Zoekresultaat: 247 artikelen

x
Artikel

Evenementenvergunning: is bij concurrerende aanvragen sprake van een schaarse vergunning?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, evenementen, APV
Auteurs Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of, en zo ja wanneer, een evenementenvergunning kan worden aangemerkt als een schaarse vergunning, en – bij een bevestigend antwoord op die vraag – hoe die schaarse evenementenvergunning dan moet worden verleend met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.


Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
Mr. dr. A. Drahmann is universitair (hoofd)docent aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

De constitutionele advisering door de Venice Commission

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. A. Jasiak
SamenvattingAuteursinformatie

    De Venice Commission heeft zich sinds 1990 ontwikkeld tot een gezaghebbende constitutioneel raadgever met betrekking tot de verenigbaarheid van (grond)wetgeving met de beginselen van de rule of law, mensenrechten en democratie voor de lidstaten van de Raad van Europa. Besproken wordt wat de Commissie is, wat zij doet en hoe zij dat doet. Vervolgens wordt ingegaan op de maatstaven die zij hanteert, en de specifieke uitdagingen die haar internationale positie, mede gezien het opkomend populisme en het spanningsveld tussen democratie en rechtsstaat, met zich brengen voor de mate van terughoudendheid in haar oordeelsvorming. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de ‘casus Polen’.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. (Ben) Vermeulen is lid van de Raad van State en lid van de Venice Commission (2007-2011 substituut-lid).

Mr. dr. A. Jasiak
Mr. dr. A. (Anna) Jasiak is sectorhoofd (sectie III) in de Afdeling advisering van de Raad van State; in 2014 was zij gedetacheerd bij het secretariaat van de Venice Commission.
Vrij verkeer

Bescherming van wezenlijke nationale belangen en de aanbestedingsplicht

Rechtstreekse gunning van overheidsopdrachten als ultimum remedium

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Artikel 346 lid 1 VWEU, Richtlijn 2004/18/EG, Richtlijn 92/50/EEG, wezenlijke nationale veiligheidsbelangen, fundamentele vrijheden, Aanbestedingsrecht
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. A.J.M. Louwers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 20 maart 2018 inzake Europese Commissie tegen de Republiek Oostenrijk verduidelijkt het Hof van Justitie onder welke voorwaarden het lidstaten is toegestaan om af te zien van een Europese aanbesteding door zich te beroepen op de bescherming van wezenlijke nationale veiligheidsbelangen. Het Hof van Justitie overweegt dat lidstaten hierin weliswaar een beoordelingsmarge toekomt, maar dat de lidstaat die zich op deze uitzondering beroept moet kunnen aantonen dat die belangen niet anders beschermd hadden kunnen worden. Ook Nederland verkent de mogelijkheden voor verruiming van deze uitzonderingsgrond. Gelet op de groeiende publieke aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens en nationale veiligheid, biedt deze zaak concrete aanknopingspunten om te toetsen wanneer een uitzondering op de aanbestedingsplicht wegens wezenlijke veiligheidsbelangen gerechtvaardigd is.
    HvJ 20 maart 2018, zaak C-187/16, Europese Commissie/Republiek Oostenrijk (Oostenrijkse Staatsdrukkerij), ECLI:EU:C:2017:578.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. A.J.M. Louwers
Mr. A.J.M. (Noud) Louwers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Rechtsbescherming

Uitleg van het begrip overheidsorgaan van een lidstaat: enkele bespiegelingen van het arrest Farrell/Whitty

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden rechtstreekse werking van richtlijnbepalingen, begrip overheidsorgaan van een lidstaat
Auteurs Mr. dr. M. Gijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak heeft de Ierse rechter het Hof van Justitie verzocht om een precisering van het begrip overheidsorgaan van een lidstaat waaraan een nauwkeurig geformuleerde en onvoorwaardelijke bepaling van een richtlijn kan worden tegengeworpen. Met dit arrest borduurt het Hof van Justitie voort op zijn eerdere arrest in de zaak Foster.
    HvJ 10 oktober 2017, zaak C-413/15, Farrell/Whitty e.a., ECLI:EU:C:2017:745.


