buiten noodzaak schade aan de gezondheid wordt toegebracht of aanmerkelijke kans daarop ontstaat, geen schending zorgplicht, geen verhoging gevaar dat gevolg aan handelen kan worden toegerekend

    Zuigeling sterft na inadequate triage door huisartsassistente die heeft gelogen over haar kwalificaties; art. 255 Sr.; art. 96 Wet BIG: schadevergoeding benadeelde partij

Artikel

Access_open Belediging van de islam en geweld tegen de openbare orde

Kanttekeningen bij de rechtstoepassing van artikel 137c lid 1 Wetboek van Strafrecht in het eindvonnis van het strafproces tegen G. Wilders

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Auteurs Hans Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 the Dutch Parliamentarian Geert Wilders was acquitted of group defamation pursuant to article 137c of the Penal Code. The court ruled that the qualification ‘concerning a group of people because of their religion’ had not been fulfilled because Wilders had spoken about the religion of Islam but not about people. This recent juridical shortcut has various foundational problems in semantics and jurisprudence. In view of the impact that defamation of religion can have via the modern media, violent disturbance of public order should be reintroduced as a ground of liability.


Hans Rutten
J.A.G.M. Rutten is bachelor of Laws, research master Theologie en master Wijsbegeerte. hru@xs4all.nl
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden EHRM, EVRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het verslagjaar 2010-2011 weer meer zaken afgedaan dan in 2009-2010. Onder de uitspraken bevinden zich er vele die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn, waaronder zaken over een ‘vernederende’ behandeling van een zwangere vrouw door artsen, extra waarborgen voor minderjarigen bij een medische behandeling en de betekenis van persoonlijke autonomie bij beslissingen aan het begin en het einde van het leven. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2010-2011.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Artikel

‘Ge moet daar in gezeten hebben om dat te begrijpen’

Onderzoek naar de ervaringen van leden van de assisenjury in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2010
Trefwoorden juryrechtspraak, hof van assisen, vertrouwen, België
Auteurs Ward Noelmans en Prof. dr. Kristel Beyens
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the last years there is extensive ongoing debate in Belgium about jury trials at the Assize Court. These trials are an example of direct participation of citizens in the criminal justice system. Hence this jury has obtained a special position in the Belgian administration of justice. Jury deliberations behind closed doors and the isolation of jury members from the outside world contribute to the fascination for this legal phenomenon. The element of secrecy also explains why there is so little empirical research on the jury’s functioning and the jurors’ experiences during the process. By means of interviews with former jury members, we studied the influence of lay participation in a jury trial on their views and confidence in jury decision making. We found that a positive evaluation of participation in a jury may strengthen their involvement with and trust in jury decision making. However, our research also reveals that jury trials may lead to some unacceptable deficits in the proceedings and outcome of the process. These results are contextualised in the broader debate about the jury and the demand for reform of the assize court proceedings.


Ward Noelmans
W. Noelmans is master in de criminologie, wardnoelmans@gmail.com.

Prof. dr. Kristel Beyens
Prof. dr. K. Beyens is hoofddocent aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel, Kristel.Beyens@vub.ac.be.
Toont 81 - 100 van 118 gevonden teksten
1 2 3 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.