Mr. dr. M. Gijzen
Mr. dr. M. (Marianne) Gijzen is werkzaam bij de directie Juridische Zaken, afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

AVG en ontslag

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Privacy, Ontslag, Arbeidsverhouding, Normenkader
Auteurs mr. Karolina Dorenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming bevat voor werkgevers strengere regels voor rechtmatige verwerking van werknemersgegevens; en voor werknemers meer waarborgen omtrent de bescherming van hun persoonsgegevens.
    Leidt de AVG – naast meer verantwoording en transparantie ten aanzien van verwerking van werknemersgegevens in het kader van de arbeidsverhouding – tot nieuwe inzichten voor de bescherming van persoonsgegevens van werknemers bij ontslag?
    De auteur zet de huidige stand van de rechtspraak af tegen de strengere normen uit de AVG. Zij concludeert dat hoewel de materiële uitgangspunten voor de bescherming van persoonsgegevens onder de AVG grotendeels hetzelfde blijven, processuele vereisten uit de AVG nog moeten worden ingekleurd door het arbeidsrechtelijke normenkader van goed werkgever- en werknemerschap, de instructiebevoegdheid van de werkgever en de processuele regels omtrent ontbinding door de kantonrechter.


mr. Karolina Dorenbos
Advocaat en eigenaar van advocatenkantoor Human scale law te Heiloo
Over de grens

Het recht van verhaal van de eindverkoper: in Duitsland, in Nederland en in de toekomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden consumentenkoop, recht van verhaal, beknelde eindverkoper, regresrecht, voorschakel
Auteurs Mr. T.J.K. van Santen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van verhaal is in Nederland geregeld in artikel 7:25 BW en beoogt de beknelde eindverkoper te beschermen. Wanneer een consumentkoper zijn rechten jegens de eindverkoper heeft uitgeoefend, moet hij verhaal kunnen nemen op zijn voorschakel zodat hij niet met de aansprakelijkheid ‘blijft zitten’. De regeling beoogt dat de voor het gebrek verantwoordelijke partij uiteindelijk aansprakelijk is. Duitsland heeft op 1 januari 2018 enkele aanpassingen in het BGB doorgevoerd en ook het recht van verhaal aangepast.
    Door de aanstaande invoering van twee nieuwe richtlijnen zullen de rechten van de consumentkoper aanzienlijk worden versterkt. Ook deze richtlijnen voorzien in een recht van verhaal voor de eindverkoper. De nieuwe regeling is gelijk aan de huidige Europese regeling, die aan duidelijkheid te wensen overlaat. Hoe de regeling in de praktijk uitpakt, blijft ook in de toekomst ongewis. Het effectiviteitsbeginsel brengt mee dat bij de uitoefening van het recht van verhaal de consumentenrechten ook door de eindverkoper moeten kunnen worden ingeroepen.


Mr. T.J.K. van Santen
Mr. T.J.K. van Santen is senior jurist Contractueel bij DAS en doet een promotieonderzoek aan de Open Universiteit (promotoren T.H.M. van Wechem en J.G.J. Rinkes) naar het recht van verhaal als bedoeld in artikel 7:25 BW.
Rechtsbescherming

Kroniek Handvest van de Grondrechten van de Unie periode 2016-2017: actieve grondrechtenbescherming vanuit Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, Effectieve rechtsbescherming, Verhouding EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Handvest van de Grondrechten van de EU is sinds 1 december 2009 ruim zeven jaar juridisch bindend. Het heeft als doel grondrechtenbescherming te versterken door relevante rechten beter zichtbaar te maken. In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen over 2016 en 2017, bezien vanuit het Hof van Justitie. Om een goed beeld te geven over de afgelopen twee jaar is gekozen voor een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen per artikel uit het Handvest.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is werkzaam als jurist bij de Raad van State en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam.
Rechtsbescherming

Het verbod op misbruik: een algemeen beginsel van unierecht dat de EU en de lidstaten tegen de burger beschermt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden verbod op misbruik, algemene beginselen van Unierecht, doorwerking, legaliteitsbeginsel, Btw-richtlijn
Auteurs Dr. W.J. Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het arrest Cussens e.a. eindelijk bevestigd en onderbouwd dat het verbod op misbruik een algemeen beginsel van Unierecht is. Naar de mening van de auteur ligt in het arrest verder besloten dat het verbod op misbruik omgekeerd verticaal kan werken, ten nadele van de burger te kwader trouw. Ten slotte heeft het Hof van Justitie het beoordelingskader voor misbruik nader ingevuld, vooral voor de btw.
    HvJ 22 november 2017, zaak C-251/16, Edward Cussens e.a./T.G. Brosman, ECLI:EU:C:2017:881.


Dr. W.J. Blokland
Dr. W.J. (Wouter) Blokland is universitair docent omzetbelasting aan de Vrije Universiteit en verbonden aan het wetenschappelijk bureau (sectie fiscaal) van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Access_open Arbeidsvermogensschade van jonge kinderen

Naar een nieuwe wijze van schadeberekening vanuit het perspectief van gelijkebehandelingswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebegroting, arbeidsvermogensschade, kinderen, non-discriminatiebeginsel, alternatieven
Auteurs Mr. I. Karimi
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van het huidige wettelijke systeem heeft de Nederlandse rechter de ruimte om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te differentiëren naar al hun persoonlijke kenmerken. Daar waar het gaat om persoonlijke kenmerken op basis waarvan het verboden is om onderscheid te maken, levert dit een spanningsveld op met gelijkebehandelingswetgeving. In deze bijdrage worden alternatieve benaderingen verkend. Gekeken zal worden in hoeverre de Nederlandse alternatieven aansluiten bij de normen zoals neergelegd in de Grondwet en Europese regelgeving.


Mr. I. Karimi
Mr. I. Karimi heeft in 2017 de master Privaatrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht. Aansluitend aan haar afstuderen is ze als juridisch medewerker in dienst getreden bij Asselbergs & Klinkhamer Advocaten. Dit artikel is gebaseerd op de masterscriptie van de auteur. Hiervoor heeft zij drie scriptieprijzen mogen ontvangen, namelijk die van het Juridisch Bureau Letselschade en Gezondheidsrecht, van het Molengraaff Instituut en die van de Stichting Beer Impuls.
Artikel

Ne bis in idem revisited. Over de lotgevallen van een beginsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Verbod van dubbele bestraffing, Ne bis in idem, Samenloop, Sanctiecumulatie, Alcoholslotprogramma
Auteurs Prof. mr. J.H. Crijns en Mr. dr. M.L. van Emmerik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gegeven de toenemende mogelijkheden tot samenloop van punitieve procedures rijst de vraag of en in hoeverre een dergelijke samenloop opportuun of doelmatig kan worden geacht. Of anders en huiselijker geformuleerd: is dergelijke cumulatie van sancties niet wat te veel van het goede? In deze bijdrage wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen in de nationale en de Europese jurisprudentie ten aanzien van het ne bis in idem-beginsel. Als startpunt van de beschrijving wordt gekozen voor het Alcoholslotprogramma-arrest waarin het verbod van dubbele bestraffing door de Hoge Raad tot een van de beginselen van een goede procesorde wordt gerekend.


Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.

Mr. dr. M.L. van Emmerik
Mr. dr. M.L. van Emmerik is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Midden-Nederland.
Consumenten

De nieuwe CPC-Verordening: gij zult consumentenbescherming handhaven!

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, harmonisering, procedurele autonomie, handhavingsbevoegdheden
Auteurs Mr. A.A.J. Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt de nieuwe Verordening (EU) 2017/2394, die in januari 2020 in werking zal treden. Deze verordening versterkt de procedurele mogelijkheden voor de nationale autoriteiten belast met de handhaving van allerlei Unierechtelijke regels op het gebied van consumentenbescherming. De verordening doet dit met name door hun additionele (minimum)onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden te verlenen en daarnaast door de mechanismen voor onderlinge samenwerking en coördinatie van handhaving tussen de lidstaten te versterken. Tevens eigent de Europese Commissie, die in dit rechtsdomein zelf niet kan handhaven, zichzelf een meer prominente coördinerende en faciliterende rol toe. Het is af te wachten of de nieuwe verordening inderdaad de beoogde impuls geeft aan de handhaving van (grensoverschrijdende) inbreuken op het gebied van consumentenbescherming.
    Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004, PbEU 2017, L 345/1


Mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

De gevolgen van het arrest Visser Vastgoed voor het Duitse recht en de Duitse ruimtelijke ordeningspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, Duitsland, bestemmingsplan
Auteurs Dr. J. (Jens) Wahlhäuser
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur, werkzaam bij het Bundesministerium für Umwelt, Naturschutz, Bau und Reaktorsicherheit, gaat in zijn artikel in op het belang van het Hofarrest voor het recht en de praktijk van de toelating van detailhandelszaken in Duitsland. Hij komt onder meer tot de conclusie dat de gemeente er goed aan doet zich ervan bewust te zijn dat het noodzakelijk is om bepalingen met betrekking tot de detailhandelssturing ook vanuit het oogpunt van het Unierecht verifieerbaar en belastbaar te kunnen motiveren en te documenteren.


Dr. J. (Jens) Wahlhäuser
Dr. J. Wahlhäuser werkt bij het Bundesministerium für Umwelt, Naturschutz, Bau und Reaktorsicherheit in Berlijn en houdt zich bezig met wetgevingsvraagstukken op het terrein van ruimtelijke ordening en bouwrecht.

    Als een beleggingsdienstverlener zijn civielrechtelijke zorgplicht schendt, dan beïnvloedt dat feit vervolgens de toetsing van de overige vereisten van wanprestatie en onrechtmatige daad (relativiteit, causaal verband, schade en eigen schuld). In dit artikel komt aan de orde hoe die toetsing wordt beïnvloed en welke betekenis bij die toetsing aan de toezichtrechtelijke regels zou moeten toekomen.


Mr. I.P.M.J. Janssen
Mr. I.P.M.J. Janssen is bankjurist te Utrecht en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Jurisprudentie

Btw-fraude; verhouding EU-recht en nationale verjaringsregels; worsteling van het Hof met fundamentele mensenrechten

Noot bij HvJ 8 september 2015, ECLI:EU: 2015:555 (Tarrico e.a., prejudiciële beslissing)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafrecht, EU-financiën, Verjaring, Grondrechten, Verhouding nationaal recht - EU-recht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU stelt voorop dat handhaving van normen ter bescherming van de financiën van de EU strafrechtelijk kan plaatsvinden met voorbijgaan aan de verjaringsregelingen van de desbetreffende staat, maar met inachtneming van grondrechten van de betrokkenen. Vervolg en uitwerking van deze beslissing in HvJEU 5 december 2017.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Cumulerende procedures en dubbele bestraffing

De invloed van Europa op het ne bis in idem-beginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ne bis in idem-beginsel, EVRM, Europese Unie, dubbele bestraffing, criminal charge
Auteurs Mr. A.C.M. Klaasse en Mr. J.N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ne bis in idem-beginsel is geregeld in respectievelijk artikel 68 Sr en artikel 5:43 Awb. Ook in procedures die buiten het strafrecht of bestuurlijke boeterecht vallen, kan het Europese verbod op dubbele bestraffing doorwerken in Nederland. De Hoge Raad heeft erkend dat de algemene beginselen van een behoorlijke procesorde bescherming bieden in het kader van het ne bis in idem-beginsel. Bovendien is artikel 50 van het Handvest van de EU van toepassing indien EU-recht ten uitvoer wordt gelegd. Op deze wijze is jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en het EHRM ook van belang voor Nederland.


Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.

Mr. J.N. de Boer
Mr. J.N. de Boer is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Een eerste balans van het Europees burgerinitiatief, in het licht van de Anagnostakis-uitspraak en het EBI-herzieningsvoorstel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2017
Trefwoorden Europees burgerinitiatief, participerende democratie, aanvraag tot registratie, motiveringsplicht
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden en Mr. dr. S. Nicolosi
SamenvattingAuteursinformatie

    In Verordening (EU) nr. 211/2011 zijn nadere voorwaarden vastgelegd voor het indienen van een Europees burgerinitiatief (EBI). In de ruim vijf jaar dat deze Verordening nu van kracht is, sinds 1 april 2012, zijn belangrijke knelpunten zichtbaar geworden. In deze bijdrage beogen we een eerste balans op te maken van de inrichting en de werking van het EBI, door een analyse van de recente uitspraak van het Hof van Justitie in de Anagnostakis zaak over de rechtmatigheid van een afwijzend besluit van de Commissie tot registratie van een EBI en het recente voorstel van de Commissie tot wijziging van de Verordening om de werking van het EBI te verbeteren..

    • HvJ 12 september 2017, zaak C-589/15 P, Alexios Anagnostakis/Europese Commissie, ECLI:EU:C:2017:663;

    • Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief, PbEU 2011, L 65/1 (EBI-Verordening);

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees burgerinitiatief COM(2017)482 def.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.

Mr. dr. S. Nicolosi
Dr. S. (Salvo) Nicolosi, is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.
Artikel

Welk vertrouwen mogen clementieverzoekers hebben omtrent vertrouwelijk blijven van aangeleverde informatie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden clementieverklaring, geheimhoudingsplicht, mandaat raadadviseur-auditeur, publicatie inbreukbeschikking, Artikel 101 VWEU
Auteurs Mr. O.W. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige zaak breidt het Hof van Justitie de bevoegdheden van de raadadviseur-auditeur uit en wordt voor het eerst onderscheid gemaakt tussen publicatie van letterlijke citaten uit informatie verstrekt in het kader van de clementieregeling en publicatie van letterlijke citaten uit de clementieverklaring zelf. De relevantie van het arrest ligt met name in de (mate van) rechtvaardige verwachtingen die clementieverzoekers mogen hebben omtrent de eerbiediging van vertrouwelijkheid van informatie die zij aan de Commissie verschaffen. Dit is van groot belang voor een effectieve werking van de clementieregeling. Het arrest is ook van belang in de context van civiele schadeclaimprocedures. Private partijen die schade willen claimen, wensen zo veel mogelijk toegang tot informatie over de inbreuk.
    HvJ 14 maart 2017, zaak C-162/15 P, Evonik Degussa/Commissie, ECLI:EU:C:2017:205


Mr. O.W. Brouwer
Mr. O.W. (Onno) Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2017
Auteurs Robert Hendrikse, Leonie Rammeloo, Marianne Valk e.a.

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo

Marianne Valk

Hans Vestjens
Toont 81 - 100 van 247 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8 9 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.